Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:585

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-02-2019
Datum publicatie
07-05-2019
Zaaknummer
23-001062-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Onderzoek Lancashire. Hof legt gevangenisstraf van 45 maanden op wegens grootschalige handel in drugs via Darknet Market Silk Road, en gewoontewitwassen. Handel in bitcoins.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001062-17

datum uitspraak: 27 februari 2019

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 10 maart 2017 in de strafzaak onder parketnummer 15-971000-15 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,

adres: [adres] ,

thans gedetineerd in [locatie]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

25 mei 2018, 16 en 17 januari 2019 en 13 februari 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1:
hij op of omstreeks 16 december 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (ongeveer)

- 10,33 kilogram amfetamine en/of

- 3,41 kilo MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine) en/of

- 1,17 kilo 2C-B (4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine) en/of

- 1000 zegels LSD (lysergide),

in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of MDMA

(3,4-methyleendioxymethamfetamine) en/of 2C-B (4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine)

en/of LSD (lysergide), zijnde amfetamine en/of MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine) en/of

2C-B (4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine) en/of LSD (lysergide) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2:
hij in of omstreeks de periode van 08 april 2013 tot en met 09 maart 2015 of op of omstreeks

09 maart 2015, te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt althans zich schuldig

heeft gemaakt aan witwassen, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens)

van (een) voorwerp(en), te weten

- een hoeveelheid bitcoins (ter waarde van EUR 1.541.922,=), althans een (groot) geldbedrag

(ter waarde van EUR 277.744,-), in elk geval enig geldbedrag en/of

- een of meer horloge(s) (merk: Tag Heuer en/of Rolex) en/of

- een of meer personenauto(s) (een BMW gekentekend [kenteken 1] en/of een BWM gekentekend

[kenteken 2] ),

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen

en/of verhuld en/of

(een) voorwerp(en), te weten

- een hoeveelheid bitcoins (ter waarde van EUR 1.541.922,=), althans een (groot) geldbedrag

(ter waarde van EUR 277.744,-), in elk geval enig geldbedrag en/of

- een of meer horloge(s) (merk: Tag Heuer en/of Rolex) en/of

- een of meer personenauto(s) (een BMW gekentekend [kenteken 1] en/of een BWM gekentekend

[kenteken 2] ),

verworven en/of voorhanden gehad en/of omgezet en/of overgedragen en/of van bovengenoemde genoemd(e) voorwerp(en) gebruik gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk onmiddellijk of middellijk afkomstig was uit enig misdrijf;

3 primair:
hij in of omstreeks de periode van 01 april 2012 tot en met 09 maart 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) (meermalen) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, al dan niet bedoeld als in artikel 1 lid 5 Opiumwet, en/of (meermalen) opzettelijk verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

één of meerdere hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) bevattende heroïne en/of MDMA

(3,4-methyleendioxymethamfetamine) en/of amfetamine en/of Lysergide (LSD) en/of

2C-B (4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine), zijnde (telkens) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, althans een of meer andere middel(en) vermeld op die lijst 1 behorende

bij de Opiumwet, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen en daar opzettelijk:

een (onbekende) hoeveelheid van die bevattende heroïne en/of

MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine) en/of amfetamine en/of Lysergide (LSD) en/of

2C-B (4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine) en/of andere materialen van lijst 1 te koop aangeboden en/of vervoerd en/of ter verzending (binnenland en buitenland) aangeboden en/of verkocht en/of

(per postpakketten) geleverd aan afnemers in Nederland en in het buitenland (onder meer Rusland

en/of Engeland en/of Brazilië en/of Amerika en/of Oostenrijk en/of Duitsland en/of

Verenigde Arabische Emiraten en/of Roemenië en/of Argentinië en/of Canada, (al dan niet via de online marktplaatsten, onder meer via Silk Road en/of Silk Road 2.0 en/of Agora en/of Evolution en/of

Sheep en/of Pandora en/of Black Market Reloaded),

onder een of meerdere de schuilna(a)m(en) (zijnde [Accountnaam 1] en/of [Accountnaam 2] en/of [Accountnaam 3]);


3 subsidiair:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks 01 april 2012 tot en met 09 maart 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van één of meerdere hoeveelhe(i)d(en) van (een) materi(a)l(en) bevattende heroïne en/of 3,4-methyleendioxymethamfetamine (MDMA) en/of amfetamine en/of Lysergide (LSD) en/of 4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine (2C-B), zijnde (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, althans een of meer andere middel(en) vermeld op

die lijst 1 behorende bij de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,

(telkens) een of meer ander(en) heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,

hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachte mededader(s), een (onbekende) hoeveelheid

van die bevattende heroïne en/of 3,4-methyleendioxymethamfetamine (MDMA) en/of amfetamine en/of lysergide (LSD) en/of 4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine (2C-B) en/of andere materialen van lijst 1 van de Opiumwet te koop aangeboden en/of ter verzending aan het buitenland aangeboden en/of verkocht en/of per (postpakketten) geleverd aan afnemers in Nederland en in het buitenland

