Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:4891

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18-12-2019
Datum publicatie
03-03-2020
Zaaknummer
23-001239-18
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2021:314, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Witwassen, oplichting verzekeringsmaatschappij en opzettelijk aanwezig hebben MDMA pillen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001239-18

datum uitspraak: 18 december 2019

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 3 april 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-731020-15 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,

adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

15 mei 2019 en 4 december 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij in de periode 11 maart 2013 tot en met 16 september 2014 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich (meermalen althans eenmaal) schuldig heeft gemaakt aan witwassen, althans schuldwitwassen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (van) een of meerdere voorwerp(en), te weten (onder meer):

- een geldbedrag bestaande uit contante stortingen op bankrekening [rekening] ten hoogte van in totaal (ongeveer) EUR 139.020,-, in elk geval een geldbedrag en/of

- een auto van het merk Mercedes-Benz van het type A 180, kleur wit, met kenteken [kenteken],

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, althans verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op genoemde voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) was en/of genoemde voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) voorhanden had en/of

verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van een of meerdere voorwerp(en) gebruik gemaakt,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat bovenomschreven geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

2.

hij in of omstreeks de periode vanaf 5 juli 2012 tot en met 16 september 2014 te Heerhugowaard en/of te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, te weten [medeverdachte] en/of een of meerdere ander(en) opzettelijk mondeling en/of door gebaren en/of bij geschrift zich jegens getuige [getuige] heeft/hebben geuit, kennelijk om zijn vrijheid om naar waarheid of geweten ten overstaan van een raadsheer-commissaris, althans een rechter, een verklaring af te leggen, te beïnvloeden, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist/wisten of ernstige reden had/hadden te vermoeden dat die verklaring(en) zou(den) worden afgelegd, immers heeft/hebben:

- hij, verdachte en/of zijn mededader(s) in ieder geval 8 maal, althans een of meerdere malen een bezoek gebracht aan die [getuige] in de PI en/of

- hij, verdachte en/of zijn mededader(s) die [getuige] geïnstrueerd hoe deze [getuige] diende te verklaren bij gelegenheid van het geplande getuigenverhoor op 10 april 2013 bij de raadsheer-commissaris van het Gerechtshof te Amsterdam in de ontnemingszaak tegen [medeverdachte] en/of

- hij, verdachte en/of zijn mededader(s), geld gestort op de PI-rekening van die [getuige] voor een totaalbedrag van ongeveer EUR 3.600,-, althans ongeveer EUR 1.850,-, in elk geval een geldbedrag teneinde die [getuige] te bewegen ten overstaande van de raadsheer-commissaris deze geïnstrueerde verklaring ten gunste van die voornoemde [medeverdachte] af te leggen en/of

- die voornoemde [medeverdachte] een Engelstalige brief geschreven naar die [getuige] met daarin instructies hoe [getuige] diende te verklaren bij de raadsheer-commissaris teneinde niet [medeverdachte] maar "[naam 1]" als leverancier van de partij heroïne aan te wijzen en/of

- die voornoemde [medeverdachte] een Nederlandstalige brief geschreven naar "[naam 2]" met daarin instructies hoe [getuige] diende te verklaren bij de raadsheer-commissaris teneinde niet [medeverdachte] maar "[naam 1]" als leverancier van de partij heroïne aan te wijzen en/of dat die jongen die op bezoek gaat het allemaal goed en begrijpelijk moet doorgeven en/of dat die jongen goed betaald moet krijgen en/of

- verdachte de hiervoor genoemde Engelstalige handgeschreven brief afkomstig van [medeverdachte] en gericht aan [getuige] met daarin instructies hoe [getuige] diende te verklaren bij de raadsheer-commissaris teneinde niet [medeverdachte] maar "[naam 1]" als leverancier van de partij heroïne aan te wijzen, in bewaring gehouden en/of

