Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:1388

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
19-05-2020
Datum publicatie
06-07-2020
Zaaknummer
200.257.494/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bestaan en inhoud overeenkomst onvoldoende onderbouwd en toegelicht. Stelling dat uitvoering is gegeven aan de overeenkomst leidt niet tot een ander oordeel. Vordering tot afgifte server afgewezen omdat onvoldoende is onderbouwd en toegelicht dat appellante de server onder zich heeft. Artikel 150 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.257.494/01

zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam : 6575196 / CV EXPL 18-970

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 19 mei 2020

inzake

MULTI-ICT B.V.,

gevestigd te Almere,

appellante,

advocaat: mr. O. Hammerstein te Amsterdam,

tegen

EVENTBRITE NL B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde,

advocaat: mr. N.C. Lodder te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna Multi-ICT en Eventbrite genoemd.

Multi-ICT is bij dagvaarding van 19 maart 2019 in hoger beroep gekomen van de vonnissen van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter) van 23 november 2018 en 22 februari 2019, onder bovenvermeld zaak- en rolnummer gewezen tussen Multi-ICT als eiseres in conventie, tevens verweerster in reconventie, en Eventbrite als gedaagde in conventie, tevens eiseres in reconventie.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven;

- memorie van antwoord, met productie;

- akte na memorie van antwoord, met producties;

- antwoordakte.

Ten slotte is arrest gevraagd.

Multi-ICT heeft geconcludeerd dat het hof de bestreden vonnissen zal vernietigen en - uitvoerbaar bij voorraad - alsnog de vorderingen van Multi-ICT in conventie zal toewijzen en de vorderingen van Eventbrite in reconventie zal afwijzen, met veroordeling van Eventbrite tot terugbetaling aan Multi-ICT van al hetgeen Multi-ICT ingevolge – naar het hof begrijpt – het bestreden eindvonnis aan Eventbrite heeft betaald en met veroordeling van Eventbrite in de kosten van het geding in beide instanties.

Eventbrite heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis van 22 februari 2019 (hierna: het eindvonnis), met - uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van Multi-ICT in de kosten van het geding in hoger beroep.

Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.

2 Feiten

De kantonrechter heeft in het in deze zaak gewezen vonnis van 23 november 2018 (hierna: het tussenvonnis) onder 1.1 t/m 1.13 de feiten vastgesteld die hij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende.

2.1

Eventbrite (voorheen genaamd Ticketscript B.V.) exploiteert een bedrijf dat gespecialiseerd is in online ticketverkoop voor evenementen. Multi-ICT drijft een onderneming die zich bezig houdt met advisering op het gebied van informatietechnologie, het uitvoeren van werkzaamheden op het gebied van informatie- en communicatietechnologie en het leveren van automatiseringsdiensten. [X] (hierna: [X] ) is commercieel directeur van Multi-ICT.

2.2

Op 23 juni 2014 heeft [A] (hierna: [A] ), werkzaam bij Multi-ICT, aan [B] (hierna: [B] ), office manager van Eventbrite, een e-mail gestuurd met de volgende tekst:

‘Langs deze weeg het voorstel om het geheel te leasen’

2.3

In antwoord op voornoemd e-mailbericht heeft [B] per e-mail van 30 juni 2014 aan [A] geschreven:

‘Yes, akkoord’

2.4

Op 10 juli 2014 heeft [C] (hierna: [C] ), head of sales Benelux bij Eventbrite, aan (onder anderen) [A] onder meer het volgende geschreven:

‘ [A] ( [A] ; hof), inmiddels heb je akkoord van onze CFO voor de glasvezel verbinding. Aangezien hij nu op vakantie is, kan je mij een update geven?’

2.5

Ter ondersteuning van haar bedrijfsvoering heeft Eventbrite hard- en software aangeschaft. Eventbrite heeft voor het aanschaffen van een ‘Cisco BE6000 UCS C220M3 MD Sr, RST 9.x SW, Hyp, UPM, VCS’ (hierna: de server) een bedrag van € 5.805,76 aan Multi-ICT betaald.

