Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:497

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
19-02-2019
Datum publicatie
21-02-2019
Zaaknummer
200.249.088/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Huur woonruimte. Huurder veroorzaakt kort na aanvang huurovereenkomst ernstige overlast door psychiatrische problematiek. Na afloop opname weigert huurder verdere begeleiding en medicatie. Buren zijn angstig geworden. Vrees voor herhaling rechtvaardigt veroordeling tot ontruiming. Spoedeisend belang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.249.088/01 KG

zaaknummer rechtbank Amsterdam : 7159487 KK EXPL 18-767

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 19 februari 2019

inzake

[appellant] ,

wonend te [woonplaats] ,

appellant,

advocaat: mr. H.K. Jap-A-Joe te Utrecht,

tegen

WONINGSTICHTING EIGEN HAARD,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde,

advocaat: mr. J. Groenewoud te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna [appellant] en Eigen Haard genoemd.

[appellant] is bij dagvaarding van 26 oktober 2018 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter), van 28 september 2018, in kort geding gewezen tussen hem als gedaagde en Eigen Haard als eiseres. De dagvaarding bevat de grieven. Op de eerst dienende dag heeft [appellant] geconcludeerd overeenkomstig die dagvaarding. Eigen Haard heeft vervolgens een memorie van antwoord ingediend.

Ten slotte is arrest gevraagd.

[appellant] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog de vordering van Eigen Haard zal afwijzen, met beslissing over de proceskosten.

Eigen Haard heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met beslissing over de proceskosten, met nakosten.

2 Feiten

De kantonrechter heeft in het vonnis onder 1.1 tot en met 1.13 de feiten opgesomd die zij bij de beoordeling van de zaak tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. Die feiten zijn, voor zover in hoger beroep van belang en waar nodig aangevuld met andere feiten die in dit geding aannemelijk zijn geworden, de volgende.

a. Eigen Haard heeft met ingang van 1 juni 2017 aan [appellant] de woning aan de [adres 1] verhuurd. De woning maakt deel uit van een in 2017 gerenoveerd appartementencomplex, waarvan de voordeur toegang geeft tot een trappenhuis waaraan zijn gelegen de woning van [appellant] op de eerste verdieping, de woning van [A] op de tweede verdieping en die van [B] op de derde verdieping. [B] en [A] zijn enige maanden na [appellant] in het complex komen wonen.

b. Sinds medio oktober 2017 heeft Eigen Haard structureel overlastmeldingen van [B] en [A] ontvangen. In de meldingen hebben zij hun beklag gedaan over overlast die zij van [appellant] ondervonden, maar ook over de angst die zij voor hem hadden. De overlast bestond in ernstige bedreigingen en intimidatie ( [B] meldde dat [appellant] tegen haar heeft geschreeuwd: “kankermeisje”, “heb je lekker geneukt”), het draaien van zeer luide muziek en het, zowel overdag als ‘s nachts, bonken tegen deuren en muren. [B] en [A] waren bezorgd over de veiligheid in het gebouw.

c. Eigen Haard heeft in oktober 2017 ook meldingen van [appellant] ontvangen over zijn buren, waarin hij meldde last te hebben van meubilair dat werd verschoven en geschreeuw. In de overlastmelding heeft [appellant] tevens het vermoeden geuit dat hij in zijn woning werd afgeluisterd en dat [B] een prostituee of transgender is.

d. In de loop van november 2017 is de door [appellant] veroorzaakte overlast geëscaleerd, zodat de GGD en de politie daarbij betrokken zijn geraakt. Vanaf 29 november 2017 is [appellant] voor de duur van drie maanden met een rechterlijke machtiging opgenomen in een GGZ-instelling.

e. Op 5 januari 2018 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [appellant] , een medewerker van Eigen Haard en de maatschappelijk werker van Mentrum over de mogelijkheden tot het verkrijgen van een andere woning. In overleg met [appellant] is een voorkeursgebied bepaald en besproken aan welke eisen de woning moet voldoen om de kans op overlast te minimaliseren (geen portiekwoning, liefst begane grond etc).

f. Op 1 februari 2018 heeft Mentrum Eigen Haard laten weten dat [appellant] heeft erkend dat hij dingen zag en hoorde die er niet waren, dat hij de buren niet meer zou

benaderen en dat hij de situatie achter zich wilde laten. [appellant] zou hulp willen

accepteren en het liefst willen verhuizen.

g. Op 20 februari 2018 heeft [appellant] een door Eigen Haard aangeboden tweekamerwoning aan de [adres 2] afgewezen vanwege de grootte.

h. Op 15 maart 2018 heeft Eigen Haard een bericht ontvangen van de maatschappelijk

werker van Mentrum, waarin zij haar zorgen uitte over [appellant] , omdat die hulp weigerde en bij Mentrum was uitbehandeld.

i. Op 11 april 2018 is [appellant] met ontslag gegaan en teruggekeerd in de woning.

j. Op 8 mei 2018 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [appellant] , Eigen Haard, de wijkagent en de GGD. In dit gesprek heeft [appellant] erkend dat hij voorafgaand aan zijn opname ziek was, maar te kennen gegeven geen verdere begeleiding door de hulpverlening te accepteren en geen medicatie te willen innemen, omdat dat volgens hem niet nodig was.

k. Op 26 juni 2018 hebben de deelnemers aan het Groot Overleg van het Meldpunt Zorg en Overlast besloten tot einde interventie met laatstekansbeleid.