- verdachte de hiervoor genoemde Nederlandstalige handgeschreven brief afkomstig van [medeverdachte] en gericht aan [naam 2] met daarin instructies hoe [getuige] diende te verklaren bij de raadsheer-commissaris teneinde niet [medeverdachte] maar "[naam 1]" als leverancier van de partij heroïne aan te wijzen, in bewaring gehouden;

3. primair

hij in of omstreeks de periode van 14 juli 2012 tot en met 24 december 2012 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels een rechtspersoon, te weten [benadeelde], heeft bewogen tot de afgifte van een goed te weten:

-een geldbedrag van ongeveer EUR 13.740,-, althans een geldbedrag,

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (onder meer):

- op 15 juli 2012 om 04:56 uur melding gemaakt van inbraak in de woning [adres 2] te Amsterdam en/of

- in bovengenoemde woning braaksporen aangebracht en het doen lijken alsof de woning was doorzocht en/of

- een afspraak met de afdeling Forensische Opsporing voor sporenonderzoek afgezegd en/of

- op 26 juli 2012 aangifte gedaan bij de Politie Amsterdam van de vermeende inbraak gepleegd tussen 14 juli 2012 om 14.00 uur en 15 juli 2012 om 02:30 uur en/of

- op 27 juli 2012 telefonisch melding gemaakt van voornoemde woninginbraak bij [benadeelde] en/of vervolgens voor deze inbraak een schadeclaim ingediend bij [benadeelde], en/of gemeld dat de volgende goederen zouden zijn weggenomen:

- Strijkijzer van het merk Tefal

- Keuken apparatuur van het Philips

- Televisie van het merk Sony

- Divers kledingstukken

- Iphone speakers van het merk Bosch

- Laptop merk Acus 15 inch

- Laptop merk Compact 15 inch zwart van kleur

- Sony home Theater systeem

- Zonnebril van merk Michael Kors M2456rx 001

- X BOX

- Tas met een Canon camera en harde schijf. Type EOS600D181

- Twee Samsonite koffers

- Tefal stoommachine

- Diverse spelletjes van de X box

- 30 DVD films

- Harde schijf merk met 4er

- Meerdere paren merk schoenen deze zaten in de koffer

- Duracell batterij oplader 2stuks

- Radio grafisch bestuurbaar auto van het merk Buddy uSSp

- Treinzet van hout

- Radiografisch helikopter

- Jas van het merk Zara dames jas. Crème kleurig, parka model

- Jas merk Iceberg heren jas Zwart, Kort

- Kabels van het merk Monster

- Digital camera canon

- Ds Nintendo spelcomputer

- Damestas van het merk Boss

- 20 armbanden 100 gram goud per stuk gegrafeerd met '[naam 3]'

- 2 gouden sets voor om de hals

terwijl deze inbraak nooit heeft plaatsgevonden en deze goederen niet zijn weggenomen,

waardoor bovengenoemde [benadeelde] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 14 juli 2012 tot en met 24 december 2012 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) althans alleen, aangifte heeft gedaan dat een strafbaar feit was gepleegd, wetende dat dat feit niet was gepleegd, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar ten overstaan van de Politie Amsterdam opzettelijk in strijd met de waarheid aangifte gedaan van een inbraak gepleegd op of omstreeks 14 en/of 15 juli 2012, waarbij de volgende goederen zouden zijn weggenomen:

- Strijkijzer van het merk Tefal

- Keuken apparatuur van het Philips

- Televisie van het merk Sony

- Divers kledingstukken

- Iphone speakers van het merk Bosch

- Laptop merk Acus 15 inch

- Laptop merk Compact 15 inch zwart van kleur

- Sony home Theater systeem

- Zonnebril van merk Michael Kors M2456rx 001

- X BOX

- Tas met een Canon camera en harde schijf. Type EOS600D181

- Twee Samsonite koffers

- Tefal stoommachine

- Diverse spelletjes van de X box

- 30 DVD films

- Harde schijf merk met 4er

- Meerdere paren merk schoenen deze zaten in de koffer

- Duracell batterij oplader 2stuks

- Radio grafisch bestuurbaar auto van het merk Buddy uSSp

- Jeep

- Treinset van hout

- Radiografisch helikopter

- Jas van het merk Zara dames jas. Crème kleurig, parka model

- Jas merk Iceberg heren jas Zwart, Kort

- Kabels van het merk Monster

- Digital camera Canon

- Ds Nintendo spelcomputer

- Damestas van het merk Boss

- 20 armbanden 100 gram goud per stuk gegrafeerd met '[naam 3]'

