Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:1209

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-04-2020
Datum publicatie
11-05-2020
Zaaknummer
200.257.008/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aansprakelijkheid assurantietussenpersoon. Verzekeringsrecht. De relatie van de assurantietussenpersoon neemt een werknemer in dienst, waarna de verzekeringen niet worden aangepast op het risico van werkgeversaansprakelijkheid. Geen schending zorgplicht. De assurantietussenpersoon was van de wijzigingen in de bedrijfsuitoefening niet op de hoogte en mocht afgaan op de afspraak dat zij geïnformeerd zou worden als de relatie een werknemer in dienst zou nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2020, afl. 4, p. 179
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer: 200.257.008/01

zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland: C/15/267019 / HA ZA 17-825

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 28 april 2020

inzake

VALET HOLLAND B.V.,

gevestigd te Zandvoort,

appellante,

advocaat: mr. M. Zwennes te Amsterdam,

tegen:

NEPTUNES JURIDISCHE & FINANCIËLE ADVISEURS B.V.,

gevestigd te Amsterdam, kantoorhoudende te Zaandam,

geïntimeerde,

advocaat: mr. F. van Kersbergen te Den Haag.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna Valet en Neptunes genoemd.

Valet is bij dagvaarding van 19 december 2018 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, van 26 september 2018, onder het hierboven genoemde zaak-/rolnummer gewezen tussen haar als eiseres en Neptunes als gedaagde.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven;

- memorie van antwoord.

Ten slotte is arrest gevraagd.

Valet heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog haar vorderingen zal toewijzen, met beslissing over de proceskosten.

Neptunes heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met veroordeling van Valet – uitvoerbaar bij voorraad – in de proceskosten, te vermeerderen met nakosten en wettelijke rente.

Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.

2 Feiten

De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.16 feiten opgesomd die tussen partijen vaststaan. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil, zodat het hof daarvan als vaststaand zal uitgaan. Het gaat in deze zaak om het volgende.

2.1.

Valet biedt parkeerdiensten aan voor reizigers van en naar de luchthaven Schiphol. [X] is de directeur/aandeelhouder van Valet.

2.2.

Neptunus is een juridisch en financieel adviesbureau en is assurantiemiddelaar.

2.3.

Op 21 januari 2011 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen [X] in zijn hoedanigheid van directeur van de eenmanszaak Airport Good Parking en [Y] , directeur van Neptunus. In het daarvan door [Y] opgemaakte gespreksverslag is voor zover hier van belang het volgende te lezen:

“Werknemersregeling: n.v.t.

(…)

Bedrijfsactiviteiten:

Parking schiphol

(…)

Notities:

* Avb (hof: Aansprakelijkheidsverzekering voor Bedrijven) besproken, werkgeversaansprakelijkheid

(…)

Informatie over aansprakelijkheid:

(…)

Op welk gebied worden bijzondere aansprakelijkheidsrisico’s gelopen?

Parkeert auto’s van klanten, besproken

(…)

Risicobereidheid van client:

Aansprakelijkheid besproken

Relatie komt hierop terug

(…)

Notities:

Alleen autoverzekering, later avb

Komt erop terug”

2.4.

Tijdens het gesprek op 21 januari 2011 had [X] geen personeel in dienst. Eind 2012 heeft [X] [A] als enig personeelslid in dienst genomen als administratief medewerker.

2.5.

In een e-mail van 2 januari 2013 heeft [A] namens Airport Good Parking aan Neptunus het volgende geschreven:

“Ook zou ik graag, als dit mogelijk/noodzakelijk is, een soort van aansprakelijkheidsverzekering willen afsluiten voor het bedrijf. Op dit moment is Goodparking niet WA verzekerd voor schadegevallen waarvan te bewijzen is dat de schade is ontstaan bij of door Goodparking. Ik vraag mij dus af of hier geen enkele verzekering voor af te sluiten is? (…)”

2.6.

Naar aanleiding van deze e-mail heeft Neptunus een offerte aangevraagd bij Voogd & Voogd Verzekeringen. Op 23 januari 2013 heeft Voogt & Voogd in een e‑mail aan Neptunus het volgende gestuurd:

“Bijgaand ontvang je nogmaals de rechtsbijstand offerte, alsmede een offerte voor de AVB. Wat betreft de AVB is schade veroorzaakt aan de auto’s meeverzekerd. Opzicht is echter uitgesloten. Ook schade veroorzaakt door andere motorrijtuigen blijft hierop uitgesloten. (…)”

2.7.

