Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:1135

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
09-04-2020
Datum publicatie
23-04-2020
Zaaknummer
23/000305-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Voorlopige hechtenis; afwijziging schorsingsverzoek, ziekenhuis opname moeder onvoldoende voor een schorsing, Dat de detentie meer belastend is geworden, is niet onaannemelijk maar levert thans geen grond op voor een schorsing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING op het verzoek strekkende tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,

adres: [adres],

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Zaanstad te Westzaan.

De rechtsgang

Gezien het verzoek tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte van 3 april 2020;

Gezien de stukken die betrekking hebben op de voorlopige hechtenis van de verdachte en het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 22 januari 2020;

Gehoord in raadkamer op 9 april 2020 de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. J.T. Brassé namens mr. J.S.W. Boorsma.

De verdachte en zijn raadsvrouw zijn middels een videoverbinding in raadkamer gehoord.

Gezien het bepaalde in artikel 80 van het Wetboek van Strafvordering.

De beoordeling

Gelet op de ernst en aard van de verdenking is het hof van oordeel dat, anders dan de raadsvrouw heeft aangevoerd, er nog steeds sprake is van een geschokte rechtsorde, in die zin dat aannemelijk is dat de vrijlating van de verdachte thans een zodanig publiek onbehagen teweeg zal brengen dat dit zou leiden tot maatschappelijke onrust.

Met betrekking tot het door de verdachte gedane verzoek tot schorsing overweegt het hof dat er sprake is van ernstige bezwaren ter zake van een zeer ernstig feit en een geschokte rechtsorde. Onder die omstandigheden kan van een schorsing alleen sprake zijn als zich zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden voordoen. Daarvan is niet gebleken. Dat de moeder van de verdachte in het ziekenhuis ligt wegens corona is niet een zodanige omstandigheid.

Dat de detentie voor de verdachte onder de huidige omstandigheden meer belastend is geworden, is niet onaannemelijk maar levert thans geen grond op om tot schorsing van de voorlopige hechtenis over te gaan.

Het hof zal het verzoek van de verdachte afwijzen.

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

Deze beschikking is gegeven op 9 april 2020 in raadkamer van dit hof door

mr. M.F.J.M. de Werd voorzitter,

mrs. M.J.A. Duker en M. Senden, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S. Grote Ganseij, als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt deze beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam 9 april,

de advocaat-generaal