Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:3235

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
03-09-2019
Datum publicatie
11-11-2019
Zaaknummer
200.252.725/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verstekarrest. Opzegging van een opleiding ‘doktersassistent’ na aanvang van de opleiding. De eerste rechter achtte de annuleringsregeling onredelijk bezwarend ten aanzien van het studiegeld, het hof ook ten aanzien van de leermiddelen. Richtlijn 93/13/EEG, artikelen 6:237 onder i en 6:233 onder a BW. Slechts de vordering ten aanzien van inschrijfgeld is toewijsbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.252.725/01

zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : 6638356 CV EXPL 18-3035

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 3 september 2019

inzake

[appellante] ,

wonende te [woonplaats],

appellante,

advocaat: mr. T.P. Schut te Amsterdam,

tegen

CAPABEL ONDERWIJS GROEP B.V.,

gevestigd te Zwolle,

geïntimeerde,

niet verschenen.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna [appellante] en Capabel genoemd.

[appellante] is bij dagvaarding van 13 december 2018 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter), van 21 september 2018, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen Capabel als eiseres en [appellante] als gedaagde.

Ter rolle van 15 januari 2019 is tegen Capabel verstek verleend.

[appellante] heeft een memorie van grieven genomen en heeft bewijs van haar stellingen aangeboden. [appellante] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog de vorderingen van Capabel zal afwijzen, met veroordeling van Capabel in de kosten van het geding in beide instanties.

Ten slotte heeft [appellante] arrest gevraagd.

2 Feiten

De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis onder 1 (1.1. t/m 1.8.) de feiten vastgesteld die hij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt.

2.1

Capabel is een onderwijsinstelling. [appellante] heeft zich op 31 mei 2016 via de website van Capabel ingeschreven voor de opleiding ‘Doktersassistent’, welke inschrijving Capabel bij e-mail van dezelfde datum aan [appellante] heeft bevestigd.

2.2

In het door [appellante] op 15 juni 2016 ondertekende opleidingsblad is vermeld:

‘Dit opleidingsblad vormt samen met de Algemene Voorwaarden van Capabel Onderwijs Groep en de startbrief de tussen de partijen gesloten onderwijsovereenkomst (…). Voor zover daarvan in dit opleidingsblad niet wordt afgeweken, zijn de Algemene Voorwaarden van toepassing. In de Algemene Voorwaarden zijn de rechten en plichten van zowel Capabel Onderwijs Groep als de student vastgelegd. De Algemene Voorwaarden zijn reeds bekend en geaccepteerd bij beide partijen. (…)’

In het opleidingsblad is als gewenste startmaand voor de opleiding augustus 2016 opgenomen.

2.3

In de algemene voorwaarden van Capabel is, voor zover relevant, het volgende opgenomen:

Artikel 9: Annuleringsregeling

(…)

9.2

Indien de opdrachtgever/student annuleert binnen de in artikel 4 genoemde bedenktijd, zijn er geen kosten verschuldigd. Na verstrijken van de bedenktijd is de opdrachtgever/student altijd minimaal het inschrijfgeld verschuldigd.

(…)

9.5

Indien de opdrachtgever/student annuleert na start van de opleiding, maar niet meer dan 6 weken na de start van de opleiding, is 40% van het studiegeld verschuldigd. Tevens zijn 100% van de kosten leermiddelen verschuldigd.’

2.4

Bij factuur van 31 mei 2016 heeft Capabel het inschrijfgeld van € 75,00 bij [appellante] in rekening gebracht.

2.5

In een e-mail aan Capabel van 7 november 2016 heeft [appellante] het volgende medegedeeld:

‘Met deze mail wil ik u graag uitleggen wat de oorzaak is van mijn afwezigheid van de opleiding Dokterassistent.

Vol vertrouwen heb ik mij ingeschreven. Het voelde goed om weer een doel te hebben , totdat mijn schulden steeds erger werden en ik zonder werk kwam te zitten. Hierdoor en wegens privé omstandigheden (persoonlijk) ben ik in een depressie komen te zitten.

(…)

Kan het er nu zeker bij hebben om de opleiding te betalen heb het niet en zit met teveel openstaande schulden.

Gelukkig probeer ik nu beetje bij beetje mij leven weer op te pakken. (…)’

2.6

In een e-mail aan [appellante] van 7 november 2016 heeft Capabel het volgende medegedeeld:

‘Uit uw e-mail maken wij op dat het voor u op dit moment niet mogelijk is om de opleidng te volgen. Conform onze algemene voorwaarden waarmee u bij inschrijving akoord bent gegaan, bent u ons bij annulering het inschrijfgeld, de volledige opleidingskosten, de leermiddelen en het online boekenpakket verschuldigd. Echter vanwege het telefonische contact dat op 26 september 2016 heeft plaatsgevonden met uw moeder, zullen wij uit coulance uw annulering met terugwerkende kracht per die datum verwerken.

