Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:3242

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
09-07-2019
Datum publicatie
29-01-2020
Zaaknummer
200.216.844/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; uitkoop; eindarrest

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2019/166
JONDR 2019/1321
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

arrest

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.216.844/01 OK

arrest van de Ondernemingskamer van 9 juli 2019

inzake

de rechtspersoon naar het recht van Vermont, USA,

INTERLOGIC, INC.,

gevestigd te Vermont, USA,

EISER IN CONVENTIE,

VERWEERDER IN RECONVENTIE,

VERWEERDER IN HET INCIDENT,

advocaat: mr. J. van der Steenhoven, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FREDWERK B.V.,

gevestigd te Voorburg,

GEDAAGDE IN CONVENTIE,

EISERES IN RECONVENTIE,

EISERES IN HET INCIDENT,

advocaat: mr. A.C. Kool, kantoorhoudende te Amsterdam.

1 Het verloop van het geding

1.1

Partijen zullen hierna worden aangeduid als Interlogic en Fredwerk.

1.2

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar arresten van 27 maart 2018 en 11 september 2018.

1.3

Bij het arrest van 11 september 2018 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen door dr. J. Vis MBA CMC RV FRICS te Amsterdam (hierna: de deskundige) naar de waarde van alle aandelen in Logic Supply B.V. (hierna: Logic Supply) per 30 september 2016 en het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 30.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.

1.4

De deskundige heeft op 31 januari 2019 zijn rapport met betrekking tot de waarde van de aandelen Logic Supply ter griffie van de Ondernemingskamer ingediend.

1.5

Interlogic heeft bij akte na deskundigenbericht van 5 maart 2019 geconcludeerd – zakelijk weergegeven – Fredwerk te veroordelen de door haar in Logic Supply gehouden aandelen over te dragen aan Interlogic tegen betaling van € 205.869 en primair Fredwerk te veroordelen in de kosten van de procedure, subsidiair deze kosten te compenseren tussen partijen.

1.6

Fredwerk heeft bij akte na deskundigenbericht, met productie, van 5 maart 2019 geconcludeerd – zakelijk weergegeven – dat de door de deskundige bepaalde waarde van de aandelen aanzienlijk dient te worden verhoogd en vermeerderd:

  • -

    met de wettelijke rente vanaf het moment van waarderen tot aan het moment van voldoening en;

  • -

    met de wettelijke handelsrente vanaf de datum van waardering, althans een datum die de Ondernemingskamer juist acht, tot de datum van algehele voldoening van de geldsom,

met – zo begrijpt de Ondernemingskamer – veroordeling van Interlogic in de kosten van het deskundigenbericht.

1.7

De deskundige heeft op 12 februari 2019 een aan Logic Supply gerichte declaratie met specificatie van de door hem in verband met de waardering verrichte werkzaamheden aan de Ondernemingskamer gezonden. Het bedrag van deze declaratie bedraagt € 30.900 exclusief btw. Zowel Interlogic als Fredwerk hebben op 12 maart 2019 bezwaren tegen die declaratie naar voren gebracht.

1.8

De deskundige heeft op 12 maart 2019 een herziene declaratie aan de Ondernemingskamer gezonden. Het bedrag van deze declaratie bedraagt € 30.000 exclusief btw. Interlogic heeft daarop op 13 maart 2019 gereageerd.

1.9

Vervolgens heeft Interlogic op 19 maart 2019 de stukken van het geding overgelegd en arrest gevraagd.

2 De gronden van de beslissing

2.1

De Ondernemingskamer stelt het volgende voorop. Fredwerk heeft haar standpunt dat het besluit van het bestuur van Logic Supply van 9 maart 2017 tot uitgifte aan Interlogic van nieuwe aandelen in Logic Supply – met uitsluiting van het voorkeursrecht van Fredwerk – is genomen met het oneigenlijke doel om Interlogic toegang tot de uitkoopprocedure te verschaffen, niet langer gehandhaafd (zie 2.1 van het tussenarrest van 11 september 2018). Daaruit volgt dat tussen partijen niet (langer) in geschil is dat Interlogic als aandeelhouder voor eigen rekening ten minste 95% van het geplaatste kapitaal van Logic Supply verschaft en ten minste 95% van de stemrechten in de algemene vergadering kan uitoefenen. De vordering van Interlogic is in zoverre deugdelijk.

