Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:1124

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
07-04-2020
Datum publicatie
21-04-2020
Zaaknummer
200.259.825/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bouwrecht. Werkzaamheden aan een pand. Rechtsgeldige ontbinding van de overeenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer: 200.259.825/01

zaaknummer rechtbank Noord-Holland: 7226159 CV EXPL 18-4535

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 7 april 2020

inzake

[X] ,

wonend te [woonplaats] ,

appellant,

advocaat: mr. S. van Steenwijk te Utrecht,

tegen

de vereniging VERENIGING VAN EIGENAARS VAN HET GEBOUW [adres],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

niet verschenen.

Partijen worden hierna [X] en de VvE genoemd.

1 Het geding in hoger beroep

[X] is bij dagvaarding van 10 mei 2019 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Zaanstad, (hierna: de kantonrechter) van 14 februari 2019, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen de VvE als eiseres en [X] als gedaagde. Tegen de VvE is verstek verleend. [X] heeft een memorie van grieven met producties ingediend. Ten slotte is arrest bepaald.

[X] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen, alsnog de vordering van de VvE zal afwijzen en de VvE zal veroordelen tot terugbetaling van al hetgeen [X] ter uitvoering van het bestreden vonnis aan de VvE heeft voldaan, met veroordeling van de VvE in de kosten van het geding in beide instanties.

[X] heeft in hoger beroep bewijs van zijn stellingen aangeboden.

2 De feiten

De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis onder het kopje ‘2. De feiten’ de feiten vastgesteld die hij tot uitgangspunt heeft genomen. Voor zover in hoger beroep niet in geschil zal ook het hof van deze feiten uitgaan. Zij zullen waar nodig worden aangevuld. Het hof verwijst naar hetgeen hierna onder 3.2 is opgenomen.

3 De beoordeling

3.1

Waar gaat de zaak over?

[X] heeft in opdracht van de VvE werkzaamheden verricht aan het pand [adres] (hierna: het pand). [X] heeft deze werkzaamheden niet afgemaakt. Volgens de VvE is hij daartoe meer malen tevergeefs uitgenodigd. Daarnaast zijn de werkzaamheden die [X] wel heeft verricht volgens de VvE van zodanig slechte kwaliteit dat deze voor de VvE geen waarde hebben. De VvE heeft daarom de overeenkomst met [X] per brief ontbonden. In deze procedure heeft de VvE gevorderd (i) een verklaring voor recht dat deze ontbinding rechtsgeldig is en (ii) terugbetaling van het door de VvE aan [X] betaalde bedrag van € 16.296,38, met rente en kosten. De kantonrechter heeft deze vordering toegewezen. Tegen deze beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komt [X] in hoger beroep op. Uit onderstaande feiten en overwegingen volgt dat dit hoger beroep niet slaagt.

3.2

De feiten waarvan het hof uitgaat.

a. Het dak van het pand vertoonde in 2015 lekkage. De VvE heeft in dit verband [X] benaderd, die een eenmanszaak onder de naam Allround Klusbedrijf dreef. Dit contact heeft geresulteerd in een offerte van 10 september 2015 van [X] voor werkzaamheden aan het dak, aan een terras op een uitbouw van het pand en aan een gevel van het pand voor een totaalbedrag van € 20.608,72 inclusief btw. De VvE heeft vervolgens opdracht gegeven tot onder meer vervanging van de dakbedekking van het platte dak van het pand, vervanging van de dakbedekking op de uitbouw en herstel van de plaatselijke verzakking in de topgevel aan de achterzijde van het pand inclusief vervanging van het raam van de vliering in de achtergevel van het pand en plaatsing van zinken afdekkers.

b. [X] is in het voorjaar van 2016 gestart met dakwerkzaamheden. In het najaar van 2016 is [X] met de werkzaamheden aan het dak opgehouden Deze werkzaamheden zijn in het najaar van 2016 stilgevallen. Zij waren toen nog niet afgerond.

c. In december 2016 en januari 2017 heeft de VvE bij monde van [A] (hierna: [A] ) via WhatsApp contact met [X] gezocht, waarbij erop aangestuurd werd dat hij de werkzaamheden zou afronden. Uiteindelijk kwam eind februari 2017 contact tot stand tussen de VvE en [X] . Afgesproken werd dat [X] op donderdag 2 maart 2017 en het daarop volgende weekend zou langskomen. [X] heeft dit echter niet gedaan, hij heeft althans de werkzaamheden die dienden om verdere lekkages te voorkomen toen niet afgemaakt.

d. Op 6 juni 2017 heeft [A] namens de VvE per e-mailbericht aan [X] erop gewezen dat de werkzaamheden nog steeds niet af waren, bericht dat de verrichte werkzaamheden door een ingeschakelde onafhankelijke bouwinspecteur als ondeugdelijk waren bestempeld en te kennen gegeven dat spoedig overleg noodzakelijk was om tot een oplossing te komen. [X] heeft op dezelfde dag nog per e-mail laten weten dat hij al bijna twee weken met koorts op bed lag

e. Partijen hebben op 11 juni 2017 afgesproken dat [X] in het weekend van 17 en 18 juni 2017 de werkzaamheden zou hervatten. [X] is toen niet komen opdagen.