(onder meer Rusland en/of Engeland en/of Brazilië en/of Amerika en/of Oostenrijk en/of Duitsland

en/of Verenigde Arabische Emiraten en/of Roemenië en/of Argentinië en/of Canada), (al dan niet via

de online marktplaats(en), onder meer via Silk Road en/of Silk Road 2.0 en/of Agora en/of Evolution en/of Sheep en/of Pandora en/of Black Market Reloaded),

onder een of meerdere schuilna(a)m(en) (zijnde [Accountnaam 1] en/of [Accountnaam 2] en/of [Accountnaam 3]).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Overwegingen ten aanzien van de feiten

Ten aanzien van feit 1

Beoordeling van het hof

Het hof acht, mede op grond van de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting

in hoger beroep, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte hetgeen onder 1 ten laste is gelegd heeft begaan.

Ten aanzien van feit 3

Standpunt advocaat-generaal

De advocaat-generaal stelt dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard – kort gezegd –

dat de verdachte verdovende middelen heeft geproduceerd, verkocht en geleverd en dat hij deze ook buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht. Hij wijst in dit verband op de bekennende verklaring die de verdachte heeft afgelegd over zijn betrokkenheid bij het account [Accountnaam 1]. Daarnaast kan op grond van het dossier worden geconcludeerd dat de verdachte ook betrokken is geweest bij [Accountnaam 3] en later ook bij het account [Accountnaam 2]. Van deze accounts staat vast dat

zij verdovende middelen buiten het grondgebied van Nederland hebben gebracht. Mitsdien kan ook

de uitvoer van verdovende middelen worden bewezen verklaard.

Uit het berichtenverkeer van [Accountnaam 1] blijkt volgens de advocaat-generaal ook dat [Accountnaam 1] de eigen verdovende middelen produceerde. Door betrokkenheid bij dit account, is de verdachte daarom ook schuldig aan de productie van verdovende middelen.

Standpunt verdediging

De verdediging stelt dat de verdachte betrokken is geweest bij [Accountnaam 1], maar bepleit vrijspraak van de ten laste gelegde uitvoer en productie van verdovende middelen, omdat [Accountnaam 1] geen verdovende middelen leverde aan het buitenland. Het dossier bevat daarnaast onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de conclusie dat de verdachte ook betrokken is geweest bij de [Accountnaam 3] en [Accountnaam 2], accounts die wel leverden aan het buitenland. Evenmin kan wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte verdovende middelen heeft geproduceerd. Bewijs daarvoor kan alleen worden gevonden in berichten die namens [Accountnaam 1] zijn verzonden op diverse darkwebs, maar aangezien er ook berichten zijn verstuurd die op het tegendeel wijzen is dit onvoldoende voor een bewezenverklaring.

Beoordeling hof

Het hof stelt, mede op basis van de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, voorop dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte, kort samengevat, gedurende een langere periode meermalen onder de naam [Accountnaam 1] tezamen en in vereniging met een of meer anderen in Amsterdam, dan wel elders in Nederland aan klanten harddrugs heeft verkocht en (af)geleverd.

Niet wettig en overtuigend kan echter worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de uitvoer en de productie van verdovende middelen. Hiervan zal de verdachte worden vrijgesproken. Het hof overweegt daartoe als volgt.

Uit de verklaring van de verdachte blijkt dat hij onder het account met de naam [Accountnaam 1]

via online marktplaatsen drugs verkocht aan zogenoemde ‘resellers’. Dat via dit account verzendingen naar het buitenland plaatsvonden, blijkt niet uit het dossier.

De accounts [Accountnaam 3] en [Accountnaam 2] verzonden weliswaar drugs naar het buitenland, maar het dossier bevat geen direct bewijs voor betrokkenheid van de verdachte bij die accounts. In ontlastende zin neemt het hof daarbij in aanmerking dat op de computer van de verdachte geen PGP-sleutels van deze accounts zijn aangetroffen, terwijl hij wel beschikte over de PGP-sleutelset van [Accountnaam 1],

het account waarbij hij (wel) betrokken was.

De advocaat-generaal stelt dat de betrokkenheid van de verdachte bij [Accountnaam 3] en [Accountnaam 2]

volgt uit zijn betrokkenheid bij [Accountnaam 1], dat achter het account van [Accountnaam 3] zou zitten. De advocaat-generaal leidt dit af uit het gebruik van hetzelfde e-mailadres door beide accounts en uit mededelingen van [Accountnaam 1] in berichten aan kopers op het darkweb.

Het hof volgt deze redenering niet. Hoewel [Accountnaam 3] op 24 juli 2013 om 06:04:43 uur in een

bericht aan een koper laat weten dat ze te bereiken zijn op het e-mailadres [e-mailadres 1],

het e-mailadres dat door [Accountnaam 1] wordt gebruikt, stuurt [Accountnaam 3] dezelfde dag om 09:33:03 uur een bericht waarin het e-mailadres wordt gecorrigeerd in [e-mailadres 2].

