Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:3377

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17-09-2019
Datum publicatie
10-10-2019
Zaaknummer
200.257.780/01 OK, 200.262.030/01 OK, 200.262.016/01 OK, 200.262.034/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; Enquete; gedeeltelijk niet-ontvankelijk; afwijzing verzoek; geen gegronde redenen; art. 2:346 lid 1 sub b, 350 lid 1 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JONDR 2019/1315
ARO 2019/173
OR-Updates.nl 2019-0162
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummers: 200.257.780/01 OK

200.262.030/01 OK

200.262.016/01 OK

200.262.034/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 17 september 2019

inzake

1 [A] ,

wonende te [....] ,

2. [B],

wonende te [....] ,

3. [C],

wonende te [....] ,

VERZOEKSTERS (in zaaknummers 200.257.780/01 OK, 200.262.030/01 OK, 200.262.016/01 OK, 200.262.034/01 OK),

advocaten: mr. K.S. Guldemond en mr. D.A.Q. Willemse, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BEHEERSKANTOOR SCHEVENINGEN B.V.,

gevestigd te ’s-Gravenhage,

VERWEERSTER (in de zaak met nummer 200.257.780/01 OK)

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BEXPARK B.V.,

gevestigd te ’s-Gravenhage,

VERWEERSTER (in de zaak met nummer 200.262.030/01 OK)

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BEXPLEIN B.V.,

gevestigd te ’s-Gravenhage,

VERWEERSTER (in de zaak met nummer 200.262.016/01 OK)

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ANNUNCIATA B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER (in de zaak met nummer 200.262.034/01 OK),

advocaten: mr. M.W.E. Evers en mr. H.J. ter Meulen, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

1 [D] ,

wonende te [....] ,

2. [E],

wonende te [....] ,

3. [F],

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDEN (in zaaknummers 200.257.780/01 OK, 200.262.030/01 OK en 200.262.016/01 OK),

advocaten: mr. P.J. van der Korst en mr. L. de Visser, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

4 [G] ,

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDE (in zaaknummers 200.257.780/01 OK, 200.262.030/01 OK, 200.262.016/01 OK en 200.262.034/01 OK),

advocaat: mr. R.I. Loosen, kantoorhoudende te Amsterdam

e n t e g e n

5 [H] ,

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDE (in zaaknummers 200.257.780/01 OK, 200.262.030/01 OK, 200.262.016/01 OK en 200.262.034/01 OK),

in persoon verschenen.

1. Het verloop van het geding

1.1

In het vervolg zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:

  • -

    verzoekster sub 1 met [A] ;

  • -

    verzoekster sub 2 met [B] ;

  • -

    verzoekster sub 3 met [C] ;

  • -

    verzoeksters gezamenlijk met [I] ;

  • -

    verweerster sub 1 met BKS;

  • -

    verweerster sub 2 met Bexpark;

  • -

    verweerster sub 3 met Bexplein;

  • -

    verweerster sub 4 met Annunciata;

  • -

    verweersters gezamenlijk met BKS c.s.;

  • -

    belanghebbende sub 1 met [D] ;

  • -

    belanghebbende sub 2 met [E] ;

  • -

    belanghebbende sub 3 met [F] ;

  • -

    belanghebbenden sub 1 t/m 3 met [J] ;

  • -

    belanghebbende sub 4 met [G] ;

  • -

    belanghebbende sub 5 met [H] .

1.2

[I] hebben bij op 12 april 2019 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van BKS c.s. over de periode vanaf 23 augustus 2017. Daarbij hebben zij tevens – zakelijk weergegeven – bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding:

ten aanzien van BKS c.s. verzocht:

a. [H] te schorsen als bestuurder van BKS c.s. en een derde persoon te benoemen tot bestuurder van BKS c.s.;

b. de aandelen (en voor zover van toepassing het daarop gevestigde vruchtgebruik) gehouden door [J] , [G] en [H] in het kapitaal van BKS c.s. over te dragen aan een door de Ondernemingskamer te benoemen beheerder;

c. dan wel een andere voorziening te treffen die de Ondernemingskamer juist acht;

ten aanzien van BKS, Bexpark en Bexplein verzocht:

d. een onafhankelijke raad van commissarissen te benoemen (in personele unie);

ten aanzien van Annunciata verzocht:

e. [G] te schorsen als bestuurder van Annunciata en een derde persoon te benoemen tot bestuurder van Annunciata;

alsmede om BKS c.s. hoofdelijk te veroordelen in de kosten van het onderzoek en Van Doorn, [G] en [H] dan wel BKS c.s. hoofdelijk te veroordelen in de kosten van de verzochte onmiddellijke voorzieningen, dan wel kosten rechtens.

1.3

BKS c.s. hebben bij op 13 juni 2019 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht de verzoeken af te wijzen en [I] te veroordelen in de kosten van het geding, uitvoerbaar bij voorraad.

1.4

[J] hebben bij op 13 juni 2019 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift de Ondernemingskamer verzocht de verzoeken van [I] voor zover die betrekking hebben op BKS, Bexplein en Bexpark af te wijzen en [I] hoofdelijk te veroordelen in de kosten van het geding.

1.5

[G] heeft bij op 13 juni 2019 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift geconcludeerd tot niet ontvankelijkheid van [I] in hun verzoeken, althans de Ondernemingskamer verzocht hun verzoeken af te wijzen, met hoofdelijke veroordeling van [I] in de kosten van het geding.

1.6

De verzoeken zijn behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 4 juli 2019. Bij die gelegenheid hebben de advocaten de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht aan de hand van – aan de Ondernemingskamer en de wederpartij overgelegde – aantekeningen en wat mr. Guldemond en mr. Evers betreft onder overlegging van op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartij gezonden nadere producties. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt.

1.7

Ter zitting hebben [J] bezwaar gemaakt tegen de indiening door [I] van producties 35, 36 en 38. BKS c.s. hebben zich daarbij aangesloten.

2 De feiten

2.1

BKS is op 18 december 1973 opgericht door N.V. Verenigde Bedrijven Bredero. In 1987 hebben [D] , [G] en [K] (de vader van [A] en [B] en echtgenoot van [C] , hierna: [K] ) de aandelen in BKS verworven. BKS drijft een onderneming die zich bezig houdt met het beheer van vastgoed. BKS heeft onder meer met Bexpark, Bexplein en Annunciata beheersovereenkomsten gesloten op basis waarvan BKS een beheersvergoeding ontvangt. [H] is sinds 26 juni 1989 werkzaam bij BKS en is thans enig bestuurder van BKS. De aandelen in het kapitaal van BKS worden als volgt gehouden:

 [I] (gezamenlijk 30%)

- [C] – 20%

- [A] – 5%

- [B] – 5%

 [J] (gezamenlijk 40%)

- [D] – 20%

- [E] – 10%

- [F] – 10%

 [G] – 30%.

