Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:1662

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18-06-2020
Datum publicatie
26-06-2020
Zaaknummer
001430-19 / 23-003726-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijk opgelegde straf. Gedeeltelijke toewijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

GERECHTSHOF AMSTERDAM

rekestnummer: 001430-19

parketnummer: 23-003726-17

BESLISSING NA VOORWAARDELIJKE VEROORDELING

Naar aanleiding van de op 19 december 2019 ter griffie van dit gerechtshof ingekomen vordering van de advocaat-generaal bij dit hof van 10 december 2019 betreffende het nog niet onherroepelijk geworden arrest van dit gerechtshof van 5 april 2019 in de strafzaak onder bovenvermeld parketnummer tegen:

[veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979,

adres: [adres]

Procesgang

[veroordeelde] (hierna: de veroordeelde) is na een behandeling op tegenspraak bij genoemd arrest veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, met bevel dat een op 6 maanden bepaald gedeelte van de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of niet heeft nageleefd de dadelijk uitvoerbaar verklaarde bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland en zich houdt aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft.

Namens het openbaar ministerie heeft de advocaat-generaal tijdig een schriftelijke vordering ingediend. Deze houdt in dat het hof de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van zes maanden zal gelasten, aangezien de veroordeelde zich niet aan de gestelde bijzondere voorwaarde heeft gehouden.

Het hof heeft kennis genomen van de bij de vordering overgelegde stukken in de strafzaak met genoemd parketnummer, waaronder een advies aan Opdrachtgever toezicht van 5 december 2019, ondertekend door [naam 1] en [naam 2], reclasseringswerkers bij Reclassering Nederland.

Het hof heeft de vordering behandeld op de openbare terechtzitting van 4 juni 2020. Daar zijn gehoord de advocaat-generaal mr. R. Tdlohreg en [naam 1] als deskundige. De veroordeelde is met zijn raadsvrouw mr. S. Schilder verschenen ter terechtzitting.

De advocaat-generaal heeft op de terechtzitting de tenuitvoerlegging van de bij genoemd arrest voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van zes maanden gevorderd.

Door en namens de veroordeelde is afwijzing van de vordering bepleit.

Beoordeling

Uit het advies van 5 december 2019 en de toelichting van [naam 1] ter terechtzitting blijkt dat de veroordeelde zijn afspraken bij de reclassering onvoldoende is nagekomen. Hij is weggelopen tijdens gesprekken met zijn begeleider of is eerder vertrokken. Tijdens de gesprekken heeft hij onvoldoende zicht gegeven op zijn dagelijks leven. Hij heeft geen open, begeleidbare houding aangenomen ten opzichte van de reclassering.

Op grond van de behandeling ter terechtzitting en gelet op artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht acht het hof termen aanwezig te gelasten dat van de niet ten uitvoer gelegde gevangenisstraf twee maanden gevangenisstraf ten uitvoer zullen worden gelegd.

Van het overige deel van de gevangenisstraf zal het hof thans geen tenuitvoerlegging gelasten, om de veroordeelde na tenuitvoerlegging van een gedeelte van de straf opnieuw de gelegenheid te bieden wél volledig mee te werken aan het reclasseringstraject. Hierdoor kan eveneens de reclassering nog enige tijd zicht houden op de ontwikkelingen in het leven van de veroordeelde, teneinde het recidiverisico te beperken.

Beslissing

Het hof:

Wijst de vordering van het openbaar ministerie gedeeltelijk toe en gelast de tenuitvoerlegging van de bij arrest van dit hof van 5 april 2019 onder parketnummer 23-003726-17 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Deze beslissing is genomen door mr. A.E. Kleene-Krom, mr. W.M.C. Tilleman en mr. M. Senden, in tegenwoordigheid van mr. A.N. Biersteker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 juni 2020.