Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:3695

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-09-2019
Datum publicatie
17-10-2019
Zaaknummer
23-000691-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet naleving van artikel 70, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000691-19

datum uitspraak: 27 september 2019

VERSTEK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 6 februari 2019 in de strafzaak onder parketnummer 96-212121-18 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1973,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 september 2019.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij, op of omstreeks 30 november 2017, te Amsterdam, gebruik heeft gemaakt van (een) tot het openbaar vervoer behorende voorziening(en), te weten het metrostation Bullewijk, zonder hiervoor geldig vervoerbewijs, terwijl door de vervoerder duidelijk kenbaar was gemaakt dat dit gebruik niet was toegestaan zonder een hiervoor geldig vervoerbewijs.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 30 november 2017 te Amsterdam gebruik heeft gemaakt van een tot het openbaar vervoer behorende voorziening, het metrostation Bullewijk, zonder hiervoor geldig vervoerbewijs, terwijl door de vervoerder duidelijk kenbaar was gemaakt dat dit gebruik niet was toegestaan zonder een hiervoor geldig vervoerbewijs.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

niet naleving van het bepaalde bij artikel 70, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De kantonrechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 90,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 dag hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de draagkracht en de persoon van de verdachte en heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft gebruik gemaakt van een bij het openbaar vervoer behorende voorziening, te weten: een metrostation, zonder in het bezit te zijn van een daarvoor geldig vervoersbewijs. Dit is in strijd met wettelijke bepalingen, waaraan eenieder zich dient te houden. Bovendien brengt de verdachte financiële schade toe aan de N.V. Nederlandse Spoorwegen door zonder betaling gebruik te maken van haar diensten.

Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van na te melden hoogte passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23, 24, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 70 en 101 van de Wet personenvervoer 2000.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals deze golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking onder CJIB-nummer 8132 5420 0324 6208.

Ten aanzien van het onder bewezen verklaarde:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 90,00 (negentig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.M.C. Tilleman, mr. M.L.M. van der Voet en mr. M.W. Groenendijk, in tegenwoordigheid van mr. A.S.E. Evelo, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 september 2019.

=========================================================================

[…]