Op de door Peter- [D] en [F] gehouden aandelen in BKS rust een recht van vruchtgebruik ten gunste van [D] Hetzelfde geldt voor hun hierna vermelde aandelen in Bexpark en Bexplein.

2.2

Bij overeenkomst van 2 oktober 1987 hebben [D] , [G] en [K] vastgelegd dat in afwijking van de aandelenverhouding (40%-30%-30%) zal worden gehandeld alsof alle partijen een gelijk deel (33,33%) van de aandelen in BKS en de daaraan verbonden rechten hebben verkregen, waaronder het stemrecht en het recht op dividend.

2.3

Bexpark is op 23 november 1994 opgericht. Bexpark exploiteert via een sale-and-leaseback constructie een drietal parkeergarages in Scheveningen en voorts een drietal parkeergarages in Vlaardingen die zij in eigendom heeft. [H] is sinds 15 oktober 2017 enig bestuurder van Bexpark. De aandelen in het kapitaal van Bexpark worden als volgt gehouden:

 [I] (gezamenlijk 33,33%)

- [C] – 22,22%

- [A] – 5,55%

- [B] – 5,55%

 [J] (gezamenlijk 33,33%)

- [D] – 16,67%

- [E] – 8,33%

- [F] – 8,33%

 [G] – 33,33%.

2.4

Bexplein is op 23 november 1993 opgericht. Bexplein heeft diverse onroerende zaken in Scheveningen in eigendom die zij exploiteert en verhuurt als bedrijfsruimten. [H] is sinds 15 oktober 2017 enig bestuurder van Bexplein. De aandelen in het kapitaal van Bexplein worden als volgt gehouden:

 [I] (gezamenlijk 40%)

- [C] – 26,67%

- [A] – 6,67%

- [B] – 6,67%

 [J] (gezamenlijk 20%)

- [D] – 10%

- [E] – 5%

- [F] – 5%

 [G] – 40%.

2.5

Annunciata is op 2 oktober 1986 opgericht. Annunciata richt zich op de exploitatie en verhuur van 17 appartementen in Scheveningen. [H] is sinds 1998 bestuurder van Annunciata. Naast haar staat [G] nog in het handelsregister ingeschreven als bestuurder, maar hij heeft op verzoek van [I] besloten terug te zullen treden als bestuurder. De aandelen in het kapitaal van Annunciata worden als volgt gehouden:

  • -

    [C] – 35%

  • -

    [G] – 35%

  • -

    [H] – 30%.

2.6

Op grond van de statuten van BKS, Bexpark en Bexplein worden alle besluiten van de algemene vergadering, waaronder goedkeuringsbesluiten ten aanzien van bepaalde voorgenomen bestuursbesluiten, genomen op basis van een volstrekte meerderheid van stemmen (art. 11 lid 1 en 2). Vorenbedoelde statuten bepalen dat het bestuur zich heeft te gedragen naar aanwijzingen van de algemene vergadering betreffende de algemene lijnen van het financiële, sociale, economische en personeelsbeleid (art. 11 lid 4). De statuten van Annunciata kennen eveneens een besluitvormingsvereiste van een volstrekte meerderheid van stemmen (art. 13 lid 13) en een aanwijzingsbevoegdheid van de algemene vergadering (art. 10 lid 2).

2.7

In 1995 is [D] in verband met zijn pensioen teruggetreden als bestuurder van BKS en Bexpark en door de algemene vergadering van BKS benoemd tot commissaris. [D] heeft deze functie tot en met 2001 vervuld.

2.8

In 2005 is tussen [D] , [G] en [K] overeengekomen dat vanuit Bexpark over elk boekjaar (ten minste) € 600.000 aan dividend wordt uitgekeerd, voor zover de bedrijfsvoering dit toelaat.

2.9

In augustus 2005 is [K] overleden. De door hem in BKS c.s. gehouden aandelen zijn via vererving verkregen door zijn echtgenote [C] en zijn kinderen [A] en [B] . Op aanstelling van [G] , destijds bestuurder van BKS, en onder mededeling aan en instemming van de algemene vergadering van 30 september 2005, heeft [H] de (bestuurs)werkzaamheden van [K] als adjunct-directeur overgenomen.

2.10

In september 2005 is een eerder op 30 december 1994 tussen BKS en Bexpark gesloten beheersovereenkomst vernieuwd, waarbij een (jaarlijks te indexeren) vaste beheervergoeding van € 1.445.000 is overeengekomen voor beheerwerkzaamheden alsmede de kosten van klein onderhoud en de kosten van parkeerkaarten, geldhandelingen etc.

2.11

Op basis van de beheersovereenkomst met Bexplein ontvangt BKS een vaste vergoeding van 5% van de huurinkomsten. BKS ontvangt voor haar beheeractiviteiten voor Annunciata eenzelfde contractuele vergoeding.

2.12

Ter financiering van de aanschaf van de drie parkeergarages in Vlaardingen heeft Bexpark een leningsovereenkomst met Rabobank (destijds De Vastgoedbank) gesloten met een looptijd tot 30 december 2014. Op 24 december 2014 is deze leningsovereenkomst gewijzigd en de looptijd met vijf jaren verlengd tot 30 december 2019, behoudens verdere verlenging.

2.13

Op 8 mei 2014 heeft Bexpark de leaseovereenkomst met Rabobank met betrekking tot de parkeergarages in Scheveningen (zie 2.3) verlengd. De verlengde leaseovereenkomst loopt af op 30 december 2024, behoudens verdere verlenging.

2.14

Begin maart 2017 hebben de aandeelhouders ieder hun toekomstvisie voor BKS c.s. op papier gezet. Uit de toekomstvisie van [I] volgt dat zij onder andere een groeistrategie voorstaan en daarom het investerings- en financieringsbeleid wensen aan te passen, een raad van commissarissen (hierna: RvC) willen benoemen en het bestuur willen vervangen. [J] en [G] pleiten ieder voor voortzetting van het behoudende beleid maar staan wel open voor het investeren in nieuwe projecten mits de juiste mogelijkheden zich voordoen. Tijdens de aandeelhoudersvergadering van 22 maart 2017 is onder meer de discrepantie tussen deze toekomstvisies aan de orde gesteld. De aandeelhouders hebben vervolgens besloten tot het inschakelen van een externe organisatiedeskundige, die ook de opdracht zal krijgen het profiel voor een nieuwe directeur op te stellen. Tevens is ter vergadering met instemming van [G] besloten dat hij zal aftreden als bestuurder van BKS c.s. en is een ‘principe-besluit’ genomen tot het instellen van een RvC, bestaande uit twee onafhankelijke leden, voor zover de organisatiedeskundige niet met een beter alternatief komt.

