Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:563

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
25-02-2019
Datum publicatie
08-03-2019
Zaaknummer
23-004015-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Diefstal in vereniging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-004015-17

datum uitspraak: 25 februari 2019

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 9 november 2017 in gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-173887-17 en 15-192718-17, alsmede 09-818609-17 (TUL) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,

adres: [adres],

thans uit anderen hoofde gedetineerd in P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid te Arnhem.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 februari 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlasteleggingen

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 15-173887-17:

hij op of omstreeks 5 september 2017 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een baardtrimmer (van het merk Braun), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Zaak met parketnummer 15-192718-17 (gevoegd):

hij op of omstreeks 30 september 2017 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fles wijn, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd wegens proceseconomische redenen.

Bewijsoverweging

Standpunt advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde winkeldiefstallen kunnen worden bewezen. Ten aanzien van het ten laste gelegde onder parketnummer 15-173887-17 stelt de advocaat-generaal dat de verdachte de baardtrimmer uit de verpakking heeft gehaald en vervolgens onder zijn kleding heeft gestopt en dat daarmee de diefstal voltooid is. Ten aanzien van het ten laste gelegde onder parketnummer 15-192718-17 stelt de advocaat-generaal zich op het standpunt dat ook hier sprake is van een voltooide winkeldiefstal. De spullen zijn uit de macht en heerschappij van de eigenaar van de winkel gebracht door de fles wijn in de rugzak te plaatsen en deze vervolgens dicht te ritsen.

Standpunt verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten nu de verdachte niet het oogmerk had op de wederrechtelijke toe-eigening van de goederen. Ten aanzien het ten laste gelegde feit onder parketnummer 15-173887-17 heeft de raadsvrouw aangevoerd dat er feitelijk geen sprake is van diefstal maar slechts van vernieling van de verpakking. Ten aanzien van het ten laste gelegde onder parketnummer 15-192718-17 voert de raadsvrouw aan dat de verdachte nog in de winkel stond, de rugzak als mandje heeft gebruikt en de rits van de rugzak enkel heeft dichtgemaakt om te voorkomen dat de fles uit de rugzak zou vallen. Er is daarom geen sprake van een voltooide diefstal.

Oordeel hof

Ten aanzien van het ten laste gelegde onder parketnummer 15-173887-17 oordeelt het hof als volgt. Uit de inhoud van het dossier blijkt dat de verdachte in de winkel de verpakking van de baardtrimmer heeft opengescheurd en de baardtrimmer in dan wel onder zijn jas heeft gestopt, waarna hij is aangesproken door het winkelpersoneel. Een getuige heeft gezien dat de verdachte, nadat hij is aangesproken door het winkelpersoneel, de baardtrimmer onder zijn jas vandaan haalde. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de baardtrimmer beter wilde bekijken en de verpakking per ongeluk openscheurde omdat hij dronken en stoned was. Ook heeft hij verklaard dat hij de baardtrimmer wilde kopen. Bij de politie heeft de verdachte verklaard op dat moment niet over geld te beschikken. Uit deze omstandigheden en gedragingen, in samenhang bezien, leidt het hof af dat de verdachte het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening van de betreffende baardtrimmer heeft gehad toen hij die wegnam.

Ten aanzien van het ten laste gelegde onder parketnummer 15-192718-17 komt het hof tot eenzelfde oordeel. Uit het dossier blijkt dat de verdachte een fles wijn in de rugzak van de medeverdachte heeft gestopt en deze rugzak vervolgens heeft dichtgeritst. Uit het proces-verbaal van bevindingen over het bekijken van de camerabeelden blijkt dat de medeverdachte hierna met die rugzak richting de uitgang is gaan lopen en op de rand van de winkel – het hof begrijpt: waar het winkeloppervlak grenst aan het algemene gebied daarbuiten – door een handhaver is aangesproken. Uit deze omstandigheden en gedragingen leidt het hof af dat de handelingen van beiden, naar de uiterlijke verschijningsvorm, gericht waren op het wegnemen van de fles wijn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, welke diefstal reeds in de winkel is voltooid.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 15-173887-17 en in de zaak met parketnummer 15-192718-17 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak met parketnummer 15-173887-17:

hij op 5 september 2017 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een baardtrimmer van het merk Braun, toebehorende aan [bedrijf 1];

Zaak met parketnummer 15-192718-17 (gevoegd):

hij op 30 september 2017 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fles wijn, toebehorende aan [bedrijf 2];

Hetgeen in de zaak met parketnummer 15-173887-17 en in de zaak met parketnummer 15-192718-17 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in de zaak met parketnummer 15-173887-17 en in de zaak met parketnummer 15-192718-17 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het in de zaak met parketnummer 15-173887-17 bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Het in de zaak met parketnummer 15-192718-17 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 dagen.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

De raadsvrouw heeft verzocht om de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen en te beperken tot de duur van 16 dagen nu rekening moet worden gehouden met artikel 63 Wetboek van Strafrecht.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee winkeldiefstallen, waarvan er één gepleegd is in vereniging. Winkeldiefstallen zijn ergerlijke feiten, die schade en hinder kunnen veroorzaken voor de gedupeerden winkelbedrijven. In dit geval heeft de verdachte de verpakking van de baardtrimmer opengescheurd waardoor deze niet meer kan worden verkocht. Bovendien zijn deze diefstallen kort na elkaar gepleegd.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 4 februari 2019 is hij eerder voor het plegen van winkeldiefstallen onherroepelijk veroordeeld. Het hof rekent dit de verdachte aan.

Het hof is, alles afwegende en in het licht van de recidive, van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en acht een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 6 september 2017 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 dagen. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting verzocht de vordering tenuitvoerlegging om te zetten in een taakstraf voor de duur van 30 uren subsidiair 15 dagen vervangende hechtenis.

De raadsvrouw heeft verzocht de vordering tenuitvoerlegging om te zetten in een taakstraf.

Het hof overweegt als volgt.

Gebleken is dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Het hof ziet in hetgeen de raadsvrouw ter terechtzitting naar voren heeft gebracht geen reden om de gevangenisstraf om te zetten in een taakstraf.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 15-173887-17 en in de zaak met parketnummer 15-192718-17 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 15-173887-17 en in de zaak met parketnummer 15-192718-17 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 6 september 2017, parketnummer 09-818609-17, te weten van: gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) dagen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. van Eijk, mr. E. van Die en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van D. de Jong, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 februari 2019.

Mr. E. van Die is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

[…]