Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:3579

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
01-10-2019
Datum publicatie
21-01-2020
Zaaknummer
200.245.216/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verbetering van arrest 23 juli 2019.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.245.216/01

zaaknummer rechtbank Noord-Holland : 5804987 \ CV EXPL 17-2344

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 1 oktober 2019

inzake

1 [appellant 1],

wonend te [woonplaats]

2 [appellant 2]

gevestigd te [vestigingsplaats]

appellanten,

advocaat: mr. W.A. Vader te Amsterdam,

tegen

ENERGIE SERVICE NOORD-WEST C.V.,

gevestigd te Alkmaar,

geïntimeerde,

advocaat: mr. M.A. le Belle te Alkmaar.

1 Het geding in hoger beroep

1.1

Partijen worden hierna [appellant 1], [appellant 2] en ESNW genoemd. [appellant 1] en [appellant 2] tezamen worden [appellanten] genoemd.

1.2

Het hof heeft in deze zaak op 23 juli 2019 een arrest gewezen. Bij faxbericht van 3 september 2019 heeft mr. Vader zich namens [appellanten] op het standpunt gesteld dat het arrest een kennelijke fout bevat en herstel daarvan verzocht. Hoewel daartoe op 5 september 2019 in de gelegenheid gesteld, heeft ESNW niet gereageerd naar aanleiding van dit verzoek.

2 Beoordeling

2.1

In zijn genoemde fax van 3 september 2019 stelt [appellanten] dat het arrest een onjuistheid bevat. In overweging 3.5 heeft het hof als standpunt van ESNW weergegeven dat gevorderd wordt de bestreden beslissing te bekrachtigen, behalve waar het gaat om toewijzing van € 110.000,- alsmede € 25.000,- aangezien deze bedragen door derden zijn voldaan. In overweging 3.7.1 bepaalt het hof: “(…) de grieven 4 tot en met 10 falen, behoudens het door ESNW erkende door haar ontvangen bedrag van € 25.000,-.” Desalniettemin is in het dictum opgenomen dat de veroordeling van [appellant 1] (dictum onder 6.2 en 6.3) wordt bekrachtigd. Dit laatste betreft volgens [appellanten] een kennelijke fout die zich voor herstel ex art. 31 Rv leent, nu genoemd bedrag van € 25.000,- niet meer voor toewijzing in aanmerking komt.

2.2

De bepaling in het dictum dat het bestreden vonnis wordt bekrachtigd waar het betreft de uitvoerbar bij voorraad verklaarde veroordeling van [appellant 1] (dictum onder 6.2 en 6.3) bevat inderdaad de kennelijke fout zoals door [appellanten] gesteld is en die op de voet van artikel 31 Rv kan worden hersteld. Het hof zal bedoelde kennelijke fout daarom hierna verbeteren.

3 Beslissing

Het hof:

verbetert het in deze zaak op 23 juli 2019 gewezen arrest aldus dat de eerste alinea van het dictum (in plaats van: “bekrachtigt het bestreden vonnis van 21 maart 2018 waar het betreft de uitvoerbaar bij voorraad verklaarde veroordeling van [appellant 1] (dictum onder 6.2 en 6.3)”) aldus komt te luiden:

bekrachtigt het bestreden vonnis van 21 maart 2018 waar het betreft de uitvoerbaar bij voorraad verklaarde veroordeling van [appellant 1] (dictum onder 6.2 en 6.3) met dien verstande dat op de aldaar genoemde bedragen in mindering strekt een bedrag van € 25.000,-.

stelt de verbetering op de minuut van dat arrest.

Dit arrest is gewezen door mrs. G.C. Boot, E.W. de Groot en M.S.A. Vegter en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2019.