Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:4540

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
31-07-2019
Datum publicatie
03-01-2020
Zaaknummer
23-001657-17
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2021:232
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot inbraak, een inbraak, opzetheling, het aanwezig hebben van een flesje GHB en het voorhanden hebben van een tot vuurwapen omgebouwd alarmpistool.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001657-17

datum uitspraak: 31 juli 2019

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 2 mei 2017 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers

15-800479-16 (hierna: zaak A) en 15-800009-17 (hierna: zaak B) tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,

adres: [adres 1] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

17 juli 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlasteleggingen

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

Zaak A


1.
hij op of omstreeks 11 november 2016 te Broek op Langedijk, gemeente Langedijk, ter uitvoering van zijn voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (in/uit [snackbar] gelegen aan het [adres 2] ) weg te nemen goed(eren) van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [snackbar] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), en/of dat (die) weg te nemen goed(eren) onder zijn (hun) bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, naar voornoemde snackbar is/zijn gegaan, waarna hij en/of diens mededader(s) het (cilinder)slot van de (achter)deur van voornoemde snackbar heeft/hebben geforceerd en/of in voornoemd slot een gat en/of schroef heeft/hebben geboord; terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.
hij op of omstreeks 10 of 11 november 2016 te Broek op Langedijk, gemeente Langedijk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een schuur behorende bij een woning gelegen aan [adres 3] ) heeft weggenomen een (grote) hoeveelheid gereedschap en/of andere goed(eren) van zijn/hun gading (waaronder een Makita boormachine en/of Festool schuurmachine en/of een Topcraft spijkermachine en/of een Stihl heggeschaar en/of een zaag en/of meerdere frezen en/of een schaafmachine en/of een of meerdere opbergkoffer(s) voor voornoemd gereedschap en/of accu('s)) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

subsidiair
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 november 2016 tot en met 4 januari 2017 te Broek op Langedijk en/of Krommenie, in elk geval in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (grote hoeveelheid) gereedschap en/of toebehoren, te weten onder meer - een Makita boormachine en/of een Stihl heggeschaar en/of een Festool schuurmachine (aangetroffen in een Renault bestelbus te Broek op Langedijk op 11 november 2016) en/of - freesmachine merk Festool en/of Uponor perstang en/of schuurmachine en/of een Festool bandschuurmachine (aangetroffen in een woning gelegen aan de [adres 4] te Krommenie), (telkens) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) (telkens) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van die goed(eren) wist(en) dan wel redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3.
hij op of omstreeks 11 november 2016 te Broek op Langedijk, gemeente Langedijk, opzettelijk aanwezig heeft gehad een flesje bevattende GHB (4-hydroxyboterzuur/gamma hydroxy boterzuur), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB, zijnde GHB een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Zaak B


1.
hij in of omstreeks de periode van 28 oktober 2016 tot en met 30 oktober 2016 te Wormer, gemeente Wormerland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een werkplaats gelegen aan de [adres 5] ), heeft weggenomen een (grote) hoeveelheid gereedschap en/of toebehoren (te weten onder meer een Bosch afkortzaag en/of een Bosch schuurstofzuiger en/of een Metabo Zaagtafel en/of een Metabo cirkelzaag en/of een Parkside compressor en/of Dewalt kruislaser en/of een Black & Dekker slijper en/of een Festo schuurmachine en/of zaagmachines en/of boormachines en/of schiethamers en/of ander gereedschap) en/of sneeuwkettingen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] en/of [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen gereedschap onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 28 oktober 2016 tot en met 4 januari 2017 te Krommenie en/of Wormer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (grote) hoeveelheid gereedschap en/of toebehoren (te weten onder meer een Bosch afkortzaag en/of een Bosch schuurstofzuiger en/of een Metabo Zaagtafel en/of een Metabo cirkelzaag en/of een Parkside compressor en/of Dewalt kruislaser en/of een Black & Dekker slijper) en/of sneeuwkettingen voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit gereedschap wist(en) dan wel had(den) moeten vermoeden dat het door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 28 oktober 2016 tot en met 4 januari 2017, te Krommenie en/of Wormer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een) voorwerp(en), te weten een (grote) hoeveelheid gereedschap en/of toebehoren (te weten onder meer een Bosch afkortzaag en/of een Bosch schuurstofzuiger en/of een Metabo Zaagtafel en/of een Metabo cirkelzaag en/of een Parkside compressor en/of een Dewalt kruislaser en/of Black & Dekker slijper) en/of sneeuwkettingen, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of (daarvan) gebruik heeft gemaakt en/of van voornoemd(e) voorwerp(en) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op voornoemd(e) voorwerp(en) was en/of heeft verborgen en/of verhuld wie voornoemd(e) voorwerp(en) voorhanden heeft gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

