Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2019:3072

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-08-2019
Datum publicatie
31-10-2019
Zaaknummer
200.242.835/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Appel van ECLI:NL:RBNHO:2018:3112. Tussenarrest. Milieuschadeverzekering. De verzekeraarster heeft bij memorie van antwoord een rapport overgelegd met de daarin vervatte conclusie dat de verontreiniging enkel kan zijn veroorzaakt door de omstandigheid dat de capaciteit van de opvangbak onvoldoende was dan wel dat deze niet voldoende vloeistofdicht was. Daarop mag de verzekerde nog reageren.

Zie ECLI:NL:GHAMS:2020:1351.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer: 200.242.835/01

zaak- en rolnummer rechtbank Noord-Holland: C/15/256325 HA ZA 17-193

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 20 augustus 2019

inzake

DE WITTE WIEVEN B.V.,

gevestigd te Nunspeet,

appellante,

advocaat: mr. C. Erasmus te Amsterdam,

tegen

VIVAT SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

h.o.d.n. REAAL SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Amstelveen,

geïntimeerde,

advocaat: mr. W.A.M. Rupert te Rotterdam.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna De Witte Wieven en Reaal genoemd.

De Witte Wieven is bij dagvaarding van 16 juli 2018 in hoger beroep gekomen van een vonnis 18 april 2018 van de rechtbank Noord-Holland, gewezen onder het hierboven genoemde zaak- en rolnummer tussen De Witte Wieven als eiseres en Reaal als gedaagde.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven, met producties;

- memorie van antwoord, met producties.

Ten slotte is arrest gevraagd.

De Witte Wieven heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog voor recht zal verklaren dat Reaal jegens De Witte Wieven toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens De Witte Wieven uit de met laatstgenoemde gesloten milieuverzekeringsovereenkomst door geen dekking te verlenen voor de schade en kosten die samenhangen met het schadeveroorzakend incident van 15 april 2014, alsook zal bepalen dat de schade van De Witte Wieven zal worden opgemaakt bij staat en zal worden vereffend volgens de wet, een en ander met inbegrip van de deskundigenkosten, de kosten van de sanering en nog nader te bepalen buitengerechtelijke kosten, met veroordeling van Reaal in de kosten van beide instanties.

Reaal heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het vonnis, met beslissing – uitvoerbaar bij voorraad – over de proceskosten inclusief nakosten en wettelijke rente.

Reaal heeft in hoger beroep bewijs van haar stellingen aangeboden.

2 Feiten

De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.11 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. Samengevat komen de feiten neer op het volgende

2.1.

De Witte Wieven exploiteert bungalowpark-camping ‘De Witte Wieven’ te Nunspeet (hierna ook: het park). Op het park is omstreeks 1980 een onverwarmd buitenzwembad gerealiseerd. Teneinde het zwemwater te desinfecteren is omstreeks 1990 een technische installatie geplaatst, waarin zwavelzuur en natriumhypochloriet (hierna: chloorbleekloog) worden bewerkt en verwerkt.

2.2.

Voornoemde installatie is geplaatst in de aanbouw van een afzonderlijk stenen gebouw (paardenstal) met een golfplaten dak nabij het zwembad. De technische installatie bestaat onder andere uit een kunststof opslagtank met een inhoud van 800 liter met daarin chloorbleekloog. Deze tank is voorzien van een vaste vulaansluiting. Onder de tank is een aftapleiding bevestigd met een nippel en een kunststofdop.

2.3.

Voor het beheren van deze installatie is door de gemeente Nunspeet op grond van de Wet Milieubeheer op 10 juni 1996 aan De Witte Wieven een vergunning verleend. Voor zover relevant is onder XVI van de vergunningvoorschriften opgenomen:

“1. De opslag van de chloorbleekloog en zoutzuur mag uitsluitend plaatsvinden in de daartoe bestemde en als zodanig op de bij deze vergunning behorende tekening aangegeven bewaarplaats.

2. Beide bewaarplaatsen moeten vloeistof- en dampdicht van elkaar zijn gescheiden.

3. Beide bewaarplaatsen moeten zijn voorzien van een vloeistofdichte vloer met rondom opstaande randen die een vloeistofdichte bak vormen die de gehele opgeslagen voorraad vloeistoffen kunnen bevatten. De vloeistofdichte bakken moeten bestand zijn tegen de inwerking van chloorbleekloog en zoutzuur.”

2.4.