- 2 gouden sets voor om de hals

terwijl deze inbraak nooit heeft plaatsgevonden en deze goederen niet zijn weggenomen;

4.

hij op 16 september 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van ongeveer 13 pillen MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Vrijspraak van feit 2

Met de advocaat-generaal en de verdediging is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen de verdachte onder 2 is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. De tenlastelegging van feit 2 is toegesneden op aantasting van de verklaringsvrijheid van de getuige (art. 285a Sr), terwijl de getuige betaald zou zijn om zijn verklaring aan te passen (uitlokking meineed, art. 207 Sr).

Bewijsoverweging

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal is van mening dat de onder 1, 3 primair en 4 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft overeenkomstig zijn pleitaantekeningen vrijspraak bepleit van het onder 1 ten laste gelegde. Daartoe heeft hij kort gezegd aangevoerd dat de verdachte een verklaring heeft gegeven voor de herkomst van de geldbedragen, de winst die hij over de opnames en stortingen heeft gemaakt en de herkomst van de overige contante stortingen. Het is aan het openbaar ministerie om aan te tonen dat de verklaring van de verdachte niet kan kloppen en dat het niet anders kan zijn dan dat het geld uit misdrijf afkomstig is. Daarin is het openbaar ministerie niet geslaagd. De auto heeft de verdachte gekocht met gespaard, legaal verkregen geld. Van verbergen of verhullen van de auto is geen sprake.

Ten aanzien van feit 3 heeft de verdediging verzocht het oordeel van de rechtbank dienaangaande te volgen, en ten aanzien van feit 4 heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.

Overwegingen van het hof

Ten aanzien van de feiten 1, 3 en 4 sluit het hof zich aan bij de overwegingen van de rechtbank daaromtrent. De desbetreffende passages uit het vonnis worden hieronder nagenoeg volledig overgenomen.1

Witwassen (feit 1)

Beoordelingskader

Vooropgesteld wordt dat uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat, in een geval zoals die van de verdachte, waarin geen direct bewijs voor inkomsten uit strafbare feiten aanwezig is, witwassen bewezen kan worden indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan dan dat het geld of de goederen uit enig misdrijf afkomstig zijn althans niet als legaal te traceren zijn.

Allereerst zal vastgesteld moeten worden of de in het dossier aangedragen feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Als dit het geval is, dan mag van een verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van de vermogensbestanddelen. Een dergelijke verklaring moet concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn. Bij de beoordeling van deze verklaring spelen de omstandigheden waaronder en het moment en de wijze waarop deze tot stand is gekomen, mede een rol. Zodra het door een verdachte geboden tegenwicht daartoe aanleiding geeft, ligt het op de weg van het openbaar ministerie om nader onderzoek te doen naar de uit de verklaringen van de verdachte blijkende alternatieve herkomst van de vermogensbestanddelen. Uit de resultaten van dergelijk onderzoek zal moeten blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de geldbedragen waarop de verdenking betrekking heeft een legale herkomst hebben, en dat dus een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.