2.6

Tussen Multicom B.V. (hierna: Multicom) en Eventbrite is in 2014 een overeenkomst gesloten tot het verrichten van diensten op het gebied van informatie- en communicatietechnologie, in het bijzonder het onderhoud en beheer van ICT-infrastructuur (hierna: de SLA). Multicom is een andere onderneming van [X] .

2.7

Artikel 5 van de SLA luidt, voor zover van belang, als volgt:

‘Artikel 5 Duur en beëindiging van de overeenkomst

5.1

De overeenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en treedt in werking op de datum dat zij door beide partijen is ondertekend. De overeenkomst kent een opzegtermijn van twee maanden voor Ticketscript en van vier maanden voor Multicom.

5.2

Beide partijen zijn gerechtigd de overeenkomst op de afloopdatum van het contract te beëindigen met inachtneming van de opzegtermijn van 2 maanden. (…)

(...)

5.6

Verplichtingen tussen partijen over en weer aangegaan, welke naar hun aard bestemd zijn om ook na ontbinding van de overeenkomst voort te duren, blijven na ontbinding van deze overeenkomst bestaan.’

2.8

Op 11 juli 2014 heeft er e-mail correspondentie tussen Multi-ICT en Eventbrite plaatsgevonden. De e-mails van 11 juli 2014 zoals overgelegd door Multi-ICT luiden als volgt:

- van 12:58 uur van [C] (geadresseerden onbekend): ‘ [A] ( [A] ; hof), Wat is de looptijd van dit contract [D] vraagt dit?’;

- van 14:36 uur van [A] (geadresseerden onbekend): ‘ [B] ( [B] ; hof), Voor NL is dat 3 Jaar en voor BE 5 Jaar i.v.m. de hoge eenmalige aansluitkosten, en omdat we dit in het maandtermijn hebben verwerkt, de eenmalige aansluitkosten los op de Keyserlei zijn ook €16.000.’

- van 15:18 uur van [B] aan [A] , [C] , [D] en [E] : ‘OK’.

De e-mails van 11 juli 2014 zoals overgelegd door Eventbrite luiden als volgt:

- van 12:58 uur van [C] (geadresseerden onbekend): ‘ [A] , Kan je ons aub even updaten?’;

- van 14.36 uur van [A] aan [C] (cc [D] , [E] en [B] ): ‘Beste allen, Op dit moment is Eurofiber met Belgacom aan het schakelen voor de “tijdelijke” business lijn, ik verwacht hier vandaag/maandag een update van. Daarnaast is de aanvraag voor de glasvezel al gedaan en loopt deze al, als er geen rare zaken ontstaan verwacht ik deze gelijk met de verbinding in NL op te leveren’

- van 15:18 uur van [B] aan [A] (cc [C] , [D] en [E] ): ‘Goedemiddag, Nederland zal opgeleverd worden op 1 augustus. We proberen voor beide landen deze levertijd te behalen.’

2.9

Op 22 juli 2015 heeft [F] (hierna: [F] ), office manager bij Eventbrite, per e-mail aan [X] het volgende bericht:

‘Zou je mij de contracten tussen Multi ICT en Ticketscript nog kunnen mailen? Graag ook met de informatie van België erin.’

2.10

In antwoord daarop heeft [X] op 23 juli 2015 aan [F] onder meer het volgende geschreven:

‘Jazeker, in de bijlage mail ik hierbij onze SLA, het projectvoorstel en de offerte met bevestigingsmail inzake de glasvezelverbindingen.

De glasvezelverbinding in Amsterdam heeft een contractduur van 36 maanden.

De glasvezelverbinding in Antwerpen heeft een contractduur van 60 maanden.

(...)’

2.11

Op 16 januari 2016 heeft [C] aan [X] zowel per aangetekende brief als per e-mail de SLA tussen Multicom en Eventbrite opgezegd.

2.12

Per e-mail van 4 februari 2016 heeft [X] aan [C] onder meer het volgende geschreven:

‘Naar aanleiding van onderstaande e-mail en uw aangetekend schrijven bevestig ik hierbij dat de SLA op de ICT diensten van Multi-Ict eindigt per 1 april 2016 conform artikel 5.2 van deovereenkomst. (...)

