Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:682

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
26-02-2019
Datum publicatie
05-03-2019
Zaaknummer
200.234.884/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Beschikking
Inhoudsindicatie

Vernietiging beschikking waarvan beroep. Het hof is van oordeel dat er gewichtige redenen zijn op grond waarvan ontslag aan de bewindvoerder dient te worden verleend.

Deze zal rekening en verantwoording dienen af te leggen. Het hof volgt bij de benoeming van een nieuwe bewindvoerder de uitdrukkelijke voorkeur van rechthebbende.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie- en jeugdrecht)

Uitspraak: 26 februari 2019

Zaaknummer: 200.234.884/01

Zaaknummer eerste aanleg: 6128947 BM VERZ 17-1637 NVDM

in de zaak in hoger beroep van:

[betrokkene] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster in hoger beroep,

verder te noemen: [betrokkene] ,

advocaat: mr. R.M. van Ommeren te Amsterdam.

Als belanghebbenden zijn aangemerkt: [X] en [Y] ,

h.o.d.n. [A-bewindvoering] , gevestigd te [plaats] (hierna tevens: [A-bewindvoering] ).

Als informant is aangemerkt: de hoofdadvocaat-generaal te Amsterdam.

1 Het verloop van het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland (locatie Alkmaar) (hierna: de kantonrechter) van 28 november 2017, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

[betrokkene] is op 27 februari 2018 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 28 november 2017.

2.2.

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

- een journaalbericht van de zijde van [betrokkene] van 3 januari 2019, met bijlagen (producties 17 tot en met 23), ingekomen op 4 januari 2019.

2.3

De behandeling van de zaak ter terechtzitting op 7 november 2018 is aangehouden in verband met afwezigheid van [betrokkene] en [A-bewindvoering] .

2.4.

De behandeling van de zaak is voortgezet op 14 januari 2019. Daarbij waren aanwezig [betrokkene] en haar advocaat.

De advocaat van [betrokkene] heeft ter zitting pleitnotities overgelegd.

[A-bewindvoering] en de hoofdadvocaat-generaal zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

3 De feiten

3.1.

Bij beschikking van de kantonrechter van 16 november 2015 zijn de goederen die (zullen) toebehoren aan [betrokkene] onder bewind gesteld wegens verkwisting of het hebben van problematische schulden, met benoeming van [X] en [Y] , h.o.d.n. [A-bewindvoering] tot bewindvoerders, zowel gezamenlijk als afzonderlijk bevoegd.

3.2

In het dossier bevindt zich een bereidverklaring van 10 januari 2018 van de heer [Z] , werkzaam bij [B-bewindvoering] (hierna: [B-bewindvoering] ).

4 Het geschil in hoger beroep

4.1.

Bij de bestreden beschikking is het verzoek van [betrokkene] tot ontslag van [A-bewindvoering] en tot benoeming van [P] h.o.d.n. [C-bewindvoering] als opvolgend bewindvoerder afgewezen.

4.2.

[betrokkene] verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking, [A-bewindvoering] alsnog te ontslaan en [B-bewindvoering] te benoemen tot nieuwe bewindvoerder.

5 Beoordeling van het hoger beroep

5.1

Ter beoordeling aan het hof ligt voor de vraag of de kantonrechter terecht en op goede gronden het verzoek van [betrokkene] tot ontslag van [A-bewindvoering] heeft afgewezen, en zo nee, of [B-bewindvoering] dient te worden benoemd tot nieuwe bewindvoerder van [betrokkene] .

5.2

Ingevolge het bepaalde in artikel 1:448, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt een bewindvoerder ontslag verleend, hetzij op eigen verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen of omdat de bewindvoerder niet meer voldoet aan de eisen om bewindvoerder te kunnen worden, zulks op verzoek van (onder meer) de rechthebbende dan wel ambtshalve.

5.3

[betrokkene] voert – kort en zakelijk samengevat – aan dat [A-bewindvoering] de taken als bewindvoerder niet of niet naar behoren uitvoert, haar geen duidelijkheid verschaft en dat de communicatie moeizaam verloopt. Zodoende is sprake is van gewichtige redenen op grond waarvan ontslag aan [A-bewindvoering] dient te worden verleend, aldus [betrokkene] .

5.4.

