Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:607

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-02-2019
Datum publicatie
03-06-2019
Zaaknummer
23-001059-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vastgoedfraude. Het hof heeft de verdachte veroordeeld voor het onjuist doen van aangifte VB, het doen vervalsen van authentieke akten, valsheid in geschrifte en het gebruik maken van die akten en geschriften. Het hof heeft vrijgesproken van het witwassen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 25-06-2019
FutD 2019-1732
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001059-17

datum uitspraak: 20 februari 2019

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 15 maart 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-845018-12 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1966,

adres: [adres 1].

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door de rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 7 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

23 januari 2019 en 20 februari 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid,

van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte en het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdediging meegedeeld dat het hoger beroep,

hoewel onbeperkt ingesteld, is gericht tegen de bewezenverklaring van feit 1 en de strafmaat.

Het openbaar ministerie heeft onbeperkt hoger beroep ingesteld, als gevolg waarvan in hoger

beroep alle tenlastegelegde feiten weer aan de orde zijn.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank op 1 maart 2017 toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1:
hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks de periode van 4 tot en met 7 april 2006 te Hilversum en/of Amsterdam en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een aangifte voor de inkomstenbelasting over het jaar 2004 (D-013, D-101) onjuist en/of onvolledig heeft gedaan en/of laten doen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk op het bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Hilversum en/of Amsterdam en/of Apeldoorn, in elk geval in Nederland ingeleverde/ingediende aangiftebiljet inkomstenbelasting over genoemd jaar een te laag belastbaar inkomen en/of een te laag belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang opgegeven en/of laten opgeven en/of geen/onvolledig opgave gedaan en/of laten doen van de bezittingen en/of vorderingen, terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven;

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks de periode van 4 tot en met 7 april 2006 te Hilversum en/of Amsterdam en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een aangifte voor de inkomstenbelasting over het jaar 2004 (D-013, D-101) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of vervalst en/of doen (laten) opmaken en/of doen (laten) vervalsen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) in strijd met de waarheid op het aangiftebiljet inkomstenbelasting over het jaar 2004 een te laag belastbaar inkomen en/of een te laag belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang opgegeven en/of laten opgeven en/of geen/onvolledig opgave gedaan en/of laten doen van de bezittingen en/of vorderingen,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;

2:
[BV 1] (als moeder van de fiscale eenheid waarin [BV 2] was opgenomen) op tijdstippen in de periode van 1 april 2006 tot en met 18 juni 2007 te Hilversum en/of Amsterdam en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten

(een) aangifte(n) Vennootschapsbelasting ten name van [BV 1] over het/de jaar/jaren 2004 (D-020) en/of 2005 (D-012, D-100),

(telkens) onjuist en/of onvolledig heeft gedaan en/of laten doen,

immers heeft/hebben die [BV 1] en/of haar mededaders(s)

(telkens) opzettelijk op/in de naar/bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Hilversum en/of Amsterdam en/of Apeldoorn, in elk geval in Nederland toegezonden/ingediende aangifte(n) vennootschapsbelasting ten name van [BV 1] over genoemd(e) jaar/jaren (telkens)

een te laag bedrag aan belastbare winst en/of een te laag bedrag aan te betalen vennootschapsbelasting opgegeven en/of laten opgeven,

terwijl dat/die feit(en) telkens ertoe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven,

aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte feitelijke leiding heeft gegeven;

en/of

[BV 1] (als moeder van de fiscale eenheid waarin [BV 2] was opgenomen) op tijdstippen in de periode van 1 april 2006 tot en met 18 juni 2007 te Hilversum en/of Amsterdam en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

twee, althans een of meerdere bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiftebiljet(ten) vennootschapsbelasting ten name van

[BV 1] over het/de jaar/jaren 2004 (D-020) en/of 2005 (D012, D100),

- zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of vervalst en/of doen (laten) opmaken en/of doen (laten) vervalsen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) in strijd met de waarheid op/in het/de aangiftebiljet(ten) vennootschapsbelasting terzake van het/de jaar/jaren 2004 en/of 2005 (telkens) een te laag bedrag aan belastbare winst en/of een te laag bedrag aan te betalen vennootschapsbelasting opgegeven en/of doen (laten) opgeven en/of de/het aangekochte onroerende zaak/appartementsrecht(en) gelegen aan de [adres 2] te Amsterdam (ingevolge D-005 en D-069, AH-058) voor een te hoge boekwaarde opgenomen/doen (laten) opnemen en/of verwerkt en/of doen (laten) verwerken,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken, aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte feitelijk leiding heeft gegeven;

3:
hij op of omstreeks de periode van 15 augustus 2004 tot en met 4 november 2004 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in (een) authentieke akte(n), te weten in:

-de "akte van levering appartementsrecht" van het pand [adres 2] te Amsterdam door

