Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:3617

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
08-10-2019
Datum publicatie
19-12-2019
Zaaknummer
200.235.883/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Een fusie tussen 14 ondernemingen is in 2011 beëindigd. Er zijn geschillen omtrent de nakoming van de ontvlechtingsovereenkomst en de financiële afwikkeling daarvan.

Appellanten voeren in hoger beroep een grief aan die blijkens haar toelichting niet gericht is tegen hetgeen de rechtbank in het bestreden vonnis heeft overwogen, maar strekt tot alsnog toewijzing van de vordering op een andere grondslag. Die andere grondslag wordt ondeugdelijk bevonden. Dit brengt reeds mee dat de grief geen doel kan treffen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer: 200.235.883/01

zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland (Haarlem): C/15/240938/HA ZA 16-186

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 8 oktober 2019

inzake

1 [X] HOLDING N.V.,

2. [X] ACCOUNTANTS & BELASTINGADVISEURS B.V.,

beide gevestigd te Amsterdam,

appellanten,

advocaat: mr. C.H.J.M. Abeln te Amsterdam,

tegen

1 [De Blinde Baak en 11 andere vennootschappen]

geïntimeerden,

advocaat: mr. C.B.M. Scholten van Aschat te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

Appellanten wordt hierna gezamenlijk [X] c.s. genoemd en geïntimeerden gezamenlijk [Y] c.s. Geïntimeerden 1 tot en met 4 zullen worden aangeduid als De Blinde Baak c.s.

[X] c.s. zijn bij dagvaarding van 2 januari 2018 in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Haarlem van 4 oktober 2017, onder bovenvermeld zaak-/rolnummer gewezen tussen [X] c.s. als eiseressen en [Y] c.s. als gedaagden.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven;

- memorie van antwoord tevens verzet verandering van eis en voorwaardelijk beroep op de onbevoegdheid.

Partijen hebben hun zaak ter zitting van het hof van 16 januari 2019 doen bepleiten, [X] c.s. door mr. Abeln voornoemd en [Y] c.s. door mr. Scholten van Aschat voornoemd, ieder aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities.

Ten slotte is arrest gevraagd.

[X] c.s. hebben geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en de vorderingen van [X] c.s. zoals in de memorie van grieven verwoord zal toewijzen, met beslissing over de proceskosten met nakosten en rente.

[Y] c.s. hebben geconcludeerd dat het hof zich onbevoegd zal verklaren om van de vorderingen van [X] c.s. kennis te nemen, althans, zakelijk weergegeven, het vonnis waarvan beroep zal bekrachtigen, met beslissing over de proceskosten met nakosten en rente.

2 Feiten

De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.11 de vaststaande feiten vermeld die zij bij de beoordeling van het geschil van partijen tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen ook het hof als uitgangspunt.

3 Beoordeling

3.1. (

i) Medio 2009 hebben de vennoten van de maatschap [X] Accountants & Belastingadviseurs en de aandeelhouders van [Y] & Partners Holding B.V. (geïntimeerde sub 5) besloten hun ondernemingen te fuseren. Deze fusie is per 1 januari 2010 geëffectueerd.

(ii) Namens [Y] & Partners Holding B.V. waren De Blinde Baak B.V., Apostrophe B.V., [Z] Beheer B.V. en Sebalex B.V. (geïntimeerden sub 1 tot en met 4) als aandeelhouders fusiepartij. Namens de maatschap [X] Accountants & Belastingadviseurs waren haar veertien vennoten, ten tijde van de fusie: 14 besloten vennootschappen, partij bij de fusie.

(iii) Teneinde de voorgenomen fusie vorm te geven zijn [X] Holding N.V. (appellante sub 1) en de Stichting Financiering [X] opgericht. De Stichting Financiering [X] verzorgde (kort gezegd) de financiering van [X] Holding N.V..

(iv) Op 29 juni 2010 heeft [X] Holding N.V. gekocht en geleverd gekregen de aandelen van de werkmaatschappijen van [Y] & Partners Holding B.V., te weten de besloten vennootschappen [Y] & Partners Facilities, [Y] & Partners Salarisadministraties, [Y] & Partners Fiscalisten en Adviseurs, [Y] & Partners Registeraccountants, [W] Administratieconsulenten Facilities en Vaartzicht Services (geïntimeerden sub 6 t/m 11). Kort gezegd zijn de ‘ [Y] -partners’ hun dienstverlening blijven verrichten vanuit deze werkmaatschappijen, met uitzondering van [Y] & Partners Registeraccountants B.V.

( v) De naam van [Y] & Partners Registeraccountants B.V. is per 29 juni 2010 gewijzigd in [X] Accountants & Belastingadviseurs B.V. (appellante sub 2; hierna: HAB). HAB heeft de maatschapsaandelen van de vennoten in [X] Accountants & Belastingadviseurs gekocht en geleverd gekregen en is de werkmaatschappij geworden van waaruit de ’ [X] -vennoten’ hun werkzaamheden verrichtten.

