Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:685

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-02-2019
Datum publicatie
16-05-2019
Zaaknummer
23-000878-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor openlijke geweldpleging en bedreiging. Geen aanleiding te twijfelen aan herkenning van de verdachte door verbalisanten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000878-16

datum uitspraak: 27 februari 2019

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 1 maart 2016 in gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-689179-13 en 13-684042-16, alsmede 13-132969-13 (TUL) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

13 februari 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlasteleggingen

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

in de zaak met parketnummer 13-689179-13:
primair:
hij op of omstreeks 18 juli 2013 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, ter uitvoering van het door verdachte en /of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederechtelijke toe-eigening weg te nemen( een) goed (eren) van zijn /hun geding, in elk geval enig(e) goed(eren) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd gevolg door geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken, welk geweld en/of bedreiging met geweld bestond(en) uit:

- het opheffen van een gebalde vuist en/of

- het meermalen met kracht ( met een gebalde vuist) slaan /stompen in het gelaat van aangever en/of

- ( terwijl aangever op de grond lag, althans niet meer op zijn benen stond) het hard en met kracht schoppen tegen de borst (kas) van aangever,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair:
hij op of omstreeks 18 juli 2013 te Amsterdam, althans in Nederland, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg (te weten de Rijnstraat), in elk geval op of aan de openbare weg, openlijk in vereniging geweld gepleegd tegen [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit:

- het opheffen van een gebalde vuist en/of

- het (meermalen) met kracht (met een gebalde vuist) slaan/stampen in het gelaat van aangever en/of

- ( terwijl aangever op de grond lag. althans niet meer op zijn benen stond) het hard en met kracht schoppen tegen de borst(kas) van aangever,

welk geweld enig lichamelijk letsel voor die [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad;

meer subsidiair:
hij op of omstreeks 18 juli 2013 te Amsterdam, althans in Nederland, met een ander of anderen, althans alleen. opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 1]) meermalen, althans eenmaal, hard en met kracht en met een gebalde vuist in het gelaat geslagen en/of gestompt en/of (terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag althans niet meer op zijn benen stond) eenmaal hard en met kracht geschopt tegen de borst(kas) van die [slachtoffer 1], waardoor voornoemde [slachtoffer 1] pijn en/of letsel heeft ondervonden;


in de zaak met parketnummer 13-684042-16:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 januari 2016 tot en met 30 januari 2016 te Amsterdam, althans in Nederland, (zijn, verdachtes ex-vriendin) [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend via de telefoon een of meer (sms)berichten verzonden naar voornoemde [slachtoffer 2] met de teksten

-(op of omstreeks 27 januari 2016) “Ik pak je toch wel” en/of

-(op of omstreeks 29 januari 2016) “Wolah, ik maak je dood zeg je als je morgen niet naar mij toe komt klaar ga me dingen doen” en/of “Als je niet komt maak je af” en/of “Jij bent dood, w8 maar” en/of

-(op of omstreeks 30 januari 2016) “Maak jou af ga je gang" "en/of “Een ding kan ik je alvast zeggen jij gaat dood" en/of “Het is egt game over dit gaat goed uit de hand lopen laat je wel zien wie de baas is" en/of (telefonisch) tegen voornoemde [slachtoffer 2] heeft gezegd; “Ik ga je doodschieten”,

althans woorden/teksten met gelijke dreigende aard en/of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is, evenals door de advocaat-generaal is gevorderd, niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte in de zaak met parketnummer 13-689179-13 primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Bewijsoverweging ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 13-689179-13 subsidiair ten laste gelegde:

De raadsman heeft vrijspraak bepleit en heeft hiertoe het volgende aangevoerd. De verdachte heeft ontkend dat hij de persoon is die is te zien op de stills van de camerabeelden die zich in het dossier bevinden. Dit wordt bevestigd door de medeverdachte [medeverdachte], die heeft verklaard dat de verdachte niet bij het incident aanwezig was. De verdachte heeft een neef waar hij enorm op lijkt en er kan dus sprake zijn van een persoonsverwisseling. Nu de persoon op de beelden en de stills niet herkend kan worden als de verdachte, dient hij te worden vrijgesproken.

Het hof verwerpt het verweer en overweegt als volgt.

