Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:586

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-02-2019
Datum publicatie
07-05-2019
Zaaknummer
23-001009-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Onderzoek Lancashire. Hof legt 120 uren taakstraf op voor schuldwitwassen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001009-17

datum uitspraak: 27 februari 2019

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 10 maart 2017 in de strafzaak onder parketnummer 15-971002-15 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

25 mei 2018, 16 en 17 januari 2019 en 13 februari 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:


zij op één of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 1 april 2012 tot en met 09 maart 2015,

te Amsterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich schuldig heeft gemaakt aan (schuld)witwassen,

immers heeft zij, verdachte, en/of haar mededader(s)

(telkens) van (een) voorwerp(en), te weten

- een of meerdere geldbedrag(en) (zijnde EUR 9.100,= en/of EUR 1.200,= en/of EUR 14.958,39 en/of EUR 1.282,86) en/of

- een voertuig (merk: BMW, type: 335d Xdrive) en/of

- sieraden (een witgouden ring en/of een armband en/of een set witgouden oorbellen),

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende

op voornoemd(e) voorwerp(en) was en/of voorhanden had,

terwijl zij en/of haar mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dit/deze voorwerp(en) -onmiddellijk of middellijk- afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

en/of (telkens) één of meer voorwerp(en), te weten

- een of meerdere geldbedrag(en) (zijnde EUR 9.100,= en/of EUR 1.200,= en/of EUR 14.958,39 en/of EUR 1.282,86) en/of

- een voertuig (merk: BMW, type: 335d Xdrive) en/of

- sieraden (een witgouden ring en/of een armband en/of een set witgouden oorbellen),

verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van voornoemd(e) voorwerp(en), gebruik gemaakt,

terwijl zij en/of haar mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden,

dat dit/deze voorwerp(en) -onmiddellijk of middellijk- afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewijsconstructie komt.

Bewijsoverweging

De verdediging heeft primair aangevoerd – kort samengevat – dat op basis van het dossier niet

kan worden geconcludeerd dat de verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de in de tenlastelegging genoemde uitgaven van misdrijf afkomstig waren. Van belang is dat er veel contant

geld was; eerst uit de organisatie van feesten, later uit het omwisselen van bitcoins en uit de verkoop

van de auto. De verdachte had ook geen inzicht in de omvang van het vermogen van [medeverdachte] . Zij wist niet meer dan dat [medeverdachte] veel geld verdiende met de handel in bitcoins.

Subsidiair heeft de verdediging betoogd dat aan de in de tenlastelegging genoemde bedragen en voorwerpen gezien de omvang en waarde daarvan geen vermoeden van witwassen kan worden ontleend. De geldbedragen zijn bovendien individualiseerbaar, want zij zijn als zodanig op de tenlastelegging vermeld.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Het hof stelt voorop dat op grond van het dossier kan worden bewezen dat [medeverdachte] – de partner van

de verdachte – gelden uit misdrijf heeft verkregen. Vervolgens moet de vraag worden beantwoord of de verdachte dit redelijkerwijs had moeten vermoeden. In dat kader acht het hof het navolgende van belang.

De verdachte woont sinds september 2011 samen met [medeverdachte] . Sinds die datum voeren zij een gezamenlijk huishouden.1 Het gezamenlijke netto-inkomen per maand over de ten laste gelegde periode bedroeg ongeveer (naar boven afgerond) € 3.000.2 De huuruitgaven bedroegen vanaf 2013 ongeveer

€ 1.400 exclusief parkeerplaats.3 Op de betaalrekening van de verdachte (bij de Rabobank) is te zien dat per maand honderden euro’s werden uitgegeven aan online shoppen.4 Uit het dossier blijkt voorts dat in de in casu relevante periode de verdachte en [medeverdachte] de beschikking kregen over diverse kostbare luxegoederen waaronder twee BMW’s van respectievelijk één en twee jaar oud met een oorspronkelijke cataloguswaarde van respectievelijk € 85.615 en € 41.5005, en dat zij duizenden euro’s besteedden aan vliegtickets6 en de huur van een vakantievilla (€ 13.000 euro).7 Daarnaast had de verdachte de beschikking over de in de tenlastelegging opgenomen geldbedragen en in de desbetreffende periode aangeschafte sieraden ter waarde van € 5.371.8

Opvallend is voorts dat er vanaf 2013 nauwelijks pinbetalingen plaatsvonden bij supermarkten en tankstations, terwijl dit in 2012 nog regelmatig voorkwam.9 Dit impliceert een toename van contante betalingen. Daarnaast blijkt sprake te zijn van een voorkeur voor betaling in contanten, zoals naar voren komt uit de berichten die de verdachte en [medeverdachte] over en weer naar elkaar sturen over de deels – voor 70% – contante betaling van de vakantievilla van € 13.000.10 Ook wordt van het totale aankoopbedrag van de sieraden in ieder geval € 3.173 euro contant voldaan.11

Na 2012 werden vanaf de betaalrekening van de verdachte bij de Rabodank geen geldopnames meer gedaan.12 Ook van haar andere bankrekeningen vonden geen geldopnames plaats. Dat betekent dat bovengenoemde contante uitgaven niet zijn gedaan uit haar eigen (giraal ontvangen) inkomen.