2.2

De Ondernemingskamer heeft in het arrest van 11 september 2018 overwogen dat tussen partijen niet in geschil is dat Interlogic de door Fredwerk gehouden aandelen in het geplaatste kapitaal van Logic Supply wenst te verwerven en dat Fredwerk die aandelen van de hand wenst te doen. Partijen zijn op 5 juli 2018 ter comparitie ten overstaan van de Ondernemingskamer overeengekomen dat de in deze procedure vast te stellen uitkoopprijs gelijk is aan 25% van de waarde van alle aandelen in Logic Supply per 30 september 2016. De Ondernemingskamer heeft vervolgens een deskundigenonderzoek naar die waarde bevolen.

2.3

De conclusie van het rapport van de deskundige van 31 januari 2019 luidt dat de economische waarde van 100% van het Eigen Vermogen, zijnde de geplaatste gewone aandelen van Logic Supply, per 30 september 2016 € 823.477 bedraagt en dat dienovereenkomstig de waarde van het aandelenpakket van Fredwerk in Logic Supply, conform bovengenoemde afspraak te stellen op 25% van de waarde van alle aandelen, € 205.869 is.

2.4

Interlogic heeft bij akte na deskundigenbericht te kennen gegeven dat zij bereid is voormelde € 205.869 als koopsom voor de aandelen Logic Supply te voldoen.

2.5

Fredwerk heeft zich in haar akte na deskundigenbericht op het standpunt gesteld dat de deskundige tot een aanzienlijk hogere waarde van de aandelen had moeten komen. Zij heeft zich daarbij beroepen op brieven van [N=2] Advisory van 24 januari 2019 en van 4 maart 2019 waarin kanttekeningen worden geplaatst bij de (concept-)bevindingen van de deskundige, welke onder meer zien op de onderbouwing van de operationele kosten, de vermogensstructuur en de gebruikte methodiek. Volgens Fredwerk zou het totaal van de door haar gemaakte kanttekeningen een opwaarts effect op de waardebepaling hebben van rond de 50%.

2.6

De Ondernemingskamer overweegt als volgt. In het deskundigenrapport heeft de deskundige de bezwaren die door Fredwerk in reactie op het conceptrapport aan de deskundige zijn voorgelegd, weerlegd. Fredwerk heeft bij haar akte na deskundigenbericht onvoldoende toegelicht waarom deze bezwaren – die zij heeft herhaald – alsnog tot een hogere waarde van de aandelen zouden moeten leiden. De overige door Fredwerk naar voren gebrachte bezwaren tegen het deskundigenrapport zijn onvoldoende gesubstantieerd.

2.7

De Ondernemingskamer zal gelet op het vorenoverwogene de door Interlogic te betalen prijs voor de door Fredwerk over te dragen aandelen Logic Supply per 30 september 2016 vaststellen op € 205.869.

2.8

Interlogic heeft gevorderd (zie 1.2 onder ii van het arrest van 27 maart 2018) Fredwerk te veroordelen “(…) tot vergoeding van de wettelijke rente vanaf de dag van betaalbaarstelling tot aan de datum van overdracht”. De Ondernemingskamer acht deze vordering niet toewijsbaar. De vordering van Interlogic behelst geen veroordeling van Fredwerk tot betaling van een geldsom, zodat geen sprake kan zijn van vertraging in de voldoening daarvan door Fredwerk.

2.9

Fredwerk heeft bij haar akte na deskundigenbericht aanspraak gemaakt op zowel wettelijke rente als wettelijke handelsrente. De Ondernemingskamer overweegt dat in lid 5 van artikel 2:201a BW is bepaald dat de prijs van de over te dragen aandelen wordt verhoogd met rente, gelijk aan de wettelijke rente, vanaf de peildatum tot de dag van de overdracht. Hieruit volgt dat naast deze bij wet gegeven aanspraak op wettelijke rente, geen plaats is voor een aanspraak op wettelijke handelsrente, nog daargelaten dat aan de vereisten van artikel 6:119a BW niet is voldaan.

