Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:3398

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
11-09-2019
Datum publicatie
23-09-2019
Zaaknummer
13-186628-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Recidivegevaar niet in te perken door het stellen van voorwaarden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13-186628-19

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,

thans verblijvende in het huis van bewaring Forensisch Centrum Teylingereind te Sassenheim,

tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 12 augustus 2019, voor zover houdende bevel tot zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 13 augustus 2019, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beschikking van die rechtbank.

Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. J. de Vries.

Bij de behandeling in raadkamer heeft de raadsman namens de verdachte een mondeling schorsingsverzoek gedaan.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en de gronden waarop deze berust. Het hof sluit zich aan bij de motivering die de rechter-commissaris heeft gegeven voor het aannemen van recidivegevaar. Het hof heeft hierbij voorts betrokken dat de verdachte eerder is aangehouden met een groot geldbedrag en dat hij bij die gelegenheid een weegschaal voorhanden had.

Het hof heeft er geen vertrouwen in dat het recidivegevaar kan worden ingeperkt door het stellen van voorwaarden, evenmin in de vorm van elektronische controle. Er is nog steeds sprake van grote schulden. Bovendien heeft het vorige contact met de politie de verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw de verdenking op zich te laden dat hij zich inlaat met financieel lucratief strafbaar handelen. Daarbij heeft het hof ook gelet op de (grote) hoeveelheid verdovende middelen die is aangetroffen. In dat licht bezien en ook overigens zijn de door de verdachte aangevoerde persoonlijke belangen bij zijn invrijheidstelling niet klemmend genoeg om te prevaleren boven het maatschappelijk belang bij voortduring van zijn voorlopige hechtenis. Het mondelinge verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis worden afgewezen.

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.

WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

13-186628-19

Deze beschikking is gegeven op 11 september 2019 in raadkamer van dit hof door

mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,

mrs. M. Iedema en M. van der Horst, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. D. de Jong als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 11 september 2019,

de advocaat-generaal