Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:3339

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
13-09-2019
Datum publicatie
20-09-2019
Zaaknummer
23-002121-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Mishandeling door schop in buik. Oplegging van taakstraf 20 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002121-18

datum uitspraak: 13 september 2019

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 29 mei 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-214241-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Bondsrepubliek Duitsland) op [geboortedag] 1965,

postadres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 augustus 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 14 augustus 2017 te Haarlem [slachtoffer] heeft mishandeld door deze in de buik te schoppen/trappen;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere strafoplegging komt dan de politierechter.

Bewijsoverweging

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep ontslag van alle rechtsvervolging bepleit en daartoe aangevoerd dat de verdachte een geslaagd beroep op noodweer toekomt, gelet op de verklaring van de verdachte dat het de aangeefster is geweest die als eerste geweld heeft gebruikt met een duw en dat de verdachte uit zelfverdediging heeft gehandeld.

Het hof verstaat dit verweer als een bewijsverweer en overweegt hieromtrent als volgt.

Het hof stelt voorop dat een beroep op noodweer kan worden gehonoreerd indien aannemelijk is geworden dat het handelen van de verdachte was geboden door de noodzakelijke verdediging van verdachtes of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding, waar onder omstandigheden mede is begrepen een onmiddellijk dreigend gevaar voor zodanige aanranding.

Bij de vaststelling van de feiten gaat het hof uit van de verklaring van de aangeefster die wordt ondersteund door het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] met daarin opgenomen een beschrijving van de camerabeelden van het [hotel], met bijgevoegd de stills van het incident. Hieruit blijkt dat de verdachte de aangeefster op enig moment in de buikstreek heeft geschopt. In het dossier kan geen steun worden gevonden voor de verklaring van de verdachte dat de aangeefster haar eerst geduwd zou hebben, zodat het hof het bestaan van een noodweersituatie voor de verdachte niet aannemelijk acht.

Het beroep op noodweer wordt dan ook verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op of omstreeks 14 augustus 2017 te Haarlem [slachtoffer] heeft mishandeld door haar in de buik te schoppen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één week met een proeftijd van twee jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 14 uren, subsidiair 7 dagen hechtenis met een proeftijd van twee jaren.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling door het slachtoffer in haar buik te schoppen. Het slachtoffer heeft hierdoor pijn geleden. Door aldus te handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Bovendien kunnen dergelijke feiten bijdragen aan gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving. Het hof neemt dit de verdachte kwalijk.

Het hof houdt in sterke mate rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals die naar voren zijn gebracht tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en zal daarom aan de verdachte een taakstraf van beperkte duur opleggen. Het hof acht het evenwel niet passend de taakstraf in voorwaardelijke vorm op te leggen, zoals gevorderd door de advocaat-generaal.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 63 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. R.D. van Heffen en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

13 september 2019.

mr. B.A.A. Postma is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.