Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:4904

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
21-01-2019
Datum publicatie
24-03-2020
Zaaknummer
23-000553-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Dagvaarding hoger beroep nietig; niet duidelijk of en wanneer de stukken met betrekking tot het rechtshulpverzoek door de AIRS zijn doorgeleid naar de bevoegde autoriteiten van het land waar de verdachte verblijft

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000553-14

datum uitspraak: 21 januari 2019

NIET VERSCHENEN

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 4 februari 2014 in de strafzaak onder parketnummer 15-820067-14 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Dominicaanse Republiek) op [geboortedag] 1964,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

adres: [adres]).

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

21 januari 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de advocaat-generaal stukken overgelegd waaruit blijkt dat het Ressortsparket te Amsterdam het rechtshulpverzoek, strekkende tot betekening van de dagvaarding in hoger beroep aan de verdachte, met beëdigde vertaling op 29 mei 2018 naar de Afdeling Internationale aangelegenheden en Rechtshulp in Strafzaken (AIRS) heeft verzonden. Blijkens een brief van de AIRS van 11 juni 2018 is het rechtshulpverzoek door de Dominicaanse autoriteiten geretourneerd vanwege het ontbreken van de apostille. Voorts is op 21 juni 2018 wederom een rechtshulpverzoek – voorzien van een apostille – verzonden naar de AIRS.

Uit hetgeen hiervoor is vastgesteld volgt dat de stukken met betrekking tot het op 21 juni 2018 verzonden rechtshulpverzoek wel naar de AIRS zijn verzonden, maar uit niets blijkt dat deze stukken zijn doorgeleid naar de bevoegde autoriteiten in de Dominicaanse Republiek of op welke datum dat zou zijn geweest. Nu hier geen duidelijkheid over bestaat is het hof van oordeel dat de dagvaarding om in hoger beroep te verschijnen op de terechtzitting niet op de bij de wet voorgeschreven wijze aan de verdachte is uitgereikt. De dagvaarding dient op grond daarvan - nu verdachte niet ter terechtzitting is verschenen - nietig te worden verklaard.

Beslissing

Het hof:

Verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.M.D. Aardema, mr. C.N. Dalebout en mr. E. van Die, in tegenwoordigheid van

mr. D. Boessenkool, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

21 januari 2019.

mr. F.M.D. Aardema is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.