(vi) De vier aandeelhouders van [Y] & Partners Holding B.V. (De Blinde Baak c.s.) en de veertien vennoten van de maatschap [X] Accountants & Belastingadviseurs verkregen ieder één aandeel in [X] Holding N.V. De (directeuren van) deze vier aandeelhouders en veertien vennoten zijn ieder zowel in privé als in naam van hun persoonlijke vennootschap een aansluitingsovereenkomst aangegaan met [X] Holding N.V.

(vii) Per 1 juli 2011 is de fusie beëindigd.

(viii) Op 10 augustus 2011 is een nieuwe vennootschap [Y] & Partners Registeraccountants B.V. (geïntimeerde sub 9) opgericht.

(ix) Op 15 september 2011 hebben partijen een ‘Routeboek ontvlechting [X] / [Y] versie 15-9-11’ opgesteld. Daarin wordt onder meer bepaald:

Dit routeboek zal als gids gebruikt kunnen worden om de voorgenomen ontvlechting zo efficiënt mogelijk te laten verlopen, het is onderverdeeld in verschillende hoofdstukken waarin de te regelen zaken waarbij ideeën over mogelijke oplossingen worden aangedragen. Hierin zijn de belangen van beide bij de ontvlechting betrokken partijen meegenomen. Partijen zijn het erover eens dat pas een akkoord is tot ontvlechting als op alle onderdelen overeenstemming bestaat.

( x) [Y] c.s. hebben op 23 januari 2012 een ‘Toelichting standpunten [Y] inzake financiële ontvlechting’ opgesteld. Deze toelichting vermeldt onder meer:

In essentie is ons standpunt dat alle kosten die door de ontvlechting worden opgeroepen voor rekening van [X] dienen te komen. De ontvlechting vindt tenslotte plaats als gevolg van een opzegging van de samenwerking door [X] . Onder die voorwaarde is [Y] bereid mee te werken aan een “boedelscheiding” waarbij door [Y] een reële vergoeding wordt betaald voor de activa / passiva die met [Y] meegaan en voor de diensten (automatisering) die [Y] na 30 juni 2011 nog van [X] heeft ontvangen. In de relevante passages in deze toelichting wordt dit standpunt nader uitgewerkt. Hoewel wij ernaar gestreefd hebben om alle relevante zaken in het financiële overzicht en in de toelichting op te nemen, behouden zij ons het recht voor om nog aanvullend financiële posten (kosten, schade) in te brengen indien deze zich nog zouden openbaren. Verder zij voor de goede orde nog opgemerkt (conform uitgangspunten verwoord in het routeboek) dat wij ons niet aan voorstellen c.q. uitwerkingen gebonden achten zolang niet over alle onderdelen van de ontvlechting (inclusief de bancaire en juridische) overeenstemming is bereikt.

(xi) Namens [X] c.s. is op deze toelichting bij ‘Notitie inzake voortgang ontvlechting’ van 23 maart 2012 gereageerd. Daarin schrijven [X] c.s. onder meer:

[X] vindt de uitgangspunten van [Y] ten principale onjuist.

(xi) In december 2012 hebben de (directeuren van de) aandeelhouders van [Y] & Partners Holding B.V. en de (directeuren van de) veertien vennoten van HAB, allen zowel in privé als in naam van hun persoonlijke vennootschap, alsmede [X] Holding N.V., Stichting Financiering [X] , [Y] & Partners Holding B.V. en HAB, een partiële ontvlechtingsovereenkomst gesloten, waarin overeenstemming werd bereikt over de vennootschapsrechtelijke, bestuurlijke en bancaire ontvlechting van de samenwerking. [Y] & Partners Facilities, [Y] & Partners Salarisadministraties, [Y] & Partners Fiscalisten en Adviseurs, [W] Administratieconsulenten Facilities en Vaartzicht Services, zijn geen partij bij deze overeenkomst. Partijen hebben geen overeenstemming bereikt over de financiële afwikkeling. Als onderdeel van de vaststellingsovereenkomst heeft [X] Holding N.V. haar aandelen in de diverse werkmaatschappijen van [Y] voor € 1,- per aandeel (terug)verkocht en (terug)geleverd aan [Y] & Partners Holding B.V. en haar aandelen in HAB aan het door de ‘ [X] -vennoten’ opgerichte HAB Holding B.V.