Gelet op het bovenstaande, met name het uitgavenpatroon van de verdachte en haar partner [medeverdachte] in ogenschouw genomen, kunnen de in de tenlastelegging vermelde bestedingen (zeker indien daarbij ook de hiervoor vermelde maandelijkse vaste lasten in ogenschouw worden genomen) niet zijn gedaan uit de legale inkomens van de verdachte en [medeverdachte] . De vraag is echter of de verdachte dit wist dan wel dit redelijkerwijs heeft moeten vermoeden.

Het hof is in lijn met de advocaat-generaal en de verdediging van oordeel dat op basis van de inhoud

van de bewijsmiddelen niet kan worden geconcludeerd dat de verdachte wist dat de in de tenlastelegging omschreven geldbedragen en voorwerpen van enig misdrijf afkomstig waren. Het hof zal de verdachte derhalve vrijspreken van het haar impliciet primair ten laste gelegde (opzet)witwassen.

Het hof is echter wel van oordeel dat de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig is geweest. Daarbij neemt het hof het volgende in aanmerking. Tot en met 2012 vonden nog regelmatig pinbetalingen plaats voor boodschappen en tankbeurten, maar vanaf 2013 is daarvoor slechts incidenteel gepind. Deze betalingen moeten dus contant hebben plaatsgevonden. Naast het vrijwel uitsluitend doen van contante betalingen, was ook sprake van het doen van grote contante uitgaven door de verdachte en [medeverdachte] in 2013. De verdachte heeft verklaard dat zij ervan uitging dat [medeverdachte] deze inkomsten heeft behaald met de handel in bitcoins. Dit vormt evenwel geen afdoende verklaring voor het voorhanden hebben van zodanige hoeveelheden contant geld en het vrijwel uitsluitend doen van contante betalingen. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat het handelen in bitcoins en het speculeren daarin geenszins meebrengt dat dit noopt tot het (anders dan in 2012 nog) vrijwel uitsluitend doen van contante betalingen.

Daarnaast acht het hof in dit verband van belang dat [medeverdachte] in het gesprek van 23 mei 2013 met betrekking tot de aankoop van een auto, waaraan hiervoor al is gerefereerd, tegen de verdachte zegt dat hij wil nagaan of het mogelijk is in twee of drie delen te betalen van “15-15-12” (het hof begrijpt: tweemaal 15.000 euro en eenmaal 12.000 euro), want “als we elke keer tot 15 betalen is het ook geen bijzondere transactie”.13 De inhoud van het desbetreffende gesprek is hieronder weergegeven:

[medeverdachte] ) We gaan die witte bmmer halen schat

( [verdachte] ) Compleet van binnen?

( [medeverdachte] ) Alles er op en er in!!

( [medeverdachte] ) Ik weet al hoe we het doen met betalen.

( [medeverdachte] ) Ff met ze checken of We in 2 of 3x kunnen betalen. Elke week een deel.

Dan zijn het ook niet al te grote transacties!

( [medeverdachte] ) 15-15-12 ofzo!!

( [medeverdachte] ) Vragen of ze btc accepteren! Hahaha

( [medeverdachte] ) Dat zou briljant zijn!! Wil ik zelfs wel iets meer betalen

( [medeverdachte] ) Daarom, als we elke keer tot 15 betalen is het ook geen bijzondere

Transactie14

[medeverdachte] wil hiermee kennelijk een melding van een ‘bijzondere transactie’ vermijden. Het hof is van oordeel dat de verdachte hieruit redelijkerwijs had moeten begrijpen dat het contante geld dat voor de aanschaf werd gebruikt geen legale herkomst had.

Zowel de inhoud van het gesprek als de omvang van de contante betalingen impliceren dat de verdachte moet hebben nagedacht over de bijzonderheden van het betalen met grote hoeveelheden contant geld. Het hof hecht geen belang aan de door de verdediging (terloops) gedane opmerking over het voorhanden hebben van veel contanten in verband met het organiseren van feesten, aangezien daarvan op geen enkele wijze is gebleken.

Het hof acht derhalve het impliciet subsidiair ten laste gelegde schuldwitwassen, meermalen gepleegd, wettig en overtuigend bewezen.