2.
hij op of omstreeks 4 januari 2017 te Krommenie, gemeente Zaanstad, een wapen van categorie III en/of munitie van categorie III, te weten - een (van een alarmpistool naar een scherpschietend) pistool (merk Ekol Volga, kaliber 9 mm P.A.K.) en/of - 9, althans een of meer, 9 mm patronen, voorhanden heeft gehad;

3.
hij in of omstreeks de periode van 17 september 2016 tot en met 24 september 2016 te Wormerveer, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een zeilboot gelegen aan de [weg] ) heeft weggenomen een doos met schroevendraaiers en/of reddingsvesten en/of (een) kompas(sen) en/of een verrekijker en/of een acculader en/of een navigatielicht en/of een dieptemeter en/of (andere) scheepsbenodigdheden en/of (andere) vaarbenodigdheden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;


subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 17 september 2016 tot en met 4 januari 2017 te Wormerveer en/of Krommenie, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, goederen, te weten een doos met schroevendraaiers en/of (een) kompas(sen) en/of een verrekijker met bijbehorende doos en/of een haspel met snoer en/of een acculader en/of een navigatielicht en/of Eerste Hulp tas en/of een dieptemeter en/of een 12V looplamp, heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van die/dit goed(eren) wist(en) dan wel redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 17 september 2016 tot en met 4 januari 2017, te Wormerveer en/of Krommenie, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een) voorwerp(en), te weten een doos met schroevendraaiers en/of (een) kompas(sen) en/of een verrekijker met bijbehorende doos en/of een haspel met snoer en/of een acculader en/of een navigatielicht en/of Eerste Hulp tas en/of een dieptemeter en/of een 12V looplamp, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of (daarvan) gebruik heeft gemaakt en/of van voornoemd(e) voorwerp(en) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op voornoemd(e) voorwerp(en) was en/of heeft verborgen en/of verhuld wie voornoemd(e) voorwerp(en) voorhanden heeft gehad, terwijl hij en/of diens mededader(s) wist(en) dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing ten aanzien van het in zaak B onder 3 tenlastegelegde en een andere strafoplegging komt dan de rechtbank.

Vrijspraak zaak B feit 3 primair en subsidiair

Met de advocaat-generaal en de raadsman is het hof van oordeel dat niet kan worden bewezen hetgeen de verdachte in zaak B onder 3 primair is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het in zaak B onder 3 subsidiair tenlastegelegde geldt dat uit de bewijsmiddelen volgt, zoals hieronder nader uiteengezet, dat de verdachte bekend was met het feit dat in de woning van [medeverdachte] een flinke hoeveelheid gestolen gereedschap lag. Daaruit volgt echter niet zonder meer dat de verdachte ook wist dat in de woning van [medeverdachte] – kort gezegd – bootspullen (van [benadeelde 5] ) lagen, laat staan dat hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat ook deze goederen van misdrijf afkomstig waren. Bij gebreke van bewijs hiervoor zal dat verdachte ook van dit feit worden vrijgesproken.

Zaak B feit 1

Met de advocaat-generaal en de raadsman is het hof van oordeel dat niet kan worden bewezen hetgeen de verdachte in zaak B onder 1 primair is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

De raadsman heeft ter terechtzitting voorts bepleit dat de verdachte van het in zaak B onder 1 subsidiair tenlastegelegde moet worden vrijgesproken omdat de verdachte niet de beschikkingsmacht had over het gestolen gereedschap van [benadeelde 3] dat in de woning van [medeverdachte] is aangetroffen.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte sinds begin januari 2017 in het huis van [medeverdachte] op de [adres 4] in Krommenie verbleef en een sleutel van deze woning had. Uit de historische gegevens van Marktplaats volgt dat de verdachte tussen 4 november 2016 en 2 januari 2017 met gebruikersnaam “ [verdachte] ” advertenties plaatste waarin hij gereedschap te koop aanbood, waaronder een Metabo zaagtafel, model ts254. In de goederenbijlage bij de aangifte van [benadeelde 3] van 30 oktober 2016 is deze zaagtafel ook opgenomen. Het overige gereedschap dat in deze goederenbijlage is opgenomen, is in de woning aan de [adres 4] te Krommenie aangetroffen.