f. [X] heeft de werkzaamheden nog wel enige malen kortstondig opgepakt in de eerste helft van 2017, maar is niet tot een afronding daarvan gekomen.

g. In een uitgebreid e-mailbericht van 26 juni 2017 is van de zijde van de VvE verslag gedaan van het tussen partijen besprokene. [X] is andermaal aangeboden de werkzaamheden te voltooien. Hem is meegedeeld dat de VvE zich vrij zou achten juridische maatregelen te nemen, wanneer [X] niet tot communicatie, het maken van afspraken en het afmaken van de werkzaamheden zou overgaan. Vervolgens is nog contact tussen partijen geweest, maar [X] is niet meer langs gekomen. Wel heeft de VvE nog een factuur van hem ontvangen.

h. In de zomer van 2017 heeft de VvE twee deskundigen ingeschakeld om onderzoek te doen naar de werkzaamheden van [X] . AdviPlan Bouwadvisering (hierna: AdviPlan) heeft op 21 september 2017 een rapport uitgebracht. Adviplan heeft zich in dit rapport uitgelaten over de werkzaamheden verricht aan:

1. platte daken hoofdgebouw;

2. muurafdekking topgevel achterzijde;

3. lateien boven gevelopeningen in achtergevel;

4. raam vliering achtergevel, en

5. dakterras op aanbouw.

AdviPlan is daarbij na opsomming van aan deze onderdelen geconstateerde gebreken tot de volgende conclusie gekomen:

“Bovenstaande observaties billijken de conclusie dat hier een onvakkundig aannemer (amateur) aan het werk is geweest die het werk in grote haast heeft afgeraffeld waarbij genoemde onderdelen niet zijn uitgevoerd conform de gangbare bouwtechnieken en detailleringen. De genoemde punten zullen op korte termijn moeten worden hersteld om problemen in de toekomst te voorkomen.”

i. Daarnaast heeft Carlisle CM Europe (hierna: Carlisle) op 6 december 2017 een rapport uitgebracht. Carlisle heeft de kwaliteit van de werkzaamheden van [X] aan het dak geïnspecteerd. Zij heeft daarover gerapporteerd:

De dakbedekking is niet aangebracht conform de verwerkingsvoorschriften. Overlapverbindingen zijn niet thermisch gelast en de hoeken zijn niet voorzien van de benodigde vormstukken. Bij de randafwerking is ook niet de juiste hechtprimer toegepast. De overlapverbindingen zijn gemaakt door de zelfklevende zijde van de dakbaan op de onderliggende dakbaan te verkleven. Er is niet zichtbaar gebruikgemaakt van een hetelucht handföhn om de overlapverbindingen waterdicht te verbinden. Een correcte overlapverbinding heeft als visuele controle een tussen de 2 en 4 mm. Uitgestroomde bitumen rups. Door de producten koud op elkaar te verkleven ontstaat geen waterdichte verbinding. Om details waterdicht af te dichten dient gebruik gemaakt te worden van vormstukken zoals omschreven in de verwerkingsrichtlijnen. Ook de details zijn niet thermisch gelast. En zijn gemakkelijk van elkaar los te trekken, en dus niet waterdicht. Op diverse plaatsen zijn directe inwateringspunten geconstateerd. Het is wonderbaarlijk dat de lekkages tot nog toe zo beperkt zijn gebleven. Het simpelweg uitrollen van de dakbanen is niet voldoende om een duurzaam en waterdicht dak te maken. Kortom de dakafwerking is niet professioneel aangebracht en zal zeker niet de gewenste levensduur behalen.

j. [X] is vervolgens door de VvE bij brief van 11 januari 2018 onder verwijzing naar de hierboven genoemde rapporten gesommeerd tot terugbetaling van onder meer het reeds voor de werkzaamheden voldane bedrag van € 16.679,72. [X] heeft hierop niet gereageerd.

k. Bij brief van 15 juni 2018 aan [X] heeft de advocaat van de VvE de overeenkomst tussen partijen buitengerechtelijk ontbonden. [X] heeft bij brief van 28 juni 2018 de deskundigenrapporten aangevochten, aangevoerd dat de VvE meermalen in gebreke is geweest met betaling en aanspraak gemaakt op betaling van het – naar het hof aanneemt – resterende bedrag van de aanneemsom en een openstaande factuur.

l. Bij deurwaardersexploot van 14 augustus 2018 heeft de VvE [X] gesommeerd tot betaling van € 16.679,72.