Over het berichtenverkeer tussen [Accountnaam 1] en kopers merkt het hof op dat weliswaar sprake

is van berichten van [Accountnaam 1] waaruit kan worden afgeleid dat het achter het account [Accountnaam 3] zit, maar daar tegenover staan ook berichten van latere datum – waaronder het bericht van 1 juli 2013 – waaruit kan worden afgeleid dat [Accountnaam 3] slechts een klant van [Accountnaam 1] is.

Gelet hierop kan niet met een voor een bewezenverklaring vereiste zekerheid worden vastgesteld

dat [Accountnaam 1] (en daarmee de verdachte) achter het account [Accountnaam 3] – en daarmee ook achter het account [Accountnaam 2] – zat.

Uit het dossier kan evenmin worden afgeleid dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de productie van verdovende middelen. De foto van de verdachte met daarop een cementmolen op

de achtergrond en de inhoud van berichten van [Accountnaam 1] op het darkweb zijn daarvoor onvoldoende, aangezien in het dossier ook berichten van [Accountnaam 1] zitten waaruit kan worden afgeleid dat [Accountnaam 1] voor de bevoorrading afhankelijk is van (externe) producenten. In dit verband wordt gewezen op de berichten van 15 en 17 juli 2013 waarin [Accountnaam 1] schrijft op zoek te zijn naar ‘nieuwe M’, dat ‘het bijna overal op’ is en dat ‘hun normale bron’ eind augustus weer begint met leveren. Ander aanvullend bewijs waaruit zou kunnen worden afgeleid dat door [Accountnaam 1] drugs worden geproduceerd – bijvoorbeeld door aankopen dan wel in voorraad hebben van middelen waarmee de drugs kunnen worden gefabriceerd – blijkt niet althans onvoldoende uit het dossier.

Ten aanzien van feit 2

Standpunt advocaat-generaal

De advocaat-generaal verenigt zich met de door de rechtbank uitgesproken bewezenverklaring en kwalificatie van gewoontewitwassen. Hij wijst erop dat er voldoende bewijs is voor de conclusie

dat een substantieel deel van de bitcoins en van het geld direct of indirect afkomstig is van misdrijf

en dat de verdachte daar wetenschap van had. Dat mogelijk een deel niet van misdrijf afkomstig is,

of niet uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf doet daaraan niet af, waarbij de advocaat-generaal erop wijst dat er sprake is van een zodanige omvang van vermenging met van misdrijf afkomstig geld

dat dit er niet toe kan leiden dat niet tot een bewezenverklaring kan worden gekomen.

Standpunt verdediging

De verdediging betoogt dat onderscheid moet worden gemaakt tussen de bitcoinadressen/-clusters

die werden beheerd door [Accountnaam 1] en de privéwallet van de verdachte. Met de privéwallet

van de verdachte, de zogenoemde cluster #4, hebben geen transacties met bitcoinadressen van de

Darknet Market Silk Road plaatsgevonden. Deze bitcoins zijn dan ook legaal en individualiseerbaar.

Ten aanzien van de overige bitcoinadressen/-clusters geldt dat daarvan niet vaststaat dat het overgrote deel van de bitcoins direct afkomstig is van Darknet Markets als Silk Road. Daarnaast kan niet worden gesteld dat bitcoins die indirect van dergelijke marktplaatsen komen, reeds om die reden als van misdrijf afkomstig kunnen worden aangemerkt.

Beoordeling hof

Het hof acht op grond van hetgeen bij de bespreking van feit 3 is overwogen en de overige bewijsmiddelen bewezen dat de verdachte als één van de gebruikers van het account [Accountnaam 1] heeft gehandeld in verdovende middelen. [Accountnaam 1] benaderde potentiële klanten op de

Darknet Market Silk Road met de vraag of zij verdovende middelen wilden kopen, waarna indien een transactie tot stand kwam deze middelen tijdens fysieke ontmoetingen werden geleverd. De betalingen voor de drugs vonden plaats in contant geld of in bitcoins op/in bitcoinadressen (virtuele bitcoinporte-monnees, ook wel “wallets” genoemd) c.q. bitcoinclusters (groepen bestaande uit meerdere bitcoin-adressen) die – waarover hierna meer – aan de verdachte zijn toe te rekenen. Alsdan heeft de verdachte geld dan wel bitcoins, afkomstig uit eigen misdrijf voorhanden gehad.