Onder die omstandigheden is het hof van oordeel dat de verdachte de beschikking had over het gestolen gereedschap van [benadeelde 3] . Het hof stelt verder vast dat de verdachte omstreeks 11 november 2016 met medeverdachte [medeverdachte] een inbraak heeft gepleegd in een schuur in Broek op Langedijk waarbij veel gereedschap is weggenomen. De verdachte heeft geen verklaring afgelegd waaruit, ondanks deze belastende feiten en omstandigheden, volgt dat hij niet wist dat de goederen van misdrijf afkomstig waren. Het hof is onder deze omstandigheden van oordeel dat het niet anders kan dan dat de verdachte ten tijde van het verkrijgen van het gereedschap wist dat de goederen van misdrijf afkomstig waren.

Voorts oordeelt het hof dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en [medeverdachte] . Immers, het gestolen gereedschap van [benadeelde 3] was opgeslagen in de woning waar de verdachte en [medeverdachte] beiden verbleven en de verdachte en [medeverdachte] wisten dat dit gereedschap van diefstal afkomstig was. Daarnaast werd een deel van dit gereedschap via de account van de verdachte op Marktplaats verkocht en besprak de verdachte met [medeverdachte] via Facebook Messenger dat hij een stuk gereedschap had verkocht en dat het “via de site zo simpel” was. Het hof acht het medeplegen van opzetheling dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak A onder 1, 2 primair en 3 en in zaak B onder 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak A

1.
hij op 11 november 2016 te Broek op Langedijk, gemeente Langedijk, ter uitvoering van zijn voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit [snackbar] gelegen aan het [adres 2] weg te nemen goederen van hun gading, toebehorende aan [benadeelde 1] , en die weg te nemen goederen onder hun bereik te brengen door middel van braak, met zijn mededader naar de snackbar is gegaan, waarna hij en/of zijn mededader het cilinderslot van de achterdeur van de snackbar heeft/hebben geforceerd en in het slot een schroef heeft geboord, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2. primair
hij op of omstreeks 11 november 2016 te Broek op Langedijk, gemeente Langedijk, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een schuur behorende bij een woning gelegen aan [adres 3] heeft weggenomen een hoeveelheid gereedschap, een Makita boormachine, een Festool schuurmachine, een Topcraft spijkermachine, een Stihl heggenschaar, een zaag, meerdere frezen en een schaafmachine en meerdere opbergkoffers en accu's, toebehorende aan [benadeelde 2] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;

3.
hij 11 november 2016 te Broek op Langedijk, gemeente Langedijk, opzettelijk aanwezig heeft gehad een flesje bevattende GHB (4-hydroxyboterzuur/gamma hydroxy boterzuur);

Zaak B

1. subsidiair
hij in de periode van 28 oktober 2016 tot en met 4 januari 2017 te Krommenie, tezamen en in vereniging met een ander, een hoeveelheid gereedschap en toebehoren, te weten een Bosch afkortzaag, een Bosch schuurstofzuiger, een Metabo Zaagtafel, een Metabo cirkelzaag, een Parkside compressor, een Dewalt kruislaser, een Black & Dekker slijper en sneeuwkettingen voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het voorhanden krijgen van dit gereedschap wisten dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

2.
hij op 4 januari 2017 te Krommenie, gemeente Zaanstad, een wapen van categorie III en munitie van categorie III, te weten een (van een alarmpistool naar een scherpschietend) pistool, merk Ekol Volga, kaliber 9 mm P.A.K. en 9 mm patronen voorhanden heeft gehad.

Hetgeen in zaak A onder 1, 2 primair en 3 en in zaak B onder 1 subsidiair en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in zaak A onder 1, 2 primair en 3 en in zaak B onder 1 subsidiair en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het in zaak A onder 1 bewezenverklaarde levert op:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het in zaak A onder 2 primair bewezenverklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het in zaak A onder 3 bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Het in de zaak B onder 1 subsidiair bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van opzetheling.

Het in zaak B onder 2 bewezenverklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het in zaak A onder 1, 2 primair en 3 en in zaak B onder 1 subsidiair en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 11 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarden – kort weergegeven – een meldplicht, een behandelverplichting, een klinische opname, een inschrijfadres en een dagbesteding.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarden – kort weergegeven – een meldplicht, een behandelverplichting, een inschrijfadres en een dagbesteding.