Daardoor bent u ons conform artikel 9.2 en 9.5 van onze algemene voorwaarden wel het inschrijfgeld, de leermiddelen, het online boekenpakket en 40% van de opleidingskosten verschuldigd. (…)’

2.7

Capabel heeft [appellante] op 7 november 2016 een factuur gestuurd voor een totaalbedrag van € 2.285,00, bestaande uit € 1.971,00 voor 40% annuleringskosten, € 219,00 voor leermiddelen en € 95,00 voor een online boekenpakket (jaarlicentie). Op de factuur is vermeld:

‘Facturering 40% opleidingskosten in verband met annulering opleiding binnen 6 weken na aanvang van de opleiding, conform de voorwaarden.’

3 Beoordeling

3.1

Capabel heeft in eerste aanleg gevorderd, kort gezegd, [appellante] te veroordelen tot betaling van een hoofdsom van € 2.360,00, te vermeerderen met buitengerechtelijke incassokosten, omzetbelasting en rente. Aan deze vordering heeft Capabel ten grondslag gelegd dat partijen een overeenkomst hebben gesloten waarbij [appellante] zich bij Capabel heeft ingeschreven voor het volgen van lessen, op grond waarvan Capabel wegens cursusgeld en/of andere bijdragen van [appellante] een bedrag van € 2.360,00 te vorderen heeft.

3.2

De kantonrechter heeft [appellante] veroordeeld tot betaling aan Capabel van € 294,00 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente, alsmede [appellante] veroordeeld in de kosten van het geding. De vorderingen van Capabel zijn voor het overige afgewezen. Hetgeen de kantonrechter daartoe heeft overwogen kan als volgt worden samengevat. [appellante] heeft met Capabel een overeenkomst gesloten waarop algemene voorwaarden van toepassing zijn. De annuleringsregeling van Capabel biedt evenwel, gelet op de daaraan verbonden financiële voorwaarden, geen reële mogelijkheid tot opzegging na aanvang van de opleiding. Immers, bij annulering binnen zes weken na aanvang van de opleiding dient, ongeacht de reden voor opzegging, altijd 40% van het studiegeld te worden betaald. Vanaf de zevende week na aanvang moet 100% van het studiegeld worden betaald.

Deze annuleringsregeling wordt vermoed een onredelijk bezwarend beding te zijn als bedoeld in artikel 6:237 onder i BW en mag – op straffe van het vermoeden dat het onredelijk bezwarend is – slechts strekken tot een redelijke vergoeding van door Capabel geleden nadeel. Nu Capabel niets ter onderbouwing van haar beroep op het annuleringsbeding naar voren heeft gebracht concludeert de kantonrechter dat sprake is van een onredelijk bezwarend beding. De kantonrechter heeft de annuleringsregeling vernietigd en de vordering die op de annuleringsregeling is gebaseerd afgewezen. [appellante] is volgens de kantonrechter wel € 219,00 voor leermiddelen aan Capabel verschuldigd, nu zij de ontvangst daarvan niet heeft betwist. Daarnaast dient ook het inschrijfgeld van € 75,00 door [appellante] te worden voldaan.

3.3

Tegen deze beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komt [appellante] met haar grieven op.

3.4

Met haar tweede grief komt [appellante] op tegen het oordeel van de kantonrechter dat [appellante] € 219,00 voor leermiddelen aan Capabel is verschuldigd, nu zij de ontvangst daarvan niet heeft betwist. [appellante] heeft de gehele vordering van Capabel betwist en derhalve ook het bedrag van € 219,00 voor leermiddelen. De leermiddelen zouden worden uitgereikt bij aanvang van de opleiding, maar omdat [appellante] nimmer is gestart met de opleiding heeft zij de leermiddelen ook niet ontvangen, aldus [appellante].

3.5

Het hof oordeelt als volgt. Capabel heeft in verband met annulering binnen zes weken na start van de opleiding op grond van de annuleringsregeling zoals opgenomen in artikel 9.5 van de algemene voorwaarden een bedrag van € 219,00 aan leermiddelen bij [appellante] in rekening gebracht. Het hof is op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie EU gehouden ambtshalve na te gaan of dit onderdeel van de annuleringsregeling (hierna: de annuleringsregeling leermiddelen) valt binnen de werkingssfeer van de richtlijn oneerlijke bedingen (richtlijn 93/13/EEG) (hierna: de richtlijn) en indien zulks het geval is, te onderzoeken of het beding onredelijk bezwarend is. Het hof stelt allereerst vast dat de annuleringsregeling leermiddelen binnen de werkingssfeer van de richtlijn valt. Het gaat hier immers om een overeenkomst tussen een professional (zie artikel 2, aanhef en onder c van de richtlijn) en een consument (zie artikel 2, aanhef en onder b van de richtlijn), alsmede een beding waarover niet afzonderlijk is onderhandeld (zie artikel 3 van de richtlijn). Van een kernbeding (zie artikel 4 lid 2 van de richtlijn) is geen sprake nu de annuleringsregeling leermiddelen niet het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst betreft, maar een regeling bevat met betrekking tot de verschuldigdheid van de kosten van leermiddelen in situaties waarin de opdrachtgever/student de opleiding annuleert.