Vermoeden van witwassen

De legale en verifieerbare inkomsten van de verdachte bedroegen blijkens de gegevens van de belastingdienst gemiddeld ongeveer € 30.000,- bruto per jaar.2 Uit financieel onderzoek3 blijkt dat de verdachte in de periode van 2007 tot en met 21 juli 2014 in totaal € 306.950,- aan contant geld opnam van zijn bankrekening. Daar stond in dezelfde periode een bedrag van € 258.100,- aan contante stortingen tegenover. In de periode van de begindatum van de tenlastelegging, 11 maart 2013, tot en met 21 juli 2014 werd een contant totaalbedrag van € 170.970,- op de bankrekening van de verdachte gestort. Op 5 juni 2013 financierde de verdachte een Mercedes voor een aankoopbedrag van € 31.950,-,4 waarover hij in eerste instantie verklaarde dat de auto van zijn vader is en later, na confrontatie met de onderzoeksbevindingen,5 waaruit bleek dat de verdachte de eigenaar is, bekende dat de Mercedes zijn eigendom is.6 Verder is bekend dat de verdachte regelmatig contact had met mensen uit het criminele circuit.

Deze feiten en omstandigheden zijn, in onderling verband en samenhang bezien, van dien aard dat zij het vermoeden van de criminele herkomst van de door de verdachte voorhanden gehouden en gestorte contante geldbedragen zonder meer rechtvaardigen. Gelet hierop mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft voor de herkomst van deze bedragen.

De verdachte heeft eerst ter terechtzitting in eerste aanleg een alternatieve verklaring gegeven voor de stortingen en opnamen van de grote contante geldbedragen. De verdachte heeft – zakelijk weergegeven – verklaard dat hij vanuit de modewereld (eerst door [bedrijf 1] en later door [bedrijf 2]) werd benaderd om 5 en 10 euro biljetten om te ruilen tegen biljetten van 500 euro, in ruil voor korting op kleding en later tegen betaling van een commissie van 1% van het om te wisselen bedrag. De verdachte heeft deze verklaring ter zitting in hoger beroep herhaald en verklaard dat hij de briefjes van 500 euro opnam om deze vervolgens meteen of enige tijd later weer terug te storten, zodra hij het geld van de ondernemingen, in ‘kleine briefjes’, terugkreeg. De verdachte heeft desgevraagd verklaard dat de desbetreffende personen hierover geen verklaringen wensen af te leggen en desnoods zouden liegen als zij daarover bevraagd zouden worden.7

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat de verklaring van de verdachte niet verifieerbaar is. Er is geen aanknopingspunt voor een onderzoek naar deze verklaring, waarmee de verdachte niet heeft voldaan aan het vereiste dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring voor de herkomst van deze bedragen geeft.

Ten overvloede merkt het hof op dat het hof de inhoud van de verklaring van de verdachte ook hoogst onwaarschijnlijk acht. Op de vraag waarom de bedrijven de verdachte inschakelden om legitiem contant geld uit de detailhandel om te wisselen in legitiem contant geld voor de groothandel terwijl zij dat ook zelf hadden kunnen doen, heeft hij verklaard dat de bedrijven dan commissie aan de bank zouden moeten betalen, maar hij niet. Nu de verdachte zegt dat ook hij commissie ontving, blijft evenwel onduidelijk wat zijn toegevoegde waarde was. Ook zit er meerdere keren veel tijd tussen stortingen van kleine coupures en opnames van grote coupures. Dat valt ook lastig te verklaren vanuit een behoefte van bedrijven om kleine coupures in grote om te wisselen.

Het hof is van oordeel dat nu de verklaring die de verdachte heeft gegeven over de herkomst van de geldbedragen daarmee zowel niet verifieerbaar als ongeloofwaardig is, het niet anders kan zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde geldbedrag onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is.