2.15

Ter aandeelhoudersvergadering van 2 juni 2017 is besloten organisatieadviesbureau Berenschot de opdracht te geven de aandeelhouders bij het maken van afspraken voor de toekomst te begeleiden. Vervolgens is Berenschot ook verzocht te adviseren over de financiën en organisatie, alsmede over de koers en het beleid van BKS c.s. Tijdens de eerste werksessie op 23 augustus 2017 hebben de aandeelhouders afspraken gemaakt die vervolgens door Berenschot zijn vastgelegd in een rapport (hierna: het eerste Berenschot-rapport): “Bevindingen en afspraken ten aanzien van de koers en het beleid van BKS

Op de volgende punten is overeenstemming bereikt:

Inzetten op behoud van de huidige organisatie en op groei op bekende terreinen van de organisatie

(…) proactieve houding van BKS (…)

De AVA zal, na bepaling van de preciezere invulling van de koers, bespreken of en hoe invulling te geven aan een investeringspot

De nieuwe (definitieve) directeur maakt een strategisch plan met ondersteuning van de RvC, dat moet worden goedgekeurd door de AVA.”

2.16

Op 29 september 2017 hebben de aandeelhouders een tweede werksessie onder leiding van Berenschot gehouden waarin Berenschot tevens heeft geadviseerd met betrekking tot financiën, organisatie, visie en beleid. De adviezen zijn vastgelegd in het tweede Berenschot-rapport. Berenschot concludeert met betrekking tot financiën onder meer “het huidige rendement voor de gehele groep is hoog (...) met name veroorzaakt door parkeren” en voorziet op de lange termijn risico’s door de komst van een nieuwe garage van concurrent [L] en de aanwezigheid van grotere en kapitaalkrachtigere concurrenten. Met betrekking tot de governance is afgesproken dat [G] in september 2017 terugtreedt als bestuurder van BKS c.s., [H] voorlopig de directeurspositie inneemt en dat de aandeelhoudersvergadering een koers zal formuleren en een profiel zal opstellen voor de directeur en commissarissen, waarna met de werving van de commissarissen zal worden gestart. Op 29 september 2017 is door de aandeelhouders buiten vergadering besloten dat [G] per 15 oktober 2017 zal aftreden als bestuurder van BKS, Bexpark en Bexplein onder de gelijktijdige benoeming van [H] als bestuurder van die vennootschappen.

2.17

Bij brief van 13 december 2017 hebben [I] er bij [J] en [G] onder meer op aangedrongen om, bij gebreke van een concreet investeringsvoorstel, “de oorlogskas” te beperken en in dat kader voorgesteld over het boekjaar 2017 vanuit Bexpark een eenmalig superdividend uit te keren van € 4 miljoen. Ook hebben zij voorgesteld het dividendbeleid van Bexpark in die zin te wijzigen, dat niet langer jaarlijks minimaal € 600.000 wordt uitgekeerd (zie 2.8), maar jaarlijks een percentage van de nettowinst zal worden uitgekeerd conform een in de brief opgesomde staffel.

2.18

Tijdens een overlegvergadering tussen het bestuur en de aandeelhouders op 5 januari 2018 is onder andere het dividendvoorstel van [I] van 13 december 2017 besproken. De algemene vergadering heeft uiteindelijk ingestemd met een eenmalige dividenduitkering uit Bexpark van € 2 miljoen, aan het einde van het jaar te verhogen met een percentage van de winst volgens de door [I] voorgestelde staffel, met de toevoeging dat vanaf 2019 Bexpark jaarlijks dividend zal uitkeren conform het in de staffel genoemde winstuitkeringspercentage. De eenmalige dividenduitkering over 2017 is uiteindelijk vastgesteld op ruim € 3,3 miljoen. Ten aanzien van Bexplein is besloten geen uitkering te doen. In de vergadering zijn tevens de doelstelling en strategie per vennootschap besproken.

2.19

Begin maart 2018 heeft de algemene vergadering van BKS, aan de hand van een met Berenschot op 9 januari 2018 vastgesteld profiel, [M] (hierna: [M] ) en [N] (hierna: [N] ) als beoogd commissarissen geselecteerd.

2.20

Tijdens de overlegvergadering tussen de aandeelhouders en het bestuur op 1 juni 2018 heeft [H] onder andere medegedeeld dat [M] en [N] op eigen verzoek nog niet formeel zijn benoemd tot commissarissen. [M] en [N] hebben aan hun aanstelling de voorwaarde verbonden dat alvorens zij worden benoemd, een door alle aandeelhouders gezamenlijk gedragen toekomstvisie dient te zijn vastgesteld alsmede dat de van hen verwachte taakuitoefening en taakverdeling ten opzichte van de algemene vergadering op papier is vastgelegd.

2.21

Op 5 juli 2018 hebben [M] en [N] beiden een overeenkomst van opdracht met BKS gesloten op basis waarvan zij, vooruitlopend op hun benoeming, het bestuur zouden adviseren bij de totstandkoming van een strategisch plan.

2.22

Tijdens de algemene vergaderingen van Bexplein, BKS en Annunciata op 14 september 2018 en Bexpark op 23 november 2018 zijn bij algemene stemmen onder meer de jaarrekeningen 2017 vastgesteld en is aan het bestuur decharge verleend.

2.23

In de algemene vergadering van 23 november 2018 heeft [H] de aandeelhouders geïnformeerd over de herfinanciering van Bexplein. Zij heeft te kennen gegeven dat bij “alle grootbanken” is geïnformeerd en dat alle mogelijkheden zijn onderzocht, maar dat er weinig belangstelling is. Ter vergadering heeft [H] de hoofdlijnen van een van Rabobank ontvangen concept herfinancieringsvoorstel besproken.

2.24

Bij e-mails van 4 januari 2019 hebben [I] hun bezwaren ten aanzien van de gang van zaken rondom het proces van herfinanciering van Bexplein geuit en erop gewezen dat aan de aandeelhouders meerdere offertes zouden worden overgelegd. Verder hebben zij het bestuur verzocht diverse punten te agenderen voor de op 18 januari 2019 voorziene (gecombineerde) aandeelhoudersvergadering, waaronder een toelichting van het bestuur op het proces van herfinanciering (onder overhandiging van een kopie van alle correspondentie dienaangaande) en een voorstel tot het afstoten van de parkeergarages in Vlaardingen door Bexpark. Voorts hebben [I] de overige aandeelhouders en het bestuur onder meer voorgesteld over te gaan tot een aanvullende uitkering van superdividend van € 1 miljoen uit BKS, van € 8 miljoen uit Bexpark en van € 2,5 miljoen uit Bexplein. In dat kader hebben [I] per vennootschap een door hen opgestelde beperkte balanstest en uitkeringstoets bijgevoegd. Ook hebben zij gemeld dat een nieuwe directie dient te worden geselecteerd.