[stichting] aan dhr. [naam 1] d.d. 6 september 2004 (D001) en/of

-de "akte van levering appartementsrecht" van het pand [adres 2] te Amsterdam door dhr. [naam 1] aan [BV 2] d.d. 6 september 2004 (D005) en/of

-de "akte van levering appartementsrechten" van het pand [adres 2] te Amsterdam door dhr. [naam 1] aan [BV 2] d.d. 4 november 2004 (D006),

(een) valse opgave(n) aangaande (een) feit(en) van welks waarheid de akte moet doen blijken heeft/hebben doen opnemen, bestaande die valse opgave(n) hierin dat

D-001:

-[naam 1], aangeduid met Koper, bij onderhandse akte gedateerd achtentwintig april tweeduizend vier van Verkoper heeft gekocht het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de bedrijfsruimte op de begane grond, plaatselijk bekend [adres 2] Amsterdam, en/of

-de heer [naam 2] als zijn meester onder meer heeft aangewezen de Koper ([naam 1]), en/of

-Verkoper aan Koper ([naam 1]) het Verkochte levert en Koper ([naam 1]) die levering aanvaardt, en/of

-de kosten van de levering en overdracht van het Verkochte, waaronder begrepen de notariële kosten, de overdrachtsbelasting en het kadastrale recht voor rekening van Koper ([naam 1]) zijn, en/of

-deze kosten door Koper ([naam 1]) zijn voldaan door storting op de kwaliteitsrekening Derdengelden mr [naam 3], notaris te Amsterdam, en/of

-vanaf heden (zes september 2004) de baten Koper ([naam 1]) ten goede komen, de lasten voor zijn rekening zijn en hij het risico van het Verkochte draagt, en/of

D-005:

-[naam 1], aangeduid met Verkoper, aan Koper heeft verkocht het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de bedrijfsruimte op de begane grond, plaatselijk bekend

[adres 2] Amsterdam, en/of Verkoper ([naam 1]) ter uitvoering hiervan dit appartementsrecht levert aan Koper, en/of

-de koopprijs van het Verkochte bedraagt één miljoen achthonderdvijftigduizend euro

(EURO 1.850.000,00), en/of

-de koopprijs en alle overige bedragen, die Koper blijkens de nota van afrekening bij de levering aan Verkoper ([naam 1]) dient te betalen, deels door verrekening tussen partijen, alsmede deels door schuldigerkenning onder nader tussen partijen overeen te komen voorwaarden zullen worden voldaan, en/of

D-006:

-[naam 1], aangeduid met Verkoper, aan Koper heeft verkocht het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de bedrijfsruimte op de begane grond, plaatselijk bekend

[adres 2] Amsterdam, en/of

-Verkoper ([naam 1]) en Koper een koopovereenkomst hebben gesloten, waarbij Verkoper voor de koopsom van één miljoen achthonderdvijftigduizend euro (EURO 1.850.000,00) aan Koper twaalf appartementsrechten heeft verkocht, en/of

-de koopprijs van het Registergoed, dat wil zeggen van alle twaalf genoemde appartementsrechten, één miljoen achthonderdvijftigduizend euro (EURO 1.850.000,00) bedraagt, en/of

-deze koopprijs bij genoemde levering de dato zes september tweeduizend vier is voldaan

(terwijl in werkelijkheid [BV 1] en/of [BV 2] de nader te noemen meester was/waren en het/de appartementsrecht(en) van [stichting] heeft/hebben gekocht voor een bedrag van EURO 1.000.000,00, en [naam 1] als stroman heeft gefungeerd)

met het oogmerk om die akte(n) te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken, als ware die opgave(n) in overeenstemming met de waarheid;

4:
hij in de periode van 6 september 2004 tot en met 17 december 2014 te Amsterdam en/of Hilversum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen,

opzettelijk gebruik heeft gemaakt en/of doen en/of laten maken van en/of afgeleverd heeft en/of doen en/of laten afleveren en/of voorhanden heeft gehad drie, althans een of meer authentieke akte(n), als ware de inhoud in overeenstemming met de waarheid, te weten

-de "akte van levering appartementsrecht" van het pand [adres 2] te Amsterdam door [stichting] aan dhr. [naam 1] d.d. 6 september 2004 (D001) en/of

-de "akte van levering appartementsrecht" van het pand [adres 2] te Amsterdam door dhr. [naam 1] aan [BV 2] d.d. 6 september 2004 (D005) en/of

-de "akte van levering appartementsrechten" van het pand [adres 2] te Amsterdam door dhr. [naam 1] aan [BV 2] d.d. 4 november 2004 (D006),

met daarin opgenomen (een) valse opgave(n) aangaande (een) feit(en) van welks waarheid de akte moet doen blijken, te weten dat

D-001:

-[naam 1], aangeduid met Koper, bij onderhandse akte gedateerd achtentwintig april tweeduizend vier van Verkoper heeft gekocht het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de bedrijfsruimte op de begane grond, plaatselijk bekend [adres 2] Amsterdam, en/of