De overige diensten welke Ticketscript afneemt zullen tevens doorlopen conform artikel 5.6. (Glasvezel abonnement en de bijbehorende SLA)’

2.13

Bij e-mail van 29 juli 2016 heeft [F] aan (onder anderen) [X] het volgende geschreven:

‘ [X] ( [X] ; hof), heb jij voor mij alsjeblieft nog de contracten m.b.t. de glasvezellijnen. Deze heb ik wel nodig als ik [G] ( [G] ; hof) moet overtuigen om het internet te blijven afnemen/betalen.’

2.14

Bij e-mail van 10 augustus 2016 heeft [E] , werkzaam bij Eventbrite, aan (onder anderen) [X] , [A] en [F] onder meer het volgende geschreven:

‘Tijdens de meeting werd er wat geagiteerd gereageerd op het versturen van de contracten. Die zouden al meerdere malen verstuurd zijn geweest. Maar dan sturen we ze nog wel een keer. Daarnaast werd er gevraagd naar de betaling van de facturen.

Wij hebben alle facturen die open stonden betaald, maar wij hebben de contracten nog steeds niet gezien..? Dat vind ik erg vervelend, gezien de meeting inmiddels al weer 3 weken geleden is.

We hebben (…) de contracten niet, dus concluderen we dat ze er niet zijn en gaan wij verder met een andere glasvezellijn per 1 september. per 1 september stopt dan ook de betaling van deze diensten. (...)’

2.15

Per brief van 17 januari 2018 heeft Eventbrite aan Multi-ICT verzocht om binnen een week na dagtekening van de brief de server aan haar te retourneren of de waarde ervan, op 31 augustus 2016 door Eventbrite begroot op € 2.902,80, aan haar te betalen.

2.16

Een schriftelijke verklaring van [B] van 15 september 2018 luidt, voor zover van belang, als volgt:

‘(…) Op de vestigingen van Ticketscript te Amsterdam en Antwerpen moest in 2014 een glasvezelaansluiting worden gerealiseerd. Voor beide locaties gold dat er geen glasvezelkabel lag en aldus dat er een nieuwe kabel moest worden aangelegd. Wij hebben opdracht gegeven aan Multi ICT om dat te (doen) realiseren. Het was ons bij Ticketscript bekend dat er enerzijds eenmalige aansluitkosten waren en anderzijds dat er maandelijkse abonnementsgelden aan Multi ICT moesten worden betaald.

Ik heb daarover uitvoerig gesproken met [A] van Multi ICT. Ik kan mij herinneren dat wij (Ticketscript) hebben ingesteld met een abonnement voor Nederland voor een periode van drie jaar en een abonnement voor België voor een periode van vijf jaar met bijbehorende maandelijkse kosten. Wij hebben uitvoering aan de overeenkomst gegeven door de glasvezelkabel te laten aanleggen, daarvan gebruik te maken, de eenmalige kosten te betalen en de maandelijkse kosten te betalen.’

3 Beoordeling

3.1

Multi-ICT heeft in eerste aanleg in conventie gevorderd Eventbrite te veroordelen tot betaling van € 22.566,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten, alsmede te verklaren voor recht dat Eventbrite verplicht is op grond van de door partijen gesloten overeenkomst aan Multi-ICT maandelijks een bedrag van € 1.504,40 te betalen tot 1 september 2020, met veroordeling van Eventbrite in de proceskosten. Eventbrite heeft gemotiveerd verweer gevoerd en in reconventie gevorderd te bevelen dat Multi-ICT de server in goede en werkende staat aan haar retourneert en voor het geval Multi-ICT hier niet aan voldoet Multi-ICT te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 2.903,80, alsmede Multi-ICT te veroordelen in de proceskosten. Multi-ICT heeft tegen deze vordering gemotiveerd verweer gevoerd.

