Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:508

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
13-02-2019
Datum publicatie
01-05-2019
Zaaknummer
13/654202-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

voorlopige hechtenis; invulling geschokte rechstorde

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13/654202-18

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres],

thans verblijvende in [locatie],

tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 4 februari 2019, voor zover houdende bevel tot verlenging van de geldigheidsduur van zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van

5 februari 2019, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beschikking van die rechtbank.

Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsvrouw S.A. van den Boom.

Bij de behandeling in raadkamer heeft de raadsman namens de verdachte een mondeling schorsingsverzoek gedaan.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en de gronden waarop deze berust.

Het hof sluit zich voor wat betreft de ernstige bezwaren aan bij hetgeen de rechter-commissaris op dit punt heeft overwogen en neemt dit over.

Er is sprake van ernstige bezwaren ter zake van het beroven dan wel afpersen van personen op de openbare weg. Een dergelijk handelen schokt de rechtsorde, in die zin dat aannemelijk is dat de vrijlating van de verdachte van dergelijke feiten een zodanig publiek onbehagen teweeg zal brengen dat dit zal leiden tot maatschappelijke onrust. Om die reden legt het hof, zoals de advocaat-generaal heeft gevorderd, de zogeheten 12-jaarsgrond (geschokte rechtsorde) mede ten grondslag aan de voorlopige hechtenis.

Nu er sprake is van ernstige bezwaren ten aanzien van meer feiten acht het hof, mede gelet op de omstandigheid dat de verdachte zich eerder aan strafbare feiten schuldig heeft gemaakt, gevaar voor recidive aanwezig.

Artikel 67a, derde lid, Wetboek van Strafvordering is naar het oordeel van het hof niet aan de orde.

Met betrekking tot het door de verdachte mondeling gedane verzoek tot schorsing overweegt het hof dat er sprake is van zeer ernstige feiten en een geschokte rechtsorde. Onder die omstandigheden kan van een schorsing alleen sprake zijn als zich zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden voordoen. Daarvan is niet gebleken. Om die reden zal het hof het verzoek van

13/654202-18

de verdachte afwijzen. De enkele omstandigheid dat de voorlopige hechtenis van een of meer medeverdachte(n) onlangs wel zou(den) zijn geschorst maakt niet dat – voor zover de raadsvrouw dat heeft willen betogen – er sprake is van een schending van het gelijkheidsbeginsel nu het hof niet is gebleken van rechtens relevante gelijke gevallen.

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.

WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Deze beschikking is gegeven op 13 februari 2019 in raadkamer van dit hof door

mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,

mrs. W.M.C. Tilleman en P.F.E. Geerlings, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 13 februari 2019,

de advocaat-generaal