3.3

Standpunten van partijen

a. [X] heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij op enig moment de werkzaamheden op verzoek van de VvE heeft stilgelegd en dat hem niet de gelegenheid is geboden het werk af te ronden. De communicatie binnen de VvE liep volgens hem niet goed. Toen [X] niet direct terugkwam om het werk af te maken – hij was ziek en niet steeds op afroep beschikbaar – is er vrij snel een proces in werking gezet om hem niet meer terug te laten komen. Hij is toen nog wel langs het pand gegaan. Hij is ten onrechte niet betrokken bij de totstandkoming van de rapporten van AdviPlan en Carlisle. Bovendien mocht hij de werkzaamheden opschorten, omdat er nog een factuur uit 2013 onbetaald was gelaten door de VvE. De VvE mocht de overeenkomst met [X] dan ook niet ontbinden. De hoogte van het door [X] terug te betalen bedrag kan ook niet op het door de VvE al aan [X] betaalde bedrag worden gesteld, omdat de door [X] verrichte werkzaamheden wel degelijk iets waard zijn. Hij heeft geen ondeugdelijk werk geleverd. De door de VvE overgelegde offertes van aannemers waaruit volgens de VvE zou volgen dat het werk van [X] geen waarde heeft, zijn op te hoge bedragen gesteld.

b. Omdat de VvE niet in hoger beroep is verschenen, zal het hof bij de beoordeling de stellingen en verweren betrekken die de VvE in eerste aanleg naar voren heeft gebracht.

3.4

Verdere overwegingen

a. Het hof is (met de kantonrechter) van oordeel dat de VvE de overeenkomst met [X] rechtsgeldig heeft ontbonden. De rapporten van AdviPlan en Carlisle onderbouwen het standpunt van de VvE dat [X] de werkzaamheden niet goed heeft uitgevoerd voldoende. [X] heeft weliswaar naar voren gebracht dat hij niet betrokken was bij de totstandkoming van deze rapporten, maar hij heeft, nog daargelaten dat geen rechtsregel de VvE daartoe zou verplichten, niet uitgelegd in welke zin dat de inhoud van deze rapporten heeft beïnvloed. De inhoud van deze rapporten heeft [X] onvoldoende aangevochten. Het hof gaat daarom (met de kantonrechter) ervan uit dat de inhoud daarvan juist is. Evenmin is de bereidheid van [X] de werkzaamheden af te maken voldoende gebleken uit hetgeen hij naar voren heeft gebracht. Uit de stukken blijkt dat van de kant van de VvE wordt toegegeven dat de communicatie niet helemaal goed is verlopen. Daaraan kan door het hof geen betekenis worden toegekend nu tegelijkertijd zonder meer duidelijk is geworden dat de VvE meermalen en over een langere periode erop heeft aangedrongen dat [X] de werkzaamheden zou afmaken. Daarbij zijn aan [X] ook concrete data genoemd. [X] heeft dus alle gelegenheid gekregen om de werkzaamheden af te maken en die gelegenheid heeft hij vervolgens onbenut gelaten.

b. [X] heeft zich voorts beroepen op een opschortingsrecht: hij stelt dat hij de VvE duidelijk gemaakt dat het onbetaald blijven van de factuur uit 2013 de reden was dat hij inmiddels had besloten de werkzaamheden niet meer af te maken, Het hof verwerpt dit beroep nu [X] onvoldoende heeft toegelicht welke grondslag er voor opschorting van zijn werkzaamheden bestond. Het enkele niet betaald zijn van een factuur voor werkzaamheden uit 2013 is daartoe onvoldoende. Daarnaast over weegt het hof het volgende. Dat [X] aan de VvE heeft duidelijk gemaakt dat het onbetaald blijven van de factuur de reden was dat hij inmiddels had besloten de werkzaamheden niet meer af te maken, volgt onvoldoende uit zijn eigen stellingen. Zo zegt [X] zelf ook nog naar het pand te zijn gekomen. Gelet op dit alles is [X] in verzuim geraakt en was de VvE gerechtigd de overeenkomst met [X] te ontbinden op 15 juni 2018.

c. Ten gevolge van de ontbinding zijn er over en weer ongedaanmakings- verbintenissen ontstaan, die er toe leiden dat [X] de VvE een bedrag van

€ 16.296,38 in hoofdsom moet terugbetalen Omdat [X] onvoldoende heeft toegelicht dat de werkzaamheden die hij heeft verricht nog wel een zekere waarde vertegenwoordigden, zal het hof ook het oordeel van de kantonrechter in stand laten dat de waarde van het werk op nihil moet worden gesteld.

d. Omdat [X] zijn stellingen onvoldoende heeft toegelicht, wordt hij niet toegelaten tot bewijslevering.

3.5

Slotsom

De slotsom is dat het hoger beroep faalt. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd. [X] zal als in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Deze kosten worden tot op heden aan de zijde van de VvE op nihil begroot.

4 De beslissing

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt [X] in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van de VvE begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door mrs. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, E.K. Veldhuijzen van Zanten en R.J.Q. Klomp en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 7 april 2020.