2.25

Bij e-mail van 14 januari 2019 hebben [J] gereageerd op de e-mails van [I] Verkort weergegeven schrijven zij daarin onder meer dat wat hen betreft geen extra dividenden worden uitgekeerd, zij [H] als bestuurder willen handhaven en geen bezwaar hebben tegen de huidige tijdelijke adviesrol van de beoogd commissarissen, mits snel duidelijkheid komt over hun definitieve aanstelling. Ook constateren zij dat een strategisch plan niet valt op te stellen nu de toekomstvisies van [I] enerzijds (“leeghalen” gevolgd door verkoop) en [J] en [G] anderzijds (continuïteit en “gematigde groei”) tegengesteld zijn.

2.26

Bij e-mail van eveneens 14 januari 2019 heeft [H] gereageerd op de e-mails van [I] Zij wijst daarin onder meer de aantijgingen jegens haarzelf als bestuurder van de hand en houdt [I] voor dat er bij meerderheid van stemmen wordt besloten, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de belangen over en weer. Zij constateert dat “de aandeelhouders op vele fronten onderling van mening verschillen over diverse onderwerpen. Steeds wordt gezocht naar oplossingen om een zekere consensus te bereiken. Besluitvorming wordt daardoor ernstig vertraagd, vindt niet plaats of wordt telkens overgedaan. Dit werkt verlammend op de organisatie en heeft tot gevolg dat er geen vooruitgang wordt geboekt. (…) Het moge duidelijk zijn, dat door de verstoorde onderlinge verhoudingen tussen de aandeelhouders de bedrijfsvoering van de BKS-groep de laatste jaren wordt lam gelegd. (…)”. Met betrekking tot het dividendvoorstel schrijft [H] dat dit agendapunt reeds op 23 november 2018 aan de orde is geweest en besluitvorming dienaangaande al heeft plaatsgevonden.

2.27

Tijdens de aandeelhoudersvergadering op 18 januari 2019 van Bexpark is het dividendvoorstel van [I] gedeeltelijk besproken. [H] heeft ter vergadering medegedeeld dat zij, gelet op de wens van [I] tot maximale dividenduitkering en de wens van [J] om af te lossen en van de banken af te komen, twee scenario’s heeft uitgewerkt. Zij heeft die toegelicht. De scenario’s zijn er kort samengevat op gericht dat de bancaire financieringen van Bexpark kunnen worden afgelost in 2024 en ieder jaar dividend wordt uitgekeerd conform de staffel. Het scenario [I] luidt: een eenmalige extra uitkering van € 8 miljoen in 2019, vervolgens dividend uitkering conform de staffel en in 2024 een nieuwe bancaire financiering aangaan. Het dividendvoorstel van [I] is niet ter stemming gebracht “omdat dit onderwerp niet als zodanig op de agenda staat. Bovendien ligt er een besluit over de te voeren dividendpolitiek en daar wordt naar gehandeld. Uitsluitend de AvA kan beslissen hiervan af te wijken”. In de algemene vergadering van Bexplein is het herfinancieringsvoorstel van Rabobank besproken en goedgekeurd.

2.28

Tijdens de overlegvergadering tussen de aandeelhouders, het bestuur en [M] en [N] op eveneens 18 januari 2019 zijn de advieswerkzaamheden van laatstgenoemden besproken. Naar aanleiding daarvan hebben [M] en [N] vervolgens bij berichten van respectievelijk 25 en 30 januari 2019 BKS bericht dat zij hun adviesopdracht neerleggen omdat zij “op dit moment geen stappen vooruit kunnen zetten met het opstellen van het strategisch plan.”

2.29

Bij e-mail van 24 januari 2019 hebben [I] aan [H] verzocht een groot aantal aanvullende agendapunten op te nemen voor het aandeelhoudersoverleg op 8 maart 2019 met de directie en voor de afzonderlijke aandeelhoudersvergaderingen. Het bericht bevat tevens verzoeken tot het aanleveren van informatie en vragenlijsten, uitgesplitst per vennootschap.

2.30

Bij e-mail van 7 maart 2019 heeft het bestuur vooruitlopend op de algemene vergaderingen, in reactie op de informatieverzoeken van [I] aan alle aandeelhouders een notitie met bijlagen verstuurd, waarin de vragen van [I] zijn beantwoord.

2.31

Op 8 maart 2019 heeft de algemene vergadering van Bexplein bij meerderheid bestaande uit van [J] en [G] besloten tot een extra eenmalige dividenduitkering van € 1,5 miljoen over 2017 en de volgende jaren conform de winstuitkeringsstaffel uit te keren. De algemene vergadering van BKS heeft het dividendvoorstel van [I] van 4 januari 2019 verworpen. Ook het voorstel van [I] tot het starten van een benoemingsprocedure voor een nieuwe directie is afgestemd omdat [J] en [G] tevreden zijn met de huidige directie. [I] zullen opnieuw schriftelijke vragen indienen, die door [H] zullen worden beantwoord zonder daaraan een tijdslimiet te verbinden. Tijdens de aansluitende overlegvergadering heeft [H] aan de aandeelhouders voorgesteld dat tijdens toekomstige (aandeelhouders)vergaderingen een externe onafhankelijke voorzitter wordt aangewezen, zijnde een jurist of een (kandidaat-)notaris, die tevens het verslag en de besluiten en actiepunten vastlegt. Tot slot heeft zij medegedeeld “dat er vanaf heden geen Overlegvergaderingen van het Directieteam met de Aandeelhouders meer zullen plaatsvinden.”

2.32

Na afloop van de vergaderingen op 8 maart 2019 heeft het bestuur in verschillende e-mails van 22 maart 2019 nog een aanvullende toelichting gegeven op vragen van [I]

2.33

Op 9 april 2019 is aan [C] een reeds door [G] en [H] ondertekend besluit buiten vergadering van de aandeelhouders van Annunciata ter ondertekening toegestuurd waarin [G] als bestuurder van Annunciata wordt ontslagen onder verlening van decharge per 15 mei 2019. [C] heeft het besluit niet geretourneerd.

