Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:4050

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-10-2019
Datum publicatie
14-11-2019
Zaaknummer
23-003540-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gemotiveerde vrijspraak (onvoldoende zekeren lading vrachtwagen).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003540-18

datum uitspraak: 28 oktober 2019

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Alkmaar van 1 oktober 2018 in de strafzaak onder parketnummer
96-220868-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] c.a. op [geboortedag] 1980,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 14 oktober 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 500, subsidiair 10 dagen hechtenis, met een proeftijd van
2 jaren.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de beslissing nader motiveert, gelet op het in hoger beroep door de advocaat-generaal ingenomen standpunt.

Nadere motivering vrijspraak

In aanvulling op de reeds in het dossier aanwezige stukken beschikte het hof in hoger beroep over een aanvullend proces-verbaal van [naam], gedateerd 12 oktober 2018. Daarnaast heeft de verdediging ter terechtzitting een aantal stukken overgelegd.

Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat de ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in de door hem opgemaakte processen-verbaal in beginsel een voldoende grondslag vormt voor de vaststelling dat de lading die de verdachte vervoerde onvoldoende was gezekerd. Door de verdachte is echter gedurende de gehele procedure stellig en gemotiveerd betwist dat dit het geval was. De verdediging heeft onder meer aangevoerd dat de door de verbalisant uitgevoerde berekening van de zekeringskracht ten onrechte alleen ten aanzien van het kopschot is uitgevoerd, omdat het voertuig
TÜV-gecertificeerd is en daarom ook de zij-opbouw meegewogen had moeten worden. De verbalisant heeft in zijn toelichting van 28 juni 2018 weliswaar vermeld dat de hoeveelheid insteekplanken niet aan de voorwaarden gesteld in het TÜV-certificaat voldeed, maar de verdachte heeft daar tegen in gebracht dat hij enkele insteekplanken op verzoek van de verbalisant heeft verwijderd, zodat hij de spanbanden kon aanspannen. De in het dossier aanwezige foto’s zijn volgens de verdachte pas na (de poging tot) het aanspannen van de spanbanden gemaakt. De verbalisant heeft in het aanvullend proces-verbaal van
12 oktober 2018 bevestigd dat de verdachte op zijn verzoek enkele insteekplanken heeft verwijderd, om de spanbanden te kunnen opspannen.

Het hof is van oordeel dat op grond van de door de verdachte aangevoerde feiten en omstandigheden en zijn toelichting ter zitting er onduidelijkheid bestaat over één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring in het proces-verbaal. Zo is niet voldoende duidelijk geworden of alle insteekplanken correct waren aangebracht dan wel tijdens het transport deels los in de laadruimte lagen, en op welke wijze de verbalisant (zonder over de daarvoor benodigde apparatuur te beschikken) heeft vastgesteld dat de spanbanden onvoldoende waren aangespannen. Met de kantonrechter is het hof van oordeel dat deze onduidelijkheden (en daarmee twijfel) in het voordeel van de verdachte dienen te worden uitgelegd, zodat de verdachte moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof

bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Amsterdam, mr. A.P.M. van Rijn en mr. M. Lolkema, in tegenwoordigheid van

mr. S.M. Schouten, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

28 oktober 2019.

Mr. Van Amsterdam is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]