Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:3627

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
08-10-2019
Datum publicatie
31-01-2020
Zaaknummer
200.252.804/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolg van tussenarrest 16 april 2019. Appellanten alsnog niet ontvankelijk in het hoger beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

arrest

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.252.804/01

zaaknummer rechtbank Amsterdam : 6679657 CV EXPL 18-4318

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 8 oktober 2019

inzake:

1.[appellante 1],

2.[appellante 2],

beiden wonend te [woonplaats],

appellanten in de hoofdzaak,

eiseressen in het incident,

advocaat: mr. S.J.M. Jaasma te Amsterdam,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE AMSTERDAM,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

Op 16 april 2019 heeft het hof in deze zaak arrest gewezen in een incident ex artikel 351 Rv. Voor het verloop van het geding tot die datum wordt naar dat arrest verwezen. Het hof heeft de vordering in het incident afgewezen, de beslissing over de kosten van het incident aangehouden en de zaak naar de rol van 28 mei 2019 verwezen voor het nemen van een memorie van grieven door appellanten. Bij H5-formulier van 9 mei 2019 hebben appellanten verzocht om uitstel voor het nemen van een memorie van grieven. De zaak is naar de rol van 9 juli 2019 verwezen voor het nemen van memorie van grieven door appellanten. Op deze datum is evenmin van grieven gediend en is verval verleend van het recht van appellanten op het nemen van een memorie van grieven.

Arrest is nader bepaald op heden.

2 Beoordeling

Niet is gebleken dat de in de appeldagvaarding aangevallen beslissing berust op een oneerlijk beding in de zin van Richtlijn 93/13.

Bij gebreke van grieven kunnen appellanten niet worden ontvangen in het hoger beroep.

De kosten van het hoger beroep, inclusief die van het incident, komen voor rekening van appellanten.

3 Beslissing

Het hof:

verklaart appellanten niet-ontvankelijk in het hoger beroep;

veroordeelt appellanten in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van geïntimeerde begroot op € 741,= aan verschotten en € 1.074,= aan salaris advocaat.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.C.W. Rang, J.W. Hoekzema en A.R. Sturhoofd en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2019.