Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:1207

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
07-04-2020
Datum publicatie
11-05-2020
Zaaknummer
200.269.245/01
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; Uitkoop; toewijzing vordering na aanvullende notariële verklaring; 2:359c BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2020-0197
ARO 2020/104
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

arrest

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.269.245/01 OK

arrest van de Ondernemingskamer van 7 april 2020

inzake

de vennootschap naar Frans recht

CASEIS BANK S.A.,

gevestigd te Parijs, Frankrijk,

EISERES,

advocaten: mr. D.J.F.F.M. Duynstee en mr. C.C.M. de Smet, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

1. de stichting

STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR AANDELEN KAS BANK,

gevestigd te Amsterdam,

GEDAAGDE,

advocaat: mr. A.F.J.A. Leijten, kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

2. de vereniging

VERENIGING VAN EFFECTENBEZITTERS,

gevestigd te ‘s-Gravenhage,

3. [A],

woonachtig te [....] ,

4. de naamloze vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KAS BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

GEDAAGDEN,

niet verschenen.

1 Het verloop van het geding

1.1

In het vervolg zal eiseres opnieuw worden aangeduid met Caceis, gedaagde sub 1 met STAK en gedaagde sub 4 met Kas Bank. De Ondernemingskamer hanteert in dit arrest dezelfde definities als in het tussenarrest van 11 februari 2020 (hierna: het tussenarrest).

1.2

Voor het eerdere verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar het tussenarrest. In het tussenarrest (rov. 3.7) heeft de Ondernemingskamer, kort samengevat, Caceis in de gelegenheid gesteld bij akte een (notariële) verklaring over te leggen waaruit blijkt dat zij op 11 november 2019 heeft voldaan aan het 95%-vereiste en waaruit het aandeelhouderbestand op 11 november 2019 blijkt.

1.3

Caceis heeft op 25 februari 2020 bij akte een aanvullende notariële verklaring met bijlagen in het geding gebracht. Vervolgens is wederom arrest gevraagd.

2 De gronden van de beslissing

2.1

Caceis heeft ter staving van haar stelling dat zij op de datum van uitbrengen van de dagvaarding, zijnde 11 november 2019, voor eigen rekening ten minste 95% van de geplaatste Gewone Aandelen in het kapitaal van Kas Bank verschafte en ten minste 95% van de stemrechten in Kas Bank vertegenwoordigde, een aanvullende verklaring van mr. M.J.C. Arends, notaris te Amsterdam, van 19 februari 2020 overgelegd. De notaris heeft in zijn verklaring op basis van de door hem onderzochte documenten, en in aanvulling op zijn verklaring van 8 november 2019, onder meer verklaard dat op 11 november 2019:

i. Caceis (14.397.507/(15.699.017-916.363) x 100%=) 97,39% van de bij derden uitstaande Gewone Aandelen en dus 97,39% van het geplaatste (en bij derden uitstaande) kapitaal van Kas Bank hield;

ii. Caceis 97,39% van de stemrechten in de algemene vergadering van Kas Bank vertegenwoordigde (14.397.507/(15.699.017-916.363) x 100%). Hierbij is in aanmerking genomen dat op de door Kas Bank in haar eigen kapitaal gehouden Eigen Aandelen geen stem kan worden uitgebracht in de algemene vergadering van Kas Bank.

2.2

Voorts heeft Caceis als bijlage bij vorenbedoelde aanvullende notariële verklaring een kopie van het aandeelhoudersregister van Kas Bank per 11 november 2019 overgelegd op basis waarvan de Ondernemingskamer vaststelt dat Caceis de andere aandeelhouders deugdelijk heeft gedagvaard.

2.3

Gelet op het hetgeen hiervoor in 2.1 en 2.2 is overwogen, mede in onderling verband bezien met hetgeen in het tussenarrest is overwogen, zal de Ondernemingskamer de vordering toewijzen als in het dictum hierna vermeld. Nu STAK zich aan het oordeel van de Ondernemingskamer heeft gerefereerd en de overige gedaagden geen verweer hebben gevoerd, ziet de Ondernemingskamer geen grond voor een kostenveroordeling.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

veroordeelt gedaagden het onbezwaarde recht op de door ieder van hen gehouden gewone aandelen in het geplaatste aandelenkapitaal van de naamloze vennootschap Kas Bank N.V. aan Caseis Bank S.A. over te dragen;

stelt de prijs van de over te dragen aandelen vast per 27 september 2019, en wel op € 12,75 per gewoon aandeel;

bepaalt dat die prijs, voor zolang en voor zover deze niet is betaald, wordt verhoogd met de wettelijke rente van 27 september 2019 tot de dag van overdracht of de dag van consignatie van de prijs met rente overeenkomstig artikel 2:359c BW;

bepaalt dat uitkeringen, in laatst bedoelde tijdvak op de gewone aandelen betaalbaar gesteld, tot gedeeltelijke betaling van de prijs op de dag van betaalbaarstelling strekken;

veroordeelt Caseis Bank S.A. de vastgestelde prijs, met rente zoals vermeld, te betalen aan degenen aan wie de gewone aandelen toebehoren of zullen toebehoren tegen levering van het onbezwaarde recht op de gewone aandelen;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, prof. dr. mr. F. van der Wel RA en prof. drs. E. Eeftink RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. S.C. Prins, griffier, en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 7 april 2020.