Dat – zoals door de verdediging naar voren gebracht – de gelden en goederen individualiseerbaar zijn, leidt niet tot een ander oordeel. Dit brengt immers niet mee dat het dus gaat om niet-witgewassen goederen. In dit verband wordt gewezen op het arrest van de Hoge Raad van 23 november 2010,

NJ 2011/44 waarin de Hoge Raad overwoog dat uit de wetsgeschiedenis kan worden afgeleid dat, wanneer van misdrijf afkomstige vermogensbestanddelen zijn vermengd met uit legale activiteiten verkregen vermogensbestanddelen, het aldus vermengde vermogen kan worden aangemerkt als

“mede” of “deels” uit misdrijf afkomstig, tenzij bepaalde omstandigheden meebrengen dat van een bepaald vermogensbestanddeel niet kan worden gezegd dat sprake is van witwassen, waarbij in de beoordeling kan worden betrokken of sprake is van een geringe waarde van het van misdrijf afkomstige vermogensbestanddeel dat met een op legale wijze verkregen vermogen vermengd is geraakt, al dan

niet in verhouding tot de omvang van het op legale wijze verkregen deel, hetzij sprake is van een groot tijdsverloop tussen het moment waarop het van misdrijf afkomstige vermogensbestanddeel is vermengd met het legale vermogen en het tijdstip waarop het verwijt van witwassen betrekking heeft, dan wel sprake is van een groot aantal of bijzondere veranderingen in dat vermogen in de tussentijd, dan wel een incidenteel karakter van de vermenging van het van misdrijf afkomstige vermogensbestanddeel met het legale vermogen. Van geen van deze omstandigheden is ten aanzien van de geldbedragen en de goederen als hierna opgenomen in de bewezenverklaring in de onderhavige zaak ook maar enigszins gebleken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op tijdstippen in de periode van 5 maart 2013 tot en met 09 maart 2015, te Amsterdam, zich schuldig heeft gemaakt aan (schuld)witwassen, immers heeft zij, verdachte, voorwerpen, te weten

- geldbedragen (zijnde EUR 9.100,- en EUR 1.200,- en EUR 14.958,39 en EUR 1.282,86) en

- een voertuig (merk: BMW, type: 335d Xdrive) en

- sieraden (een witgouden ring en een armband en een set witgouden oorbellen),

voorhanden gehad en van voornoemde voorwerpen gebruik gemaakt,

terwijl zij redelijkerwijs moest vermoeden, dat deze voorwerpen -onmiddellijk of middellijk- afkomstig waren uit enig misdrijf.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Schuldwitwassen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 uren hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en

de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft gedurende een periode van twee jaren gebruik gemaakt van omvangrijke geldbedragen die afkomstig zijn van misdrijf en van een personenauto en sieraden die zijn gefinancierd met crimineel geld. Zij diende redelijkerwijs de criminele herkomst van deze voorwerpen te vermoeden. Aldus heeft zij zich schuldig gemaakt aan schuldwitwassen. Door gebruik te maken van opbrengsten van misdrijven en voorwerpen die daarmee zijn gefinancierd, wordt de legale economie bedreigd en de integriteit van het financiële en economische verkeer aangetast.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 31 december 2018 is zij niet eerder strafrechtelijk veroordeeld.

Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden. Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat toepassing van artikel 9a Sr. onvoldoende recht doet aan ernst van de feiten. Wel komt het hof tot een lagere straf dan door de rechtbank opgelegd, omdat het hof een kortere periode bewezen heeft verklaard.

Beslissingen omtrent in beslag genomen voorwerpen

Het hof is van oordeel dat de hierna te vermelden onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen dienen te worden verbeurdverklaard:

  • -

    een geldbedrag van 1200 euro (nr. 1 op de beslaglijst);

  • -

    een personenauto BMW, kenteken [kenteken] (nr. 3 op de beslaglijst).

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de voorwerpen aan de verdachte toebehoren en dat die voorwerpen geheel of grotendeels door middel van het strafbare feit zijn verkregen, dan wel de bewezen verklaarde feiten met betrekking tot die voorwerpen zijn begaan of voorbereid.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 22c, 22d, 33, 33a, 57 en 420quater van

het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een geldbedrag van 1200 euro (nr. 1)

- een personenauto BMW, kenteken [kenteken] (nr. 3).

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin

zitting hadden mr. P. Greve, mr. S. Clement en mr. A.M. van Amsterdam, in tegenwoordigheid

van mr. M. Gieske, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof

van 27 februari 2019.

1 ZD6, map 2, p. 8014.

2 ZD6, p. 8007: [verdachte] 2.200 netto p/m. Pagina 8008: [medeverdachte] in 2013 13.015 (jaarbasis). Pagina 8014: ongeveer € 2.200 per maand exclusief vakantiegeld, zorgtoeslag en dingen als jaarlijkse belastingteruggave + (6.000:12) = € 2.700 per maand.

3 ZD6, map 2, p. 8556 (bedrag naar beneden afgerond).

4 ZD6, map 1, p. 8225.

5 ZD6, map 1, p. 8023.

6 ZD6, map 1, p. 8235.

7 ZD6, map 2, p. 8862 en p. 8869.

8 ZD6, map 1, p. 8016 en ZD6, map 2, p.8924.

9 ZD 6, map 1, p. 8233.

10 ZD6, map 1, p. 8015.

11 ZD6, map 1, p. 8016.

12 ZD6, map 1, p. 8234.

13 ZD5, map 2, p. 7587 e.v.

14 Proces-verbaal bevindingen iPhone 5 [verdachte] met nummer [nummer] , dat als bijlage 24 op pagina 7585 (ZD5, map 2) is opgenomen.