Het hof overweegt als volgt. [A-bewindvoering] heeft in hoger beroep geen verweerschrift ingediend en is op de zitting van respectievelijk 7 november 2018 (met bericht) en 14 januari 2019 (zonder bericht) niet verschenen. [betrokkene] heeft in hoger beroep gemotiveerd aangegeven dat, hoewel zij dat al vanaf 2016 had verzocht, [A-bewindvoering] pas twee jaar later een aanvraag tot omzetting van haar ziektekostenverzekering naar een goedkopere aanbieder heeft ingediend. [betrokkene] heeft daarnaast gemotiveerd aangegeven dat [A-bewindvoering] geen verzoek tot schuldhulpverlening heeft ingediend sinds haar verhuizing naar [woonplaats] in 2017, en voorts dat het online schuldenoverzicht niet overeenstemde met de informatie die [betrokkene] zelf van diverse schuldeisers heeft ontvangen. Eerst nadat [betrokkene] aanvullende stukken bij [A-bewindvoering] heeft overgelegd, is dit overzicht door [A-bewindvoering] geactualiseerd. Daarnaast heeft [betrokkene] voor sommige schulden zelf een betalingsregeling getroffen en is het haar niet duidelijk wat er wel gebeurt rond haar schuldenpositie. Ook heeft [betrokkene] gemotiveerd betoogd dat de door [A-bewindvoering] aan de rechtbank afgelegde rekening en verantwoording over de periode 2015-2018 nimmer door haar is ingezien dan wel ondertekend. De in de rekening en verantwoording vermelde eindschulden komen bovendien niet overeen met de beginschulden van het opvolgende jaar en roepen aldus de nodige vragen op. Tot slot heeft [betrokkene] betoogd dat zij nimmer uitnodigingen van [A-bewindvoering] heeft ontvangen om de rekening en verantwoording te bespreken. Het hof constateert dat [A-bewindvoering] voormelde, met stukken onderbouwde stellingen van [betrokkene] niet heeft weersproken en geen inzicht heeft verschaft in de gang van zaken rondom het bewind over de goederen die aan [betrokkene] (zullen) toebehoren. Gelet hierop is het hof van oordeel dat gewichtige redenen aanwezig zijn op grond waarvan ontslag aan [A-bewindvoering] dient te worden verleend. Het hof zal het daartoe strekkende verzoek van [betrokkene] dan ook toewijzen.

[A-bewindvoering] zal rekening en verantwoording dienen af te leggen overeenkomstig het bepaalde in artikel 1:445, eerste lid BW, zoals hierna zal worden bepaald.

5.5

Niet in geschil is dat het bewind in stand dient te blijven. Het hof zal derhalve overgaan tot benoeming van een nieuwe bewindvoerder. Ingevolge artikel 1:435, derde lid BW zal het hof daarbij de uitdrukkelijke voorkeur van rechthebbende volgen, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten. [betrokkene] heeft verzocht [B-bewindvoering] te benoemen. Blijkens de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting in hoger beroep heeft [betrokkene] al sinds langere tijd regelmatig contact met de heer [Z] van [B-bewindvoering] . Blijkens schriftelijke navraag van de griffier bij het Landelijk Kwaliteitsbureau (ondergebracht bij de rechtbank Oost-Brabant) is de heer [Z] aldaar bekend en voldoet hij aan de wettelijke kwaliteitseisen voor benoeming tot bewindvoerder. De heer [Z] heeft de griffier op 7 februari 2019 desgevraagd telefonisch bevestigd dat de onder rechtsoverweging 3.2 vermelde bereidverklaring van [B-bewindvoering] van 10 januari 2018 nog steeds geldt.

Gelet op het voorgaande zal het hof overgaan tot benoeming van de heer [Z] , vennoot van [B-bewindvoering] V.O.F. tot bewindvoerder over de goederen die aan [betrokkene] (zullen) toebehoren. Het daartoe strekkende verzoek van [betrokkene] wordt derhalve eveneens toegewezen.

5.6

Dit leidt tot de volgende beslissing.

6 Beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland (locatie Alkmaar) van 28 november 2017, en opnieuw beschikkende:

verleent met ingang van 1 april 2019 aan [X] en [Y] , h.o.d.n. [A-bewindvoering] ontslag als bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan [betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] [in] 1990;

benoemt met ingang van 1 april 2019 tot bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan [betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] [in] 1990:

de heer [Z] , vennoot van [B-bewindvoering] V.O.F.,

KvK no. 55760473,

Correspondentieadres [correspondentieadres] ;

stelt de jaarlijkse beloning van de opvolgend bewindvoerder vast overeenkomstig artikel 3 lid 2 sub b van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren;

bepaalt dat de ontslagen bewindvoerder eindrekening en verantwoording dient af te leggen aan de opvolgend bewindvoerder en rechthebbende en ten overstaan van de kantonrechter vóór 1 april 2019;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

draagt de griffier op om op de voet van artikel 1:391 BW een afschrift van deze uitspraak toe te zenden aan de rechtbank Noord-Holland, sector kanton (locatie Alkmaar), in verband met aantekening in het Centraal curatele- en bewindregister.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.F.G.H. Beckers, mr. J. Jonkers en mr. G.W. Brands-Bottema, in tegenwoordigheid van mr. C.M. van Harten als griffier, en is op 26 februari 2019 in het openbaar uitgesproken door de oudste raadsheer.