Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:507

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
13-02-2019
Datum publicatie
01-05-2019
Zaaknummer
13/018845-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

voorlopige hechtenis; ernstige bezwaren in onderlinge samenhang bezien en bewijs wegen op de zitting

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13/018845-19

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres],

thans verblijvende in [locatie],

tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 4 februari 2019, voor zover houdende bevel tot zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 5 februari 2019, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beschikking van die rechtbank.

Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. D.L.A.M. Pluijmakers.

Bij de behandeling in raadkamer heeft de raadsman namens de verdachte een mondeling schorsingsverzoek gedaan.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en de gronden waarop deze berust, met uitzondering van feit 5 op de vordering inbewaringstelling. Voor dit feit acht het hof geen ernstige bezwaren aanwezig. Voor de overige feiten acht het hof, gelet op de inhoud van het dossier alles in onderlinge samenhang bezien, wel ernstige bezwaren aanwezig. Dat over de bewijswaarde nog gediscussieerd kan worden, komt bij de inhoudelijke behandeling aan de orde en gaat het bestek van de raadkamerbehandeling te buiten.

Gelet op de justitiële documentatie van de verdachte is het hof van oordeel dat de zogenoemde kleine recidivegrond, als bedoeld in artikel 67a, tweede lid, Sv, terecht aan het bevel gevangenhouding ten grondslag is gelegd.

Het hof ziet vooralsnog geen mogelijkheid om het bestaande recidivegevaar door het stellen van schorsingsvoorwaarden voldoende in te perken. Het mondelinge verzoek tot schorsing zal daarom worden afgewezen.

13/018845-19

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.

WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Deze beschikking is gegeven op 13 februari 2019 in raadkamer van dit hof door

mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,

mrs. W.M.C. Tilleman en P.F.E. Geerlings, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 13 februari 2019,

de advocaat-generaal