Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:558

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
25-02-2019
Datum publicatie
02-05-2019
Zaaknummer
23-001488-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Winkeldiefstal. Bevestiging behalve ten aanzien van de strafoplegging- en motivering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001488-18

datum uitspraak: 25 februari 2019

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 19 april 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-028486-18 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 februari 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 20 uren subsidiair 10 dagen vervangende hechtenis.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging en –motivering – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd - en met dien verstande dat het hof het hiernavolgende vervangt in bewijsmiddel 1 en 2:

Bewijsmiddel 1

Het hof vervangt in bewijsmiddel 1, te weten het geschrift, zijnde een landelijk aangifte formulier, van 9 februari 2019 (dossierpagina’s 5 e.v.) de zin:

Op 9 februari 2018 omstreeks 14:00 uur heeft [getuige] gezien dat: verdachte liep met Nutrilon, vermoedelijk in zijn tas gestopt.

voor de navolgende zin:

Op 9 februari 2018 omstreeks 14.00 op [adres 2], gemeente Zaandijk, heeft [getuige] gezien dat de verdachte liep met een blik Nutrilon en deze vermoedelijk in zijn tas stopte.

Bewijsmiddel 2

Het hof vervangt in bewijsmiddel 2, te weten een proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], met nummer [nummer] van 9 februari 2018 (dossierpagina’s 14 e.v.) de zin:

Ik ging naar de Albert Heijn in Rooswijk.

voor de navolgende zin:

Ik ging op 9 februari 2018 naar de Albert Heijn op [adres 2], gemeente Zaandijk.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één dag en een taakstraf voor de duur van 20 uren subsidiair 10 dagen vervangende hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 20 uren subsidiair 10 dagen hechtenis.

De raadsman heeft verzocht om, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, een voorwaardelijke taakstraf op te leggen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal door een blik Nutrilon mee te nemen zonder dat te betalen. Met zijn handelswijze heeft de verdachte inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van het betreffende winkelbedrijf. Winkeldiefstal is een ergerlijk feit dat schade en hinder kan veroorzaken voor het gedupeerde winkelbedrijf.

In het nadeel van de verdachte weegt het hof dat hij, blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 4 februari 2019 eerder – zelfs twee dagen voor dit feit – is veroordeeld voor het plegen van winkeldiefstal. Gelet hierop kan niet worden volstaan met een andere straf dan een onvoorwaardelijke taakstraf. In hetgeen de raadsman ter zitting in hoger beroep naar voren heeft gebracht, ziet het hof geen aanleiding om te volstaan met oplegging van een geheel voorwaardelijke taakstraf.

Het hof acht, alles afwegende een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en de strafmotivering en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. van Eijk, mr. E. van Die en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van D. de Jong, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 februari 2019.

mr. E. van Die is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

=========================================================================

proces-verbaal uitspraak

_______________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-001488-18

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, op 25 februari 2019.

Tegenwoordig zijn:

mr. H.A. van Eijk, raadsheer,

I.J.A. Barends, griffier.

Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. W.H.J. Freijsen, advocaat-generaal.

De raadsheer doet de zaak tegen de verdachte [verdachte] uitroepen.

De verdachte is wel / niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

Raadsman/raadsvrouw is wel / niet aanwezig.

(zo ja:) naam raadsman/raadsvrouw en plaats:

De raadsheer spreekt het arrest uit.

De raadsheer geeft de verdachte kennis, dat daartegen binnen 14 dagen na heden beroep in cassatie kan worden ingesteld. (indien de VTE is verschenen)

De verdachte heeft wel / geen afstand gedaan van recht aanwezig te zijn bij de uitspraak. (indien VTE is gedetineerd)

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffier is vastgesteld en ondertekend.