Ten aanzien van de in de tenlastelegging omschreven auto heeft de verdachte verklaard dat hij deze van gespaard geld heeft betaald en dat hij naast de inkomsten die bij de belastingdienst zijn opgegeven ook inkomsten heeft ontvangen uit de zorg voor zijn schoonvader (PGB), schenkingen voor de bruiloft, de opbrengst van een investering in een kinderdagverblijf, € 20.000,- van de rekening van zijn vrouw en opbrengsten van valutahandel. Verder zou de verdachte zeer spaarzaam leven.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende. De Mercedes is betaald van een bankrekening waarop voor tonnen aan contant geld is gestort, terwijl het hof hiervoor heeft vastgesteld dat het niet anders kan zijn dat dit geld uit enig misdrijf afkomstig is. Dat op deze bankrekening ook legale gelden werden ontvangen (zoals het salaris van de verdachte), dat de verdachte behalve zijn salaris ook andere legale inkomstenbronnen heeft gehad, en de verdachte toegang had tot bepaald legaal vermogen (schenkingen, spaargeld van zijn vrouw) doet daarom niet ter zake, en de vraag of hij de Mercedes had kunnen betalen vanuit de legale inkomsten en vanuit legaal vermogen behoeft geen antwoord. Gegeven de stortingen op deze rekening is sprake van vermenging van crimineel vermogen met legaal vermogen. Daardoor is het hele vermogen besmet geraakt en is dus ook de auto een object van witwassen.

Conclusie

Een en ander leidt ertoe dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte zich in de ten laste gelegde periode schuldig heeft gemaakt aan witwassen. Omdat hij de in de tenlastelegging omschreven gedragingen gedurende een langere periode heeft herhaald, is bovendien bewezen dat de verdachte van het witwassen een gewoonte heeft gemaakt. Het op dergelijke structurele wijze witwassen van geldbedragen levert naar het oordeel van het hof gewoontewitwassen op.

Oplichting verzekeringsmaatschappij (feit 3)

Het hof stelt aan de hand van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast. Op 15 juli 2012 heeft de verdachte melding gemaakt van inbraak in zijn woning aan de [adres 2] te Amsterdam. De politieambtenaren ter plaatse treffen een woning aan met braaksporen.8 Op 26 juli 2012 heeft de verdachte aangifte gedaan van de inbraak. De verdachte heeft daarbij een lijst opgesomd van goederen die bij de inbraak zouden zijn weggenomen.9 De partner van de verdachte heeft telefonisch de schade bij [benadeelde] gemeld. Op 17 september 2012 vindt er een gesprek (interview) plaats tussen een medewerker van [benadeelde] en de verdachte in aanwezigheid van zijn partner, waarin onder andere gesproken wordt over de ontdekking van inbraak en de inkomsten van de verdachte.10 Op 24 december 2012 keert [benadeelde] een bedrag van € 13.740,- op de bankrekening op naam van de verdachte uit onder vermelding “inbraak”.11 Bij de doorzoeking van de woning van de verdachte op 16 september 2014 worden goederen aangetroffen welke bij de inbraak in 2012 als gestolen zijn opgegeven, te weten een strijkijzer van het merk Tefal, televisie van het merk Sony, laptop merk Acus, laptop merk Compact, Michael Kors zonnebril, twee Samsonite koffers, een digitale camera merk Canon en een geheugenkaart.12 Op 30 december 2014 doet [naam 4] namens [benadeelde] aangifte van verzekeringsfraude ten aanzien van de schadeclaim met betrekking tot de inbraak.13

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat niet met zekerheid is vast te stellen dat de woninginbraak niet heeft plaatsgevonden. Met het aantreffen van de goederen, welke door de verdachte destijds als gestolen waren opgegeven, staat naar het oordeel van het hof wel vast dat de verdachte door listige kunstgrepen bij [benadeelde] een onjuiste voorstelling van zaken in het leven heeft geroepen waardoor [benadeelde] is bewogen tot het uitkeren van het schadebedrag. De verdachte heeft zich hiermee ten aanzien van de bij hem aangetroffen goederen schuldig gemaakt aan oplichting. Van oplichting ten aanzien van de overige goederen genoemd in de tenlastelegging zal de verdachte worden vrijgesproken.

