Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:4611

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
10-12-2019
Datum publicatie
03-01-2020
Zaaknummer
23-001384-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Jeugdzaak. (Poging tot) bedreiging door op Youtube een verontrustende tekst mbt een zogenoemde school shooting te paatsen. Vrijspraak, mede gelet op de context, een onvoldoende specifieke inhoud en een onvoldoende duidelijk dreigende strekking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001384-19

datum uitspraak: 10 december 2019

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 28 maart 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-654187-18 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 november 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 1 is ten laste gelegd. Namens de verdachte is onbeperkt hoger beroep ingesteld en dit is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – voor zover in hoger beroep inhoudelijk nog aan de orde – ten laste gelegd dat hij:

2. primair

op of omstreeks de periode van 5 december 2018 tot en met 6 december 2018 te Amsterdam, althans in Nederland, en/of (via het internet) in de Verenigde Staten, een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) (te weten: een of meer personeelsleden en/of leerling(en) van een of meer scholen in Amsterdam en omgeving) heeft bedreigd met een terroristisch misdrijf, althans enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend op de internetsite [website] een bericht geplaatst met de navolgende inhoud: ‘Fuck you man just when I was planning my school shooting you came out with motivational bs (this is actually no joke)’.

2. subsidiair

op of omstreeks de periode van 5 december 2018 tot en met 6 december 2018 te Amsterdam, althans in Nederland, en/of (via het internet) in de Verenigde Staten, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) (te weten: een of meer personeelsleden en/of leerling(en) van een of meer scholen in Amsterdam en omgeving) met een terroristisch misdrijf, althans met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, te bedreigen, opzettelijk dreigend op de internetsite [website] een bericht heeft geplaatst met de navolgende inhoud: 'Fuck you man just when I was planning my school shooting you came out with motivational bs (this is actually no joke)', althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal – voor zover in hoger beroep nog inhoudelijk aan de orde – worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ten aanzien van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vrijspraak

​De verdachte wordt verweten dat hij een of meer onbekend gebleven personen (meer in het bijzonder een of meer personeelsleden en/of leerlingen van een of meer scholen) in Amsterdam heeft bedreigd – althans daartoe een poging heeft gedaan – met een school shooting door het plaatsen van een reactie bij een filmpje op een groepspagina van [website] luidende:

“Fuck you man just when I was planning my school shooting you came out with motivational bs (this is actually no joke).”

Het hof neemt in aanmerking in welke context de verdachte zijn bericht heeft geplaatst, namelijk op een groepspagina van [website] en als reactie op een bericht van de beheerder van de betreffende community met de volgende inhoud:

“Hope everyone is doing good. If you’re not doing good and shit isn’t working out, don’t worry, trust me. Shit always seems to work out in the end. I’ve been there at the bottom of that hole, but we always pull ourselves out or someone helps us get out. Believe me, or at least trust me that this will happen even though it doesn’t seem possible. It is.”

Met de rechtbank, de advocaat-generaal en de raadsman is het hof van oordeel dat de onder 2 primair ten laste gelegde voltooide bedreiging niet kan worden bewezen, nu niet is komen vast te staan dat er een potentiële (groep) bedreigde(n) op de hoogte is (zijn) geraakt van de bedreiging.

Daarbij komt dat de woorden in het bericht, mede gelet op de context waarin ze zijn gebruikt, een onvoldoende specifieke inhoud en een onvoldoende duidelijk dreigende strekking hebben om een strafbare bedreiging op te leveren. De geplaatste tekst bevat ook geen enkele verwijzing naar een bestaande school, noch naar een locatie waar een dergelijke shooting zou plaatsvinden.

Het hof is daarom van oordeel dat onvoldoende grond bestaat voor de conclusie dat door het bericht redelijke vrees kon ontstaan dat personen het leven zouden kunnen verliezen, zodat ook om die reden van een voltooide bedreiging geen sprake kon zijn, terwijl het bericht om dezelfde redenen evenmin kan worden aangemerkt als een begin van uitvoering om een dergelijke vrees te doen ontstaan, zodat ook van een poging tot bedreiging geen sprake is.

Voor zover het dossier al informatie bevat over eerdere soortgelijke activiteiten van de verdachte op internet, levert die, ook als in aanmerking wordt genomen wat de verdachte heeft verklaard over zijn beweegredenen, zonder meer onvoldoende reden op om een dusdanig andere betekenis aan de tenlastegelegde bewoordingen en/of de handelingen van de verdachte te geven dat die wel een (poging tot) bedreiging zouden opleveren.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen de verdachte onder 2 primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte ook hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep – voor zover in hoger beroep inhoudelijk aan de orde – en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. A.M. Kengen en mr. A.R.O Mooy, in tegenwoordigheid van mr. K. Sarghandoy, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 december 2019.

=========================================================================

[…]