Voor zover er slechts sprake is van het voorhanden hebben van geld kan witwassen weliswaar bewezen worden, maar kan slechts worden gekomen tot een veroordeling te dier zake indien er sprake is van een handeling die erop is gericht de criminele opbrengst veilig te stellen. Zo van dat laatste geen sprake is zal moeten worden gekomen tot ontslag van alle rechtsvervolging. Dit laatste geldt ook indien het geld op een op eigen naam staande bankrekening in Nederland wordt gestort, omdat dit niet wordt aangemerkt als omzetten in de zin van artikel 420bis onder b Wetboek van Strafrecht. Worden met uit misdrijf verkregen geld goederen gekocht dan kan (wel) tot een veroordeling ter zake van witwassen worden gekomen. Dit laatste geldt vanzelfsprekend ook indien met bitcoins goederen worden betaald dan wel indien bitcoins worden overgedragen.

Na deze inleidende opmerkingen komt de vraag aan de orde hoe een en ander zich verhoudt tot de goederen die genoemd zijn in het onder 2 ten laste gelegde feit. Gaat het hier om goederen waarvan bewezen kan worden dat ze door de verdachte zijn witgewassen? Het hof stelt in dit verband

voorop dat de Hoge Raad in zijn arrest van 23 november 2010, NJ 2011/44 overwoog dat uit de wetsgeschiedenis kan worden afgeleid dat, wanneer van misdrijf afkomstige vermogensbestanddelen

zijn vermengd met uit legale activiteiten verkregen vermogensbestanddelen, het aldus vermengde vermogen kan worden aangemerkt als “mede” of “deels” uit misdrijf afkomstig, tenzij bepaalde omstandigheden meebrengen dat van een bepaald vermogensbestanddeel niet kan worden gezegd dat sprake is van witwassen, waarbij in de beoordeling kan worden betrokken of sprake is van een geringe waarde van het van misdrijf afkomstige vermogensbestanddeel dat met een op legale wijze verkregen vermogen vermengd is geraakt, al dan niet in verhouding tot de omvang van het op legale wijze verkregen deel, hetzij sprake is van een groot tijdsverloop tussen het moment waarop het van misdrijf afkomstige vermogensbestanddeel is vermengd met het legale vermogen en het tijdstip waarop het verwijt van witwassen betrekking heeft, dan wel sprake is van een groot aantal of bijzondere veranderingen in dat vermogen in de tussentijd, dan wel een incidenteel karakter van de vermenging

van het van misdrijf afkomstige vermogensbestanddeel met het legale vermogen.

Uit het dossier blijkt dat er zes bitcoinadressen c.q. bitcoinclusters zijn geïndividualiseerd die aan de verdachte worden toegerekend:

  1. [bitcoinadres 1] (hierna aangeduid als #1);

  2. [bitcoinadres 2] (hierna aangeduid als #2);

  3. [bitcoinadres 3] (hierna aangeduid als #3);

  4. [bitcoinadres 4] (hierna aangeduid als #4);

  5. [bitcoinadres 5] (hierna aangeduid als #5);

  6. [bitcoinadres 6] (hierna aangeduid als #6).

Bitcoinadressen #1 en #2 en bitcoincluster #5

Uit private messages op Silk Road tussen [Accountnaam 1] en andere gebruikers c.q. de beheerder

blijkt dat [Accountnaam 1] gebruik maakte van de bitcoinadressen #1 en #2 en bitcoincluster #5.

Aangezien gesteld noch gebleken is dat [Accountnaam 1] ook legale inkomsten genereerde, acht het hof bewezen dat alle bitcoins die op deze twee bitcoinadressen en bitcoincluster zijn ontvangen een criminele herkomst hebben. De bitcoins die op deze bitcoinadressen en -cluster zijn ontvangen, zijn vervolgens naar derden verzonden. De verdachte wist dat deze bitcoins afkomstig waren uit zijn eigen misdrijf. Doordat de verdachte een van de personen was achter [Accountnaam 1] en hij als zodanig heeft gedeeld in de opbrengsten daarvan, is het hof van oordeel dat deze bitcoinadressen en het bitcoincluster aan hem kunnen worden toegeschreven. De verdachte heeft de bitcoins die onmiddellijk afkomstig zijn uit eigen misdrijf tezamen en in vereniging met de overige leden van [Accountnaam 1] voorhanden gehad en overgedragen aan derden en zich aldus schuldig gemaakt aan (het medeplegen van) witwassen.

Bitcoincluster #3

De bitcoincluster #3 is aangetroffen in een bestand met de naam ‘[bestand]’ op een Kruidvat USB-stick. In dezelfde map op deze USB-stick stond een bestand met de private PGP-sleutel van [Accountnaam 1] en een Word-bestand dat volgens de metadata voor het laatst door de verdachte was opgeslagen. Bij de doorzoeking van de woning van de verdachte is een laptop aangetroffen waarop blijkens de taakbalk

het tekstbestand ‘[bestand]’ was geopend. Gelet op deze omstandigheden is het hof van oordeel dat deze bitcoincluster (mede) aan de verdachte kan worden toegeschreven. Uit onderzoek naar de transacties