De raadsman heeft verzocht de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die in duur gelijk is aan de tijd (77 dagen) die hij in voorarrest heeft doorgebracht, en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht óf een taakstraf op te leggen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot inbraak, een inbraak, opzetheling, het aanwezig hebben van een flesje GHB en het voorhanden hebben van een tot vuurwapen omgebouwd alarmpistool. Inbraken of pogingen daartoe zijn ergerlijke feiten, die naast schade veel hinder veroorzaken voor de gedupeerden en in het algemeen in de samenleving gevoelens van onrust en onveiligheid veroorzaken. Door te helen heeft de verdachte voorts bijgedragen aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen voorwerpen. De verdachte heeft er blijk van gegeven geen respect te hebben voor de eigendomsrechten van een ander. Door het stelen en helen van voornamelijk gereedschap heeft de verdachte ook mensen getroffen die daarmee op een legale manier hun geld proberen te verdienen.

Daarnaast kan het aanwezig hebben van GHB leiden tot ernstige schade voor de gezondheid en bevordert dit het gebruik van georganiseerde, de samenleving ondermijnende, criminaliteit. Tot slot vormt het voorhanden hebben van een omgebouwd alarmpistool, waarmee kogels kunnen worden afgevuurd, een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen. Het ongecontroleerde bezit van wapens creëert het risico van gebruik van die wapens en brengt gevoelens van onveiligheid mee.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 2 juli 2019 is hij eerder voor soortgelijke feiten onherroepelijk veroordeeld, hetgeen in zijn nadeel weegt.

Uit het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep en uit het voortgangsverslag van Fivoor van 12 juli 2019 komt naar voren dat de verdachte een verleden heeft, dat met name wordt gekenmerkt door extensief middelengebruik en daarmee samenhangende criminaliteit. Tijdens zijn detentie in 2016 is hij afgekickt en nadien hebben zich veranderingen in de persoonlijke situatie van de verdachte voorgedaan. Zo is hij twee jaren in de bouw gaan werken en werkt hij nu voor een uitzendbureau als “procesoperator”. De verdachte is nu drie jaren abstinent, hij is bezig zijn schulden af te lossen en heeft afstand genomen van zijn oude milieu. De verdachte staat onder reclasseringstoezicht, hetgeen goed verloopt. Hij komt zijn afspraken na en stelt zich begeleidbaar op.

Ondanks deze positieve ontwikkelingen vergt de ernst van de feiten de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur, omdat alleen op die manier een evenwichtige balans wordt gevonden tussen de vergelding voor het leed dat is veroorzaakt en het voorkomen van het plegen van strafbare feiten in de toekomst. Om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken én hem ertoe te verplichten van het reclasseringscontact gebruik te blijven maken, zal een deel van de gevangenisstraf in voorwaardelijk vorm worden opgelegd en de hierna te noemen bijzondere voorwaarden worden gesteld.

Het hof heeft gelet op de straffen die door rechters bij soortgelijke feiten meestal worden opgelegd en die zijn beschreven in de Oriëntatiepunten voor Straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Daarvan uitgaande is een gevangenisstraf van 11 maanden passend en geboden. Daarbij is gelet op het samenwerkingsverband met de medeverdachte, de planmatigheid van de bewezenverklaarde feiten en de grote waarde van de buit. Hieruit spreekt dat het hof van oordeel is dat de straf die de advocaat-generaal heeft gevorderd en de raadsman heeft verzocht onvoldoende recht doet aan de ernst van de feiten.

Het hof acht, alles afwegende, een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Beslag

De hierna (onder I) te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen behoren aan de verdachte toe. Zij zijn tot het begaan van het in zaak A onder 1 en 2 primair bewezenverklaarde bestemd. Zij zullen daarom worden verbeurd verklaard.

De hierna (onder II) te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar de door de verdachte in zaak A onder 1 en 2 primair en in zaak B onder 1 subsidiair begane feiten aangetroffen. Zij behoren aan de verdachte toe en kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten dan wel tot belemmering van de opsporing daarvan. Zij zullen worden onttrokken aan het verkeer aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

Van de hierna (onder III) te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zal de teruggave aan de rechthebbenden worden gelast.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 7.500,00, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering. De raadsman van de verdachte heeft de vordering betwist en gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering omdat een causaal verband tussen het bewezenverklaarde en de gestelde schade ontbreekt.

