Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:4532

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18-12-2019
Datum publicatie
31-12-2019
Zaaknummer
200.266.272/01-03 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; Enquete; geen gegronde redenen; afwijzing verzoek; 21 rv; 2:345, 350 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2020/26
JONDR 2020/202
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummers: 200.266.272/01-03 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 18 december 2019

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KAAKCHIRURGIE A.C. B.V.,

gevestigd te Maastricht,

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. D.E.A.F. Aertssen, kantoorhoudende te Maastricht,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CURA CLINIC B.V.,

gevestigd te Vaals,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CURA CLINIC PARKSTAD B.V.,

gevestigd te Heerlen,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CURA CLINIC MAASTRICHT B.V.,

gevestigd te Maastricht,

VERWEERSTERS,

advocaat: mr. R.H.G.M. Kerckhoffs, kantoorhoudende te Maastricht,

e n t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KAAKCHIRURGIE D.T. B.V.,

gevestigd te Maastricht,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ORAL SURGERY HOLDING B.V.,

gevestigd te Schinnen,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid naar Belgisch recht

[A] ,

gevestigd te [....] ,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: mr. R.H.G.M. Kerckhoffs, kantoorhoudende te Maastricht.

1. Het verloop van het geding

1.1 In het vervolg zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:

  • -

    verzoekster met A.C.;

  • -

    verweerster sub 1 met Cura Clinic;

  • -

    verweerster sub 2 met Cura Parkstad;

  • -

    verweerster sub 3 met Cura Maastricht;

  • -

    verweersters gezamenlijk met Cura c.s.;

  • -

    belanghebbende sub 1 met D.T.;

  • -

    belanghebbende sub 2 met Oral Surgery;

  • -

    belanghebbende sub 3 met [A] ;

  • -

    belanghebbenden gezamenlijk met D.T. c.s.

1.2 A.C. heeft bij op 18 september 2019 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen (drie afzonderlijke, maar inhoudelijk grotendeels gelijkluidende) verzoekschriften met producties de Ondernemingskamer verzocht, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Cura c.s. over de periode vanaf 1 juni 2018. Daarbij heeft zij tevens verzocht – zakelijk weergegeven – bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding:

  1. een derde persoon te benoemen tot bestuurder van Cura c.s. met doorslaggevende stem die zelfstandig vertegenwoordigingsbevoegd is en zonder wie de vennootschappen niet kunnen worden vertegenwoordigd;

  2. het besluit tot ontslag van A.C. als bestuurder, voor zover rechtsgeldig genomen, te schorsen;

  3. dan wel een andere voorziening te treffen die de Ondernemingskamer juist acht,

alsmede om Cura c.s. te veroordelen in de kosten van het geding .

1.3 Cura c.s. en D.T. c.s. hebben bij op 14 oktober 2019 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van A.C. in haar verzoeken, althans tot afwijzing daarvan alsmede de Ondernemingskamer verzocht op de voet van art. 2:350 BW te bepalen dat A.C. het verzoek niet op redelijke gronden heeft gedaan en A.C. te veroordelen in de kosten van het geding, uitvoerbaar bij voorraad.

1.4 De verzoeken zijn behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 24 oktober 2019. Bij die gelegenheid hebben de advocaten de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht aan de hand van – aan de Ondernemingskamer en de wederpartijen overgelegde – aantekeningen en onder overlegging van op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartijen gezonden nadere producties. Voor Cura c.s. en D.T. c.s. is tevens mr. P.P.M. Kerckhoffs, kantoorgenoot van mr. Kerckhoffs voornoemd, ter zitting aanwezig geweest. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt.

2 De feiten

2.1

Cura Clinic is op 16 november 2012 opgericht. [B] (hierna: [B] ) – via A.C. –, [C] (hierna: [C] ) – via D.T. – en [D] (hierna: [D] ) – via Oral Surgery – houden elk 33,33% van de aandelen in het geplaatste kapitaal van Cura Clinic. In ieder geval tot begin 2019 (zie hierna onder 2.10 tot en met 2.16) vormden A.C., D.T. en Oral Surgery samen het bestuur van Cura Clinic en zij waren als bestuurders ieder zelfstandig vertegenwoordigingsbevoegd. Cura Clinic is actief in de regio Venlo.

