Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:4973

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
09-10-2019
Datum publicatie
09-04-2020
Zaaknummer
23-003644-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Winkeldiefstal. Hof ziet in het reclasseringsrapport aanleiding tot oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden. Verdachte krijgt laatste kans om te werken aan verslavingsproblematiek binnen een drangkader van langdurige klinische behandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003644-18

datum uitspraak: 9 oktober 2019

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 17 oktober 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-120526-18 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1982,

adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

19 september 2019, 25 september 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 21 juni 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een of meer etenswaren, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [winkel], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere strafoplegging komt dan de politierechter.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 21 juni 2018 te Amsterdam, etenswaren, die toebehoorden aan [winkel], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg ten laste gelegde bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één week.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het aan hem ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier weken met een proeftijd van twee jaren en daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden zoals opgenomen in het reclasseringsadvies van GGZ Reclassering Inforsa van 5 september 2019.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. De verdachte heeft er aldus blijk van gegeven geen respect te hebben voor het eigendomsrecht van het betreffende winkelbedrijf. Diefstal is een hinderlijk en ergerlijk feit, dat vaak schade veroorzaakt en in het algemeen bij de benadeelden gevoelens van onrust en onveiligheid teweeg brengt.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 26 augustus 2019 is hij meermalen eerder ter zake van misdrijven, waaronder vermogensdelicten onherroepelijk veroordeeld.

Vorenstaande rechtvaardigt naar het oordeel van het hof geen andere straf dan een gevangenisstraf. Het hof ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte echter aanleiding om deze straf geheel voorwaardelijk op te leggen gelet op het volgende.

Op de terechtzittingen in hoger beroep van 19 en 25 september 2019 heeft de verdachte naar voren gebracht dat hij op dit moment gemotiveerd is te werken aan zijn (ernstige) verslavingsproblematiek en dat hij naar een afkickkliniek wil. Om die reden heeft de raadsman bepleit aan de verdachte een voorwaardelijke straf op te leggen en daaraan onder andere voorwaarden te verbinden die zien op een behandeltraject en een langdurige klinische opname.

Uit het door de raadsman ter beschikking gestelde reclasseringsadvies van GGZ Reclassering Inforsa van 5 september 2019 (opgemaakt in de zaak met parketnummer 13-102477-19 die, evenals de onderhavige zaak, betrekking heeft op winkeldiefstal) blijkt dat de verdachte langdurig en ernstig verslaafd is aan harddrugs, dat het middelengebruik van de verdachte direct samenhangt met zijn delict gedrag en dat sprake is van een onstabiele leefsituatie. Voor gedragsverandering binnen een drangkader met ambulante begeleiding ziet de reclassering geen mogelijkheden meer nu dit reeds is geprobeerd en geen recidive beperkende werking heeft gehad. De reclassering acht thans een langdurig klinisch traject noodzakelijk om het hoge risico op recidive te verminderen. Volgens de reclassering heeft een kentering in de omstandigheden van de verdachte plaatsgevonden in die zin dat, waar de verdachte zich in het verleden zorg mijdend en ongemotiveerd opstelde, hij zich nu gemotiveerd toont voor een langdurige klinische behandeling. De verdachte heeft meegewerkt aan verdiepingsdiagnostiek om een indicatie voor een klinische opname aan te vragen en is inmiddels aangemeld bij Forensische Verslavingskliniek [plek]. De reclassering adviseert de verdachte een laatste kans te geven om te werken aan zijn problematiek binnen een drangkader waarin hij langdurig klinisch wordt behandeld en acht het van belang dat de verdachte zo spoedig mogelijk wordt opgenomen, omdat er aanwijzingen zijn dat de verdachte verder afglijdt in middelengebruik en vanwege het hoge risico op recidive. De reclassering heeft daarbij een zevental bijzondere voorwaarden geformuleerd. Hoewel het advies is uitgebracht in een andere zaak dan de onderhavige zijn de overwegingen en conclusies daarvan naar het oordeel van het hof eveneens van toepassing op de onderhavige zaak.

Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat de verdachte staat aan de vooravond van een traject dat zijn leven blijvend ten goede kan beïnvloeden en acht het in het belang van de verdachte én de samenleving dat dit traject niet wordt geblokkeerd of doorkruist door een straf die meebrengt dat de verdachte gedetineerd raakt. Daarom zal het hof, conform de vordering van de advocaat-generaal en als door de raadsman bepleit, een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen en zullen daaraan de bijzondere voorwaarden worden verbonden die door de reclassering zijn geadviseerd.

Het hof acht dan ook, alles afwegende, een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich binnen twee weken na het onherroepelijk worden van het arrest meldt bij Reclassering Inforsa op het adres [adres 2]. De veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt om het reclasseringstoezicht uit te voeren.

- zich laat opnemen in de Forensische Verslavingskliniek [plek] of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname start op het moment dat het vonnis onherroepelijk is en er plaats is in de kliniek. De opname duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt de veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing.

- zich laat behandelen door het Forensisch Ambulante Zorgteam (FAZ) of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Bij een terugval in middelengebruik, overmatig middelengebruik of ernstige zorgen over het psychiatrische toestandsbeeld ontstaat een grote kans op risicovolle situaties. Dan kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende klinische opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, laat de veroordeelde zich opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De kortdurende klinische opname duurt maximaal zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt.

- verblijft in een instelling voor beschermd/begeleid wonen of de maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor haar heeft opgesteld.

- meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.

- meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd.

-meewerkt aan dagbesteding, indien dit door de reclassering wordt geïndiceerd. De veroordeelde houdt zich aan de werktijden en de regels die gelden op het dagbestedingsproject.

Geeft GGZ Reclassering Inforsa Amsterdam opdracht om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Woensel, mr. F.M.D. Aardema en mr. A.E. Kleene-Krom, in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 oktober 2019.

mr. A.M. van Woensel is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]