Het hof is van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat de gestelde immateriële schade door het in zaak A onder 1 bewezenverklaarde handelen van de verdachte is veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen. Deze vordering kan desgewenst bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedr2 juli aagt € 13.023,73, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 5.339,75, bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering. De raadsman van de verdachte heeft de vordering betwist en daartoe gesteld dat:

( a) de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de gevorderde kosten voor het gereedschap, omdat niet kan worden vastgesteld dat dit gereedschap daadwerkelijk is weggenomen;

( b) de benadeelde partij ook niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de gevorderde kosten voor het verlies van arbeid, nu vele vragen open liggen over de omvang van de schade en niet het strafproces, maar een civiele procedure voor de beantwoording van deze vragen de aangewezen plaats is.

Het hof overweegt als volgt.

Ten aanzien van de betwiste posten overweegt het hof dat:

( a) uit het bewezenverklaarde in zaak A onder 2 voortvloeit dat het gereedschap waarvoor kosten zijn gevorderd daadwerkelijk is weggenomen, zodat deze schadepost toewijsbaar is;

( b) de kosten van het gederfde inkomen weliswaar zijn onderbouwd maar door de verdediging gemotiveerd zijn betwist. Daardoor kan de schade niet eenvoudig worden vastgesteld, zodat dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert en de benadeelde partij daarin niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in zaak A onder 2 primair bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Voor de gevorderde proceskosten zoekt het hof aansluiting bij het Liquidatietarief kantonzaken, met dien verstande dat voor het opstellen van de vordering en het verlenen van rechtsbijstand in eerste aanleg en in hoger beroep telkens 1 punt zal worden toegekend, dus in totaal 3 punten tegen een tarief, ten bedrage van € 360,00 per punt. In totaal komt dus een bedrag van € 1.080,00 voor toewijzing in aanmerking ten behoeve van kosten van rechtsbijstand.

Het hof zal bepalen dat indien de medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 12.000,00, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering. De raadsman van de verdachte heeft de vordering betwist en gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering wegens de bepleite vrijspraak dan wel conform het oordeel van de rechtbank.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof is van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.698,00, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering. De raadsman van de verdachte heeft de vordering betwist en gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering wegens de bepleite vrijspraak dan wel conform het oordeel van de rechtbank.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het in zaak B onder 3 primair en subsidiair tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

Oplegging van de maatregel van artikel 36f Sr

Het hof heeft de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] voor een gedeelte toegewezen. Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36d, 45, 47, 57, 63, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in zaak B onder 1 primair en 3 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in zaak A onder 1, 2 primair en 3 en in zaak B onder 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in zaak A onder 1, 2 primair en 3 en in zaak B onder 1 subsidiair en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 11 (elf) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat:

  • -

    de veroordeelde zich gedurende de volledige proeftijd meldt bij GGZ Reclassering Palier ( [adres 6] ), zolang en zo frequent als de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    de veroordeelde zich gedurende de volledige proeftijd onder behandeling zal stellen bij polikliniek Palier of soortgelijke ambulante forensische zorginstelling, één en ander ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven.

Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten (I):

1.00 STK Betonschaar

679227

1.00 STK Waterpomptang

679230

1.00 STK Gereedschap

679233 klein breekijzer

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten (II):

1.00 GR Wikkel

702476

1.00 STK Patroon

702488

49. 1.00 STK Wapen Kl: zwart

EKOL VOLGA

708153

1.00 STK Tas Kl: bruin

LOUIS VUITTON

702540 inh. een doppenset

1.00 STK Telefoontoestel Kl: zwart

IPHONE

702546 met een groen laadsnoer

56. Geld Euro 139,75

2x50 1x20 1x101x5 +4,75 muntgeld

8.00 STK Patroon

702550, + patroonhouder

1.00 STK Verdovende Middelen

702551

Gelast de teruggave aan rechthebbenden van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten (III):

