Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:512

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
21-02-2019
Datum publicatie
11-03-2019
Zaaknummer
13/701011-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Voorlopige hechtenis; recidivegevaar want lucratieve business

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2019/202
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13/701011-19

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Verenigd Koninkrijk) op [geboortedatum] 2000,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans verblijvende in het huis van bewaring Alphen aan den Rijn,

tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 21 januari 2019, voor zover houdende bevel tot zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 24 januari 2019, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beschikking van die rechtbank.

Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de raadsvrouw van de verdachte, mr. R.S.E. Bruinen.

Bij de behandeling in raadkamer heeft de raadsvrouw namens de verdachte een mondeling schorsingsverzoek gedaan.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en de gronden waarop deze berust, met uitzondering van de onderzoeksgrond. Deze grond komt dan ook te vervallen.

Ondanks de door de raadsvrouw in het geding gebrachte foto’s acht het hof vooralsnog ernstige bezwaren aanwezig voor alle op de vordering inbewaringstelling vermelde feiten. Het hof baseert zich hierbij op de herkenning door de verbalisanten en een getuige en heeft hier tevens bij betrokken dat het hof de stelling van de raadsvrouw dat de verdachte niet de bestuurder van de Mercedes is geweest onvoldoende heeft kunnen toetsen omdat de verdachte zelf niet aanwezig was bij de behandeling in raadkamer.

Het hof ziet aanleiding de grond vluchtgevaar mede aan het bevel voorlopige hechtenis ten grondslag te leggen. Niet alleen lijkt de verdachte rond te reizen, maar hij is voorts Brits burger en heeft een adres in het Verenigd Koninkrijk. Gelet op de naderende Brexit is onduidelijk of de verdachte voor de Nederlandse justitie nog traceerbaar of beschikbaar zal zijn bij een vertrek naar het Verenigd Koninkrijk.

Het hof acht ook de recidivegrond nog onverkort aanwezig.

In hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht ziet het hof geen aanleiding om de termijn van het bevel gevangenhouding te beperken.

Gelet op de gronden waarop de voorlopige hechtenis berust, acht het hof geen termen aanwezig om de voorlopige hechtenis van de verdachte te schorsen.

13/701011-19

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.

WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Deze beschikking is gegeven op 6 februari 2019 in raadkamer van dit hof door

mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,

mrs. M.M.H.P. Houben en B. van der Werf, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 6 februari 2019,

de advocaat-generaal