3 Beoordeling

3.1

Bij de inleidende dagvaarding van 24 augustus 2018 heeft Eigen Haard gevorderd dat [appellant] in kort geding zou worden veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde. Zij heeft aan deze vordering ten grondslag gelegd dat [appellant] door zijn buren overlast te bezorgen, heeft gehandeld in strijd met zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. Als verhuurder van die buren is Eigen Haard verplicht tegen die overlast op te treden, zo heeft zij aangevoerd. Omdat [appellant] zijn overlast gevende gedrag ondanks waarschuwingen heeft voortgezet en hulpverlening en medicatie weigert, heeft Eigen Haard geen enkel vertrouwen dat hij zijn gedrag in de toekomst zal aanpassen.

3.2

[appellant] heeft de vordering weersproken. Hij heeft toegegeven voorafgaand aan zijn opname onder invloed van zijn ziekte overlast te hebben veroorzaakt, doch die ziekte is voorbij en voor verdere overlast hoeven de buren niet bang te zijn, aldus [appellant] .

3.3

De kantonrechter heeft tijdens de behandeling ter terechtzitting de zaak aangehouden voor overleg over een minnelijke regeling (het gezamenlijk zoeken naar een vervangende woning). Een minnelijke regeling is niet tot stand gekomen. Vervolgens heeft de kantonrechter bij het bestreden vonnis de ontruimingsvordering toegewezen. De ontruiming heeft inmiddels plaats gevonden.

3.4

De eerste grief houdt in dat de kantonrechter de gevorderde voorziening had moeten weigeren, omdat Eigen Haard daarbij geen of niet voldoende spoedeisend belang heeft. De tweede grief houdt in dat de kantonrechter de ontruimingsvordering heeft toegewezen op ontoereikende gronden.

3.5

Ter adstructie van haar stellingen heeft Eigen Haard haar volledige overlastdossier overgelegd. Daarin bevinden zich de vele e-mails die de bovenbuurvrouw van [appellant] , [B] , en (in mindere mate) zijn bovenbuurman [A] hebben gestuurd aan Eigen Haard. In het bijzonder uit de e-mails van [B] blijkt duidelijk hoezeer zij getraumatiseerd is geraakt door het intimiderende, onberekenbare en bizarre gedrag van [appellant] in de periode tussen 12 oktober 2017 en 29 november 2017. [appellant] had kennelijk een amoureuze fixatie op [B] ontwikkeld. Kort voor zijn opname heeft hij bij de politie in strijd met de waarheid gemeld dat [A] [B] in gijzeling had genomen om haar te beletten hem, [appellant] , te bezoeken. Zowel [A] als [B] heeft geschreven te vrezen voor een gewelddadige escalatie.

3.6

Na zijn terugkeer uit de psychiatrische inrichting heeft [appellant] zich niet meer schuldig gemaakt aan overlast in de vorm van schelden, geluidsoverlast of bonken op de muren, zoals eerder gemeld. De bovenburen maakten zich toen echter nog steeds grote zorgen over [appellant] , omdat hij niet op een normale manier met hen communiceerde, vreemd uit zijn ogen keek en meermalen heeft geweigerd de deur open te doen voor Eigen Haard en de politie.

3.7

Het gedrag van [appellant] na zijn ontslag uit de inrichting moet worden bezien tegen de achtergrond van zijn eerdere ernstige misdragingen, waardoor de bovenburen, begrijpelijkerwijs, angstig zijn geworden. Hoewel [appellant] erkent dat hij waandenkbeelden heeft gehad en overlast heeft veroorzaakt, heeft hij, blijkens de in het geding gebrachte e-mails van Mentrum, de medicatie en de ambulante begeleiding die de behandelaars nodig achtten, geweigerd. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt, bijvoorbeeld door het overleggen van een medische verklaring, dat zonder de medicatie en begeleiding geen vrees voor herhaling van de overlast gevende gedragingen behoeft te bestaan.

3.8

Bij het voorgaande verdient opmerking dat [appellant] al kort nadat zijn bovenburen hun intrek hadden genomen in het complex, is begonnen met zijn overlast gevende gedrag. Hij kan dus, om met de kantonrechter te spreken, niet bogen op een lange probleemloze huurrelatie voorafgaand aan de aanvang van de overlast. Die omstandigheid legt niet alleen gewicht in de schaal bij de beoordeling of de ernst van de tekortkoming de (ontbinding en) veroordeling tot ontruiming rechtvaardigt, maar ook bij de taxatie van het gevaar voor herhaling.

3.9

Van de bovenburen, en met name de alleenstaande buurvrouw [B] , kan niet worden gevergd dat zij nog langer in angst moeten leven voor [appellant] , met wie zij de confrontatie niet uit de weg kunnen gaan door het gedeelde trappenhuis en de ligging van het gehuurde. Anderzijds kon van [appellant] wel worden gevergd dat hij hétzij medicatie en/of begeleiding zou aanvaarden, hétzij een van de hem aangeboden passende vervangende woningen in zijn voorkeursgebied zou accepteren. Nu hij niets van dat alles heeft gedaan, rest, hoe ongelukkig voor [appellant] zelf ook, ter bescherming van de buren niets anders dan een veroordeling van [appellant] tot ontruiming. De overlast die er is geweest en de vrees voor herhaling rechtvaardigen dat. De veroordeling tot ontruiming is door de kantonrechter dan ook terecht uitgesproken. Evenzeer terecht heeft de kantonrechter geoordeeld dat Eigen Haard bij haar vordering een voldoende spoedeisend belang heeft.

3.10

De grieven falen. Het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. [appellant] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van het geding in hoger beroep.

4 Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het bestreden vonnis;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Eigen Haard begroot op € 726,= aan verschotten en € 1.074,= voor salaris en op € 131,= voor nasalaris, te vermeerderen met € 68,= voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt;

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.C.W. Rang, L.A.J. Dun en C. Uriot en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2019.