-de heer [naam 2] als zijn meester onder meer heeft aangewezen de Koper ([naam 1]), en/of

-Verkoper aan Koper ([naam 1]) het Verkochte levert en Koper ([naam 1]) die levering aanvaardt, en/of

-de kosten van de levering en overdracht van het Verkochte, waaronder begrepen de notariële kosten,

de overdrachtsbelasting en het kadastrale recht voor rekening van Koper ([naam 1]) zijn, en/of

-deze kosten door Koper ([naam 1]) zijn voldaan door storting op de kwaliteitsrekening Derdengelden mr [naam 3], notaris te Amsterdam, en/of

-vanaf heden de baten Koper ([naam 1]) ten goede komen, de lasten voor zijn rekening zijn en hij het risico van het Verkochte draagt, en/of

D-005:

-[naam 1], aangeduid met Verkoper, aan Koper heeft verkocht het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de bedrijfsruimte op de begane grond, plaatselijk bekend

[adres 2] Amsterdam, en/of Verkoper ([naam 1]) ter uitvoering hiervan dit appartementsrecht levert aan Koper, en/of

-de koopprijs van het Verkochte bedraagt één miljoen achthonderdvijftigduizend euro

(EURO 1.850.000,00), en/of

-de koopprijs en alle overige bedragen, die Koper blijkens de nota van afrekening bij de levering aan Verkoper ([naam 1]) dient te betalen, deels door verrekening tussen partijen, alsmede deels door schuldigerkenning onder nader tussen partijen overeen te komen voorwaarden zullen worden voldaan, en/of

D-006:

-[naam 1], aangeduid met Verkoper, aan Koper heeft verkocht het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de bedrijfsruimte op de begane grond, plaatselijk bekend

[adres 2] Amsterdam, en/of

-Verkoper ([naam 1]) en Koper een koopovereenkomst hebben gesloten, waarbij Verkoper voor

de koopsom van één miljoen achthonderdvijftigduizend euro (EURO 1.850.000,00) aan Koper

twaalf appartementsrechten heeft verkocht, en/of

-de koopprijs van het Registergoed, dat wil zeggen van alle twaalf genoemde appartementsrechten,

één miljoen achthonderdvijftigduizend euro (EURO 1.850.000,00) bedraagt, en/of

-deze koopprijs bij genoemde levering de dato zes september tweeduizend vier is voldaan

(terwijl in werkelijkheid [BV 1] en/of [BV 2] de nader te noemen meester was/waren en het/de appartementsrecht(en) van [stichting] heeft/hebben gekocht voor een bedrag van EURO 1.000.000,00, en [naam 1] als stroman heeft gefungeerd) bestaande dat (doen en/of laten) gebruikmaken en/of (doen en/of laten) afleveren hierin dat voornoemde akte(n) zijn ingeschreven in het Kadaster en/of voornoemde akte(n) en/of (een) kopie(ën) en/of (een) afschrift(en) daarvan zijn verzonden en/of overgedragen aan [stichting] en/of

[bedrijf] (D-083) en/of bestaande dat voorhanden hebben hierin dat voornoemde akte(n) en/of (een) kopie(ën) en/of (een) afschrift(en) daarvan (middellijk, via/bij (een van) zijn vennootschap(pen)) en/of in het/de dossier(s) van zijn mededader(s) voorhanden is/zijn geweest,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat de akte(n) bestemd was/waren voor zodanig gebruik;

5:
hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 augustus 2004 tot en met 1 juni 2010 te Amsterdam en/of Hilversum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk (een) geschrift(en), te weten:

1. een nota van notaris Mr. [naam 3] aan [BV 2] d.d. 31 augustus 2004, nummer 394/856 (D-014, D-062, D-074, D-077) en/of

2. een nota van notaris Mr. [naam 3] aan [BV 2] d.d. 31 augustus 2004, nummer 394/856 (D-015, D-075)

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken en/of vervalst en/of doen en/of laten vervalsen, zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken,

en bestaande die valsheid hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s) in die nota('s) ad 1 en/of ad 2 valselijk en/of in strijd met de waarheid het heeft/hebben doen voorkomen en/of valselijk en/of in strijd met de waarheid heeft/hebben opgenomen en/of heeft/hebben doen/laten opnemen, dat de koopsom registergoed (inzake de aankoop [adres 2] te Amsterdam) EURO 1.850.000,00 heeft bedragen, terwijl in werkelijkheid de koopsom registergoed EURO 1.000.000,00 bedroeg;

6:
Primair

hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 augustus 2004 tot en met

17 december 2014 te Amsterdam en/of Hilversum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt en/of doen en/of laten maken van en/of afgeleverd heeft en/of doen en/of laten afleveren en/of voorhanden heeft gehad (een) geschrift(en), te weten:

1. een nota van notaris Mr. [naam 3] aan [BV 2] d.d. 31 augustus 2004, nummer 394/856 (D-014, D-062, D-074, D-077) en/of