Aanwezig hebben MDMA pillen (feit 4)

Het hof stelt aan de hand van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast. Bij de doorzoeking van de woning van de verdachte op 16 september 2014 worden in de jaszak van verdachte enkele pillen aangetroffen.14 De pillen worden onderzocht. Uit het rapport van het Laboratorium Forensische Opsporing volgt dat 13 pillen MDMA bevatten.15 De verdachte bekent tijdens het politieverhoor op 17 september 2014 dat de pillen van hem zijn.16

Op grond van het voorgaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder
4 ten laste gelegde heeft begaan.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 3 primair en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.
hij in de periode 11 maart 2013 tot en met 16 september 2014 te Amsterdam, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, van voorwerpen, te weten:

- een geldbedrag bestaande uit contante stortingen op bankrekening [rekening] ter hoogte van in totaal ongeveer EUR 139.020,-, en

- een auto van het merk Mercedes-Benz van het type A 180, kleur wit, met kenteken [kenteken],

verworven, voorhanden gehad, en van voorwerpen gebruik gemaakt,

terwijl hij wist, dat bovenomschreven geldbedrag en de auto - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

3.
primair

hij in de periode van 14 juli 2012 tot en met 24 december 2012 te Amsterdam, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen een rechtspersoon, te weten [benadeelde], heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag door in die periode met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - listiglijk en in strijd met de waarheid bij [benadeelde], een schadeclaim ingediend bij [benadeelde] en gemeld dat de volgende goederen tijdens een woninginbraak zouden zijn weggenomen:

- Strijkijzer van het merk Tefal

- Televisie van het merk Sony

- Laptop merk Acus 15 inch

- Laptop merk Compact 15 inch zwart van kleur

- Zonnebril van merk Michael Kors M2456rx 001

- Twee Samsonite koffers

- Digital camera canon

terwijl deze goederen niet zijn weggenomen,

waardoor bovengenoemde [benadeelde] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

4.
hij op 16 september 2014 te Amsterdam, opzettelijk aanwezig heeft gehad 13 pillen bevattende MDMA.

Hetgeen onder 1, 3 primair en 4 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 3 primair en 4 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

Gewoontewitwassen.

Het onder 3 primair bewezen verklaarde levert op:

oplichting.

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1, 3 primair en 4 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen en maatregel

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1, 2, 3 primair en 4 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1, 3 primair en 4 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, met aftrek van voorarrest.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van gewoontewitwassen. Het witwassen van criminele gelden vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Daarnaast heeft de verdachte verzekeringsmaatschappij [benadeelde] opgelicht door meer goederen als gestolen op te geven dan daadwerkelijk zijn weggenomen bij een inbraak in zijn woning. De verdachte heeft, kennelijk gedreven door zijn behoefte aan geldelijk gewin, schade toegebracht aan zijn verzekeraar.

Naar het oordeel van het hof doet alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf recht aan de ernst van de (met name onder 1 en 3) bewezen verklaarde feiten. De door de verdediging aangevoerde persoonlijke omstandigheden van de verdachte brengen het hof niet tot een ander oordeel.

Bij het bepalen van de duur van de op te leggen gevangenisstraf heeft het hof aansluiting gezocht bij straffen die voor soortgelijke feiten plegen te worden opgelegd. Daarbij heeft het hof tevens acht geslagen op het feit dat het hof zal bepalen dat de in beslag genomen en niet teruggegeven Mercedes zal worden verbeurd verklaard.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Beslag

Onder de verdachte zijn, blijkens de beslaglijst van 15 februari 2018, de volgende voorwerpen in beslag genomen:

1. Geld Euro, 15.150,00 (4831915/16/17)

3. 1.00 STK Computer ASUS N75s (4832251)

4. 1.00 STK Computer COMPAQ Home Prem7 (4832257)

5. 1.00 STK Personenauto [kenteken] MERCEDES Benz Kl:wit (4543765)

6. 1.00 STK Fototoestel CANON EOS 600 D (4832258)

7. 1.00 STK USB-stick (memorykaart) Kl:grijs (4831867)

8. 1.00 STK Brief getypte brief in het Engels (4836174)

9. 3.00 STK Briefpost handgeschreven brief in het Nederlands (4836197)

