Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:4923

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
13-08-2019
Datum publicatie
26-03-2020
Zaaknummer
23-003468-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling opzetheling scooter. Verweer vrijspraak (ontbreken wetenschap) verworpen. Vrijspraak medeplegen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003468-18

datum uitspraak: 13 augustus 2019

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 24 september 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-183320-18 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,

adres: [adres],

thans uit anderen hoofde gedetineerd in PI Rijnmond - HvB De IJssel te Krimpen aan den IJssel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

30 juli 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 16 september 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten een bromfiets heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Bewijsoverweging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het aan de verdachte ten laste gelegde. Hij heeft daartoe, kort gezegd, aangevoerd dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de scooter niet wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. De verdachte heeft enkel achterop de scooter gezeten en uit het dossier kan niet worden afgeleid dat de verdachte heeft gezien dat het contactslot ontbrak. Van medeplegen kan geen sprake zijn, nu niet is gebleken van een nauwe en bewuste samenwerking, aldus de raadsman.

Het hof overweegt als volgt.

Uit het dossier blijkt het volgende. De aangever had zijn bromfiets aan een vriend uitgeleend, die deze bromfiets op 16 september 2018 rond 02:00 uur had geparkeerd aan het Kleine Gartmanplantsoen te Amsterdam. Omstreeks 02:30 uur kwam deze vriend weer ter plaatse en was de bromfiets verdwenen. Vervolgens zag de aangever, op het moment dat hij omstreeks 02:21 uur bij Amsterdam Centraal Station aankwam, zijn bromfiets rijden met daarop twee voor hem onbekende personen, waaronder de verdachte die op dat moment achterop zou hebben gezeten. De verdachte heeft zowel bij de politie als ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard zelf op de scooter (het hof begrijpt: bromfiets) te hebben gereden tussen Leidseplein en Amsterdam Centraal. Voorts heeft de verdachte over het contactslot van de bromfiets ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat dit niet ontbrak toen hij er op reed, dat de sleutel in het contactslot zat en dat hij de bromfiets zelf heeft gestart met de sleutel. Blijkens het proces-verbaal van bevindingen ter plaatse ontbrak het contactslot echter toen de politie ter plaatse kwam en de verdachte werd aangehouden.

Het hof leidt uit het vorenstaande af dat de verdachte in ieder geval op enig moment zelf de bromfiets heeft bestuurd, terwijl het contactslot was verwijderd. Hieruit kan worden afgeleid dat de verdachte wist dat de bromfiets gestolen was. Het hof verwerpt het verweer van de raadsman.

Met de raadsman is het hof van oordeel dat uit het dossier weliswaar kan worden afgeleid dat de verdachte samen met een ander op de bromfiets heeft gereden, maar dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte niet is komen vast te staan. Daarom zal de verdachte worden vrijgesproken van het ten laste gelegde medeplegen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 16 september 2018 te Amsterdam een bromfiets voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

opzetheling

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetheling van een bromfiets. Opzetheling is een ergerlijk feit waardoor de verdachte meewerkt aan de instandhouding van een markt voor gestolen goederen.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 18 juli 2019 is hij eenmaal eerder voor een vermogensdelict onherroepelijk veroordeeld, hetgeen het hof in zijn nadeel weegt. In de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals door hem ter terechtzitting naar voren gebracht, waaruit is gebleken dat hij een positieve draai aan zijn leven lijkt te geven nu hij uit eigen beweging is afgekickt van zijn blowverslaving en een opleiding volgt tot filiaalmanager, ziet het hof aanleiding de door de politierechter opgelegde straf te matigen. Het hof acht, tevens artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht in aanmerking genomen, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 63 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.E. Kleene-Krom, mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 augustus 2019.

mr. M.J.A. Duker is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]