2. een nota van notaris Mr. [naam 3] aan [BV 2] d.d. 31 augustus 2004, nummer 394/856 (D-015, D-075)

zijnde telkens (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dat/die geschrift(en) bestemd was/waren tot gebruik als ware dat/die geschrift(en) echt en onvervalst, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) in die nota('s) ad 1 en/of ad 2 (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid doen voorkomen en/of valselijk en/of in strijd met de waarheid opgenomen en/of doen/laten opnemen, dat de koopsom registergoed (inzake de aankoop

[adres 2] te Amsterdam) EURO 1.850.000,00 heeft bedragen, terwijl in werkelijkheid de koopsom registergoed EURO 1.000.000,00 bedroeg

immers is/zijn voornoemd(e) geschrift(en) in de administratie van [BV 1] en/of [BV 2] voorhanden geweest en/of opgenomen en/of verwerkt in de jaarcijfers en/of afgeleverd aan de belastingadviseur;

Subsidiair

[BV 1] en/of [BV 2] op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 augustus 2004 tot en met 17 december 2014 te Amsterdam en/of Hilversum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt en/of doen en/of laten maken van en/of afgeleverd heeft en/of doen en/of laten afleveren en/of voorhanden heeft gehad (een) geschrift(en), te weten:

1. een nota van notaris Mr. [naam 3] aan [BV 2] d.d. 31 augustus 2004, nummer 394/856 (D-014, D-062, D-074, D-077) en/of

2. een nota van notaris Mr. [naam 3] aan [BV 2] d.d. 31 augustus 2004, nummer 394/856 (D-015, D-075)

zijnde telkens (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, terwijl [BV 1] en/of [BV 2] en/of verdachte en/of haar/hun/zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dat/die geschrift(en) bestemd was/waren tot gebruik als ware dat/die geschrift(en) echt en onvervalst,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) in die nota('s) ad 1 en/of ad 2 (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid doen voorkomen en/of valselijk en/of in strijd met de waarheid opgenomen en/of doen/laten opnemen, dat de koopsom registergoed (inzake de aankoop

[adres 2] te Amsterdam) EURO 1.850.000,00 heeft bedragen, terwijl in werkelijkheid de koopsom registergoed EURO 1.000.000,00 bedroeg,

immers is/zijn voornoemd(e) geschrift(en) in de administratie van [BV 1] en/of [BV 2] voorhanden geweest en/of opgenomen en/of verwerkt in de jaarcijfers en/of afgeleverd aan de belastingadviseur

tot het plegen van welk(e) voornoemd feit(en) verdachte opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte feitelijke leiding heeft gegeven.

7:
hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 augustus 2004 tot en met

17 december 2014, te Amsterdam en/of Hilversum en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

- ( een vordering op [NV] en/of [BV 1] en/of

[BV 2] ter hoogte van) EURO 850.000,00, althans EURO 825.000,00, althans een geldbedrag en/of

- ( een) appartementsrecht(en) rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de bedrijfsruimte op de begane grond, plaatselijk bekend [adres 2] Amsterdam, geheel of gedeeltelijk en/of

- ( een) bedrag(en) wegens honorarium akte van levering, te weten EURO 700,00 (D-055) en/of

EURO 2.850,00 (D-062), althans (een) geldbedrag(en),

heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben overgedragen en/of heeft/hebben omgezet en/of van die vordering en/of dat geldbedrag en/of dat/die appartementsrecht(en) en/of dat/die bedrag(en) wegens honorarium gebruik heeft/hebben gemaakt en/of

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing van die vordering en/of dat geldbedrag en/of dat/die appartementsrecht(en) en/of dat/die bedrag(en) wegens honorarium heeft/hebben verborgen en/of verhuld en/of heeft/hebben verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op die vordering en/of dat geldbedrag en/of dat/die appartementsrecht(en) en/of dat/die bedrag(en) wegens honorarium was/waren en/of wie het/die voorhanden had/hadden,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat bovenomschreven vordering en/of geldbedrag en/of appartementsrecht(en) en/of bedrag(en) wegens honorarium geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit valsheid in geschrifte en/of belastingfraude en/of een of meer andere misdrijven, in elk geval enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank.

Vrijspraak

Inleiding

Op 6 september 2004 heeft [stichting] (hierna: [stichting]) haar bedrijfspand aan de

[adres 2] te Amsterdam geleverd aan [naam 1] voor € 1.000.000. Het pand

werd op diezelfde dag voor € 1.850.000 door [naam 1] geleverd aan [BV 2] (hierna [BV 2]),

een dochteronderneming van [BV 1] (hierna: [BV 1]).

[naam 1] trad hierbij op instructie van de verdachte als stroman op.