3 De gronden van de beslissing

3.1

BKS c.s. hebben aangevoerd dat het verzoek van [I] zich richt tegen verschillende zelfstandige vennootschappen, waartussen geen uniciteit van aandeelhouders bestaat. BKS is niet de moedervennootschap van Bexplein, Bexpark en Annunciata; zij houdt in die vennootschappen geen aandelen. Aan de criteria voor een concernenquête is niet voldaan. [I] hebben dat niet bestreden maar aangevoerd dat de gronden voor hun verzoek zich ten aanzien van alle vier vennootschapen afzonderlijk voordoen en jegens alle vier vennootschapen worden opgeworpen. De Ondernemingskamer beschouwt het verzoek daarom als strekkend tot vier afzonderlijke enquêteprocedures, die zij dan ook onder vier verschillende zaaknummers heeft geregistreerd. Deze zaken worden in deze beschikking wel gezamenlijk behandeld en beoordeeld, voor zover uit hetgeen hierna wordt overwogen en geoordeeld niet uitdrukkelijk anders volgt.

3.2

[J] en BKS c.s. hebben bezwaar gemaakt tegen de door [I] als producties 35, 36 en 38 overgelegde transcripties en geluidsopnamen van twee vergaderingen en de Ondernemingskamer verzocht deze producties buiten het procesdossier te houden. Het bezwaar tegen deze producties acht de Ondernemingskamer gegrond. Gelet op de omvang van de transcripties (182 pagina’s) en de duur van de geluidsopname (circa tien uur) had het op de weg van [I] gelegen reeds in de processtukken maar in ieder geval bij indiening van de aanvullende producties door middel van een afdoende concrete verwijzing toe te lichten op welke passages en onderdelen [I] zich ter terechtzitting wensen te beroepen. Bovendien is onvoldoende overtuigend toegelicht waarom de producties niet eerder konden worden overgelegd. Onder deze omstandigheden hebben [J] en BKS c.s. onvoldoende gelegenheid gehad om kennis te nemen van de inhoud van genoemde producties en worden zij geschaad in hun procesbelang doordat zij niet adequaat hebben kunnen reageren op de inhoud van die producties. De Ondernemingskamer zal de producties 35, 36 en 38 daarom als strijdig met een goede procesorde buiten beschouwing laten.

3.3

De Ondernemingskamer zal [A] en [B] niet-ontvankelijk verklaren in hun verzoek voor zover dat betrekking heeft op Annunciata, nu zij geen aandelen houden in het geplaatst kapitaal van Annunciata en derhalve niet voldoen aan het vereiste van art. 2:346 lid 1 sub b BW.

3.4

[I] hebben aan hun verzoeken ten grondslag gelegd dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van BKS c.s. en dat gelet op de toestand van de vier vennootschappen onmiddellijke voorzieningen dienen te worden getroffen. Ter toelichting hebben [I] – zakelijk weergegeven – de volgende gronden aangevoerd:

i. Impasse in algemene vergaderingen

In de AVA van BKS c.s. bestaat een impasse in de besluitvorming, hetgeen ook door [H] en [D] wordt erkend. Tegenstrijdige opvattingen in de aandeelhoudersvergaderingen verhinderen dat (zorgvuldige) besluitvorming plaatsvindt.

Ernstig conflict tussen aandeelhouders en bestuurder

Er is sprake van een ernstig conflict tussen de organen van BKS c.s., te weten tussen [I] enerzijds en de overige aandeelhouders van BKS c.s. en [H] als bestuurder anderzijds. Dit conflict staat noodzakelijke acties en handelen om te komen tot besluitvorming ten aanzien van de winstbestemming en een strategisch plan in de weg, waardoor de gereserveerde winsten onvoldoende renderen.

Belangenverstrengeling bestuurder

[H] had als bestuurder van BKS c.s., althans in ieder geval bij BKS, Bexpark en Bexplein, een persoonlijk, direct tegenstrijdig belang bij het terzijde schuiven van het tweede Berenschot-rapport omdat daarin volgens [I] is voorzien dat zij slechts tijdelijk bestuurder van BKS c.s. zou zijn, in afwachting van een benoemingsprocedure voor een nieuwe bestuurder. Zij heeft niettemin deelgenomen aan de beraadslaging en besluitvorming daarover. Verder heeft zij uiteindelijk ook uitsluitend in haar eigen belang in plaats van in het belang van BKS c.s. gehandeld.

Geen zelfstandige afweging van belangen van groepsmaatschappijen, gelieerde rechtspersonen en de groep als geheel

Het bestuur van BKS c.s. weigert een inhoudelijke toelichting te geven op het gevoerde beleid ten aanzien van de gemaakte afspraken in de onderlinge beheersovereenkomsten tussen groepsmaatschappijen en gelieerde rechtspersonen.

Gebrek aan (strategisch) beleid

Er is een gebrek aan (strategisch) beleid terwijl een strategisch plan noodzakelijk is voor de succesvolle voortzetting van de ondernemingen van BKS c.s. Met het huidige beleid groeien de bedreigingen, worden corporate opportunities gemist en blijven aanzienlijke bedragen gereserveerd terwijl daarmee een hoger rendement kan worden behaald. Het bestuur veronachtzaamt of miskent in dit opzicht haar taak doordat zij de samenstelling van een RvC lijkt af te wachten, zakelijk suggesties ter vergadering van individuele aandeelhouders(groepen) weigert om te zetten in beleid en nalaat zelfstandig een strategisch plan op te stellen.

Onverantwoord economisch beleid

De bestuurder is ongeschikt om economisch beleid te vormen en ontbeert kritisch ondernemerschap. Het bestuur laat na maatregelen te treffen in anticipatie op aanstaande toetreding op de markt van een concurrent (de [L] parkeergarage), weigert conform de aanbeveling van Berenschot een inventarisatie te maken van de ondernemingskansen en komt met ideeën die haaks staan op de door de aandeelhouders geformuleerde kaders. Met betrekking tot Annunciata geldt dat deze vennootschap vrijwel geen rendement genereert, ondanks de courante positie en de aanwezigheid van een optimalisatieverplichting in de diverse beheersovereenkomsten.

Handelen van het bestuur in strijd met de statuten en overeenkomsten

Statutaire goedkeuringsrechten van de algemene vergaderingen worden veronachtzaamd en een zorgvuldig besluitvormingsproces wordt door het bestuur ‘getorpedeerd’, waaronder met betrekking tot de herfinanciering van Bexplein en het aannemen van personeel door BKS c.s. Voorts handelt het bestuur van BKS in strijd met meerdere bepalingen uit tussen BKS met Bexpark, Bexplein en Annunciata gesloten beheersovereenkomsten. Zo worden in strijd met de beheersovereenkomst van Bexpark bonussen voor het personeel van BKS verantwoord in Bexpark. Ook komt BKS, en daarmee haar bestuurder [H] , de in de beheersovereenkomsten vervatte verplichting niet na om met betrekking tot het beheer een beleid op te stellen dat is gericht op optimalisatie van het vastgoedrendement en de waarde van het complex.