2.2

Cura Maastricht is op 11 augustus 2015 opgericht. [B] – via A.C. –, [C] – via D.T. –, [D] – via Oral Surgery – en [G] (hierna: [G] ) – via [A] – houden elk 25% van de aandelen in het geplaatste kapitaal van Cura Maastricht. In ieder geval tot begin 2019 vormden A.C., D.T., Oral Surgery en [A] samen het bestuur van Cura Maastricht en zij waren als bestuurders ieder zelfstandig vertegenwoordigingsbevoegd. Cura Maastricht is actief in onder andere Maastricht.

2.3

Cura Parkstad is op 6 november 2015 opgericht. [B] – via A.C. –, [C] – via D.T. – en [D] – via Oral Surgery – houden elk 33,33% van de aandelen in het geplaatste kapitaal van Cura Parkstad. In ieder geval tot begin 2019 vormden A.C., D.T. en Oral Surgery samen het bestuur van Cura Parkstad en zij waren als bestuurders ieder zelfstandig vertegenwoordigingsbevoegd. Cura Parkstad is actief in de Oostelijke Mijnstreek.

2.4

De ondernemingen van Cura c.s. zijn zelfstandige behandelcentra voor poliklinische kaakchirurgische ingrepen.

2.5

Op 17 februari 2012 respectievelijk 15 januari 2016 zijn Stichting Cura Clinic en Stichting Cura Clinic Noord-Limburg opgericht. Deze stichtingen hebben overeenkomsten gesloten met zorgverzekeraars met betrekking tot de door de stichtingen aan patiënten te leveren kaakchirurgische zorg. De stichtingen besteden deze zorgverlening op hun beurt uit aan Cura c.s. Tussen Cura c.s. en de stichtingen bestaan rekening-courant verhoudingen. [C] , [B] en [D] vormen bij beide stichtingen het bestuur. Zij zijn gezamenlijk vertegenwoordigingsbevoegd. Voorts hebben de stichtingen een raad van toezicht.

2.6

Op 12 december 2018 heeft [E] (hierna: [E] ), extern administrateur en financieel adviseur van Cura c.s., vooruitlopend op de op 18 december 2018 voorziene algemene vergadering van Cura Maastricht, tijdens een bespreking met [F] (hierna: [F] ), de accountant van A.C., diverse vragen beantwoord, waaronder ten aanzien van de concept-jaarrekening 2017.

2.7

Op 18 december 2018 heeft de algemene vergadering van Cura Maastricht plaatsgevonden, waarin onder andere de jaarrekening 2017 is vastgesteld. Na afloop van de vergadering heeft [E] in een e-mail van 19 december 2018 aan de aandeelhouders de besproken punten en de genomen beslissingen met betrekking tot de management fees weergegeven en daaraan toegevoegd dat hij er van uitgaat dat hij een en ander correct heeft weergegeven. In de e-mail staat onder meer:

[....] brengt nog ter sprake dat er wel al 3 jaar (2016-2018) management werkzaamheden (niet patiënt gebonden werkzaamheden) door deze en gene worden uitgevoerd en dat deze nog steeds niet beloond werden.

Ik heb een bedrag van € 5.000 genoemd, wat naar mijn mening minimaal de kosten zouden zijn voor een parttime externe directeur.

Er werd overeenstemming bereikt om deze kosten ook voor de jaren 2016 en 2017 mee te nemen in het resultaat van 2018, zodat de jaarrekening 2017 nu ongewijzigd vastgesteld kon worden.

[....] zal per email nog een voorstel doen aan allen.”

2.8

Bij e-mail van 19 december 2018 heeft [F] namens A.C. nog diverse vragen gesteld over de jaarrekening 2017 van Cura Maastricht.