Op 5 februari 2013 is de e-mail van Voogd & Voogd door Neptunus doorgestuurd aan [X] . In de offerte van Voogd & Voogd ten behoeve van Airport Good Parking staat voor zover van belang het volgende:

Verzekerde risico’s

Aansprakelijkheidsverzekering voor Bedrijven:
Verzekerd bedrag per aanspraak : € 1.250.000

(…)”

2.8.

Op 19 april 2013 heeft [A] op deze e-mail het volgende geantwoord:

“Wat ik uit onderstaande opmaak is dat als ik de AVB wel afsluit ik dus WEL gedekt ben, indien ik een schade veroorzaak???

En zal de schade dus kunnen worden vergoed vanuit deze verzekering??”

2.9.

De reactie van Neptunus staat onder de e-mail weergegeven:

“Wat betreft de AVB is schade veroorzaakt aan de auto’s meeverzekerd. Opzicht is echter uitgesloten. Ook schade veroorzaakt door andere motorrijtuigen blijft hierop uitgesloten.”

2.10.

Op 16 juli 2013 heeft [X] Valet opgericht en zijn eenmanszaak daarin voortgezet.

2.11.

Op 2 oktober 2013 heeft opnieuw een bespreking plaatsgevonden tussen [Y] en [X] waarbij laatstgenoemde optrad als directeur van Valet. In het gespreksverslag dat door Neptunes is opgesteld, is voor zover van belang het volgende te lezen:

“Aantal personeelsleden (…): 1 administratief

(…)

Bedrijfsactiviteiten:

Parkingservice te schiphol

(…)

Notities:

Schade auto’s aan klanten

1) administratieve kracht, verzuim besproken

2) Weer avb besproken met uitsluitingen

3) [X] overweegt personeel aan te nemen voor parkeren van auto’s, gewezen op werkgeversaansprakelijkheid, [X] houdt me op de hoogte.

(…)

Aansprakelijkheid:

Algemene aansprakelijkheidsverzekering *

(…)

*Aansprakelijkheid rijdend personeel in de toekomst (…)”

2.12.

Naar aanleiding van deze bespreking heeft Valet een autoverzekering en een verzuimverzekering afgesloten. Bij het afsluiten van de verzuimverzekering heeft Valet opgegeven dat één personeelslid in dienst was. Valet heeft nadien nimmer kenbaar gemaakt dat zij meer personeel in dienst had.

2.13.

Op 27 juni 2014 heeft Neptunus opnieuw bij Voogd & Voogd een offerte aangevraagd voor een AVB-verzekering ten behoeve van Valet. Naar aanleiding van dit verzoek heeft Voogd & Voogd in een e-mail van 1 juli 2014 het volgende aan Neptunus geschreven:

“Op basis van onderstaande mail heb ik onvoldoende informatie om een offerte af te kunnen geven.


Volgens KvK zijn de activiteiten uitgebreider dan alleen parkeerservice.

(…)

Indien je toch een offerte AVB wenst ontvang ik graag bijgaand aanvraagformulier ingevuld retour met een duidelijke omschrijving van de te verzekeren (feitelijke) hoedanigheid.”

2.14.

In een telefoonnotitie van 15 september 2014 van Neptunus staat het volgende:

“ [X] geïnformeerd over werkgeversaansprakelijkheid en [B] .

Hij gaat zich beraden.”

2.15.

In maart 2015 heeft de verzuimverzekeraar van Valet bericht dat de verzekering wordt beëindigd omdat Valet geen personeel meer in dienst heeft.

2.16.

Op 16 oktober 2015 heeft zich een ernstig auto-ongeluk voorgedaan waarbij [C] , op zijn eerste werkdag, in een auto van klant van Valet reed en daarbij ernstig gewond is geraakt. [C] heeft Valet aansprakelijk gesteld voor zijn geleden en nog te lijden schade.

2.17.