Ongefundeerd en ongemotiveerd dividendbeleid

BKS c.s. voeren een ongefundeerd en ongemotiveerd dividendbeleid. Er wordt al jaren veel te weinig dividend uitgekeerd terwijl de middelen ruim voorhanden zijn. Met betrekking tot Bexpark en Bexplein geldt dat het door de medeaandeelhouders bij meerderheid genomen besluit tot dividendbeleid niet de vrucht is van onderling overleg ter vergadering en dat [I] hiervan welbewust zijn uitgesloten. Van de vereiste zorgvuldige afweging van alle belangen bij een besluit tot reservering van de winst is geen sprake. De bestuurder is niet in staat een (zorgvuldig) dividendbeleid op te stellen; ook de uitlatingen van de overige aandeelhouders geven hier geen blijk van.

3.5

BKS c.s., [J] en [G] hebben gemotiveerd verweer gevoerd. De Ondernemingskamer zal hieronder waar nodig op dit verweer ingaan.

Grond i

3.6

Dat de verhoudingen tussen [I] enerzijds en de overige aandeelhouders (en het bestuur) anderzijds zijn verstoord doordat zij tegenstrijdige opvattingen hebben over het te voeren beleid blijkt genoegzaam uit de feiten en is niet in geschil. Zoals BKS c.s. (ondersteund door [J] en [G] ) evenwel terecht hebben aangevoerd, heeft dit niet geleid tot een impasse in de besluitvorming. Als gevolg van de zeggenschapsverhoudingen binnen de algemene vergaderingen van BKS c.s. ( [I] zijn minderheidsaandeelhouders in BKS, Bexplein en Bexpark, en [C] is dat in Annunciata) en de statutaire meerderheidsvereisten worden de nodige besluiten weldegelijk genomen. De Ondernemingskamer wijst in dat verband op de bij algemene stemmen genomen besluiten tot vaststelling van de jaarrekeningen 2017 en het verlenen van decharge aan het bestuur (zie 2.22). Voorts is gebleken dat ook overige besluitvorming plaatsvindt, waaronder statutair voorgeschreven goedkeuringsbesluiten zoals de goedkeuring van de herfinanciering van Bexplein in de algemene vergadering van 18 januari 2019, en besluitvorming met betrekking tot dividenduitkeringen.

3.7

Anders dan [I] betogen blijkt niet dat de bestaande tegenstrijdige opvattingen ertoe leiden dat het besluitvormingsproces onvoldoende zorgvuldig is. Zo is gebleken dat de aandeelhouders door het bestuur van de vennootschappen ruimhartig van informatie worden voorzien. Aan de zijde van [I] is onweersproken gebleven dat de besturen aan de aandeelhouders maandelijkse rapportages, kwartaalcijfers en begrotingen toesturen en dat er tot 8 maart 2019 (zie 2.31) jaarlijks meerdere aandeelhoudersvergaderingen en overlegvergaderingen van aandeelhouders met de besturen van de vennootschappen werden gehouden. [I] hebben daarin de gelegenheid gekregen om hun vragen te stellen en hun visie op het beleid van BKS c.s. kenbaar te maken, van welke gelegenheid zij bovendien (veelvuldig) gebruik hebben gemaakt. Vragen die door hen werden gesteld zijn door (het bestuur van) BKS c.s. beantwoord.

[H] en [D] hebben betwist dat zij zouden onderschrijven dat sprake is van een impasse in de besluitvorming. Ter zitting heeft [H] toegelicht dat zij met de opmerking over het lamleggen van de bedrijfsvoering (zie 2.26) bedoelde dat iedere vorm van overleg tussen het bestuur en de algemene vergadering over de bedrijfsvoering leidt tot een stroom van informatieverzoeken voorafgaand aan en tijdens die vergaderingen en dat sprake is van een non-coöperatieve houding van [I] Dit legt een (te) groot beslag op de voor het bestuur beschikbare tijd en middelen en gaat ten koste van de bedrijfsvoering. Om die reden heeft het bestuur begin maart 2019 besloten de onverplichte periodieke overlegvergaderingen af te schaffen; de aandeelhouders worden voortaan via de algemene vergadering geïnformeerd, met dien verstande dat de gebruikelijke toezending van rapportages en begrotingen zal worden voortgezet, aldus BKS c.s. Nu tevens is beslist dat de algemene vergaderingen van BKS c.s. in de toekomst zullen worden voorgezeten door een externe, onafhankelijke voorzitter, acht de Ondernemingskamer voldoende gewaarborgd dat de beraadslaging en besluitvorming conform de wettelijke en statutaire regelingen – en derhalve met de vereiste zorgvuldigheid – zullen kunnen blijven plaatsvinden.

Gelet op het voorgaande is er naar het oordeel van de Ondernemingskamer geen gegronde reden voor twijfel aan een juist beleid en juiste gang van zaken bij BKS c.s. op dit punt.

Gronden ii, v, vi en viii

3.8

De Ondernemingskamer constateert dat de verstoorde verhoudingen tussen de aandeelhouders met name terug te voeren zijn op het verschil van inzicht met betrekking tot het door BKS c.s. te voeren economisch en strategisch beleid alsmede ten aanzien van het daarmee samenhangende dividendbeleid en ziet daarin aanleiding om de onder 3.4 sub ii, v, vi en viii aangevoerde gronden gezamenlijk te behandelen. De Ondernemingskamer stelt daarbij voorop dat – zoals tussen partijen ook niet in geschil is – het bepalen van het beleid van de vennootschappen en de daaraan verbonden onderneming primair een aangelegenheid is van het bestuur van de vennootschappen en dat de Ondernemingskamer in beginsel niet treedt in de juistheid van dat beleid. Tegen die achtergrond overweegt de Ondernemingskamer als volgt.