3.6

Vervolgens dient te worden getoetst of de annuleringsregeling leermiddelen onredelijk bezwarend is in de zin van artikel 6:233 sub a BW. Vaststaat dat de annuleringsregeling leermiddelen deel uitmaakt van algemene voorwaarden in de zin van artikel 6:231 aanhef en onderdeel a BW. Met betrekking tot de onredelijke bezwarendheid van de regeling geven voor de consument artikel 6:236 en 6:237 BW nadere invulling aan deze norm.

Artikel 9.5 van de algemene voorwaarden van Capabel bepaalt – onder meer – dat als de opdrachtgever/student annuleert binnen zes weken na de start van de opleiding 100% van de kosten van de leermiddelen verschuldigd is. De annuleringsregeling leermiddelen wordt derhalve vermoed onredelijk bezwarend te zijn krachtens artikel 6:237 onder i BW. In dit artikel is bepaald dat wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn een beding dat voor het geval de overeenkomst wordt beëindigd, anders dan wegens tekortschieten van de consument in de nakoming van zijn verplichtingen, de consument verplicht een geldsom te betalen, behoudens voor zover het een redelijke vergoeding voor door de gebruiker geleden verlies of gederfde winst betreft. Capabel is in hoger beroep niet verschenen en heeft zich in eerste aanleg in het geheel niet uitgelaten over de inhoud en strekking van - onder meer - de annuleringsregeling leermiddelen hoewel zij daartoe in de gelegenheid is gesteld bij het tussenvonnis van de kantonrechter van 30 maart 2018. Het hof oordeelt dan ook dat de annuleringsregeling leermiddelen in artikel 9.5 van de algemene voorwaarden van Capabel onredelijk bezwarend is in de zin van artikel 6:233 sub a BW. Het hof vernietigt de annuleringsregeling leermiddelen en voor zover de vordering van Capabel daarop is gebaseerd zal deze worden afgewezen. Grief II slaagt.

3.7

De eerste grief van [appellante], over de toepasselijkheid en de kenbaarheid van de algemene voorwaarden, betreft een voorwaardelijke grief voor het geval het hof afwijkt van het oordeel van de kantonrechter dat het annuleringsbeding als een onredelijk bezwarend beding moet worden gekwalificeerd. Nu het hof geen aanleiding ziet om tot een ander oordeel te komen over de (gehele) annuleringsregeling als bedoeld in artikel 9 van de algemene voorwaarden dan de kantonrechter, wordt aan de eerste voorwaardelijke grief van [appellante] niet toegekomen.

3.8

Met haar derde grief komt [appellante] op tegen de beslissing van de kantonrechter om [appellante] als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure te veroordelen. De vordering van Capabel is voor het overgrote deel afgewezen, zodat het minimaal op de weg van de kantonrechter had gelegen de kosten te compenseren. Nu slechts de veroordeling van [appellante] tot betaling van het inschrijfgeld van € 75,00 resteert, dient Capabel met de kosten van de procedure te worden belast, aldus [appellante].

3.9

Het hof oordeelt als volgt. Capabel heeft in eerste aanleg gevorderd [appellante] te veroordelen tot betaling van een hoofdsom van € 2.360,00, te vermeerderen met buitengerechtelijke incassokosten, omzetbelasting en rente. De kantonrechter heeft [appellante] veroordeeld tot betaling aan Capabel van € 294,00 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente, zodat partijen over en weer op enkele punten in het ongelijk zijn gesteld en de kosten gecompenseerd hadden mogen worden. Nu in hoger beroep

[appellante] slechts zal worden veroordeeld tot betaling van het inschrijfgeld van € 75,00, zoals volgt uit hetgeen in r.o. 3.6 is overwogen, zal Capabel als de (overwegend) in het ongelijk gestelde partij in de kosten van beide instanties worden veroordeeld. Grief III slaagt derhalve.

3.10

Aan voorwaardelijke grief I wordt niet toegekomen en de grieven II en III slagen. Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd. Capabel zal als de (overwegend) in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van het geding in beide instanties.

4 Beslissing

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep;

en opnieuw rechtdoende:

veroordeelt [appellante] tot betaling aan Capabel van € 75,00 aan inschrijfgeld, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de voldoening;

veroordeelt Capabel in de kosten van het geding in beide instanties, in eerste aanleg aan de zijde van [appellante] begroot op € 420,- voor salaris en in hoger beroep tot op heden op € 425,81 aan verschotten en € 759,- voor salaris;

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mrs. F.J. Verbeek, I.A. Haanappel-van der Burg en

A. van Zanten-Baris en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op

3 september 2019.