Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:576

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
19-02-2019
Datum publicatie
11-03-2019
Zaaknummer
23-004182-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bevestiging + nadere overweging omtrent de opgelegde straf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-004182-17

Datum uitspraak: 19 februari 2019

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 27 november 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-053687-17 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1975,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 februari 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren waarvan 50 uren voorwaardelijk en een proeftijd van twee jaren.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat de strafmotivering van de politierechter, zoals opgenomen in de aantekening van het mondeling vonnis, wordt aangevuld op na te melden wijze.

Nadere overweging omtrent de opgelegde straf

De raadsman heeft betoogd dat gelet op hetgeen is voorgevallen het opleggen van een taakstraf niet passend is. De raadsman wijst in dit verband op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg van Voorzitters van Strafsectoren van de gerechtshoven en rechtbanken (LOVS) waarin als uitgangspunt is geformuleerd het opleggen van een geldboete.

Het hof ziet in de omstandigheden van het geval aanleiding om aan de verdachte een taakstraf op te leggen. Het hof neemt daarbij mede in aanmerking dat de mishandeling heeft plaatsgevonden in een café jegens een de verdachte onbekend persoon en zonder enige aanleiding. Een geldboete acht het hof onder die omstandigheden niet passend. Voor een deels voorwaardelijke taakstraf, zoals door de advocaat-generaal geëist, ziet het hof evenmin aanleiding.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, mr. M.L. Leenaers en mr. M.B. de Wit, in tegenwoordigheid van mr. S. Vriend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 februari 2019.

Mr. M.L. Leenaers en mr. M.B. de Wit zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.

[…]