2.9

Op 19 december 2018 is een bedrag van € 562.120 overgeboekt van de betaalrekening van stichting Cura Clinic naar een depositorekening op naam van diezelfde stichting.

2.10

Op 8 januari 2019 hebben de algemene vergaderingen van Cura Clinic en Cura Parkstad plaatsgevonden. Voor geen van beide vergaderingen was een agenda opgesteld. Ter vergadering heeft [D] voorgesteld A.C. per direct te ontslaan als bestuurder van Cura Parkstad en Cura Clinic, welk voorstel met twee van de drie stemmen is aangenomen. Op 15 januari 2019 is A.C. bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel als bestuurder van Cura Clinic en Cura Parkstad uitgeschreven, met ingangsdatum 9 januari 2019.

2.11

Bij e-mail van 31 januari 2019 heeft [D] aan [C] , [G] en [B] onder verwijzing naar de statuten van Cura Maastricht voorgesteld een digitale aandeelhoudersvergadering te houden en zijn voorstel tot ontslag van A.C. als bestuurder van Cura Maastricht met ingang van 1 februari 2019 ter stemming per e-mail voorgelegd. [D] en [C] hebben laten weten voor het ontslag te stemmen; [G] heeft zich onthouden van stemming. [B] heeft de e-mail ontvangen maar niet beantwoord.

2.12

Tijdens de algemene vergadering van Cura Maastricht op 5 februari 2019 is het voorstel van [D] van 31 januari 2019 nogmaals ter stemming gebracht en is A.C. als bestuurder ontslagen. Op 12 februari 2019 is A.C. bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel als bestuurder van Cura Maastricht uitgeschreven, met ingangsdatum 6 februari 2019.

2.13

Bij brief van 20 februari 2019 van zijn advocaat aan [C] , [D] en [G] heeft A.C. de nietigheid dan wel vernietigbaarheid van de ontslagbesluiten ingeroepen. Tevens heeft zij bij de Kamer van Koophandel bezwaar ingediend tegen haar uitschrijving.

2.14

Bij brief van 21 maart 2019 is A.C. uitgenodigd voor op 1 april 2019 te houden buitengewone aandeelhoudersvergaderingen van Cura c.s. waarvoor onder meer het voorgenomen besluit tot ontslag van A.C. als bestuurder van Cura c.s. stond geagendeerd. Bij de brief is een schriftelijke motivering van het voorgenomen ontslagbesluit als bijlage gevoegd. De daarin opgenomen gronden voor ontslag komen er kort samengevat op neer dat A.C. wordt verweten haar bestuurstaken, waaronder de intern aan [B] gedelegeerde verantwoordelijkheid voor ICT-zaken, nimmer daadwerkelijk te hebben uitgevoerd.

2.15

Bij brief van 29 maart 2019 van haar advocaat heeft A.C. zich op het standpunt gesteld dat geen rechtsgeldige oproeping voor de aandeelhoudersvergaderingen had plaatsgevonden.

2.16

Tijdens de aandeelhoudersvergaderingen van Cura c.s. op 1 april 2019 is A.C. als bestuurder van Cura c.s. met onmiddellijke ingang ontslagen. A.C. was niet bij de vergaderingen aanwezig.

2.17

Bij brief van 15 april 2019 heeft de advocaat van A.C., onder verwijzing naar zijn brief van 29 maart 2019, onder andere de nietigheid dan wel vernietigbaarheid van de ontslagbesluiten ingeroepen omdat de oproepingen voor de aandeelhoudersvergaderingen op 1 april 2019 in strijd met wet en statuten zijn. Voorts verzoekt hij in de brief om een inhoudelijke reactie op de vragen van de accountant van A.C. van 19 december 2018 en op zijn verzoek om informatie van 7 maart 2019 met betrekking tot diverse overboekingen van Cura Clinic en Cura Parkstad naar derden. Tot slot heeft de advocaat medegedeeld dat de brief als een bezwarenbrief ex artikel 2:349 BW moet worden beschouwd.

