Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:541

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
06-02-2019
Datum publicatie
11-03-2019
Zaaknummer
23-001886-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Voldoende zorg

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

23-001886-18

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING op het verzoek strekkende tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte:

[verdachte]

geboren te [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats],

adres: [adres],

thans verblijvende in te HvB Nieuwegein te Nieuwegein.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft gezien het verzoek strekkende tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de stukken betrekking hebbend op de

voorlopige hechtenis van de verdachte en het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 16 mei 2018.

Het hof heeft bij de behandeling in raadkamer op 6 februari 2019 gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman, mr. B.J. de Pree.

Het hof heeft gelet op het bepaalde in artikel 80 van het Wetboek van Strafvordering.

De beoordeling

De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte in detentie niet de psychische hulp krijgt die hij nodig heeft in de situatie waarin hij nu verkeert. Het hof is niet gebleken dat de verdachte psychisch of lichamelijk als detentieongeschikt moet worden aangemerkt. Een nadere onderbouwing van de stelling van de verdachte dat hij de voor hem benodigde psychische hulp alleen buiten detentie kan krijgen, door bijvoorbeeld een brief van de inrichtingspsycholoog, ontbreekt. Voorts blijken er speciale maatregelen voor de verdachte te zijn getroffen. Het hof gaat er van uit dat hiermee door justitie vooralsnog voldoende adequaat is gereageerd op de problemen van de verdachte. Het belang van de verdachte bij schorsing van de voorlopige hechtenis weegt in die omstandigheden niet op tegen het maatschappelijk belang om recidive te voorkomen.

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Deze beschikking is gegeven op 6 februari 2019 in raadkamer van dit hof door

mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,

mrs. M.M.H.P. Houben en B. van der Werf, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg, als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 6 februari 2019,

de advocaat-generaal