Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:1002

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
11-03-2020
Datum publicatie
23-04-2020
Zaaknummer
23-000580-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

roken tijdens de vlucht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000580-19

datum uitspraak: 11 maart 2020

VERSTEK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Haarlem van 12 juli 2018 in de strafzaak onder parketnummer

15-016565-18 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 februari 2020.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 15 december 2017 aan boord van een luchtvaartuig, te weten een passagierstoestel van [maatschappij] met vluchtnummer [nummer], tijdens een vlucht van Hurghada (Egypte) naar Schiphol, en/of in het luchtruim boven Nederland, tijdens die vlucht de door en/of namens de gezagvoerder gegeven aanwijzingen niet heeft opgevolgd, immers heeft zij, verdachte, toen en daar in het vliegtuig gerookt, terwijl de aanwijzing gegeven was niet te roken aan boord van het luchtvaartuig;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewijsoverweging

Op basis van het procesdossier stelt het hof het volgende vast.

Op 15 december 2017 is een vliegtuig met vluchtnummer [nummer] van de luchtvaartmaatschappij [maatschappij], welk vliegtuig is ingeschreven in het nationaal luchtvaartregister in Nederland, vanuit Hurghada (Egypte) naar luchthaven Schiphol Airport gevlogen. De verdachte bevond zich als passagier aan boord van dit vliegtuig.

Uit het dossier – in het bijzonder de verklaringen van de getuigen [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3] – blijkt dat dat de verdachte tijdens de vlucht op het toilet heeft gerookt. Het is een feit van algemene bekendheid dat (i) tijdens een vlucht niet mag worden gerookt aan boord van een vliegtuig, (ii) passagiers door of namens de gezagvoerder van het vliegtuig op dit verbod worden gewezen voorafgaand aan het opstijgen en (iii) tijdens de vlucht permanent, boven elke passagiersstoel en in elke toiletruimte, een bordje met ‘verboden te roken’ brandt.

De verdachte heeft de aanwijzing van de gezagvoerder om niet te roken aan boord van het vliegtuig dus niet opgevolgd.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 15 december 2017 aan boord van een luchtvaartuig, te weten een passagierstoestel van [maatschappij] met vluchtnummer [nummer], tijdens een vlucht van Hurghada (Egypte) naar Schiphol, tijdens die vlucht de door en/of namens de gezagvoerder gegeven aanwijzingen niet heeft opgevolgd, immers heeft zij toen en daar in het vliegtuig gerookt, terwijl de aanwijzing gegeven was niet te roken aan boord van het luchtvaartuig.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Overtreding van artikel 96, vierde lid, Regeling Toezicht Luchtvaart.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De kantonrechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete van € 150,00 subsidiair 3 dagen hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zich tijdens de vlucht van Egypte naar Nederland schuldig gemaakt aan storend en overlastgevend gedrag door zich niet aan het rookverbod aan boord te houden en niet de aanwijzingen van het luchtvaartpersoneel op te volgen. Dergelijk gedrag binnen de besloten ruimte van een vliegtuig en tijdens de vlucht brengt zowel voor het personeel als voor de medepassagiers gevoelens van onveiligheid met zich.

Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van na te melden hoogte passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 62 van de Luchtvaartwet, de artikelen 96 en 166 van de Regeling Toezicht Luchtvaart en de artikelen 23 en 24c van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Ten aanzien van het onder bewezen verklaarde:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 150,00 (honderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. K.J. Veenstra, mr. N.A. Schimmel en mr. H.A. van Eijk, in tegenwoordigheid van mr. S. Bor, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 maart 2020.