(xii) Artikel 10 van deze overeenkomst luidt:

De definitieve financiële en overige gevolgen van de defusie en van de ontvlechting, in het bijzonder van de beëindiging van de Aansluitingsovereenkomsten en van de Financieringsovereenkomsten en van de overige financiële verrekeningen tussen de [Y] partners en de [X] partners onderling zullen door partijen in gezamenlijk overleg, dan wel door de bevoegde rechter of arbiters worden vastgesteld, rekening houdend met alle in het kader van de ontvlechting relevante factoren. Partijen verplichten zich zo spoedig mogelijk na de voltooiing van de in deze overeenkomst beschreven partiële ontvlechting het overleg inzake hun onderlinge financiële afwikkeling te hervatten. Voor zover de in de definitieve ontvlechtingsovereenkomst overeen te komen financiële gevolgen (met inbegrip van de prijs van de [Y] Aandelen en de HAB Aandelen) afwijken van c.q. onverenigbaar zijn met de voormelde onderhavige voorlopige financiële afwikkeling zal die in het kader van die financiële afwikkeling in zoverre worden herzien.’

(xiii) De bij de vaststellingsovereenkomst betrokken partijen aan de zijde van [X] zijn, mede in naam van [X] Holding N.V., in het kader van de financiële afwikkeling een arbitrale procedure gestart. De benoemde arbiters hebben zich bij vonnis van 13 oktober 2015 onbevoegd verklaard.

3.2.

Tussen [X] c.s. en [Y] c.s. zijn geschillen gerezen omtrent de ontvlechting van hun samenwerking en de financiële afwikkeling daarvan. Inzet van het onderhavige geding is de betaling door [Y] c.s. aan [X] c.s. van diverse volgens [X] c.s. in dat kader door [Y] c.s. aan haar verschuldigde bedragen.

De rechtbank heeft de door [X] c.s. jegens [Y] c.s. ingestelde vorderingen afgewezen.

[X] c.s. voeren in hoger beroep een grief aan die blijkens de toelichting daarop niet gericht is tegen hetgeen de rechtbank in het bestreden vonnis heeft overwogen doch ertoe strekt dat het door haar gevorderde jegens een viertal van de oorspronkelijk gedaagde partijen (De Blinde Baak c.s.) alsnog wordt toegewezen, zij het op een andere grondslag dan die welke in eerste aanleg aan de orde was en door de rechtbank in haar overwegingen is betrokken.

3.3.

Blijkens deze toelichting baseren [X] c.s. hun vorderingen dan ook niet meer op nakoming van artikel 10 van de partiële ontvlechtingsovereenkomst maar leggen zij daaraan ten grondslag berekeningen die door [X] c.s. en De Blinde Baak c.s. gezamenlijk zijn opgesteld, waaruit volgens [X] c.s. volgt dat deze laatsten erkennen een aantal bedragen aan [X] c.s. verschuldigd te zijn. Het gaat daarbij om posten Activa passiva overname, Kapitaalstanden, Overname automatisering en Rekening Courant [X] - [Y] .

3.4.

Ook aldus onderbouwd en beperkt komen de vorderingen van [X] c.s. niet voor toewijzing in aanmerking. Wat [X] c.s. immers miskennen, is dat het enkele feit dat De Blinde Baak c.s. zouden hebben erkend dat in het kader van – kort gezegd – onderhandelingen over de afwikkeling van de samenwerking een aantal posten voor hun rekening komen, geen afdoende grondslag oplevert voor het – los van die afwikkeling - in rechte vorderen daarvan. Daarvoor zal ten minste moeten komen vast te staan dat de afwikkeling per saldo resulteert in (minimaal) de gestelde betalingsverplichtingen van De Blinde Baak c.s. Blijkens de beperkte strekking van de grief ligt deze vraag echter in hoger beroep niet voor.

Het vorenstaande geldt te meer, nu de gestelde erkenning ook uitdrukkelijk is gedaan onder de voorwaarde dat over alle onderdelen van de ontvlechting overeenstemming zou worden bereikt. Niet alleen is aan die voorwaarde niet voldaan, de desbetreffende voorstellen zijn ook door [X] c.s. verworpen.

3.5.

Dit brengt reeds mee dat de grief geen doel kan treffen. Voor zover het appel jegens De Blinde Baak c.s. is ingesteld zal het vonnis van de rechtbank worden bekrachtigd. Voor zover jegens de overige geïntimeerden ingesteld, zullen [X] c.s. daarin niet ontvankelijk worden verklaard nu de grief op de zaak tegen hen geen betrekking heeft. Het voorwaardelijk beroep op onbevoegdheid behoeft geen behandeling.

[X] c.s. dienen als in het ongelijk gestelde partij de kosten van het hoger beroep te dragen.

4 Beslissing

het hof:

verklaart [X] c.s. niet-ontvankelijk voor zover gericht tegen geïntimeerden sub 5 tot en met 11;

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;

veroordeelt [X] c.s. in de kosten van het geding in hoger beroep tot op heden aan de zijde van [Y] c.s. begroot op € 5.270,- aan verschotten en op € 14.034,- voor salaris;

verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell, J.M. de Jongh en H. Koster en is door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2019.