2.18

Bij beslissingen van 4 juli 2019 heeft de Kamer van Koophandel het bezwaar van A.C. tegen haar uitschrijving als bestuurder van Cura c.s. gegrond verklaard. Cura c.s. heeft tegen die beslissingen beroep ingesteld.

2.19

In juli 2019 hebben D.T. c.s. een rapport door Nash Consulting (“quick scan”) laten opstellen met betrekking tot de waarde van Cura c.s.

3 De gronden van de beslissing

Beoordeling ontvankelijkheid

3.1

Cura c.s. en D.T. c.s. hebben onder meer hun bezwaren geuit tegen de wijze van procederen van A.C. en in dat kader betoogd dat A.C. niet-ontvankelijk dient te worden verklaard wegens het ontbreken van een deugdelijke bezwarenbrief conform artikel 2:349 BW alsmede omdat de inhoud van het verzoekschrift in strijd is met de verplichting de van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren, zoals bepaald in artikel 21 Rv.

3.2

De Ondernemingskamer is van oordeel dat A.C. onder meer met de (e-mail)brieven van haar advocaat van 15 april 2019 en 26 juli 2019 haar bezwaren – in ieder geval de belangrijkste daarvan – tegen het beleid en de gang van zaken van Cura c.s. voldoende kenbaar heeft gemaakt zoals artikel 2:349 lid 1 BW voorschrijft.

3.3

De Ondernemingskamer stelt vast dat het verzoekschrift in een aantal opzichten niet voldoet aan de op grond van artikel 21 Rv daaraan te stellen eisen. Zo wordt in het kader van de stelling dat A.C. niet van informatie wordt voorzien niet vermeld dat A.C. nog steeds – op dezelfde wijze als voorheen toen zij nog als bestuurder werd aangemerkt – toegang heeft tot alle relevante digitale informatiesystemen en dat zij dus nog steeds alle bedrijfsinformatie van Cura c.s. (waaronder ook de bankrekeningen) kan raadplegen. Voorts wordt in het verzoekschrift niets vermeld over de reden voor het ontslag van A.C. als bestuurder van Cura c.s., terwijl is gebleken dat hieraan onvrede van de medebestuurders/aandeelhouders met haar functioneren als bestuurder ten grondslag ligt, welke reden A.C. voorafgaand aan de algemene vergadering van 1 april 2019 (als bijlage bij de oproepingsbrief) ook schriftelijk is medegedeeld. Geconfronteerd met deze voor de beoordeling van het verzoek relevante feiten heeft A.C. ter zitting de juistheid daarvan bevestigd. Ook op andere punten is gebleken dat de in het verzoekschrift vermelde feiten bijstelling behoeven. Over een managementfee en het in de jaarrekening 2018 verwerken van managementfees over 2016 en 2017 is in de aandeelhoudersvergadering van Cura Maastricht van 18 december 2018 gesproken en het besprokene is weergegeven in een aan de bestuurders/aandeelhouders toegezonden e-mail van [E] van 19 december 2018 (zie 2.7) die besluit met de mededeling dat [E] ervan uitgaat dat hij de besproken punten en genomen beslissingen correct heeft weergegeven. Op deze e-mail is door [B] niet gereageerd. Van het bedrag van € 562.120, waarvan in het verzoekschrift is gesteld dat dit bedrag met onbekende grondslag is onttrokken aan de stichting Cura Clinic, is gebleken dat dit in december 2018/januari 2019 ter sprake is geweest, omdat een dergelijk bedrag naar verwachting moest worden geretourneerd aan een verzekeraar in verband met in het verleden gedane te hoge uitkering. Gebleken is ook dat dit bedrag in verband daarmee is overgeboekt naar een eveneens op naam van de stichting staande spaarrekening. Het bedrag staat ook vermeld in de jaarrekening 2017 van de Stichting Cura Clinic (in de toelichting op de balans bij de overlopende passiva onder ‘Budgetoverschrijding’). In het verzoekschrift worden in ander verband termen gebruikt als “onttrekkingen” en “zelfverrijking” terwijl geen feitelijke grondslag wordt verstrekt die dergelijke ver strekkende suggesties/beschuldigingen zouden kunnen rechtvaardigen. Dat er betalingen zijn gedaan die niet kunnen worden verklaard uit de reguliere wijze van afrekening tussen partijen, is niet gebleken terwijl alle betalingen in rekening-courant zijn geboekt en daarmee volledig traceerbaar en voor A.C. inzichtelijk waren en nog steeds zijn.