10. 1.00 STK Brief (4985365)

11. 1.00 STK Enveloppe MERCEDES BENZ (4986280)

Verbeurdverklaring

De onder nummer 5 in beslag genomen en niet teruggegeven auto behoort aan de verdachte toe. Nu met betrekking tot die auto het onder 1 bewezen geachte is begaan, wordt de auto verbeurd verklaard. Er is geen aanleiding een vergoeding toe te kennen voor (een deel van) de waarde van deze auto, nu het hof van oordeel is dat de verdachte niet onevenredig wordt getroffen door deze straf. Verbeurdverklaring is ook een passende sanctie, nu is vastgesteld dat de auto is betaald met van misdrijf afkomstig geld.

Ten aanzien van het onder nummer 1 in beslag genomen geld kan geen beslissing worden genomen nu niet is gebleken dat (naast het conservatoir beslag) op dit geld strafvorderlijk beslag rust.

Onttrekking aan het verkeer

De onder nummers 8, 9, 10 en 11 vermelde voorwerpen zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar feit 2 – waarvan de verdachte werd verdacht – onder de verdachte aangetroffen. Deze in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen dienen te worden onttrokken aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar, aangezien deze bij het onderhavige onderzoek zijn aangetroffen en kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten als dat waarvan de verdachte werd verdacht. Bovendien is naar het oordeel van het hof het ongecontroleerd bezit ervan in strijd is met het algemeen belang nu het correspondentie betreft waarin instructies wordt gegeven met betrekking tot een door een getuige af te leggen verklaring.

Teruggave aan de verdachte

De onder nummers 3, 4, 6 en 7 in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen dienen te worden teruggegeven aan de verdachte, nu niet kan worden gezegd dat het ongecontroleerd bezit van deze voorwerpen in strijd is met de wet of het algemeen belang en evenmin kan worden gezegd dat het ten laste gelegde en bewezen verklaarde met deze voorwerpen is begaan.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 13.740,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 4.004,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen, derhalve € 4.004,00.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 3 primair bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering zal worden toegewezen.

Het hof ziet geen aanleiding om de schadevergoedingsmaatregel op te leggen omdat [benadeelde] een groot bedrijf is dat zelf in staat wordt geacht om het schadebedrag te incasseren.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 33, 33a, 36b, 57, 326 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 3 primair en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 3 primair en 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

1.00

STK Personenauto [kenteken] MERCEDES BENZ Kl: wit (4543765).

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

1.00

STK Brief getypte brief in het Engels (4836174)

3.00

STK Briefpost handgeschreven brief in het Nederlands (4836197)

1.00

STK Brief (4985365)

1.00

STK Enveloppe MERCEDES BENZ (4986280).

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

1.00

STK Computer ASUS N75s (4832251)

1.00

STK Computer COMPAQ Home Prem7 (4832257)

1.00

Fototoestel CANON EOS 600 D (4832258)

1.00

STK USB-stick (menorykaart) Kl: grijs (483867.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het onder 3 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 4.004,00 (vierduizend vier euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 24 december 2012.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P. Greve, mr. M. Lolkema en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van

mr. M. Gieske, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

18 december 2019.

mr. A. Dantuma-Hieronymus is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en voldoen aan de daaraan bij de wet gestelde eisen. Verwezen wordt naar de desbetreffende pagina’s in de het dossier.

2 pag. 4 e.v.

3 pag. 260 e.v. en 301 e.v.

4 pag. 323.

5 pag. 202 e.v., 215 en 652.

6 pag. 658 e.v.

7 proces-verbaal ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 20 maart 2018.

8 pag. 21.

9 pag. 260 e.v. en 75 e.v.

10 pag. 370 e.v.

11 pag. 358 e.v.

12 pag. 485 e.v.

13 pag. 493 e.v.

14 pag. 337 e.v.

15 Rapport van het Laboratorium Forensische Opsporing, pag. 339.

16 pag. 672 e.v.