Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:3699

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-09-2019
Datum publicatie
14-10-2019
Zaaknummer
23-003055-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Belediging van twee buitengewoon opsporingsambtenaren gedurende en ter zake van hun functie (art. 266 jo. 267 Sr)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003055-18

datum uitspraak: 27 september 2019

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 24 augustus 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-094754-18 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,

adres: [adres],

thans uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Sittard (De Geerhorst) te Sittard.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 september 2019.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 15 mei 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk (een) ambtena(a)r(en), te weten [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2], beiden buitengewoon opsporingsambtenaar (in dienst van de NV Nederlandse Spoorwegen) gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening (te weten, in uniform gekleed en) met handhaving betreffende orde, rust en veiligheid van het Centraal Station Amsterdam belast, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar/hen de woorden toe te voegen: "Jullie zijn vieze vuile kankerlijers", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 15 mei 2018 te Amsterdam, opzettelijk ambtenaren, te weten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beiden buitengewoon opsporingsambtenaar (in dienst van de N.V. Nederlandse Spoorwegen) gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten in uniform gekleed en met handhaving betreffende orde, rust en veiligheid van het Centraal Station Amsterdam belast, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hen de woorden toe te voegen: "Jullie zijn vieze vuile kankerlijers".

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 dagen.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

De raadsvrouw heeft verzocht een taakstraf aan de verdachte op te leggen, onder verwijzing naar de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en de toepasselijkheid van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Daarbij is in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de belediging van twee buitengewoon opsporingsambtenaren gedurende en ter zake van hun functie. Dit getuigt van onbeheerst gedrag en gebrek aan respect voor het openbaar gezag. Daar komt bij dat dit in het Centraal Station in Amsterdam is voorgevallen, zodat dergelijk handelen ook kan bijdragen aan gevoelens van onrust en onveiligheid bij reizigers. Het hof rekent dit de verdachte aan.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 20 augustus 2019 is hij eerder meermaals ter zake van soortgelijke feiten (gepleegd tegen gezagsdragers) onherroepelijk veroordeeld, hetgeen het hof in het nadeel van de verdachte weegt.

Bij de strafoplegging is tevens acht geslagen op het relevante oriëntatiepunt voor straftoemeting van het LOVS, waarin voor belediging als uitgangspunt een geldboete wordt genoemd. Het hof ziet in het feit dat de belediging is geuit tegen twee opsporingsambtenaren in een drukbezocht station – zodat reizigers hiervan getuige (kunnen) zijn geweest – en de veelvuldige recidive van de verdachte, aanleiding om ten nadele van de verdachte van het genoemde uitgangspunt af te wijken en acht het opleggen van een geldboete, of een taakstraf zoals door de raadsvrouw is verzocht, niet passend.

Evenals de politierechter en de vordering van de advocaat-generaal, acht het hof alles afwegende een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 63, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals deze golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) dagen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.M.C. Tilleman, mr. M.L.M. van der Voet en mr. M.W. Groenendijk, in tegenwoordigheid van mr. A.S.E. Evelo, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 september 2019.

=========================================================================

[…]