3.9

De aandeelhouders van BKS c.s. hebben getracht een gezamenlijke toekomstvisie voor BKS c.s. te formuleren en vast te leggen in een strategisch plan. Overeenstemming op dit punt is, ondanks de begeleiding van onder meer organisatieadviesbureau Berenschot en van [M] en [N] , niet mogelijk gebleken. Uit de overgelegde toekomstvisies, de inhoud van de informatieverzoeken en het stemgedrag ter algemene vergadering van elk van de vennootschappen blijkt dat waar [I] telkens een actievere beleggingsstrategie en een ruimer dividendbeleid voorstaan, de meerderheid van de algemene vergaderingen en het bestuur kennelijk wenst vast te houden aan de huidige, meer behoudende strategie. Anders dan [I] stellen heeft dit aanhoudende verschil van inzicht binnen de algemene vergaderingen van BKS c.s. vooralsnog evenwel geen negatief effect op de besluitvorming en de werking van de organen van de vennootschappen. De continuïteit van de ondernemingen van BKS c.s. wordt niet bedreigd als gevolg van het ontbreken van een gemeenschappelijke toekomstvisie binnen de algemene vergaderingen. Dat [I] het niet eens zijn met de visie van het bestuur en de meerderheidsaandeelhouders maakt dat niet anders. Tussen partijen is niet in geschil dat Berenschot heeft geconcludeerd dat het rendement van BKS c.s. hoog is en dat de vooruitzichten van BKS c.s. op dit moment goed zijn, met dien verstande dat [I] zich op het standpunt stellen dat de rendementen evenwel (nog) hoger zullen kunnen zijn bij een andere strategie. Het is evenwel – bij het uitblijven van een door de aandeelhouders gezamenlijk gedragen beleidsvisie – aan het bestuur om de strategie van BKS c.s. te bepalen. Dat het door het bestuur gevoerde economische en strategische beleid evident onjuist en/of onverantwoord zou zijn, of dat het bestuur zijn taak zodanig heeft vervuld dat geen redelijk handelend bestuur eenzelfde handelwijze zou kunnen voorstaan, hebben [I] , in het licht van voornoemde marginale toetsing en het door BKS c.s. gevoerde verweer, ten slotte onvoldoende toegelicht. De Ondernemingskamer acht het daarbij nog van belang dat de overige aandeelhouders ter zitting nadrukkelijk hebben verklaard het bestuur en de huidige strategie van BKS c.s. te steunen.

3.10

Met betrekking tot het dividendbeleid heeft het bestuur toegelicht dat dit is gericht op i) behoud van een ruime oorlogskas voor investeringen in nieuwe, belangrijke projecten waarvoor voldoende eigen financiële middelen beschikbaar moeten zijn (investeringen bedragen al gauw € 10-30 miljoen), ii) behoud van een buffer voor toekomstige risico’s en noodzakelijke (onderhouds)investeringen (waaronder de dreigende concurrentie van [L] en Interparking en investeringen vanwege verduurzamingsvereisten) en iii) de aankomende aflossingsverplichtingen jegens Rabobank wegens het verstrijken van de looptijd van de leningsovereenkomst ter zake de garages in Vlaardingen per 30 december 2019 en de leaseovereenkomst ter zake de garage in Scheveningen per 30 december 2024. Deze toelichting op het gevoerde dividendbeleid komt de Ondernemingskamer niet onredelijk voor. Uit de overgelegde stukken blijkt bovendien dat een en ander tevens in lijn is met de wens van de meerderheid binnen de algemene vergaderingen tot gedeeltelijke reservering van de winst. BKS c.s. hebben verder onweersproken aangevoerd dat er desondanks sinds 2005 aanzienlijke dividenden zijn uitgekeerd, waarvan ruim € 8,5 miljoen aan [I] In dat licht kan in redelijkheid niet worden gezegd dat [I] door het gevoerde dividendbeleid onevenredig worden geraakt in hun belang om als minderheidsaandeelhouder een redelijke vergoeding voor hun financiële betrokkenheid te ontvangen. Ten aanzien van Bexpark en Bexplein geldt bovendien dat binnen die vennootschappen inmiddels een dividendbeleid is geïmplementeerd op basis van een door [I] voorgestelde winststaffel. De stelling dat [I] van besluitvorming dienaangaande worden uitgesloten komt de Ondernemingskamer dan ook niet juist voor. Het voorgaande brengt mee dat naar het oordeel van de Ondernemingskamer op dit punt geen sprake is van twijfel aan de juistheid van het beleid en de gang van zaken bij BKS c.s. zodat ook de gronden ii, v, vi en viii niet slagen.

Grond iii

3.11

De Ondernemingskamer heeft in 2.5 vastgesteld dat [H] al sinds 11 februari 1998 bestuurder is van Annunciata. Naar de Ondernemingskamer begrijpt heeft het verwijt dat ter zake van de besluitvorming rondom de Berenschot-rapporten en de benoemingen van [H] , sprake zou zijn van belangenverstrengeling dan ook uitsluitend betrekking op BKS, Bexplein en Bexpark.

3.12

Vaststaat dat de aandeelhouders er (nog) niet in zijn geslaagd unaniem een strategisch plan overeen te komen. Dit betekent echter niet dat – zoals [I] betogen – de inhoud van de Berenschot-rapporten geheel terzijde is geschoven. Zo hebben [J] en [G] ter zitting verklaard dat zij nog steeds het belang van het instellen van een RvC – een van de afspraken in de Berenschot-rapporten – onderschrijven. In dat kader hebben BKS c.s. desgevraagd toegelicht dat op de op 22 oktober 2019 voorziene algemene vergaderingen van BKS c.s. het inrichten van de RvC geagendeerd zal staan en dat het bestuur in dat kader een voordracht zal doen. Ook zal een besluit tot wijziging van de statuten worden geagendeerd, dat bijvoorbeeld zou kunnen voorzien in een uitbreiding van de bevoegdheden van de RvC, zoals een goedkeuringsrecht.

3.13

In het verwijt van [I] ligt verder het standpunt besloten dat in het kader van de eerste werksessie met Berenschot op 23 augustus 2017 is afgesproken dat de benoeming van [H] slechts een tijdelijk karakter zou hebben en dat die afspraak thans wordt geschonden. BKS c.s. hebben dit betwist door er onder meer op te wijzen dat het besluit van 29 september 2017 waarbij [H] tot bestuurder is benoemd op dit punt geen clausulering kent. Uitgangspunt is dat de algemene vergadering besluit tot benoeming van de bestuurder. Vastgesteld kan worden dat het de bedoeling was dat [H] aanvankelijk tijdelijk tot bestuurder zou worden benoemd. Anders dan [I] menen kan echter uit de in het eerste Berenschot-rapport neergelegde afspraken niet worden afgeleid dat tussen de aandeelhouders is overeengekomen dat [H] in geen geval voor een benoeming voor onbepaalde tijd in aanmerking zou komen. Uit de overgelegde notulen van diverse overleggen blijkt dat het functioneren en de eventuele vervanging van [H] als bestuurder met name door [I] bij herhaling aan de orde is gesteld, maar dat de meerderheid van de aandeelhouders in BKS c.s. zich telkens heeft uitgesproken voor het aanblijven van [H] . Uiteindelijk is in de algemene vergadering van BKS op 8 maart 2019 het voorstel van [I] tot vervanging van [H] bij meerderheid verworpen. Daarmee is van een tijdelijke benoeming bij BKS, Bexpark en Bexplein geen sprake meer. De Ondernemingskamer is van oordeel dat het de algemene vergadering in de geven omstandigheden vrij stond om die beslissing te nemen. Dat [H] bij de beraadslaging op 8 maart 2019 aanwezig is geweest doet daar niet aan af. Van doorslaggevend belang is dat [J] en [G] als meerderheidsaandeelhouders, zoals zij ter zitting nog hebben verklaard, tevreden zijn over het functioneren van [H] . De meer algemene stelling van [I] dat [H] ‘uiteindelijk ook nog uitsluitend naar haar eigen belang heeft gehandeld in plaats van in het belang van BKS c.s.’ is onvoldoende concreet en in het geheel niet onderbouwd.

