Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:929

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
22-02-2019
Datum publicatie
03-06-2019
Zaaknummer
23-003955-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

diefstal van een telefoon. Het hof bevestigt het vonnis waarvan beroep en bespreekt een in hoger beroep gevoerd bewijsverweer

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-003955-17

Datum uitspraak: 22 februari 2019

TEGENSPRAAK (artikel 279 Sv)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 26 oktober 2017 in de strafzaak onder parketnummer

13-746071-16 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

8 februari 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof – zoals hierna te melden – in de door de politierechter tot het bewijs gebruikte bewijsmiddelen de aanhef aanpast en respondeert op een in hoger beroep gevoerd bewijsverweer:

2. Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL1300-2016049763-1 van 4 maart 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1], doorgenummerde pagina’s 1-2

3. Een proces-verbaal van verhoor aangever met nummer 2016049763 van 12 april 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2], doorgenummerde pagina’s 4-5

4. Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer PL1300-2016049763-3 van 17 mei 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3], doorgenummerde pagina’s 6-7

5. Een proces-verbaal van analyse historische verkeersgegevens met nummer 2016049763 van 19 mei 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4], doorgenummerde pagina’s 8-10

6. Een proces-verbaal van bevindingen in verband met ciot uitslag met nummer 2016049763 van 25 mei 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5], doorgenummerde pagina 15

7. Een proces-verbaal van bevindingen inbeslagname Samsung Galaxy S6 met nummer PL1300-2016049763-4, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 6], [verbalisant 7] en [verbalisant 3], doorgenummerde pagina 20

Bespreking van een in hoger beroep gevoerd strafmaatverweer

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde, omdat sprake is van onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat hij de diefstal zou hebben gepleegd. Hij heeft daartoe aangevoerd hetgeen is weergegeven in zijn pleitnotities.

Het hof vindt in hetgeen naar voren is gebracht door de raadsman geen aanleiding af te wijken van hetgeen door de politierechter is overwogen omtrent het bewijs (vonnis, pagina 6). Hoewel de raadsman terecht aanvoert dat de voor de verdachte belastende verklaringen van aangeefster [benadeelde 1] en haar collega [benadeelde 2] op een aantal punten – onderling dan wel ten opzichte van eigen eerder afgelegde verklaringen – afwijken, zijn deze punten (zoals: wie, [benadeelde 1] of [benadeelde 2], deed de voordeur voor de verdachte open en wie van hen heeft de verdachte gebeld toen hij het kantoor had verlaten) van ondergeschikt belang. Dat de verklaringen onderling afwijken is verklaarbaar door de geruime tijd, ruim twee jaar, die tussen de verschillende verhoren zat. Het verweer van de raadsman dat – behalve [benadeelde 1], [benadeelde 2] en de verdachte – ten minste nog één andere persoon aanwezig was in het kantoor die toegang had tot het kantoor van [benadeelde 1], treft evenmin doel. Voor de suggestie dat een andere persoon dan de verdachte de mobiele telefoon van [benadeelde 1] heeft weggenomen, biedt het onderzoek ter terechtzitting geen enkel aanknopingspunt. Dit geldt temeer nu de telefoon bij de halfbroer van de verdachte is aangetroffen en de verklaring van de halfbroer in dit verband – dat hij de bewuste telefoon niet van de verdachte heeft verkregen maar op Marktplaats heeft gekocht – niet aannemelijk is.

Gelet op het hiervoor overwogene wordt het verweer verworpen.

Het hof sluit zich aan bij de overwegingen waarop de politierechter de bewezenverklaring heeft gestoeld en neemt deze over.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.H.G. Loyson, mr. P.C. Römer en mr. R.P. den Otter, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 februari 2019.

=========================================================================

[…]