Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:4917

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
11-07-2019
Datum publicatie
25-03-2020
Zaaknummer
23-001265-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overtreding gebiedsverboden. Artikel 9a Sr.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001265-18

datum uitspraak: 11 juli 2019

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 28 maart 2018 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-029651-18 en 13-040774-18 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Frankrijk) op [geboortedag] 1988,

zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

27 juni 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlasteleggingen

Aan de verdachte is in de zaak met parketnummer 13-029651-18 ten laste gelegd dat:


hij op 12 februari 2018 te 20:18 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende -zakelijk weergegeven- om zich uit het dealeroverlastgebied (D.O.G.) 2.0, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 6 maanden (ingaande 24 september 2017 te 00:01 uur) niet meer te bevinden, terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen twee jaren waren verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte wegens een gelijk misdrijf onherroepelijk was geworden (14 december 2017; 13 / 155504-17).

en in de zaak met parketnummer 13-040774-18 (gevoegd):

hij op 28 februari 2018 te 15:40 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het dealeroverlastgebied Amsterdam 2.0, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 6 maanden niet meer te bevinden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof een andere bewijsconstructie hanteert en tot een andere beslissing over de straf komt.

Bewijsoverweging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het aan de verdachte in de zaak met parketnummer

13-029651-18 ten laste gelegde. Daartoe heeft hij, kort gezegd, aangevoerd dat de verdachte op 12 februari 2018 niet op de hoogte was van het aan hem opgelegde gebiedsverbod.

Het hof overweegt als volgt.

De politie heeft op 24 juni 2017 aan de verdachte een schriftelijk bevel uitgereikt om zich voor de duur van drie maanden te verwijderen uit en zich niet meer op te houden in dealeroverlastgebied 2.0, in de periode van 24 juni 2017 tot en met 23 september 2017 (dossierpagina 51 en verder). De verdachte heeft bij deze uitreiking te kennen gegeven dat hij het verbod begreep. De verdachte heeft op 15 augustus 2017 dit aan hem opgelegde gebiedsverbod overtreden. Als gevolg van deze overtreding heeft de politie op voornoemde datum aan de verdachte aangekondigd dat hij zou worden voorgedragen bij de burgemeester van Amsterdam voor een bevel om zich uit dealeroverlastgebied 2.0 te verwijderen. In het proces-verbaal behorende bij deze voordracht van 22 augustus 2017 staat gerelateerd dat de verbalisant het voornemen aan de verdachte heeft uitgelegd in een taal die zowel de verdachte als de verbalisant voldoende machtig is. Op 28 september 2017 is aan de verdachte een bevel uitgereikt, inhoudende dat hij zich uit het dealeroverlastgebied 2.0 diende te verwijderen en zich met ingang van 24 september 2017 gedurende zes maanden, tot en met 23 maart 2018, niet in dit gebied op mocht houden (dossier pagina 15 en verder). Tevens is aan hem uitgereikt het kaartje met de omschrijving van het dealeroverlastgebied. Op de vraag of hij het verbod heeft begrepen verklaarde de verdachte: Mijn verbod is net verlopen. Ten slotte is in het proces-verbaal van verhoor van de verdachte van 12 februari 2018 gerelateerd dat verbalisant Van Vonderen aan de verdachte heeft voorgehouden dat zij op 26 januari 2018 het gebiedsverbod van 5 september 2017 met behulp van een Franse tolk aan de verdachte heeft uitgelegd (dossier pagina 8).

Hieruit leidt het hof af dat de verdachte ten tijde van de uitreiking van het bevel op 28 september 2017 op een voor de verdachte begrijpelijke wijze is medegedeeld dat hem opnieuw een hem bekend gebiedsverbod voor de duur van zes maanden was opgelegd tot en met 23 maart 2018, terwijl dit hem bij gelegenheid van een verhoor van 26 januari 2018 opnieuw te verstaan is gegeven. Het vorenstaande maakt dat de verdachte ten tijde van het overtreden van het gebiedsverbod op 12 februari 2018 op de hoogte moet zijn geweest van het aan hem opgelegde gebiedsverbod, zodat hij dit opzettelijk heeft overtreden.

Het hof verwerpt het verweer en acht bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaken met parketnummers

13-029651-18 en 13-040774-18 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak met parketnummer 13-029651-18:

hij op 12 februari 2018 te 20:18 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 van de Gemeentewet en 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 door de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende om zich uit het dealeroverlastgebied 2.0 te verwijderen en zich daar gedurende 6 maanden niet meer te bevinden, terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen twee jaren waren verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte wegens een gelijk misdrijf onherroepelijk was geworden.

Zaak met parketnummer 13-040774-18 (gevoegd):

hij op 28 februari 2018 te 15:40 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 van de Gemeentewet en 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 door de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende om zich uit het dealeroverlastgebied 2.0 te verwijderen en zich daar gedurende 6 maanden niet meer te bevinden.

Hetgeen in de zaken met parketnummers 13-029651-18 en 13-040774-18 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het in de zaken met parketnummers 13-029651-18 en 13-040774-18 bewezen verklaarde levert op telkens:

opzettelijk niet voldoen aan een bevel, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf of maatregel

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in de zaken met parketnummers 13-029651-18 en 13-040774-18 bewezen verklaarde veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf of maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft tweemaal een aan hem opgelegd gebiedsverbod overtreden. Dergelijke verboden hebben tot doel het verstoren van de openbare orde en overlast voor bewoners, bedrijven en toeristen binnen een bepaald gebied tegen te gaan. Door een dergelijk bevel te negeren heeft de verdachte er blijk van gegeven zich weinig gelegen te laten liggen aan een hem van overheidswege in dat verband uitgevaardigd verbod.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman namens de verdachte stukken overgelegd waaruit blijkt dat de verdachte inmiddels een nieuw leven is begonnen bij zijn familie in Frankrijk en daar een vast bestaan probeert op te bouwen, onder andere doordat hij werk heeft gevonden. Voorts blijkt uit een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 17 juni 2019 dat aan hem inmiddels, bij onherroepelijk vonnis van 23 oktober 2018, een voorwaardelijke ISD-maatregel is opgelegd.

Het hof ziet, met de raadsman en de advocaat-generaal, onder deze omstandigheden geen meerwaarde in het opleggen van een (voorwaardelijke) straf of maatregel en acht het raadzaam te bepalen dat deze niet wordt opgelegd.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaken met parketnummers

13-029651-18 en 13-040774-18 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaken met parketnummers 13-029651-18 en 13-040774-18 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Bepaalt dat ter zake van het in de zaken met parketnummers 13-029651-18 en 13-040774-18 bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.N. Dalebout, mr. M. Jurgens en mr. T. Blom, in tegenwoordigheid van

mr. D. Boessenkool, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

11 juli 2019.

mrs. M. Jurgens en T. Blom zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]