Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:3155

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
07-08-2019
Datum publicatie
09-09-2019
Zaaknummer
23-001261-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overtreding van het bepaalde bij artikel 62, bord A1 van bijlage I, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Het hof vernietigt het vonnis waarvan beroep. Oplegging van een geldboete.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer eerste aanleg : 96-124417-18

parketnummer hoger beroep : 23-001261-19

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 7 augustus 2019 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Haarlem van 14 november 2018 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte]

voornamen: [verdachte]

geboren: op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats]

adres: [adres].

Kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

overtreding van het bepaalde bij artikel 62, bord A1 van bijlage I, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 62 en 92 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

gepleegd op 21 juni 2018 te Schiphol-Rijk, gemeente Haarlemmermeer.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Ten aanzien van het onder bewezen verklaarde

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 (vier) maanden.

Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Gewezen door mr. G. Oldekamp, in bijzijn van C.N. Aalders, griffier.

mr. G. Oldekamp