De verdachte was, via zijn Antilliaanse vennootschap [NV] (hierna [NV]),

enig aandeelhouder van [BV 1]. De verdachte heeft deze schijnconstructie - waarmee werd beoogd

de te behalen winst uit het zicht van de Belastingdienst te houden - erkend. De authentieke akten

en nota’s die op verzoek van de verdachte door zijn notaris, de medeverdachte, zijn opgemaakt en

door de verdachte zijn gebruikt, vormen (derhalve) geen weerspiegeling van de werkelijkheid.

Vervolgens heeft de verdachte, kort weergegeven, € 850.000 (het verschil tussen de voor [stichting] bestemde koopsom en de door [BV 2] volgens de met [naam 1] gesloten overeenkomst verschuldigde koopsom) als een schuld laten verwerken ten gunste van [NV] in de rekening-courant die [NV] aanhield bij [BV 2], waarmee [NV], (ten onrechte), een vordering heeft gekregen op [BV 2].

Feit 1

Het hof begrijpt het onder 1 tenlastegelegde aldus, dat de verdachte wordt verweten dat zijn privé vermogen is vermeerderd met € 850.000 en dat hij, door genoemde mutatie niet te verwerken in zijn aangifte voor de inkomstenbelasting over het jaar 2004, deze aangifte opzettelijk onjuist heeft gedaan dan wel vals heeft opgemaakt. Uit het dossier kan echter niet zonder meer blijken dat de verdachte in 2004 via [NV] een uitkering van € 850.000 aan zichzelf als aandeelhouder heeft gedaan. Het enkele bestaan van e-mailberichten tussen de verdachte en een voormalig controller van [BV 1] in juli 2011

(D-117) acht het hof daartoe onvoldoende. In dat licht is het hof van oordeel, dat niet kan worden bewezen dat de aangifte zoals onder 1 tenlastegelegd, onjuist is gedaan. De omstandigheid dat de rechter in het fiscale vonnis inzake de beschreven transactie de feiten anders heeft gewaardeerd, maakt niet dat de strafrechter, op basis van het strafdossier, eensluidend dient te oordelen.

Feit 7

Op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kan niet worden bewezen dat de

verdachte (een vordering op één van zijn ondernemingen van) € 850.000 voorhanden heeft gehad zoals tenlastegelegd onder feit 7. Niet bewezen kan dan ook worden dat de verdachte genoemd bedrag heeft witgewassen.

Het witwassen van het honorarium van de medeverdachte notaris [naam 3] en het witwassen van de appartementsrechten van het betreffende bedrijfspand kan evenmin worden bewezen. Het hof ziet niet in hoe deze geldbedragen of rechten afkomstig zijn uit enig misdrijf. Daarbij merkt het hof op, dat de advocaat-generaal zich ter zitting niet over beide onderdelen van de tenlastelegging heeft uitgelaten.

Naar het oordeel van het hof is daarom niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte

onder 1 en 7 is ten laste gelegd, zodat hij hiervan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2, 3, 4, 5 en 6 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

2:
[BV 1] (als moeder van de fiscale eenheid waarin [BV 2] was opgenomen) op 1 april 2006 en op 18 juni 2007 te Apeldoorn,

telkens opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten

een aangifte Vennootschapsbelasting ten name van [BV 1] over het jaar 2004

(D-020) en 2005 (D-012, D-100), onjuist heeft laten doen,

immers heeft die [BV 1] telkens opzettelijk in de naar de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst Apeldoorn toegezonden aangiften vennootschapsbelasting ten name van [BV 1] over genoemde jaren telkens

een te laag bedrag aan belastbare winst en een te laag bedrag aan te betalen vennootschapsbelasting laten opgeven,

terwijl die feiten telkens ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven,

aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte feitelijke leiding heeft gegeven;

en

[BV 1] (als moeder van de fiscale eenheid waarin [BV 2] was opgenomen) in de periode van 1 april 2006 tot en met 18 juni 2007 te Amsterdam,

twee bij de Belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen,

te weten aangiftebiljetten vennootschapsbelasting ten name van [BV 1] over de jaren 2004 (D-020) en 2005 (D012),

- zijnde telkens een geschrift dat bestemd was tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft doen laten opmaken, immers heeft verdachte telkens in strijd met de waarheid in de aangiftebiljetten vennootschapsbelasting terzake van de jaren 2004 en 2005 een te laag bedrag aan belastbare winst en

een te laag bedrag aan te betalen vennootschapsbelasting doen opgeven en de aangekochte appartementsrechten gelegen aan de [adres 2] te Amsterdam (ingevolge D-005 en D-069, AH-058), voor een te hoge boekwaarde doen opnemen,

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken, aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte feitelijk leiding heeft gegeven;

3:
hij in de periode van 15 augustus 2004 tot en met 4 november 2004 te Amsterdam, in authentieke akten, te weten in:

-de "akte van levering appartementsrecht" van het pand [adres 2] te Amsterdam door [stichting] aan dhr. [naam 1] d.d. 6 september 2004 (D001) en