3.2

De kantonrechter heeft in het tussenvonnis in conventie – samengevat weergegeven – geoordeeld dat uit de summiere inhoud van de onder 2 geciteerde e-mails van 23 juni 2014, 30 juni 2014 en 23 juli 2015 niet kan worden afgeleid dat er sprake is van aanbod en aanvaarding met betrekking tot (de essentialia van) een ‘glasvezelovereenkomst’, zoals door Multi-ICT gesteld. Voorts heeft de kantonrechter geoordeeld dat de stelling dat er een overeenkomst voor de duur van drie en vijf jaar tot stand is gekomen, ook niet volgt uit het e-mailbericht van 23 juli 2015, gelet op de datum van verzending van dit bericht en het feit dat het e-mailbericht enkel de door Multi-ICT gestelde contractduur bevat. De kantonrechter heeft de door Multi-ICT en Eventbrite overgelegde e-mails van 11 juli 2014 buiten beschouwing gelaten omdat de kantonrechter niet geloofwaardig achtte dat de door partijen overgelegde berichten op exact hetzelfde tijdstip door dezelfde personen zijn verstuurd, maar met een volstrekt andere inhoud. De kantonrechter heeft geoordeeld dat bij eindvonnis de vordering in conventie zal worden afgewezen. In reconventie heeft de kantonrechter Eventbrite toegelaten tot het leveren van bewijs van haar stelling dat het product omschreven als ‘Cisco BE6000 UCS C220M3 MD Sr, RST 9.x SW’ een server betreft.

Bij het eindvonnis heeft de kantonrechter in conventie de vordering afgewezen en Multi-ICT in de proceskosten verwezen. In reconventie heeft de kantonrechter, na bewijslevering, Multi-ICT veroordeeld tot afgifte van de server in goede en werkende staat binnen drie dagen na betekening van het vonnis, bij gebreke waarvan Multi-ICT gehouden zal zijn Eventbrite een bedrag van € 2.903,80 te voldoen, te vermeerderen met wettelijke rente en met veroordeling van Multi-ICT in de kosten van het geding. Tegen deze beslissingen en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komt Multi-ICT met tien grieven op.

3.3

De grieven die gericht zijn tegen de beslissing in conventie, lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Multi-ICT stelt – samengevat weergegeven – dat zij met Eventbrite met ingang van 1 september 2014 een glasvezelovereenkomst (niet zijnde de SLA met Multicom) heeft gesloten met een looptijd van drie jaar voor de vestiging Amsterdam en vijf jaar voor de vestiging Antwerpen. De abonnementskosten bedroegen € 752,50 per maand per locatie. Multi-ICT stelt dat het bestaan en de inhoud van de glasvezelovereenkomst blijkt uit:

  • -

    de (door haar overgelegde) e-mails van 23 juni 2014, 11 juli 2014 en 23 juli 2015;

  • -

    de facturen van Multi-ICT en de betaling ervan door Eventbrite;

  • -

    de uitvoering die Multi-ICT aan de overeenkomst heeft gegeven door de glasvezelkabel te (doen) leggen;

  • -

    de uitvoering die Multi-ICT aan de overeenkomst heeft gegeven door Eventbrite in staat te stellen gebruik te maken van een glasvezelverbinding;

  • -

    de door Multi-ICT overgelegde facturen van internetprovider Unet;

  • -

    de schriftelijke verklaring van [B] van 15 september 2018.

Multi-ICT stelt verder dat de kantonrechter de door haar in het geding gebrachte e-mailcorrespondentie van 11 juli 2014 ten onrechte buiten beschouwing gelaten, omdat die e-mailcorrespondentie anders dan de kantonrechter kennelijk meent onbewerkt is. Bij akte na memorie van antwoord heeft Multi-ICT ter aanvulling op het voorgaande aangevoerd dat het bestaan van de glasvezelovereenkomst ook blijkt uit een mondelinge overeenkomst.

3.4

Het hof oordeelt als volgt. Multi-ICT legt aan haar vordering ten grondslag dat zij met Eventbrite de hiervoor onder 3.3 bedoelde overeenkomst heeft gesloten. Eventbrite heeft het bestaan van deze overeenkomst gemotiveerd bestreden. Ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv rust op Multi-ICT de stelplicht en de bewijslast met betrekking tot het bestaan en de inhoud van de door haar gestelde overeenkomst.