Valet is niet verzekerd voor de schade die werknemers lijden bij de uitoefening van hun werkzaamheden voor Valet.

3 Beoordeling

3.1.

Valet stelt zich in deze procedure op het standpunt dat Neptunes zich bij de uitvoering van haar opdracht niet heeft gedragen zoals een redelijk handelend en redelijk bekwaam vakgenoot behoort te doen, met name omdat geen verzekering tot stand is gebracht die het risico dekt van het ontstaan van schade door een werknemer in het verkeer. De vorderingen van Valet strekken ertoe dat voor recht wordt verklaard dat Neptunes ten opzichte van Valet aansprakelijk is voor de als gevolg daarvan door haar geleden schade, nader op te maken bij staat.

3.2.

De rechtbank heeft de vorderingen van Valet afgewezen en haar veroordeeld in de kosten van het geding in eerste aanleg. Tegen deze beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komt Valet met haar grieven op.

3.3.

Neptunes heeft als assurantiebemiddelaar werkzaamheden uitgevoerd voor Valet. Het gaat in deze procedure om de vraag of Neptunes heeft gehandeld zoals in de gegeven omstandigheden van een redelijk bekwaam en redelijk handelend assurantietussenpersoon mocht worden verwacht. Wat in een concreet geval mag worden verwacht, zal afhangen van de aard en de inhoud van de verleende opdracht, de daarbij betrokken belangen en de omstandigheden van het geval.

3.4.

De gestelde aansprakelijkheid van Neptunes heeft betrekking op het ontbreken van verzekeringsdekking voor schade die in het verkeer ontstaat als gevolg van gedragingen van werknemers van Valet. Tussen partijen is niet in geschil dat Valet dat risico niet heeft verzekerd. Er is geen door Valet afgesloten verzekering waarop [C] in dit geval aanspraak kan maken voor vergoeding van zijn schade. Evenmin heeft Valet een verzekering waarop zij dekking kan claimen voor haar eventuele aansprakelijkheid ten opzichte van [C] . De vraag is vervolgens of Valet Neptunes kan verwijten dat geen verzekering is afgesloten in verband met het risico zoals zich dat heeft verwezenlijkt.

3.5.

Anders dan Valet stelt, hoeft Neptunes in deze procedure niet duidelijk te maken hoe zij heeft voldaan aan haar zorgplicht, welke risico’s zij met Valet heeft besproken en wat zij heeft geadviseerd. Zij hoefde dit alles ook niet schriftelijk vast te leggen. De vorderingen van Valet zijn gebaseerd op de stelling dat Neptunes haar zorgplicht heeft geschonden. Op grond van de hoofdregel van bewijslastverdeling (artikel 150 Rv) geldt dat in beginsel op Valet de bewijslast rust van de feitelijke grondslag van die gestelde tekortkoming, als deze gemotiveerd is betwist. De omstandigheid dat Neptunes zich heeft verweerd tegen de vorderingen met het betoog dat zij wel degelijk aan haar zorgplicht tegenover Valet heeft voldaan, brengt niet mee dat Neptunes de feiten moet bewijzen die zij aan dit verweer ten grondslag heeft gelegd (vergelijk: HR 15 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ1083).

3.6.

Niet in geschil is dat Neptunes tijdens de in 2.3 en 2.11 genoemde gesprekken de bedrijfsactiviteiten van Valet heeft geïnventariseerd en in dat kader heeft gevraagd of er chauffeurs in dienst waren. Valet (althans haar rechtsvoorganger) bleek geen werknemers in dienst te hebben die in de auto’s van klanten reden. [X] deed al deze werkzaamheden zelf. Een risico zoals zich dat op 16 oktober 2015 heeft gerealiseerd, bestond daarmee niet op het moment dat deze gesprekken plaatsvonden. Omdat dit risico toen niet aan de bedrijfsuitoefening van Valet was verbonden, was een advies van Neptunes daarover en/of een in verband daarmee af te sluiten verzekering niet aan de orde.

3.7.