2.10

De Ondernemingskamer zal de vergoeding van de deskundige bepalen op € 30.000 exclusief btw. Anders dan Fredwerk heeft betoogd, acht de Ondernemingskamer dit door de deskundige in rekening gebrachte bedrag niet te hoog. De deskundige heeft de door hem gemaakte kosten voldoende gespecificeerd. Niet kan worden geconstateerd dat de gemaakte uren of de gehanteerde tarieven de grenzen van het redelijke overstijgen.

2.11

De Ondernemingskamer zal de kosten van het deskundigenonderzoek ten laste brengen van Interlogic, nu het op haar vordering is dat Fredwerk zal worden veroordeeld tot het overdragen van de door Fredwerk in Logic Supply gehouden aandelen aan haar.

De Ondernemingskamer gaat ervan uit dat de deskundige zijn kosten aan Interlogic heeft gefactureerd of zal factureren.

2.12

Geen van partijen heeft gebruik gemaakt van de in het arrest van 11 september 2018 geboden gelegenheid zich (bij conclusie na deskundigenbericht) uit te laten over de vraag of er grond is voor verlenging van het verbod tot het doen van mededelingen zoals dat bij de arresten van 27 maart 2018 en 11 september 2018 aan Fredwerk is opgelegd. De Ondernemingskamer zal dan ook niet overgaan tot een verdere verlenging van het verbod na dit arrest.

2.13

In verband met de in 2.2. genoemde afspraak tussen partijen, heeft Fredwerk haar reconventionele vordering ter comparitie ingetrokken (zie r.o. 1.5 van het tussenarrest van 11 september 2018). De Ondernemingskamer zal Fredwerk daarom niet ontvankelijk verklaren in die vordering.

2.14

Over de proceskosten overweegt de Ondernemingskamer als volgt. Interlogic zal in de kosten van Fredwerk in haar incidentele vordering worden veroordeeld als daarin in het ongelijk gestelde partij. Fredwerk zal worden veroordeeld in de kosten die Interlogic tot aan de comparitie van partijen in verband met de reconventionele vordering heeft moeten maken. Verder constateert de Ondernemingskamer dat het verweer van Fredwerk tegen Interlogics vordering in de hoofdzaak in conventie in die zin effect heeft gehad, dat Interlogic veroordeeld zal worden tot betaling van een hogere prijs per aandeel dan door haar (primair) was gevorderd. Hierom kan de Ondernemingskamer Interlogic niet volgen in haar standpunt dat Fredwerk op grond van haar processuele houding, mede in relatie tot de eerder gedane voorstellen en de thans noodzakelijk gemaakte kosten, de kosten van het geding zou moeten dragen. De Ondernemingskamer zal Interlogic veroordelen in de kosten van Fredwerk die samenhangen met deze vordering.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

in het incident

veroordeelt Interlogic, Inc., gevestigd te Vermont, USA, in de kosten van het geding, aan de zijde van Fredwerk B.V., gevestigd te Voorburg, begroot op € 3.603 voor salaris;

in de hoofdzaak in conventie

veroordeelt Fredwerk B.V. het onbezwaarde recht op de aandelen in het geplaatst kapitaal van Logic Supply B.V., gevestigd te Leiden, waarvan zij houder is, aan Interlogic, Inc. over te dragen;

stelt de prijs van de over te dragen aandelen vast per 30 september 2016 op in totaal € 205.869;

verstaat dat die prijs, zo lang en voor zover deze niet is betaald, wordt verhoogd met rente, gelijk aan de wettelijke rente, vanaf 30 september 2016 tot de dag van de overdracht;

veroordeelt Interlogic, Inc. de vastgestelde prijs, met rente zoals vermeld, te betalen aan degenen aan wie de aandelen toebehoren tegen levering van het onbezwaarde recht op de aandelen;

bepaalt de vergoeding van de deskundige op € 30.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, welke kosten voor rekening komen van Interlogic, Inc.;

veroordeelt Interlogic, Inc. in de kosten van het geding, aan de zijde van Fredwerk B.V. begroot op € 3.398 aan verschotten en € 4.804 voor salaris;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd;

in de hoofdzaak in reconventie

verklaart Fredwerk B.V. niet ontvankelijk in haar vordering;

veroordeelt Fredwerk B.V. in de kosten van het geding, aan de zijde van Interlogic, Inc. begroot op € 1.201 voor salaris;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA en dr. P.M. Verboom, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2019.