Gelet op het voorgaande is ook op dit punt niet gebleken van een gegronde reden voor twijfel aan een juist beleid en juiste gang van zaken bij BKS, Bexpark en Bexplein.

Grond iv

3.14

De onder 3.4 sub iv aangevoerde grond slaagt evenmin nu deze stelling onvoldoende concreet is en bovendien feitelijke grondslag mist. BKS c.s. hebben nagelaten in hun verzoeken te onderbouwen op welke beheersovereenkomsten tussen welke groepsmaatschappijen en gelieerde rechtspersonen hun klachten zich richten en te concretiseren op welk beleid en welke afspraken zij een nadere toelichting zouden willen zien.

Grond vii

3.15

[I] hebben naar voren gebracht dat het bestuur de statutaire goedkeuringsregelingen schendt, dan wel een zorgvuldig proces om tot een goedkeuringsbesluit te komen ‘torpedeert’. Ter onderbouwing van deze stelling hebben zij gewezen op de gang van zaken rondom de herfinanciering van Bexplein en het aannemen van personeel door BKS c.s. De Ondernemingskamer volgt [I] niet in deze stelling. BKS c.s. heeft de gang van zaken rondom het herfinancieringsproces van Bexplein genoegzaam toegelicht. Daaruit blijkt dat het bestuur heeft getracht (concurrerende) alternatieve offertes te verkrijgen, dat zij daartoe een onafhankelijke adviseur op het gebied van vastgoedfinanciering heeft ingeschakeld om verschillende opties naast Rabobank te onderzoeken, dat deze adviseur aanraadde om het bod van Rabobank af te wachten omdat het de vraag was of andere aanbieders (als ze al zouden willen offreren) concurrerender zouden zijn, en dat [H] de aandeelhouders vervolgens tijdens de vergadering van 23 november 2018 heeft geïnformeerd over het moeizame verloop van het herfinancieringsproces. Het bestuur heeft vervolgens het definitieve financieringsvoorstel conform artikel 11 lid 2 sub b van de statuten van Bexplein tijdig (namelijk op 4 januari 2019) ter goedkeuring aan de aandeelhouders toegestuurd en ter goedkeuring voorgelegd. Ter vergadering van 18 januari 2019 heeft het bestuur het financieringsvoorstel desgevraagd door [I] aan de aandeelhouders toegelicht en is het door de aandeelhouders besproken, waarna het voorstel bij meerderheid van stemmen is goedgekeurd. Tegen die achtergrond is naar het oordeel van de Ondernemingskamer geen sprake van schending van de statutaire verplichtingen en kan evenmin worden gezegd dat het besluitvormingsproces onzorgvuldig is geweest. Dat voorts zonder de statutair vereiste goedkeuring van de algemene vergadering personeel is aangenomen door BKS c.s. is onvoldoende concreet aangevoerd en niet onderbouwd en reeds om die reden slaagt deze grond evenmin. In dat kader is de door BKS c.s. gegeven weerlegging van dit verwijt (namelijk dat zich met betrekking tot het vaste personeel geen mutaties hebben voorgedaan en mutaties hooguit tijdelijke parkeerwachters betreffen, waarbij het gaat om overeenkomsten met een zeer beperkt financieel belang) ook overigens onvoldoende door [I] weersproken.

Tot slot hebben [I] aangevoerd dat (het bestuur van) BKS in strijd handelt met de beheersovereenkomsten aangezien geen beleid is vastgesteld gericht op optimalisatie van het rendement. Niet is echter gebleken dat de wijze waarop het bestuur van BKS uitvoering geeft aan die overeenkomsten blijk geeft van iets anders dan de door de meerderheid van de algemene vergadering gewenste wijze van optimalisatie van het rendement. Dat dat beleid kennelijk niet op schrift is gesteld of anderszins is geëxpliciteerd, is in dat licht van ondergeschikt belang. Ter zitting hebben [I] deze grond aangevuld en toegevoegd dat BKS, Bexpark en Bexplein een RvC behoren te hebben, dat de benodigde checks and balances ontbreken en dat zij vrezen dat er geen RvC meer gaat komen. Tegen deze toevoeging in dit stadium van de procedure alsmede tegen de nieuwe stelling van [I] dat de inhoud van het rapport Berenschot kan worden gekwalificeerd als een aandeelhoudersovereenkomst is door verweersters bezwaar gemaakt. De Ondernemingskamer acht die nieuwe stellingen inderdaad in dit stadium van de procedure in strijd met een goede procesorde en laat ze daarom buiten beschouwing.

Slotsom

3.16

De slotsom is dat geen gegronde redenen bestaan voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken bij BKS c.s. De Ondernemingskamer zal [A] en [B] niet ontvankelijk verklaren voor zover hun verzoek betrekking heeft op Annunciata en de verzoeken van [I] voor het overige afwijzen. De Ondernemingskamer zal [I] als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, veroordelen in de kosten van het geding zoals hierna te vermelden.

4 De beslissing

De Ondernemingskamer:

in de zaken 200.257.780/01 OK, 200.262.030/01 OK en 200.262.016/01 OK:

wijst de verzoeken van [A] , [B] en [C] af;

veroordeelt [A] , [B] en [C] hoofdelijk in de kosten van het geding tot op heden aan de zijde van [D] , [E] en [F] gezamenlijk begroot op € 4.194;

in de zaak 200.262.034/01 OK:

verklaart [A] en [B] niet ontvankelijk in hun verzoek;

wijst het verzoek van [C] af;

en verder in alle zaken:

veroordeelt [A] , [B] en [C] in de kosten van het geding tot op heden aan de zijde van Beheerskantoor Scheveningen B.V., Bexpark B.V., Bexplein B.V. en Annunciata B.V. gezamenlijk begroot op € 6.186;

veroordeelt [A] , [B] en [C] hoofdelijk in de kosten van het geding tot op heden aan de zijde van [G] begroot op € 4.518;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. Wolfs, voorzitter, C.C. Meijer en mr. A.W.H. Vink, raadsheren, drs. C. Smits-Nusteling RC en drs. J.S.T. Tiemstra RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. S.C. Prins, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.W.H. Vink op 17 september 2019.