De bedrijfsvoering van Valet is gewijzigd op het moment dat [C] door Valet in dienst werd genomen om in auto’s van klanten te gaan rijden. Valet is daardoor als werkgever aansprakelijkheidsrisico’s gaan lopen. Tot de taak van een assurantietussenpersoon behoort dat hij de verzekeringnemer tijdig opmerkzaam maakt op de gevolgen die hem bekend geworden feiten voor de dekking van de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen kunnen hebben. Die situatie deed zich niet voor. Vast staat dat Valet Neptunes niet heeft geïnformeerd over het in dienst nemen van [C] . Neptunes was van de doorgevoerde wijziging in de bedrijfsuitoefening van Valet dus niet op de hoogte, kon naar aanleiding daarvan Valet niet waarschuwen voor de gevolgen daarvan en Neptunes kan in zoverre ook niet worden verweten dat zij in verband daarmee geen aanvullende dekking heeft geadviseerd of tot stand gebracht.

3.8.

Uit de eigen stellingen van Neptunes en de door haar in het geding gebrachte verslagen volgt dat in de in 2.3 en 2.11 genoemde gesprekken aan de orde is gekomen dat [X] overwoog personeel aan te nemen voor het parkeren van auto’s. Volgens Neptunes heeft zij Valet in verband daarmee gewezen op het risico van werkgeversaansprakelijkheid. Door Valet is niet gesteld dat zij in verband met haar voornemen om een werknemer in dienst te nemen voor het parkeren van auto’s Neptunes de opdracht heeft gegeven haar te adviseren over de daaraan verbonden risico’s en een daarop afgestemde verzekeringsdekking. Dit strookt met het standpunt van Neptunes, die stelt dat als Valet rijdend personeel zou overwegen aan te nemen, afgesproken is dat Neptunes daarvan op de hoogte zou worden gesteld. Neptunes verwijst naar de hiervoor genoemde verslagen van de besprekingen en naar de telefoonnotitie van 15 september 2014 (zie 2.14). De rechtbank heeft in dit verband vastgesteld (rov. 4.6) dat Neptunes onbetwist heeft gesteld dat zij bij herhaling bij Valet heeft geïnformeerd of er inmiddels personeel in dienst was en zij tevens onbetwist heeft gesteld dat Valet haar op de hoogte zou stellen indien er personeel zou worden aangenomen. In hoger beroep worden deze overwegingen niet bestreden, zodat van de juistheid daarvan dient te worden uitgegaan. Dit brengt het hof, met de rechtbank, tot het oordeel dat Neptunes in de gegeven omstandigheden niet was gehouden uit eigen beweging een advies uit te brengen over de risico’s die zouden kunnen ontstaan in het geval Valet in de toekomst rijdend personeel in dienst zou nemen. Evenmin hoefde Neptunes in verband daarmee te adviseren over het eventueel afsluiten van verzekeringen. Neptunes mocht ervan uitgaan dat Valet zich bij haar zou melden als zij een werknemer in dienst wilde nemen voor het rijden van auto’s van klanten en dat zij pas op dat moment tot advisering hoefde over te gaan. Dit alles brengt het hof tot de conclusie dat de stelling van Valet dat Neptunes zich niet heeft gedragen zoals van een redelijk handelend en redelijk bekwaam assurantiebemiddelaar en adviseur mocht worden verwacht, moet worden verworpen.

3.9.

Met het voorgaande falen de grieven 1 tot en met 4 en 6. Grief 5, over het causaal verband, bouwt op de daaraan voorafgaande grieven voort en behoeft niet te worden besproken.

3.10.

Bij gebreke van voldoende concrete stellingen die, indien bewezen tot toewijzing van de vorderingen van Valet zouden kunnen leiden, worden de bewijsaanbiedingen als niet ter zake dienend gepasseerd.

3.11.

Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd. Valet zal als de in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van het geding in hoger beroep.

4 Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt Valet in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Neptunes begroot op € 741 aan verschotten en € 1.074 voor salaris advocaat en op € 157 voor nasalaris, te vermeerderen met € 82 voor nasalaris en met de kosten van het betekeningsexploot, ingeval niet binnen veertien dagen is voldaan aan de bij dit arrest uitgesproken veroordeling en betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten, indien niet binnen veertien dagen na de datum van dit arrest dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de proceskostenveroordeling is voldaan;

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.F. Aalders, J.W. Hoekzema en A.L.M. Keirse en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 28 april 2020.