Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:847

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
06-03-2019
Datum publicatie
14-06-2019
Zaaknummer
13/016879-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

vluchtgevaarlijke asielzoeker

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13/016879-19

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van

[appellant]

geboren te [geboorteplaats] (Algerije) op [geboortedag] 1993,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans verblijvende in het huis van bewaring Esserheem te Veenhuizen,

tegen de beschikking van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 5 februari 2019, houdende bevel tot zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van

8 februari 2019, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beschikking van de politierechter.

Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsvrouw mr. J.M. Buchel.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep en de gronden waarop deze berust.

Gelet op het veroordelend vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van

5 februari 2019 is het hof van oordeel dat sprake is van voldoende ernstige bezwaren, nu niet is gebleken dat dit vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust.

De verdachte heeft geen vaste verblijfplaats in Nederland en geen werk en geen inkomen. Onduidelijk is of hij nog in een asielzoekerscentrum terecht zal kunnen. Onder die omstandigheden is er sprake van vluchtgevaar in die zin dat er gronden zijn om te vrezen dat de verdachte zich aan berechting in Nederland zal onttrekken dan wel niet voor justitie vindbaar zal zijn.

Voorts blijkt uit de justitiƫle documentatie van de verdachte dat de zogenoemde kleine recidivegrond, als bedoeld in artikel 67a, tweede lid, Sv, van toepassing is.

13/016879-19

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking.

Deze beschikking is gegeven op 6 maart 2019 in raadkamer van dit hof door

mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,

mrs. E. van Die en H.F. van Kregten, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 6 maart 2019,

de advocaat-generaal