die met de bitcoinadressen binnen de cluster zijn gedaan, is gebleken dat bitcoins van bitcoinadres #1 ([Accountnaam 1]) zijn verzonden naar bitcoincluster #3. Ten aanzien van de bitcoins van bitcoinadres #1 heeft het hof vastgesteld dat deze afkomstig zijn van eigen misdrijf. Nu de bitcoincluster #3 is gevoed door bitcoinadres #1, concludeert het hof dat de bitcoins van cluster #3 ook kunnen worden aangemerkt als van misdrijf afkomstig. Betoogd noch aannemelijk geworden is dat in de cluster ook bitcoins met

een legale herkomst aanwezig waren, zodat het hof alle bitcoins in de cluster bestempelt als geheel

van misdrijf afkomstig. Uit het dossier blijkt dat de in deze cluster ontvangen bitcoins naar andere bitcoinadressen zijn verzonden. De verdachte heeft (al dan niet tezamen en in vereniging met de overige leden van [Accountnaam 1]) de bitcoins die – middellijk of onmiddellijk – afkomstig zijn uit eigen misdrijf, voorhanden gehad en overgedragen en zich zodoende schuldig gemaakt aan (het medeplegen van) witwassen.

Bitcoincluster #4

De verdachte heeft verklaard dat bitcoincluster #4 zijn privéwallet betrof. Met die wallet heeft hij gespeculeerd in bitcoins en heeft hij bitcoins voor derden omgezet in contant geld. Daarvoor ontving

hij een commissie. Op Localbitcoins.com heeft hij geadverteerd met de dienst om bitcoins met contant geld te kopen. Hij werd benaderd door mensen die bitcoins wilden kopen en verkopen en bereid waren daarvoor een fee van zes tot tien procent te betalen. Hij maakte een afspraak met de verkoper om elkaar in het echt te ontmoeten. De bitcoins liet hij direct naar een exchanger sturen of naar zijn eigen wallet.

Het hof stelt in dit verband het volgende voorop. Voor een bewezenverklaring van het in artikel 420ter, eerste lid, onder b van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) opgenomen bestanddeel "afkomstig uit enig misdrijf", is niet vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is vereist

dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.

Indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen tussen

een voorwerp en een bepaald misdrijf, kan niettemin bewezen worden geacht dat een voorwerp "uit enig misdrijf" afkomstig is, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.

Het hof stelt vast dat uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen niet direct bewijs kan worden afgeleid dat de bitcoins die de verdachte met contant geld van derden heeft gekocht uit enig misdrijf afkomstig zijn.

Het hof is evenwel van oordeel dat het feitelijk handelen van de verdachte ten aanzien van het cashen voor derden, zoals ook omschreven in de zogenaamde witwastypologieën, een sterke aanwijzing oplevert voor het vermoeden van witwassen. De verdachte bood zijn diensten aan via internet op een vraag- en aanbodsite, rekende af in contanten en vroeg daarvoor een veel hogere commissie (8 tot 10 procent)

dan de reguliere bitcoinexchanger Bitonic B.V. (0,5 tot 1 procent). Tijdens een voertuigcontrole in december 2014 is de verdachte staande gehouden. De verdachte heeft verklaard dat hij daardoor in paniek was geraakt en daarom zijn bitcoinadministratie van de hand heeft gedaan teneinde de anonimiteit te kunnen waarborgen.

Nu sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft voor de legale herkomst van de bitcoins. Daarin is de verdachte niet geslaagd. Hij heeft verklaard dat hij onderkende dat het risico bestond dat hij bitcoins kreeg die geen legale herkomst hadden en dat het een grijs gebied betrof, maar dat zijn bitcoinhandel niettemin legaal was.

Het hof overweegt hieromtrent dat nu de verdachte een substantieel hogere marge hanteerde dan het door wisselkantoren als Bitonic gehanteerde tarief en zijn klanten desondanks bereid waren dit veel hogere tarief te betalen de enige logische verklaring daarvoor is dat zijn klanten anoniem wilden blijven. De verdachte heeft deze anonimiteit ook willen waarborgen, onder andere door (zoals hiervóór beschreven, na de voertuigcontrole) zijn bitcoinadministratie van de hand te doen. Hij heeft om dezelfde reden geen persoonlijke gegevens van zijn klanten kenbaar willen maken. Zijn verklaring kan dan ook niet worden aangemerkt als een concrete, min of meer verifieerbare verklaring over een alternatieve – legale – herkomst van de bitcoins. Een en ander klemt temeer indien daarbij in beschouwing wordt betrokken dat de verdachte zelf op de Darknet Market Silk Road verdovende middelen verkocht waarbij hetzij in contanten hetzij in bitcoins werd betaald.

Dit brengt mee dat ook ten aanzien van de bitcoins in cluster #4 bewezen kan worden dat de verdachte

zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, waarbij – nu het niet gaat om uit eigen misdrijf afkomstige vermogensbestanddelen – de kwalificatieuitsluitingsgrond niet van toepassing is. Overwogen wordt nog dat voor zover in deze wallet bitcoins zitten met een legale herkomst er sprake is van vermenging, omdat niet meer met voldoende precisie kan worden vastgesteld welk aandeel zij vertegenwoordigen. In dit kader wordt nog verwezen naar hetgeen hiervoor over vermenging is opgemerkt.