1.00 STK Decoupeerzaag

MAKITA Ls0714fl 702483

1.00 STK Gereedschapskoffer Kl: groen

MAKITA

702496, met installatie materiaal

1.00 STK Freesmachine Kl: zwart

FESTO of 2000e 4868977

702500

1.00 STK Schuurmachine Kl: zwart

FESTOOL bs105 E-pf 570209

702503 in een witte festool koffer

1.00 STK Koffer Kl: groen

MAKITA

702504 inh: scharnieren en beslag

1.00 STK Gereedschap

UPONOR up 75 777036069UNCY

702511, een accu pressmachine met toebehorende

15.00 STK Gereedschap

702509, 15 delig set

1.00 STK Schuurmachine

FESTOOL Dx93E 023579/2003

702519

1.00 STK Decoupeerzaag

FESTOOL Ps420Ebq 400378852

702525

1.00 STK Decoupeerzaak Kl: groen

BOSCH pcm75 sn311001606

702487

1.00 STK Cirkelzaak Kl: groen

METABO Kse55 plus

702489

2.00 STK Sneeuwketting

702491 in een bl. tas merk: mac allister

1.00 STK Nietmachine Kl: blauw

FN50 702493 een luchtdruknietmachine

1.00 STK Cirkelzaag Kl: groen

METABO Ts-254 3047810930

702499 incl. talel

1.00 STK Gereedschapskist Kl: groen

MAKITA

702502 met vakken met div. maten en schroeven

1.00 STK Slijpmachine Kl: rood

BLACK&DECKER Kg1200 200836JL

702506

1.00 STK Gereedschapskoffer Kl: grijs

CURVER

702510, inh: knelkoppelingen en overige

1.00 STK Schuurmachine Kl: groen

BOSCH VENTARO 5115610

702516

1.00 STK Gereedschap Kl: geel

DEWALT Dw087 032466

702512 laserafstandmeter zit in een koffer

1.00 STK Koffer Kl: zwart

702514 inh: ramen zet gereedschap

1.00 STK Cirkelzaag Kl: zwart

WORX Wx427 201411002687

702522

1.00 STK Compressor

PARKSIDE Pkzl80b2 085958

702532

1.00 STK Pomp

SEAFARER 4

702485 betreft een oliepomp

1.00 STK Zwaailamp

702490, aqual singal navigation light

1.00 STK Kompas

RIVIERA

702507

1.00 STK Kompas

SESTREL MOORE

702513

1.00 STK Acculader Kl: zwart

MOTO STAR motorbike battery charger

702518

1.00 STK Haspel Kl: zwart

MENNEKES 33 mtr

702524

1.00 STK Schroevendraaier Kl: grijs

TOP CRAFT een set

702534

1.00 STK Verrekijker Kl: zwart

FIELD 7. 1 75504

702539

1.00 DS Gereedschap Kl: groen

702492, doosje met bitjes

1.00 STK Monitor

FTVSF 12373 faytel metal stand

702494

1.00 STK Slijpmachine

BOSCH 607003466

702501

1.00 STK Koffer

STANLEY

702517, inh. een worx zaag

1.00 STK Boormachine Kl: zwart

IKEA FIXA 22204/1624

702521

1.00 STK Accu

BANNER shd61040

702523

1.00 STK Koffer Kl: zwart

CURVER

702526 inh. rode afsluitklemmen

1.00 STK Accu

BOSCH

702527

1.00 STK Decoupeerzaag Kl: grijs

ROCKWELL rd3753kl 201122301030

702528

1.00 STK Schiethamer

PARKSIDE pdt40d3 062943

702535

1.00 STK Geluidsapparatuur Kl: zwart

ICOM ic-m401e 0602448

702529 betreft een Marifoon

1.00 STK Gereedschap Kl: grijs

KRAFTWELLE germa

702531: div. schr. draaiers, tangen, dopsleutels

1.00 STK Verlengsnoer Kl: zwart

702533

1.00 STK Gereedschap Kl: blauw

V.E.P.I. 093901100186

702536

2.00 STK Gereedschap

MEISTER DURO

702537, set van 2 boorkronen

1.00 STK Accu Kl: zwart

MAKITA

702538 + klauke lg4f acculader

1.00 STK Snoer Kl: zwart

702541, tas met kabels en een looplamp

1.00 STK Verpakkingsmateriaal

70254

1.00 STK Sporttas Kl: zwart/bl.

LEONARDO

702544

1.00 STK Diverse Kl: zwart

TS-236 540/765

702545, betreft een auto polischer

1.00 STK Gereedschap

702548, dopsleutel, schroef, bitje, torkschroevendraaier

1.00 STK Slot

cilinder

702549

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Verklaart de benadeelde partij [snackbar] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] ter zake van het in zaak A onder 2 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 1.399,75 (duizend driehonderdnegenennegentig euro en vijfenzeventig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 1.080,00.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-800479-16 onder 2 primair, 2 subsidiair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.399,75 (duizend driehonderdnegenennegentig euro en vijfenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 23 (drieëntwintig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 11 november 2016.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 3] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 5] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin

zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. R.P. den Otter en mr. J. Piena, in tegenwoordigheid van

mr. A. Stronkhorst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof

van 31 juli 2019.

mr. R.P. den Otter en mr. J. Piena zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.