Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:981

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
26-03-2019
Datum publicatie
26-03-2019
Zaaknummer
200.256.722/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding; opnames met verborgen camera; verbod tot gebruik beeld- en/of geluidmateriaal waarin appellant zichtbaar en/of hoorbaar is in het programma Van der Spek ontmaskert over pedofilie en/of een kinderprostitutienetwerk in de Filipijnen en/of in dat programma te refereren bij naam, woonplaats en/of beroep aan appellant.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.256.722/01

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13663466/ KG ZA 19-264

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 26 maart 2019

inzake

[appellant]

wonende te [woonplaats]

appellant,

tevens voorwaardelijk incidenteel geïntimeerde,

advocaat: mr. O.M.B.J. Volgenant te Amsterdam,

tegen

SIMPEL MEDIA B.V.,

gevestigd te Amsterdam-Duivendrecht,

geïntimeerde,

tevens voorwaardelijk incidenteel appellante,

advocaat: mr. J.A. Schaap te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

Appellant is bij dagvaarding van 22 maart 2019 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank te Amsterdam van 19 maart 2019, onder bovenvermeld zaaknummer in kort geding gewezen tussen appellant als eiser en geïntimeerde als gedaagde. De appeldagvaarding bevat de grieven.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- conclusie van eis in hoger beroep (overeenkomstig de appeldagvaarding) met producties;

- inleidende opmerkingen en memorie van grieven in voorwaardelijk incidenteel appel;

- brief van de zijde van appellant van 25 maart 2019 (productie 20).

Ter zitting van 25 maart 2019 is van de kant van geïntimeerde geantwoord en hebben partijen hun zaak doen bepleiten, appellant door mr. Volgenant voornoemd en geïntimeerde door mr. Schaap voornoemd en mr. P. de Leeuwe, advocaat te Amsterdam, ieder aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd.

Het verzoek van appellant om de zaak achter gesloten deuren te behandelen, heeft het hof afgewezen.

In eerste aanleg heeft geïntimeerde toegezegd de naam en het beroep van appellant en de gegevens uit productie 9 niet te delen met derden. Partijen hebben ter zitting in hoger beroep afgesproken dat ook producties 2 tot en met 5 (in eerste aanleg door appellant overgelegd) niet met derden zullen worden gedeeld. Ter zitting zijn enige beeldfragmenten getoond.

Vervolgens is arrest gevraagd. Vanwege het spoedeisend karakter wordt dit arrest heden gewezen.

Appellant heeft geconcludeerd dat het hof het vonnis van de voorzieningenrechter zal vernietigen en alsnog zijn vorderingen zoals in de appeldagvaarding verwoord zal toewijzen, met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van het geding in beide instanties.

Geïntimeerde heeft, voor zover van belang en zakelijk samengevat, geconcludeerd dat het hof de vorderingen van appellant zal afwijzen en het vonnis waarvan beroep zal bekrachtigen, met veroordeling van appellant in de kosten van het geding in hoger beroep.

2 Feiten

De voorzieningenrechter heeft in (de uitgewerkte versie van) het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.4 een aantal feiten vermeld die hij bij de beoordeling van het geschil van partijen tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn niet in geschil, behoudens de uitzendingsdatum die inmiddels op hedenavond is gesteld, en zullen derhalve ook door het hof tot uitgangspunt worden genomen.

3 Beoordeling

3.1.

Het hof stelt voorop dat de bezwaren van appellant zich met name richten tegen beeld- en geluidmateriaal dat gemaakt is met verborgen beeld- en geluidsapparatuur.

3.2.

Het hof constateert dat geïntimeerde ervoor heeft gekozen, niet alleen om praktische maar ook om principiële redenen, om niet de integrale (inhoud van de) uitzending van het programma in het kader van deze procedure beschikbaar te stellen. Dat betekent dat het hof zich niet in voldoende mate een eigen oordeel heeft kunnen vormen over de herkenbaarheid van appellant, zowel wat betreft zijn stem als zijn persoon en zijn omgeving.

3.3.

Het hof sluit zich aan bij het toetsingskader zoals de voorzieningenrechter dat in rov. 4.1, 4.2 en 4.3 heeft uiteengezet. Het hof voegt daaraan toe dat het middel van de verborgen camera met terughoudendheid moet worden ingezet, gelet op de inbreuk op het recht op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer die daarvan het gevolg kan zijn.

3.4.

In het kader van de belangenafweging speelt een rol dat het in verband brengen met pedofilie in zijn algemeenheid in hoge mate diffamerend kan zijn en naar aannemelijk is ook in dit geval ernstige consequenties kan hebben voor appellant. Niet in geschil is dat van betrokkenheid van appellant bij pedofilie in strafrechtelijke zin niet kan worden gesproken.

3.5.

Omdat het hof geen kennis heeft kunnen nemen van het beeld- en geluidmateriaal is onvoldoende aannemelijk geworden dat adequate maatregelen zijn genomen om in toereikende mate tegemoet te komen aan de belangen van appellant, met name als het gaat om zijn herkenbaarheid buiten de directe kring van familie en vrienden; de gevolgtrekking moet dus voorshands zijn dat het gebruikmaken van dat materiaal jegens appellant onrechtmatig is, zodat zijn belangen moeten prevaleren.

3.6.

Dit brengt mee dat het vonnis in eerste aanleg niet in stand kan blijven.

3.7.

Overigens staat het geïntimeerde vrij om in het programma gebruik te maken van de door haar (anders dan met verborgen camera en geluidsapparatuur) verzamelde informatie, met inachtneming van de afspraken ten aanzien van de door appellant in eerste aanleg overgelegde producties 2, 3, 4, 5 en 9, met dien verstande dat niet met naam, woonplaats en/of beroep aan appellant gerefereerd mag worden.

3.8.

De dwangsom zal worden toegewezen zoals gevorderd doch zal worden gemaximeerd.

3.9.

Het voorwaardelijk incidenteel appel behoeft geen behandeling nu niet aan de voorwaarde is voldaan.

3.10.

De kosten van de procedure, zowel in eerste aanleg als in appel, komen ten laste van geïntimeerde.

4 Beslissing

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep, en opnieuw rechtdoende:

verbiedt geïntimeerde beeld- en/of geluidmateriaal waarin appellant zichtbaar en/of hoorbaar is te gebruiken in het programma Van der Spek ontmaskert over pedofilie en/of een kinderprostitutienetwerk in de Filipijnen en/of in dat programma te refereren bij naam, woonplaats en/of beroep aan appellant,

op verbeurte van een dwangsom van € 50.000,- per dag of gedeelte van een dag dat na betekening van dit arrest niet aan dit verbod wordt voldaan, met een maximum van

€ 200.000,-;

veroordeelt geïntimeerde in de kosten van het geding in beide instanties, in eerste aanleg aan de zijde van appellant begroot op € 396,01 aan verschotten en € 980,- voor salaris en in hoger beroep tot op heden op € 423,01 aan verschotten en € 3.222,- voor salaris;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten, mr. E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell en mr. E.M. Polak en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2019.