Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:648

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-01-2019
Datum publicatie
16-05-2019
Zaaknummer
23-003006-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bevestiging vonnis politierechter, hof vervangt bewijsvoering en brengt de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht alsnog in minder op de voorwaardelijke gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003006-17

datum uitspraak: 28 januari 2019

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 15 augustus 2017 in de strafzaak onder parketnummer

13-078746-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 14 januari 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Vordering advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 week met een proeftijd van 2 jaren.

Vonnis waarvan beroep

Hetgeen door de raadsvrouw ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gebracht noch de vordering van de advocaat-generaal of het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht heeft het hof tot andere beschouwingen en beslissingen gebracht dan die van de politierechter. Om die reden zal het hof het vonnis waarvan beroep bevestigen, met dien verstande dat:

  • -

    de door de politierechter gebezigde bewijsvoering wordt vervangen door de onderstaande bewijsoverweging en de bewijsmiddelen die (in de gevallen waarin de wet dit vereist) in een later bij dit verkort arrest te voegen bijlage zijn vervat;

  • -

    het hof alsnog zal bevelen dat de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering dient te worden gebracht op de opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.

Bewijsoverweging

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep gesteld dat de verklaringen die door drie ‘anonieme’ getuigen, afgelegd tegenover politieambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] niet verifieerbaar zijn. Deze stelling mist doel. In het proces-verbaal van bevindingen van 29 april 2017 van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] staat vermeld dat de telefoonnummers van de drie getuigen bij [verbalisant 1] bekend zijn. Daarmee zijn zij dus in beginsel individualiseerbaar en gelden zij niet als ‘personen wier identiteit niet blijkt’. Nu de verdediging geen gebruik heeft gemaakt van haar recht te verzoeken deze personen als getuigen te (laten) horen, kan zij niet met vrucht klagen over het niet verifieerbaar zijn van hun verklaringen. Voorts ziet het hof geen reden om aan de inhoud van de door deze getuigen afgelegde verklaringen te twijfelen, zodat niets aan het bezigen van die verklaringen tot het bewijs in de weg staat.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.J.I. de Jong, mr. H.A. van Eijk en mr. E. van Die, in tegenwoordigheid van mr. S. Pesch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 januari 2019.