Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:3923

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
09-10-2019
Datum publicatie
04-11-2019
Zaaknummer
23-003046-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overtreding artikel 8, lid 2 WVW met 625 ug/l op een bromfiets. Bij de strafbepaling weegt in het bijzonder mee dat verdachte drie keer zoveel had gedronken als toegestaan en dat hij wegens eerdere onherroepelijke veroordelingen een gewaarschuwd mens was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003046-17

datum uitspraak: 9 oktober 2019

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen

het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 23 augustus 2017 in de strafzaak onder parketnummer 96-087074-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1962,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

25 september 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het

Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij, op of omstreeks 13 mei 2017 te Den Helder, als bestuurder van een voertuig, (tweewielige bromfiets), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 625 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, vanwege de gewijzigde proceshouding van de verdachte.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan,

met dien verstande dat:

hij op 13 mei 2017 te Den Helder, als bestuurder van een voertuig, (tweewielige bromfiets), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 625 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994

(625 microgram).

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 325,00, te voldoen in termijnen, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van vijf maanden met aftrek.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 325,00 en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van vijf maanden.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft een voertuig, zijnde een scooter, bestuurd terwijl hij onder invloed was van alcohol. Het alcoholgehalte in de adem van de verdachte was bijna drie keer zo hoog als de toegestane hoeveelheid. De verdachte heeft zichzelf en de verkeersveiligheid in gevaar gebracht.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 26 augustus 2019 is

de verdachte eerder voor soortgelijke feiten onherroepelijk veroordeeld. Dit heeft hem er echter niet van weerhouden opnieuw te gaan rijden terwijl hij veel had gedronken. De verdachte was een gewaarschuwd mens. Het hof houdt bij het bepalen van de op te leggen straffen daar rekening mee.

Het hof acht, alles afwegende, een geldboete ter hoogte van € 325,00 en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van vijf maanden passend en geboden. Op de terechtzitting is gebleken

dat geen aanleiding bestaat voor deze geldboete betaling in termijnen toe te staan.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht

en de artikelen 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 325,00 (driehonderdvijfentwintig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 5 (vijf) maanden.

Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179

van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P. Greve, mr. S. Clement en mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt, in tegenwoordigheid

van mr. C.H. Sillen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

9 oktober 2019.

Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]