3.4

De Ondernemingskamer acht het voorgaande in strijd met de op grond van artikel 21 Rv op partijen rustende verplichting om de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. De Ondernemingskamer zal daaraan in dit geval de hierna onder 3.13 te noemen gevolgen verbinden.

Inhoudelijke beoordeling

3.5

A.C. heeft aan haar verzoeken ten grondslag gelegd dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Cura c.s. en dat gelet op de toestand van de vennootschappen onmiddellijke voorzieningen dienen te worden getroffen. Ter toelichting heeft A.C. – kort samengevat – het volgende naar voren gebracht:

  • -

    Er is sprake van belangenvermenging en mismanagement binnen Cura c.s. doordat D.T. en Oral Surgery hun eigen belangen op onbehoorlijke wijze laten prevaleren boven het belang van Cura c.s., hetgeen onder meer blijkt uit de pogingen een ontslag van A.C. te forceren. Ook worden er structureel besluiten genomen die in strijd met wet en statuten zijn;

  • -

    A.C. wordt als bestuurder en aandeelhouder structureel uitgesloten van de besluitvorming en haar wordt essentiële informatie inzake Cura c.s. – zelfs binnen het kader van de aandeelhoudersvergaderingen – onthouden;

  • -

    D.T. en Oral Surgery hebben diverse onttrekkingen aan het vermogen van Cura Clinic en Cura Parkstad bewerkstelligd waarvoor geen rechtsgeldige grondslag bestaat;

  • -

    De verhoudingen tussen D.T. c.s. enerzijds en A.C. anderzijds zijn dusdanig verstoord dat de organen van de vennootschappen niet functioneren en de continuïteit van Cura c.s. ernstig in gevaar is. D.T. c.s. maken misbruik van hun gezamenlijke meerderheidspositie door geen acht te slaan op de positie en de belangen van A.C. als minderheidsaandeelhouder.

3.6

Cura c.s. en D.T. c.s. hebben gemotiveerd verweer gevoerd. De Ondernemingskamer zal hieronder waar nodig op dit verweer ingaan.

3.7

De Ondernemingskamer overweegt als volgt.

3.8

Met betrekking tot het verwijt van A.C. dat D.T. en Oral Surgery haar ontslag hebben geprobeerd te forceren, constateert de Ondernemingskamer dat het ontslag van A.C. als bestuurder begin 2019 niet conform de wettelijke en statutaire regelingen is verlopen. Duidelijk is echter dat haar mede-bestuurders gemotiveerd van mening waren dat A.C. niet goed functioneerde als bestuurder en dat zij haar dat ook (schriftelijk) te kennen hebben gegeven. Hoewel het oordeel daarover uiteindelijk aan de burgerlijke rechter is, acht de Ondernemingskamer het waarschijnlijk dat deze het ontslag met het besluit tijdens de aandeelhoudersvergaderingen van Cura c.s. op 1 april 2019 voldoende gerepareerd zal achten. Ook al is juist dat formeel in een bestuursvergadering zou hebben moeten zijn besloten de algemene vergadering bijeen te roepen, de Ondernemingskamer acht dit formele bezwaar in het onderhavige geval niet doorslaggevend nu het om precies dezelfde discussie gaat tussen precies dezelfde personen als de betrokkenen bij de aandeelhoudersvergadering. Daarbij weegt de Ondernemingskamer mee dat voorafgaand aan de aandeelhoudersvergadering voldoende duidelijk was wat de inzet van de vergadering zou zijn. A.C. heeft er vervolgens voor gekozen niet bij de vergadering aanwezig te zijn. De Ondernemingskamer acht de gang van zaken rond het ontslag bij die stand van zaken onvoldoende grond voor twijfel aan een juist beleid of juiste gang van zaken.