3.5

Naar het oordeel van het hof heeft Multi-ICT haar stelling dat zij een overeenkomst als door haar bedoeld heeft gesloten met Eventbrite, onvoldoende onderbouwd en toegelicht. Daartoe is het volgende redengevend. Allereerst ontbreekt een schriftelijke overeenkomst met betrekking tot het gebruik van de glasvezelverbinding voor de vestigingen Amsterdam en Antwerpen. Daar waar een schriftelijke overeenkomst ontbreekt en de vordering is gebaseerd op een mondelinge overeenkomst had het op de weg van Multi-ICT gelegen feiten en omstandigheden aan te voeren waaruit de gevolgtrekking kan worden gemaakt dat zij de door haar bedoelde mondelinge overeenkomst heeft gesloten met Eventbrite.

Multi-ICT heeft dit in onvoldoende mate gedaan. Uit de hiervoor onder 2.2 weergegeven e-mail [A] van 23 juni 2014 aan [B] en de reactie daarop van [B] bij e-mail van 30 juni 2014, hiervoor weergegeven onder 2.3, kan niet het bestaan en de inhoud van de door Multi-ICT gestelde glasvezelovereenkomst worden afgeleid. Met betrekking tot de hiervoor onder 2.10 weergegeven e-mail van [X] van 23 juli 2015 heeft te gelden dat deze een eenzijdige vastlegging van de gestelde afspraken behelst die bijna een jaar na de gestelde ingangsdatum van de beweerdelijke glasvezelovereenkomst is verzonden zonder dat de toegezegde bijlagen (de SLA, het projectvoorstel en de offerte met bevestigingsmail) bij de e-mail waren gevoegd. Ook uit deze e-mail kan het bestaan en de inhoud van de gestelde glasvezelovereenkomst niet worden afgeleid. Dit geldt ook voor de hiervoor onder 2.8 weergegeven e-mailcorrespondentie. Nog daargelaten de vraag of het technisch mogelijk is dat de door partijen overgelegde e-mail berichten op exact hetzelfde tijdstip door dezelfde personen zijn verstuurd, maar met een volstrekt andere inhoud, is deze e-mailcorrespondentie te vaag en onvolledig om daaruit het bestaan en de inhoud van de door Multi-ICT gestelde glasvezelovereenkomst te kunnen destilleren.

3.6

De stelling van Multi-ICT dat zij uitvoering heeft gegeven aan de overeenkomst, leidt niet tot een ander oordeel. Multi-ICT heeft drie facturen van Unet aan Multi-ICT overgelegd waarvan een ongedateerd is en twee respectievelijk 15 augustus 2017 en 15 oktober 2017 als datum vermelden. Op de (grotendeels afgeplakte) facturen is te zien dat Multi-ICT is gefactureerd voor ‘Totaal glasvezel verbinding’ voor Ticketscript Amsterdam en Antwerpen, maar hieruit kan het bestaan en de inhoud van de gestelde glasvezelovereenkomst tussen Multi-ICT en Ticketscript niet worden afgeleid. Uit de door Multi-ICT overgelegde kopiefacturen van haar aan Ticketscript BV (kennelijk voor Amsterdam) respectievelijk Ticketscript BVBA (kennelijk voor Antwerpen) blijkt dat deze weliswaar telkens betrekking hebben op de periode februari 2015 t/m oktober 2016 en dat als omschrijving daarop is vermeld ‘maandelijkse kosten glasvezel’, maar daaruit volgt niet dat Eventbrite ook na oktober 2016 gehouden was tot betaling op grond van een glasvezelovereenkomst die tussen partijen zou zijn gesloten. Daarbij komt dat de omstandigheid dat Multi-ICT voor de periode na oktober 2016 niet meer heeft gefactureerd aan Eventbrite strookt met het standpunt van Eventbrite dat zij, na de opzegging van de SLA op 1 april 2016, gedurende een overgangsperiode van een aantal maanden Multi-ICT heeft betaald voor uitfaseringsdiensten, waaronder de glasvezelverbinding. Voor zover Multi-ICT heeft gesteld dat de door haar gestelde glasvezelovereenkomst is blijven doorlopen na de opzegging van de SLA, is voor die stelling noch in de SLA noch in de e-mailcorrespondentie tussen partijen enig aanknopingspunt te vinden. Ten slotte kan het bestaan van de door Multi-ICT gestelde glasvezelovereenkomst ook niet worden afgeleid uit de verklaring van [B] , hiervoor weergegeven onder 2.16, omdat uit die verklaring niet volgt hoe de afspraken destijds zijn gemaakt en dat deze onder meer inhouden dat na ommekomst van de looptijd stilzwijgende verlenging plaatsvindt. Bij deze stand van zaken wordt het aanbod van Multi-ICT om [B] als getuige te horen “over het bestaan en de reikwijdte van de afspraken over de glasvezelverbinding” als onvoldoende concreet van de hand gewezen, evenals het algemene en niet gespecificeerde bewijsaanbod van Multi-ICT.