Bitcoinadres #6

Uit het dossier blijkt dat dit bitcoinadres werd gebruikt door [Accountnaam 3]. Zoals volgt uit de overwegingen van het hof ten aanzien van feit 3, zal de verdachte worden vrijgesproken van zijn vermeende betrokkenheid bij dit account. Nu er ook geen andere aanknopingspunten zijn in het dossier waaruit blijkt dat de verdachte de beschikking over dit bitcoinadres heeft gehad, zal hij van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Overige in de tenlastelegging genoemde voorwerpen

Ten aanzien van de in de tenlastelegging genoemde horloges en personenauto’s overweegt het hof het volgende.

Er kunnen vier inkomstenbronnen van de verdachte worden onderscheiden:

1) Inkomsten verkregen uit zijn bedrijf [bedrijf];

2) Inkomsten verkregen met het omzetten van bitcoins in contant geld;

3) Inkomsten verkregen met de speculatie in bitcoins;

4) Inkomsten uit de handel in verdovende middelen.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep, desgevraagd, verklaard dat hij niet kan specificeren met welke van deze vier inkomstenbronnen de uitgaven die op de tenlastelegging zijn vermeld, zijn gedaan.

Ten aanzien van inkomsten verkregen uit [bedrijf] – de enige inkomstenbron die hiervoor nog niet is besproken – overweegt het hof dat de verdachte heeft verklaard dat er vanaf 2013 geen activiteiten

meer zijn geweest. Voorts heeft de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat op de zakelijke rekening van [bedrijf] ook gelden zijn gestort die afkomstig zijn uit winsten die hij heeft behaald met de fees op het omzetten van bitcoins en dat het kan zijn voorgekomen dat er gelden vanuit de drugshandel op zijn gestort. De contante uitgaven die in 2014 zijn gedaan ten behoeve van de aankoop van de horloges en personenauto’s kunnen derhalve niet volledig worden verklaard door legale inkomsten uit [bedrijf]. Nu de verdachte verder niet heeft aangegeven met welke (legale) inkomstenbron hij de uitgaven heeft gefinancierd, de inkomsten uit [bedrijf] daarvoor sinds 2013 afwezig (en in ieder geval onvoldoende) waren en de overige inkomstenbronnen worden aangemerkt als (gedeeltelijk) uit misdrijf afkomstig en zijn vaste standaardlasten niet onaanzienlijk waren, moet worden geconcludeerd dat de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen (grotendeels) zijn gefinancierd met geld dat van misdrijf afkomstig is, zodat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van deze voorwerpen.

Gewoontewitwassen

In aanmerking nemend dat de verdachte gedurende een langere periode door middel van vele transacties tezamen en vereniging met anderen bitcoins en alleen (niet tezamen en in vereniging met anderen) andere voorwerpen heeft witwassen, is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte al dan niet tezamen en in vereniging met zijn mededaders van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

Nadere overweging ten aanzien van de bewezenverklaring

De verdachte wordt onder feit 2 onder meer verweten dat hij een hoeveelheid bitcoins (ter waarde van 1,5 miljoen euro), althans een groot geldbedrag ter waarde van 277.744 euro heeft witgewassen door daarvan de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing te verbergen en/of te verhullen (artikel 420ter, eerste lid, sub a Sr) en/of door deze bitcoins althans dit geldbedrag te verwerven, voorhanden te hebben, om te zetten, over te dragen en te gebruiken (artikel 420ter, eerste lid, sub b Sr).

Het hof leidt uit het dossier af dat de hoeveelheid bitcoins ter waarde van 1,5 miljoen betrekking heeft

op de bitcoins die op de bitcoinadressen en bitcoinclusters zijn ontvangen en dat het geldbedrag van 277.744 euro bestaat uit de waarde van de bitcoins die via de bankrekeningen die op naam van de verdachte staan, zijn verkocht.

Het hof ziet zich gesteld voor de vraag of de gedragingen die de verdachte ten aanzien van deze bitcoins en dit geldbedrag heeft verricht, vallen onder het bereik van sub a of van sub b van artikel 420ter, eerste lid, Sr. In aanmerking nemend dat met betrekking tot zowel de bitcoins die de verdachte heeft verhandeld met de bitcoinadressen/-cluster als de bitcoins die zijn verhandeld met zijn bankrekeningen blijkt dat hij deze wel heeft verworven, voorhanden heeft gehad en aan derden heeft overgedragen, maar hij daarbij geen specifieke handeling ter verhulling van de werkelijke aard of herkomst heeft verricht, is het hof van oordeel dat deze witwasgedragingen vallen binnen de reikwijdte van sub b, en niet tevens binnen de reikwijdte van sub a.