3.9

Ter zitting is gebleken dat A.C. toegang heeft tot alle beschikbare digitale informatie. Tevens geldt dat zij bekend is met de wijze van bevoorschotting en uitkering. Aannemelijk is dat, zoals A.C. heeft opgeworpen, soms enige nadere inspanning moet worden verricht om de (financiële) informatie uit de systemen te halen dan wel te duiden, maar A.C. kan daarbij de hulp inroepen van haar accountant [F] . Dat niet steeds per omgaande een toelichting op iedere post wordt verstrekt, is niet van de bestuurders te vergen. Van een structurele onwil om A.C. informatie te verstrekken, is niet gebleken. In dit kader acht de Ondernemingskamer het tot slot van belang dat [D] ter zitting met zoveel woorden heeft toegezegd dat concrete en specifieke vragen van A.C. zullen worden beantwoord.

3.10

Zoals reeds in 3.3 hiervoor is vermeld, is er geen grond voor het vermoeden van A.C. dat D.T. en Oral Surgery onttrekkingen aan het vermogen van Cura c.s. hebben bewerkstelligd, zonder dat aan die overboekingen een rechtsgeldige titel ten grondslag lag. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer zijn er geen concrete aanwijzingen dat de boekingen in rekening-courant op iets anders betrekking hebben dan op reguliere (voorschot)betalingen of het rechttrekken van rekening-courantverhoudingen. Onbestreden is aangevoerd dat A.C. in het verleden zelf heeft aangedrongen op het rechttrekken van de rekening-courantverhoudingen en dat daarvoor met het oog op het gelijk verdelen van risico’s ook goede gronden bestaan.

3.11

De Ondernemingskamer volgt A.C. in haar stelling dat de verhoudingen in de algemene vergadering verstoord zijn, maar constateert dat dit geen negatieve repercussies op het functioneren van de vennootschappen heeft. Van een patstelling of impasse is gelet op de aandelenverhoudingen geen sprake. Dat het functioneren van de ondernemingen wordt belemmerd door het conflict, is niet gebleken.

3.12

Uit hetgeen hierboven is overwogen volgt dat er geen gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Cura c.s.

3.13

Het verzoek van Cura c.s. en D.T. c.s. te bepalen dat A.C. haar verzoek niet op redelijke gronden heeft gedaan zal worden afgewezen. In het voorgaande is overwogen dat het ontslag van A.C. als bestuurder begin 2019 niet conform de wettelijke en statutaire regelingen is verlopen, zodat niet geoordeeld kan worden dat voor A.C. geen redelijke grond bestond een enquête te verzoeken. Wel ziet de Ondernemingskamer in de hiervoor geconstateerde schending van artikel 21 Rv aanleiding om bij de proceskostenveroordeling uit te gaan van een hoger dan gebruikelijk tarief, nu A.C. door de feiten ten onrechte niet volledig en naar waarheid aan te voeren, Cura c.s. en D.T. c.s. heeft genoodzaakt daar op te reageren waardoor zij onnodig hogere kosten voor verweer hebben moeten maken.

3.14

De Ondernemingskamer zal A.C. als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, als na te noemen veroordelen in de kosten van het geding.

4 De beslissing

De Ondernemingskamer:

wijst de verzoeken van Kaakchirurgie A.C. B.V. af;

veroordeelt Kaakchirurgie A.C. B.V. in de kosten van het geding tot op heden aan de zijde van Cura Clinic B.V., Cura Clinic Parkstad B.V., Cura Clinic Maastricht B.V., Kaakchirurgie D.T. B.V., Oral Surgery Holding B.V. en [A] gezamenlijk begroot op €7.185;

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het verzoek te beslissen dat het enquêteverzoek niet op redelijke grond is gedaan.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.M.M. Tillema, voorzitter, mr. G.C. Makkink en mr. A.W.H. Vink, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en drs. J.S.T. Tiemstra RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. S.C. Prins, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. G.C. Makkink op 18 december 2019.