Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:762

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
05-03-2019
Datum publicatie
11-05-2020
Zaaknummer
200.223.340/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herstelarrest.

Zie ECLI:NL:GHAMS:2019:282.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer: 200.223.340/01

zaaknummer/rolnummer rechtbank Amsterdam: C/13/599617 / HA ZA 15-1140

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 5 maart 2019

inzake

DEKA HOT MOERDIJK GMBH & CO. KG,

gevestigd te Frankfurt am Main (Duitsland),

appellante,

advocaat: mr. Ch.G.A. van Rijckevorsel te Amsterdam,

tegen

Q-PARK OPERATIONS NETHERLANDS II B.V.,

gevestigd te Maastricht,

geïntimeerde,

advocaat: mr. S.J. van Leeuwen te Utrecht.

Partijen worden hierna Deka en Q-Park genoemd.

1 Het geding in hoger beroep

Het hof heeft in deze zaak op 5 februari 2019 een arrest uitgesproken. Bij brief van 13 februari 2019 heeft mr. Van Rijckevorsel voornoemd zich namens Deka op het standpunt gesteld dat de eerste veroordeling in het dictum van dit arrest een kennelijke verschrijving bevat en het hof om verbetering daarvan verzocht. Het hof heeft Q-Park bij e-mail van 19 februari 2019 verzocht uiterlijk op 21 februari 2019 op dit verzoek van de kant van Deka te reageren, van welke gelegenheid Q-Park geen gebruik heeft gemaakt.

2 De beoordeling

De eerste veroordeling in het dictum van het genoemde arrest luidt als volgt:

“veroordeelt Q-Park tot betaling aan Deka van een bedrag van € 951.305,71 alsmede van de bedragen die Deka sinds de akte vermeerdering van eis in reconventie van 11 januari 2017 aan Deka heeft voldaan uit hoofde van de beschikbaarheidsvergoeding, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente telkens vanaf de data waarop Deka de desbetreffende bedragen heeft voldaan tot aan de dag van algehele voldoening;”

Het hof constateert dat het dictum aldus een kennelijke fout bevat die zich voor eenvoudig herstel leent, nu Q-Park abusievelijk is veroordeeld tot betaling van onder meer de bedragen die Deka sinds de akte vermeerdering van eis in reconventie van 11 januari 2017 aan Deka heeft voldaan uit hoofde van de beschikbaarheidsvergoeding, terwijl dit laatste Q-Park dient te zijn. Het hof zal deze kennelijke fout daarom verbeteren.

3 De beslissing

Het hof:

verbetert het in deze zaak op 5 februari 2019 uitgesproken arrest aldus dat in de eerste veroordeling in het dictum ervan in plaats van “alsmede van de bedragen die Deka sinds de akte vermeerdering van eis in reconventie van 11 januari 2017 aan Deka heeft voldaan uit hoofde van de beschikbaarheidsvergoeding” wordt gelezen “alsmede van de bedragen die Deka sinds de akte vermeerdering van eis in reconventie van 11 januari 2017 aan Q-Park heeft voldaan uit hoofde van de beschikbaarheidsvergoeding”;

stelt de verbetering op de minuut van dat arrest.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.C.W. Rang, D.J. van der Kwaak en I.A. Haanappel-van der Burg en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 5 maart 2019.