Deze vaststelling leidt ertoe dat weliswaar is bewezen dat de verdachte een hoeveelheid bitcoins heeft witgewassen in de zin van artikel 420ter, eerste lid, sub b Sr, maar dat het hof gelet op de wijze waarop feit 2 is ten laste gelegd – namelijk door het invoegen van het woord ‘althans’ – niet meer toekomt aan de vraag of het witwassen van 277.744 euro eveneens bewezen wordt verklaard.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:
hij op 16 december 2014 te Amsterdam opzettelijk heeft afgeleverd en verstrekt en vervoerd,

ongeveer

- 10,33 kilogram amfetamine en

- 3,41 kilo MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine) en

- 1,17 kilo 2C-B (4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine) en

- 1000 zegels LSD (lysergide),

zijnde middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1.

2:
hij in de periode van 08 april 2013 tot en met 09 maart 2015 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededaders voorwerpen, te weten

- een hoeveelheid bitcoins en

- horloges (merk: Tag Heuer en Rolex) en

- personenauto’s (een BMW gekentekend [kenteken 1] en een BWM gekentekend [kenteken 2] ),

verworven en/of voorhanden gehad en/of omgezet en/of overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededaders wist(en) dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk onmiddellijk of middellijk afkomstig waren uit enig misdrijf.

3 primair:
hij in de periode van 5 maart 2013 tot en met 09 maart 2015 te Amsterdam, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, meermalen opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,

hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine) en/of amfetamine en/of Lysergide (LSD) en/of 2C-B (4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine),

zijnde middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1,

immers heeft hij, verdachte, en zijn mededader(s) toen en daar opzettelijk:

een (onbekende) hoeveelheid van die bevattende heroïne en/of MDMA

(3,4-methyleendioxymethamfetamine) en/of amfetamine en/of Lysergide (LSD) en/of 2C-B (4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine) en/of andere materialen van lijst 1 te koop aangeboden en/of verkocht en/of geleverd, al dan niet via de online marktplaats Silk Road,

onder de schuilnaam [Accountnaam 1].

Hetgeen onder 1, 2 en 3 primair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het onder 2 bewezen verklaarde

De verdediging stelt dat als het hof bewezen acht dat de bitcoinadressen #1 tot en met #6

bitcoins bevatten die van misdrijf afkomstig zijn, deze bitcoins afkomstig zijn uit eigen misdrijf

en dat mitsdien de kwalificatieuitsluitingsgrond van toepassing is.

Het hof verwijst in verband met dit verweer naar hetgeen hiervoor in het arrest reeds is overwogen en overweegt ten aanzien van de bitcoinadressen/-clusters #1, #2, #3 en #5 nog dat de verdachte de bitcoins die hierop zijn ontvangen niet slechts voorhanden heeft gehad, maar deze ook heeft overgedragen aan derden in de zin van artikel 420ter, eerste lid, sub b Sr. Op een dergelijke gedraging is de kwalificatie-uitsluitingsgrond niet van toepassing.

Ten aanzien van bitcoincluster #4 overweegt het hof dat de bitcoins die de verdachte heeft verkregen met het cashen reeds afkomstig waren van enig misdrijf. Het betreffen dus geen bitcoins die afkomstig zijn van eigen misdrijf. De kwalificatieuitsluitingsgrond is daarom niet van toepassing.

Hetgeen onder 2 is bewezen verklaard is daarom volgens de wet strafbaar. Een omstandigheid die de strafbaarheid van dit feit uitsluit is niet aannemelijk geworden.

Strafbaarheid van het onder 1 en 3 primair bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 3 primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Kwalificatie

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

(mede-)plegen van gewoontewitwassen.

Het onder 3 primair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien

van het onder 1, 2 en 3 primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen en maatregel

De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1, 2 en 3 primair bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van

de tijd die de verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1, 2 en 3 primair ten laste

gelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechtbank opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen en maatregel bepaald op grond van de ernst van

de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich tezamen en in vereniging met anderen gedurende een langere periode schuldig gemaakt aan omvangrijke handel in verdovende middelen. Het ging voornamelijk om verschillende soorten XTC-pillen en LSD. De handel was professioneel opgezet doordat het gebruik maakte van anonieme TOR-netwerken als ‘Silkroad’. De verdachte heeft ten behoeve daarvan de schuilnaam ‘[Accountnaam 1]’ aangemaakt. Via dit account werden verdovende middelen aangeboden aan de zogenoemde ‘resellers’. De organisatie waar de verdachte deel van uitmaakte behoorde daarmee tot

het hogere segment van de drugshandel. De verdachte heeft door deel te nemen aan deze handel zijn eigen financiële gewin boven de veiligheid van de afnemers van de drugs gesteld en die afnemers

willens en wetens bloot gesteld aan zeer ernstige gezondheidsrisico’s. Het is immers algemeen bekend dat het gebruik van harddrugs een gevaar oplevert voor de volksgezondheid.