-de "akte van levering appartementsrecht" van het pand [adres 2] te Amsterdam door dhr. [naam 1] aan [BV 2] d.d. 6 september 2004 (D005) en

-de "akte van levering appartementsrechten" van het pand [adres 2] te Amsterdam door dhr. [naam 1] aan [BV 2] d.d. 4 november 2004 (D006),

valse opgaven aangaande feiten van welks waarheid de akte moet doen blijken heeft doen opnemen, bestaande die valse opgaven hierin dat

D-001:

-[naam 1], aangeduid met Koper, bij onderhandse akte gedateerd achtentwintig april tweeduizend vier van Verkoper heeft gekocht het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de bedrijfsruimte op de begane grond, plaatselijk bekend als [adres 2] Amsterdam, en

-de heer [naam 2] als zijn meester onder meer heeft aangewezen de Koper ([naam 1]), en

-Verkoper aan Koper ([naam 1]) het Verkochte levert en Koper ([naam 1]) die levering aanvaardt, en

-de kosten van de levering en overdracht van het Verkochte, waaronder begrepen de notariële kosten, de overdrachtsbelasting en het kadastrale recht voor rekening van Koper ([naam 1]) zijn, en

-deze kosten door Koper ([naam 1]) zijn voldaan door storting op de kwaliteitsrekening Derdengelden mr [naam 3], notaris te Amsterdam, en

-vanaf heden (zes september 2004) de baten Koper ([naam 1]) ten goede komen, de lasten voor zijn rekening zijn en hij het risico van het Verkochte draagt, en

D-005:

-[naam 1], aangeduid met Verkoper, aan Koper heeft verkocht het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de bedrijfsruimte op de begane grond, plaatselijk bekend als

[adres 2] Amsterdam, en Verkoper ([naam 1]) ter uitvoering hiervan zeven appartementsrechten levert aan Koper, en

-de koopprijs van het Verkochte bedraagt één miljoen achthonderdvijftigduizend euro

(EURO 1.850.000,00), en

-de koopprijs en alle overige bedragen, die Koper blijkens de nota van afrekening bij de levering aan Verkoper ([naam 1]) dient te betalen, deels door verrekening tussen partijen, alsmede deels door schuldigerkenning onder nader tussen partijen overeen te komen voorwaarden zullen worden voldaan, en

D-006:

-[naam 1], aangeduid met Verkoper, aan Koper heeft verkocht het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de bedrijfsruimte op de begane grond, plaatselijk bekend als

[adres 2] Amsterdam, en

-Verkoper ([naam 1]) en Koper een koopovereenkomst hebben gesloten, waarbij Verkoper voor

de koopsom van één miljoen achthonderdvijftigduizend euro (EURO 1.850.000,00) aan Koper twaalf appartementsrechten heeft verkocht, en

-de koopprijs van het Registergoed, dat wil zeggen van alle twaalf genoemde appartementsrechten,

één miljoen achthonderdvijftigduizend euro (EURO 1.850.000,00) bedraagt, en

-deze koopprijs bij genoemde levering de dato zes september tweeduizend vier is voldaan,

terwijl in werkelijkheid [BV 1] of [BV 2] de nader te noemen meester was en de appartementsrechten heeft gekocht voor een bedrag van EURO 1.000.000,00,

en [naam 1] als stroman heeft gefungeerd,

met het oogmerk die akten te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken, als ware die opgaven in overeenstemming met de waarheid;

4:
hij in de periode van 6 september 2004 tot en met 17 december 2014 te Amsterdam en/of Hilversum, althans in Nederland,

opzettelijk gebruik heeft gemaakt en laten maken van en heeft laten afleveren en/of voorhanden heeft gehad drie authentieke akten, als ware de inhoud in overeenstemming met de waarheid, te weten

-de "akte van levering appartementsrecht" van het pand [adres 2] te Amsterdam door [stichting] aan dhr. [naam 1] d.d. 6 september 2004 (D001) en

-de "akte van levering appartementsrecht" van het pand [adres 2] te Amsterdam door dhr. [naam 1] aan [BV 2] d.d. 6 september 2004 (D005) en

-de "akte van levering appartementsrechten" van het pand [adres 2] te Amsterdam door dhr. [naam 1] aan [BV 2] d.d. 4 november 2004 (D006),

met daarin opgenomen valse opgaven aangaande feiten van welks waarheid de akte moet doen blijken, te weten dat

D-001:

-[naam 1], aangeduid met Koper, bij onderhandse akte gedateerd achtentwintig april tweeduizend vier van Verkoper heeft gekocht het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de bedrijfsruimte op de begane grond, plaatselijk bekend als [adres 2] Amsterdam, en

-de heer [naam 2] als zijn meester onder meer heeft aangewezen de Koper ([naam 1]), en

-Verkoper aan Koper ([naam 1]) het Verkochte levert en Koper ([naam 1]) die levering aanvaardt, en

