Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:960

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-03-2019
Datum publicatie
03-06-2019
Zaaknummer
23-001311-18
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bevestiging vonnis m.u.v. straf. Rekening gehouden met pers. omst. bij strafoplegging. Taakstraf 40 uren. Vordering TUL omgezet in taakstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001311-18

datum uitspraak: 20 maart 2019

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 11 april 2018 in de strafzaak onder de parketnummers

13-013626-18 en 13-047845-17 (TUL) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1968,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

6 maart 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde straf en de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde tot dezelfde straf zal worden veroordeeld.

De raadsvrouw heeft het hof verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en hem in ieder geval geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De verdachte heeft nu een plek om te wonen en zal die kunnen kwijtraken indien hij gedetineerd raakt, aldus de raadsvrouw.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte en heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het negeren van een hem namens de burgemeester gegeven verwijderingsbevel door zich in een zogeheten dealeroverlastgebied op te houden, terwijl hij wist dat hij daar niet mocht zijn. De verdachte heeft zodoende een door het bevoegd gezag gegeven bevel aan zijn laars gelapt. Dergelijke bevelen worden gegeven in het belang van de handhaving van de openbare orde. Met zijn handelwijze heeft de verdachte het terzake daarvan gevoerde beleid doorkruist.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 21 februari 2019 is hij eerder meermalen onherroepelijk veroordeeld voor soortgelijke feiten. Dit weegt in zijn nadeel. Mede gelet hierop en op de straffen die in soortgelijke gevallen plegen te worden opgelegd, is de straf zoals opgelegd in eerste aanleg in beginsel zonder meer gerechtvaardigd. Het hof ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte echter aanleiding een andere straf op te leggen. Uit het verhandelde ter terechtzitting komt namelijk naar voren dat de verdachte een woonplek bij HVO Querido heeft, die hij zal kunnen verliezen indien hij voor enige tijd gedetineerd raakt. Uit voornoemd uittreksel uit de Justitiële Documentatie is af te leiden dat de verdachte na 20 januari 2018 geen strafbare feiten heeft begaan die ter kennis van justitie zijn gekomen, waarmee een hardnekkig recidivepatroon vooralsnog lijkt te zijn doorbroken. Het hof wil de verdachte, wat het hof betreft éénmalig, de kans geven deze positieve lijn door te trekken. Daarom zal het hof de verdachte een taakstraf opleggen.

Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 22c, 22d en 184 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

Vordering tot tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 12 juli 2017 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

De advocaat-generaal heeft op de terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat de vordering tot tenuitvoerlegging wordt toegewezen.

De raadsvrouw heeft, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, verzocht de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen dan wel de aan de voorwaardelijke veroordeling gekoppelde proeftijd te verlengen.

Het hof overweegt als volgt.

Gebleken is dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd opnieuw aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Voor de effectiviteit en de geloofwaardigheid van de regeling omtrent voorwaardelijke straffen en de daarbij behorende algemene (en bijzondere) voorwaarden, is essentieel dat overtreding van deze voorwaarden niet vrijblijvend is en dat daaraan in beginsel gevolgen worden verbonden. Dat dient ook in deze zaak te geschieden. In de hierboven beschreven actuele persoonlijke situatie van de verdachte ziet het hof evenwel aanleiding om, in plaats van de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, de tenuitvoerlegging te gelasten van een taakstraf van hierna te melden duur.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de straf en de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Gelast in plaats van de gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 12 juli 2017 met parketnummer

13-047845-17, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.M.C. Tilleman, mr. J.J.I. de Jong en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van

mr. D.J. Lutje Wagelaar, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 maart 2019.

mr. B.A.A. Postma is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]