Voorts heeft de verdachte tezamen en in vereniging met anderen een gewoonte gemaakt van witwassen van de door de drugshandel verdiende opbrengsten en heeft hij contante geldbedragen ingewisseld voor bitcoins. Door het witwassen van crimineel vermogen wordt de onderliggende criminaliteit verhuld (en daarmee ook gefaciliteerd). Dit alles vormt een aantasting van de legale economie en is, mede vanwege de corrumperende invloed ervan op het reguliere handelsverkeer, een bedreiging voor de integriteit van het financiële handelsverkeer.

Het hof heeft ook acht geslagen op het uittreksel uit de Justitiële Documentatie betreffende de verdachte van 31 december 2018 waaruit blijkt dat hij niet eerder strafrechtelijk onherroepelijk is veroordeeld.

Het hof acht op grond van de ernst van de bewezen verklaarde feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur gerechtvaardigd. Het hof komt echter tot een lagere gevangenisstraf

dan door de rechtbank opgelegd en door de advocaat-generaal gevorderd, omdat het hof slechts de betrokkenheid van de verdachte bij één van de ten laste gelegde online accounts bewezen acht en de verdachte wordt vrijgesproken van de ten laste gelegde productie en uitvoer van verdovende middelen.

Het hof constateert verder dat sprake is van een schending van de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Tussen het moment waarop de verdachte in redelijkheid kon verwachten dat hij zou worden vervolgd – 9 maart 2015 – en het arrest van het gerechtshof op 27 februari 2019, zijn bijna vier jaren verstreken. Het hof houdt in verband met de preventieve hechtenis van de verdachte in hoger beroep rekening met een overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep van zeven maanden.

Het hof zal de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn verdisconteren in de strafmaat.

Het hof acht, alles afwegende, in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren passend

en geboden. Het hof ziet evenwel in de overschrijding van de redelijke termijn en de daarmee samenhangende ouderdom van de bewezen verklaarde feiten aanleiding te volstaan met een strafoplegging van na te melden duur.

Beslissingen omtrent in beslag genomen voorwerpen

Het hof is van oordeel dat de onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen,

te weten:

- een personenauto BMW, kenteken [kenteken 2] (nr. 8);

- een computer, Macbook (nr. 9);

- een computer, Macbook air, en snoeren (nr. 10);

- de onder 23 genoemde computer, Macbook pro, en aansluitsnoer (nr. 23);

- het onder 25 genoemde horloge, merk Tag Heuer (nr. 25);

- het onder 20 genoemde Rolex horloge (nr. 20);

- de onder 33 genoemde usb-stick (nr. 33),

moeten worden verbeurdverklaard, omdat het voorwerpen betreffen die aan de verdachte toebehoren en die geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van de strafbare feiten zijn verkregen, dan wel de bewezen verklaarde feiten met betrekking tot die voorwerpen, zijn begaan of voorbereid.

Het hof is van oordeel dat het onder de verdachte aangetroffen en niet teruggegeven valse eurobiljet

moet worden onttrokken aan het verkeer. Het bezit van een vals biljet is immers in strijd met de wet.

Het hof zal de teruggave aan de verdachte gelasten van de aan verdachte toebehorende en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- zeventien usb-sticks (nrs. 11 tot en met 18, 21, 26 tot en met 31, 34 en 35)

- twee GSM-toestellen (nrs. 19 en 22)

- een computer i-pad (nr. 24)

- een geheugenkaart (nr. 32)

- twee harddisks (nrs. 36 en 37)

- twee horloges (nrs. 38 en 39)

aangezien deze niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 33, 33a, 47, 57 en 420ter Sr.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 en 3 primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor

vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 45 (vijfenveertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in

artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht,

voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een personenauto BMW, kenteken [kenteken 2] (nr. 8);

- een computer, Macbook (nr. 9);

- een computer, Macbook air, en snoeren (nr. 10);

- de onder 23 genoemde computer, Macbook pro, en aansluitsnoer (nr. 23);

- het onder 25 genoemde horloge, merk Tag Heuer (nr. 25);

- het onder 20 genoemde Rolex horloge (nr. 20);

- de onder 33 genoemde usb-stick (nr. 33).

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp,

te weten:

- een vals eurobiljet.

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen,

te weten:

- zeventien usb-sticks (nrs. 11 tot en met 18, 21, 26 tot en met 31, 34 en 35);

- twee GSM-toestellen (nrs. 19 en 22);

- een computer i-pad (nr. 24);

- een geheugenkaart (nr. 32);

- twee harddisks (nrs. 36 en 37);

- twee horloges (nrs. 38 en 39).

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam,

waarin zitting hadden mr. P. Greve, mr. S. Clement en mr. A.M. van Amsterdam, in tegenwoordigheid van mr. M. Gieske, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof

van 27 februari 2019.

mr. A.M. van Amsterdam is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.