-de kosten van de levering en overdracht van het Verkochte, waaronder begrepen de notariële kosten, de overdrachtsbelasting en het kadastrale recht voor rekening van Koper ([naam 1]) zijn, en

-deze kosten door Koper ([naam 1]) zijn voldaan door storting op de kwaliteitsrekening Derdengelden mr [naam 3], notaris te Amsterdam, en

-vanaf heden de baten Koper ([naam 1]) ten goede komen, de lasten voor zijn rekening zijn en hij het risico van het Verkochte draagt, en

D-005:

-[naam 1], aangeduid met Verkoper, aan Koper heeft verkocht het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de bedrijfsruimte op de begane grond, plaatselijk bekend als

[adres 2] Amsterdam, en Verkoper ([naam 1]) ter uitvoering hiervan zeven appartementsrechten levert aan Koper, en

-de koopprijs van het Verkochte bedraagt één miljoen achthonderdvijftigduizend euro (EURO 1.850.000,00), en

-de koopprijs en alle overige bedragen, die Koper blijkens de nota van afrekening bij de levering aan Verkoper ([naam 1]) dient te betalen, deels door verrekening tussen partijen, alsmede deels door schuldigerkenning onder nader tussen partijen overeen te komen voorwaarden zullen worden voldaan, en

D-006:

-[naam 1], aangeduid met Verkoper, aan Koper heeft verkocht het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de bedrijfsruimte op de begane grond, plaatselijk bekend als

[adres 2] Amsterdam, en

-Verkoper ([naam 1]) en Koper een koopovereenkomst hebben gesloten, waarbij Verkoper voor de koopsom van één miljoen achthonderdvijftigduizend euro (EURO 1.850.000,00) aan Koper twaalf appartementsrechten heeft verkocht, en

-de koopprijs van het Registergoed, dat wil zeggen van alle twaalf genoemde appartementsrechten, één miljoen achthonderdvijftigduizend euro (EURO 1.850.000,00) bedraagt, en

-deze koopprijs bij genoemde levering de dato zes september tweeduizend vier is voldaan,

terwijl in werkelijkheid [BV 1] of [BV 2] de nader te noemen meester was en de appartementsrechten heeft gekocht voor een bedrag van EURO 1.000.000,00 en

[naam 1] als stroman heeft gefungeerd,

bestaande dat gebruikmaken en doen afleveren hierin dat voornoemde akten zijn ingeschreven in het Kadaster en voornoemde akten of afschriften daarvan zijn verzonden aan [stichting] en [bedrijf] (D-083) en

bestaande dat voorhanden hebben hierin dat voornoemde akten of afschriften daarvan (middellijk, bij zijn vennootschappen) voorhanden zijn geweest,

terwijl hij wist dat de akten bestemd waren voor zodanig gebruik;

5:
hij op tijdstippen in de periode van 15 augustus 2004 tot en met 1 januari 2005 te Amsterdam opzettelijk geschriften, te weten:

1. een nota van notaris Mr. [naam 3] aan [BV 2] d.d. 31 augustus 2004, nummer 394/856 (D-014, D-074) en

2. een nota van notaris Mr. [naam 3] aan [BV 2] d.d. 31 augustus 2004, nummer 394/856 (D-015, D-075),

zijnde telkens een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft doen opmaken, zulks met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken

en bestaande die valsheid hierin dat verdachte in die nota's ad 1 en/of ad 2 valselijk en in strijd met de waarheid heeft doen opnemen dat de koopsom registergoed inzake de aankoop

[adres 2] te Amsterdam EURO 1.850.000,00 heeft bedragen, terwijl in werkelijkheid de koopsom registergoed EURO 1.000.000,00 bedroeg;

6:
Primair

hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 augustus 2004 tot en met 17 december 2014 te Amsterdam en/of Hilversum, althans in Nederland, opzettelijk gebruik heeft gemaakt en doen maken

van en laten afleveren en voorhanden heeft gehad geschriften, te weten:

1.een nota van notaris Mr. [naam 3] aan [BV 2] d.d. 31 augustus 2004, nummer 394/856 (D-014, D-074) en

2.een nota van notaris Mr. [naam 3] aan [BV 2] d.d. 31 augustus 2004, nummer 394/856 (D-015, D-075),

zijnde telkens een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, terwijl hij, verdachte, wist dat die geschriften bestemd waren tot gebruik als ware die geschriften echt en onvervalst,

immers heeft hij, verdachte, in die nota's ad 1 en ad 2 telkens valselijk en in strijd met de waarheid laten opnemen dat de koopsom registergoed (inzake de aankoop [adres 2] te Amsterdam) EURO 1.850.000,00 heeft bedragen, terwijl in werkelijkheid de koopsom registergoed EURO 1.000.000,00 bedroeg,

immers zijn voornoemde geschriften in de administratie van [BV 1] te Amsterdam voorhanden geweest en opgenomen en verwerkt in de jaarcijfers en afgeleverd aan de belastingadviseur.