De stills van de camerabeelden die zich in het dossier bevinden zijn van voldoende kwaliteit om te kunnen komen tot de herkenning van de dader. Het hof heeft geen aanleiding te twijfelen aan de herkenning van de verdachte door drie verbalisanten, die allen de verdachte ambtshalve kennen. Daarbij is mede van belang dat een van de verbalisanten relateert waaraan hij hem herkent, dat hij de verdachte onmiddellijk en zonder twijfel herkent op de hem getoonde afbeeldingen en zich nog herinnert dat hij een keer met de verdachte in gesprek was en dat hij exact hetzelfde aan had als op de fotoprint te zien is, namelijk een blauw/wit gestreept shirt, witte korte broek en witte slippers van het merk Birckenstock. Gezien de herkenningen van de verbalisanten is de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte], dat de verdachte niet bij het incident aanwezig was, ongeloofwaardig, temeer nu [medeverdachte] de naam niet weet van degene met wie hij die dag dan wél samen was.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 13-689179-13 subsidiair en in de zaak met parketnummer 13-684042-16 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

in de zaak met parketnummer 13-689179-13:
hij op 18 juli 2013 te Amsterdam, met een ander, op of aan de openbare weg (te weten de Rijnstraat), in elk geval op of aan de openbare weg, openlijk in vereniging geweld gepleegd tegen [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit:

- het opheffen van een gebalde vuist en

- het met kracht met een vuist slaan in het gelaat van aangever en

- terwijl aangever op de grond lag het hard schoppen tegen de borst van aangever,

welk geweld enig lichamelijk letsel voor die [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad;

in de zaak met parketnummer 13-684042-16:
hij op meer tijdstippen in de periode van 27 januari 2016 tot en met 30 januari 2016 te Amsterdam, zijn, verdachtes ex-vriendin [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend via de telefoon een of meer sms-berichten verzonden naar voornoemde [slachtoffer 2] met de teksten

- op 27 januari 2016: “Ik pak je toch wel” en

- op 29 januari 2016: “Wolah, ik maak je dood zeg je als je morgen niet naar mij toe komt klaar ga me dingen doen” en “Als je niet komt maak je af” en “Jij bent dood, w8 maar” en

- op 30 januari 2016 “Maak jou af ga je gang" "en “Een ding kan ik je alvast zeggen jij gaat dood" en “Het is egt game over dit gaat goed uit de hand lopen laat je wel zien wie de baas is" en telefonisch tegen voornoemde [slachtoffer 2] heeft gezegd: “Ik ga je doodschieten”,

althans woorden met gelijke dreigende aard en strekking.

Hetgeen in de zaak met parketnummer 13-689179-13 subsidiair en in de zaak met parketnummer 13-684042-16 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in de zaak met parketnummer 13-689179-13 subsidiair en in de zaak met parketnummer 13-684042-16 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het in de zaak met parketnummer 13-689179-13 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Het in de zaak met parketnummer 13-684042-16 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 13-689179-13 subsidiair en in de zaak met parketnummer 13‑684042‑16 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg in de zaak met parketnummer 13-689179-13 primair en in de zaak met parketnummer 13-684042-16 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het in de zaak met parketnummer 13‑689179-13 subsidiair en in de zaak met parketnummer 13-684042-16 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich tezamen met een ander schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging ten aanzien van [slachtoffer 1] door te handelen zoals hiervoor bewezen is geacht. Met zijn handelen heeft de verdachte op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Daarnaast brengen dergelijke misdrijven gevoelens van onrust en onveiligheid teweeg in de samenleving.

Tevens heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan zeer ernstige bedreigingen van zijn (ex-)vriendin. Aldus heeft hij het slachtoffer angst aangejaagd.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 5 februari 2019 is hij eerder voor soortgelijke feiten onherroepelijk veroordeeld, hetgeen in zijn nadeel weegt.

Anders dan de advocaat-generaal acht het hof voor deze ernstige delicten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Daarnaast acht het hof een stok achter de deur in de zin van een voorwaardelijk strafdeel aangewezen, te meer omdat, naar het hof ter terechtzitting in hoger beroep heeft begrepen, de relatie tussen de verdachte en het slachtoffer [slachtoffer 2] wordt voortgezet.

Het hof acht, alles afwegende, een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden hoogte passend en geboden.

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij heeft zich in de zaak met parketnummer 13-684042-16 in het strafproces in hoger beroep voor het eerst gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 450,00 voor immateriële schade.

Nu de benadeelde partij in eerste aanleg geen vordering tot schadevergoeding heeft ingediend, kan zij op grond van artikel 421, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering in de vordering niet worden ontvangen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63, 141 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 17 februari 2014 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Gebleken is dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 13-689179-13 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 13-689179-13 subsidiair en in de zaak met parketnummer 13-684042-16 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 13-689179-13 subsidiair en in de zaak met parketnummer 13-684042-16 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 2 (twee) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 17 februari 2014, parketnummer 13-132969-13, te weten van:

een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.C. Römer, mr. A.D.R.M. Boumans en mr. P. Greve, in tegenwoordigheid van mr. M.C.W. van der Voort, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 februari 2019.

Mr. P.C. Römer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]