Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:687

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-02-2019
Datum publicatie
03-06-2019
Zaaknummer
23-000030-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak woninginbraak vanwege discrepanties in herkenningen door verbalisanten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000030-18

datum uitspraak: 27 februari 2019

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 20 december 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-741215-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1977,

adres: [adres 1].

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door de rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 5 en 6 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraken.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

7 november 2018, 13 februari 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen ten laste gelegd dat:

1. primair:
hij op of omstreeks 04 september 2017, gedurende voor de nachtrust bestemde tijd, te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een pand (perceel [adres 2]) heeft weggenomen een fotocamera en/of een telefoon en/of een portemonnee, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, waarbij hij, verdachte, zich de toegang tot voornoemd pand heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of een valse sleutel;

1. subsidiair:
hij op of omstreeks 05 september 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een fotocamera en/of een telefoon heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door diefstal in elk geval (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

1. meer subsidiair:
hij op of omstreeks 05 september 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk een fotocamera en/of een telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als vinder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2:
hij op of omstreeks 27 augustus 2017, gedurende voor de nachtrust bestemde tijd, te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een pand (perceel [adres 3]) heeft weggenomen een laptop en/of een autosleutel en/of een portemonnee, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, waarbij hij, verdachte, zich de toegang tot voornoemd pand heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of een valse sleutel;

3:
(gevoegde zaak 684374-17) hij in of omstreeks de periode van 22 april 2017 tot en met 25 april 2017 te Amstelveen, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk een enkelband, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Ministerie van Veiligheid en Justitie, Dienst Justitiele Inrichtingen, de dienst Vervoer en ondersteuning, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als houder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;


4:
(gevoegde zaak 741199-17) hij op of omstreeks 22 augustus 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, (een) wapen(s) van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Vrijspraak

Met de advocaat-generaal acht het hof niet bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Het hof stelt vast dat het bewijs dat het de verdachte is die het onder 2 ten laste gelegde heeft gepleegd uitsluitend gebaseerd kan worden op de door de verbalisanten gerelateerde herkenning van de verdachte op de camerabeelden. De verdachte ontkent dit feit te hebben gepleegd.

Van de woninginbraak zijn camerabeelden beschikbaar, waarvan stills zijn genomen. De aangever en de verbalisant [verbalisant 1], die de camerabeelden hebben bekeken, stellen dat er sprake is van twee daders. Voornoemde stills zijn bij de politie op de interne aandachtsvestiging geplaatst. Naar aanleiding van deze stills/camerabeelden hebben meerdere verbalisanten een proces-verbaal opgemaakt dat zij de verdachte herkennen als één van de personen die op de beelden te zien is. Verbalisant [verbalisant 2], [verbalisant 3] en [verbalisant 4] herkennen degene in een donker Nike T-shirt op de beelden als de verdachte. Verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] verbaliseren dat op de beelden twee personen zichtbaar zijn, maar dat het één en dezelfde persoon betreft en herkennen de verdachte in deze persoon. Door [verbalisant 5] wordt gerelateerd dat de verdachte te zien is in het donkere Nike T-shirt, met een jas aan en in een wit T-shirt. Verbalisant [verbalisant 7] herkent op de beelden de persoon met de jas aan als de verdachte.

Gelet op deze discrepanties is het hof er niet van overtuigd dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan. Om die reden dient de verdachte te worden vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1 subsidiair:
hij op 05 september 2017 te Amsterdam een fotocamera en een telefoon heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving en het voorhanden krijgen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

3:
hij omstreeks 22 april 2017 te Amstelveen, opzettelijk een enkelband toebehorende aan Ministerie van Veiligheid en Justitie, Dienst Justitiële Inrichtingen, de Dienst Vervoer en Ondersteuning, welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als houder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

4:
hij op 22 augustus 2017 te Amsterdam een wapen van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad.

Hetgeen onder 1 subsidiair, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 subsidiair, 3 en 4 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

opzetheling.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

verduistering.

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 subsidiair, 3 en 4 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf en maatregel

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 subsidiair, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, onder oplegging van bijzondere voorwaarden.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 subsidiair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetheling, verduistering en het voorhanden hebben van een stroomstootwapen. Met de opzetheling toont de verdachte aan dat hij alleen uit is op eigen gewin en hij zich niet bezighoudt met de gevolgen die hij daarmee voor een ander creëert. Verder heeft de verdachte, terwijl hij op verlof was zijn aangesloten enkelband - die niet van hem is - verwijderd en weggegooid. De regels die voor hem gelden tijdens zo’n verlof heeft hij aan zijn laars gelapt en hij heeft zich daarmee aan het toezicht onttrokken. Tot slot heeft de verdachte een stroomstootwapen voorhanden gehad. Verboden wapenbezit levert een risico op voor de openbare orde en voor de veiligheid van individuele personen.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 5 februari 2019 is hij eerder veelvuldig voor vermogensdelicten onherroepelijk veroordeeld, hetgeen in zijn nadeel weegt.

Nu het hof een feit minder bewezen heeft verklaard, komt het hof tot een lagere straf dan door de rechtbank is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd. Ter terechtzitting is door de verdediging naar voren gebracht dat de verdachte is opgenomen in de Piet Roordakliniek. In dit licht bezien ziet het hof geen meerwaarde in het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel al dan niet met bijzondere voorwaarden.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Beslag

Het in beslag genomen stroomstootwapen behoort aan de verdachte toe en is bij hem aangetroffen. Dit voorwerp zal worden onttrokken aan het verkeer aangezien dit van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit van dat voorwerp in strijd is met de wet en het algemeen belang.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 50,00. De benadeelde partij is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard in deze vordering. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Onvoldoende is gebleken dat de gestelde schade door het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde handelen van de verdachte is veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 23.205,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.180,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 2 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij Ministerie van Justitie DV&O

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.520,97. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.250,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De vordering is zijdens de verdachte alleen weersproken ten aanzien van de gevorderde BTW.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 3 bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen. Het hof overweegt dat ook de gevorderde BTW voor vergoeding in aanmerking komt, nu DV&O een overheidsorgaan betreft, die de BTW niet kan terugvorderen van de fiscus.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 36f, 57, 63, 321 en 416 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 5 en 6 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 subsidiair, 3 en 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

1 stroomstootwapen, Iwon International corp. Self devense dev. (5438678).

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Vordering van de benadeelde partij Ministerie van Justitie DV&O

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij Ministerie van Justitie DV&O ter zake van het onder 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.520,97 (duizend vijfhonderdtwintig euro en zevenennegentig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 22 april 2017.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. P. Greve en mr. P.C. Römer, in tegenwoordigheid van mr. M.C.W. van der Voort, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 februari 2019.

Mr. A.D.R.M. Boumans en mr. P.C. Römer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]