Hetgeen onder 2, 3, 4, 5 en 6 primair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen.

De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Ingevolge het bepaalde in artikel 359 derde lid van het Wetboek van Strafvordering (Sv) volstaat het hof met een opgave van de bewijsmiddelen, die in geval van cassatie zullen worden opgenomen in een aanvulling op dit verkort arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 2, 3, 4, 5 en 6 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging

en

valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

in een authentieke akte een valse opgave doen opnemen aangaande een feit van welks waarheid

de akte moet doen blijken, met het oogmerk die akte te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als ware zijn opgave in overeenstemming met de waarheid, meermalen gepleegd.

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk gebruik maken van een akte als bedoeld in artikel 227, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht als ware de inhoud in overeenstemming met de waarheid, meermalen gepleegd.

Het onder 5 bewezen verklaarde levert op:

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Het onder 6 primair bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk gebruik maken van een vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 2, 3, 4, 5 en 6 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 tot en met 6 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met aftrek van de tijd

die in voorarrest is doorgebracht. De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken van het onder 7 tenlastegelegde.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 tot en met 7 ten laste gelegde

zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden.

De raadsman van de verdachte heeft het hof verzocht de verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Hij heeft in dat kader gewezen op het bepaalde in art. 56 tweede lid van het Wetboek van Strafrecht (Sr), art. 63 Sr, de hoogte van het fiscale nadeel, de schending van de redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het valselijk laten opmaken, gebruiken en doen gebruiken van authentieke notariële akten, teneinde de bij een vastgoedtransactie gecreëerde winst uit het zicht van de Belastingdienst te houden. Voorts heeft hij zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrifte en het gebruik maken van valse geschriften, door de nota’s van afrekening van de notaris te doen baseren op genoemde valse aktes en deze als echt en onvervalst aan te bieden aan zijn belastingadviseur.

In het maatschappelijk en economisch verkeer dient men vertrouwen te kunnen stellen in de juistheid van bepaalde, voor dat verkeer essentiële akten en geschriften. Met zijn handelen heeft de verdachte dat vertrouwen op grove wijze ondermijnd. Het hof acht deze feiten ernstig.

De verdachte heeft zich in het verlengde van bovenstaande feiten als feitelijk leidinggever schuldig gemaakt aan het onjuist laten doen van aangifte Vennootschapsbelasting door [BV 1]. Hij heeft zodoende niet alleen het vertrouwen beschaamd dat de Belastingdienst moet kunnen stellen in de juistheid van gegevens die belastingplichtigen verstrekken, maar hij heeft ook de overheid en daarmee de samenleving financieel benadeeld. Bij de transactie die ten grondslag lag aan genoemde bewezenverklaarde feiten en de afwikkeling daarvan heeft de verdachte, een ervaren ondernemer, ook een ander aangezet tot het plegen van strafbare feiten. Het hof acht deze omstandigheden strafverzwarend, als ook de omstandigheid dat getracht is door gebruik te maken van verschillende rechtspersonen het zicht op de fiscale fraude te versluieren.

Gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde is het hof van oordeel dat alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf recht doet aan de feiten. Het hof ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte geen aanleiding hem een andere strafmodaliteit op te leggen

dan een gevangenisstraf.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 10 januari 2019 is hij eerder onherroepelijk veroordeeld, echter niet voor feiten als de onderliggende.

Met de raadsman is het hof van oordeel dat bij het opleggen van de straf in matigende zin rekening dient te worden gehouden met de samenhang tussen de feiten 3, 4, 5 en 6. Voorts houdt het hof rekening met het bepaalde in artikel 63 Sr, aangezien de verdachte op 4 april 2018 door dit hof - niet onherroepelijk - is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren (voor fiscale fraude en valsheid in geschrifte).

Het hof heeft ten slotte acht geslagen op de omstandigheid, dat in deze zaak in eerste aanleg de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees verdrag van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is overschreden, omdat de verdachte op 14 mei 2012 als verdachte is gehoord en de rechtbank eerst op 15 maart 2017 vonnis heeft gewezen. Het hof wijst thans op 20 februari 2019 arrest, bijna zeven jaren na aanvang van de criminal charge. Als uitgangspunt heeft te gelden twee jaren per rechterlijke instantie, zodat een overschrijding van de periode als geheel plaatsvindt van bijna drie jaar. Het hof zal deze overschrijding verdisconteren in de strafmaat, in die zin dat het hof in beginsel een gevangenisstraf van acht maanden passend en geboden acht, maar deze, gelet op het tijdsverloop, zal matigen.

Het hof acht, alles afwegende, een vrijheidsstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de artikelen 51, 57, 63, 225, 227 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 7 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 7 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2, 3, 4, 5 en 6 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2, 3, 4, 5 en 6 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin

zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. S. Clement en mr. P. Greve, in tegenwoordigheid

van mr. A. Scheffens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof

van 20 februari 2019.

=========================================================================

[…]