Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:1747

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
16-06-2020
Datum publicatie
10-03-2021
Zaaknummer
200.277.433/01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNHO:2020:511
Einduitspraak: ECLI:NL:GHAMS:2021:611
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Beschikking
Inhoudsindicatie

benoeming bijzondere curator

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie- en jeugdrecht)

zaaknummer: 200.277.433/ 01

zaaknummer rechtbank: C/15/292617 / FA RK 19-4784

beschikking van de meervoudige kamer van 16 juni 2020 inzake

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster in hoger beroep,

verder te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. L.S. Zomers te Alkmaar,

en

[de man] ,

zonder bekende woon- of verblijfplaats,

verweerder in hoger beroep,

verder te noemen: de man.

1 Het verloop van het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de tussenbeschikking van 15 januari 2020 en de eindbeschikking van 5 februari 2020 van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) (hierna: de kinderrechter), uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

De vrouw is op 23 april 2020 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 5 februari 2020.

2.2

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

- een faxbericht van de zijde van de vrouw van 24 april 2020;

- een journaalbericht van de zijde van de vrouw van 28 april 2020 met bijlage, ingekomen op 29 april 2020;

- een e-mailbericht van de zijde van mr. M.J. de Groot van 6 mei 2020.

3 De feiten

3.1

Partijen zijn [in] 2015 te [plaats] (Afghanistan) gehuwd. Bij beschikking van 5 december 2018 van de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) is tussen hen de echtscheiding uitgesproken. De echtscheidingsbeschikking is op 5 april 2019 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

3.2

Uit de vrouw is [in] 2019 [de minderjarige] (hierna: [de minderjarige] ) geboren. De vrouw heeft [de minderjarige] aangegeven bij de gemeente Haarlem. De gemeente heeft de man aangemerkt als juridisch vader van [de minderjarige] .

3.3

Bij beschikking van de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) van 18 september 2019 is mr. M.J. de Groot, kantoorhoudende te Haarlem, benoemd tot bijzondere curator voor [de minderjarige] .

3.4

Bij rapport van 19 november 2019 heeft de bijzondere curator de rechtbank geadviseerd het verzoek van de vrouw tot ontkenning van het vaderschap van de man gegrond te verklaren. Voorts heeft de bijzondere curator geadviseerd een DNA-onderzoek te laten verrichten om vast te stellen dat [X] (hierna: [X] ) de biologische vader van [de minderjarige] is.

3.5

Naar aanleiding van het verhandelde ter zitting in eerste aanleg van 3 december 2019 heeft de bijzondere curator op 22 december 2019 een aanvullend rapport ingediend.

3.6

Bij beschikking van 15 januari 2020 heeft de kinderrechter de behandeling van de zaak aangehouden in afwachting van de resultaten van het DNA-onderzoek.

3.7

Bij brief van 8 januari 2020, binnengekomen op 14 januari 2020, heeft de vrouw de rechtbank geïnformeerd dat [X] niet langer bereid is mee te werken aan een DNA-onderzoek.

4 De omvang van het geschil

4.1

Bij de bestreden beschikking is het verzoek van de vrouw tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap van de man afgewezen.

4.2

De vrouw verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking, haar verzoek toe te wijzen.

5 De motivering van de beslissing

5.1

Bij de onder 2.2 vermelde e-mail van 6 mei 2020 heeft mr. M.J. de Groot het hof bericht dat zij met ingang van 30 december 2019 haar praktijk als advocaat heeft beëindigd en dat zij in de onderhavige procedure dus geen bijzondere curator meer kan zijn. Nu [de minderjarige] op grond van het bepaalde in artikel 1:212 Burgerlijk Wetboek vertegenwoordigd dient te worden door een bijzondere curator, zal het hof ambtshalve een nieuwe bijzondere curator benoemen alvorens het hof het verzoek van de vrouw in hoger beroep kan beoordelen.

5.2

Desgevraagd heeft mr. A. Krim zich bereid verklaard de benoeming te aanvaarden.

5.3

Het hof verzoekt de bijzondere curator om verslag uit te brengen van haar bevindingen en een standpunt in te nemen ten aanzien van het verzoek in hoger beroep.

5.4

Dit leidt tot de volgende beslissing.

6 De beslissing

Het hof:

benoemt:

mr. A. Krim, advocaat te Haarlem,

kantoorhoudende aan Kick Smitweg 2,

2031VL HAARLEM,

tot bijzondere curator van de minderjarige [de minderjarige] om de belangen van deze minderjarige te behartigen;

en verzoekt deze te voldoen aan het hiervoor bij 5.3 bepaalde en daaromtrent aan het hof en aan partijen verslag uit te brengen uiterlijk één week voorafgaand aan na te noemen pro forma datum;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de behandeling van de zaak pro forma aan tot zondag 9 augustus 2020, waarna een mondelinge behandeling zal worden bepaald;

beveelt de griffier een kopie van alle gedingstukken in de onderhavige zaak aan mr. A. Krim te zenden;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. van Baardewijk, in tegenwoordigheid van mr. F.J.E. van Geijn als griffier en is op 16 juni 2020 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.