Gelet op het voorgaande wordt aan de stelling van Eventbrite dat [B] niet vertegenwoordigingsbevoegd was niet toegekomen.

3.7

De grieven die gericht zijn tegen de beslissing van de kantonrechter in reconventie lenen zich eveneens voor gezamenlijke behandeling. Multi-ICT stelt dat zij nooit heeft weersproken dat het Cisco-product een server is, maar dat zij wel heeft weersproken dat zij de server onder zich heeft gehad. Multi-ICT heeft daartoe (terecht) verwezen naar haar pleitaantekeningen ten behoeve van de comparitie van partijen. Multi-ICT heeft de server aan Eventbrite geleverd en daarna is de server nooit meer in haar bezit geweest, aldus Multi-ICT.

3.8

Tussen partijen niet in geschil is dat de server in eigendom toebehoort aan Eventbrite. Eventbrite vordert als eigenares afgifte van de server. Tegenover de betwisting van Multi-ICT dat zijn de server onder zich heeft, is het ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv aan Eventbrite te stellen en zo nodig te bewijzen dat Multi-ICT de server onder zich heeft. Naar het oordeel van het hof heeft Eventbrite onvoldoende onderbouwd en toegelicht dat dit het geval is. Eventbrite heeft slechts gesteld dat de hard- en software (waaronder de server) door Multicom is ingekocht via Multi-ICT, waarna deze door Multicom via Multi-ICT werd beheerd. Zij heeft verwezen naar artikel 2 van de SLA, waarin ‘Verplichtingen ten aanzien van de Dienstverlening’ zijn opgenomen. Hieruit volgt evenwel niet dat de server ten behoeve van beheer op enig moment in het bezit van Multi-ICT is geweest, laat staan dat dat thans nog het geval is. Dit leidt ertoe dat de grieven slagen. De vordering van Eventbrite tot afgifte van de server zal alsnog worden afgewezen. Het bewijsaanbod van Eventbrite wordt als te algemeen en te vaag van de hand gewezen.

3.9

De slotsom is dat de grieven voor zover zij gericht zijn tegen de beslissingen in reconventie slagen en voor het overige falen. De bestreden vonnissen in reconventie zullen worden vernietigd, de vordering tot afgifte van de server dan wel tot betaling van voornoemd bedrag zal alsnog worden afgewezen en Eventbrite zal worden veroordeeld in de proceskosten in reconventie. De bestreden vonnissen in conventie zullen worden bekrachtigd. Uit het voorgaande volgt dat Multi-ICT en Eventbrite in appel over en weer op verschillende punten in het ongelijk zijn gesteld. Het hof ziet daarin aanleiding de proceskosten in appel te compenseren.

4 Beslissing

Het hof:

bekrachtigt de bestreden vonnissen in conventie;

vernietigt de bestreden vonnissen in reconventie en opnieuw rechtdoende:

wijst de vordering van Eventbrite af en veroordeelt Eventbrite tot terugbetaling aan Multi-ICT van al hetgeen deze haar ingevolge het bestreden eindvonnis (in reconventie) heeft betaald;

veroordeelt Eventbrite in de kosten van het geding in eerste aanleg in reconventie, aan de zijde van Multi-ICT gemaakt en begroot op € 525,-;

verklaart dit arrest ten aanzien van deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de kosten van het hoger beroep aldus dat partijen de eigen proceskosten dragen.

Dit arrest is gewezen door mrs. I.A. Haanappel-van der Burg, R.J.M. Smit en M.L.D. Akkaya en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2020.