Daarnaast dient het zwembad, inclusief de technische installatie, te voldoen aan de Wet hygiëne en veiligheid van badinrichtingen en zwemgelegenheden van de provincie Gelderland (Whvbz). De gemeente en de provincie verrichten in dat kader inspecties.

2.5.

Tussen de Witte Wieven en Reaal is een milieuschadeverzekering (hierna ook: de verzekeringsovereenkomst) gesloten, ingaande op 9 april 2010. De premie bedroeg € 165,- per jaar. Voor zover van belang is in de Algemene Voorwaarden (hierna: de polisvoorwaarden) het volgende opgenomen:

“3 Dekkingsomvang

3.1

Omschrijving van de dekking

In geval van verontreiniging zijn verzekerd:

  • -

    De kosten van sanering van de verzekerde locatie en de locatie van derden;

  • -

    Schade en kosten die het gevolg zijn van de sanering;

  • -

    Zaakschade die het gevolg is van de verontreiniging;

een en ander indien en voor zover de verontreiniging het gevolg is van een emissie die zich voordoet tijdens de looptijd van de verzekering en de verwezenlijking van deze emissie zijn oorsprong vindt op de verzekerde locatie. (…)

4 Uitsluitingen

4.4

Milieuzorg

De verzekering biedt geen dekking voor schade en kosten ontstaan bij of als gevolg van handelingen of gedragingen waarbij de verzekerde onvoldoende milieuzorg heeft betracht. Deze uitsluiting geldt evenwel niet indien en voor zover de verzekerde aantoont dat de schade en/of kosten ook zou(den) zijn ontstaan indien hij wel voldoende milieuzorg zou hebben betracht.

Een verzekerde wordt in ieder geval geacht onvoldoende milieuzorg te betrachten indien hij in strijd handelt met de milieuvergunning of een voor een bedrijf geldende AMvB, of indien hij, ingeval van werkzaamheden bij derden, niet werkt op basis van de toepasselijke proces- en productcertificatie op grond van de Wet Milieubeheer (…)”.

2.6.

Op 15 april 2014 is de opslagtank met chloorbleekloog gevuld. Daarbij hebben zich geen problemen voorgedaan. Ongeveer twee uur later is door een medewerker van De Witte Wieven lekkage geconstateerd en dat er product onder de deur stroomde. Het bleek dat uit de tank chloorbleekloog was vrijgekomen in de opslagruimte en daarbuiten.

2.7.

De Witte Wieven heeft de gang van zaken gemeld bij (de tussenpersoon van) Reaal. Deze heeft Cunningham Lindsey (expert schadelast- en risicobeheersing) ingeschakeld om onderzoek te doen naar de oorzaak en de omvang van de schade. Cunningham Lindsey heeft de schadelocatie op 16 april 2014 bezocht (rapport I van 9 mei 2014 en rapport II van 17 juni 2014). In de rapporten wordt onder meer het volgende vermeld:

“Voor wat betreft de oorzaak van het vrijkomen van product kan worden gesteld dat dit moet zijn veroorzaakt door het loslaten van een dop van een aftapleiding onder het opslagvat van chloorbleekloog. Bij verzekerde had men geen vermoeden dat een dergelijke aftapplug zomaar los kon geraken. (…)

Oorzaak

Op grond van de thans beschikbare informatie kan worden gesteld dat verzekerde erop mocht vertrouwen dat de ter plaatse aanwezige badinrichting en technische installatie voldoende is uitgerust en daarom ook als zodanig in het kader van de vergunningen in juiste staat verkeerde. Verzekerde is er nimmer op gewezen dat de betreffende opslagruimte niet voldeed aan de daaraan gestelde eisen.

De oorzaak van het vrijkomen van chloorbleekloog moet worden gezocht in het falen van een aftapleiding waarop een dop spontaan is losgekomen. Het losraken van de dop heeft niets te maken met het vullen van de tank. In ieder geval werd na het vullen van de tank geen lekkage vastgesteld. De lekkage is ongeveer 2 uur na het bevoorraden van de tank opgemerkt door de betreffende medewerker van verzekerde. Op dat moment was nagenoeg de gehele opslagtank met chloorbleekloog leeg, dat resulteerde in het vrijkomen van circa 700 liter. (…)

Door het vrijkomen van chloorbleekloog is er ter plaatse een grond- en grondwaterverontreiniging opgetreden.(…) De verontreiniging heeft zich verspreid langs het bestaande gebouw.”

2.8.

De Witte Wieven heeft aannemingsbedrijf Van Werven ingeschakeld, die op haar beurt Almad Eco B.V. voor milieukundige begeleiding heeft ingeschakeld. In de periode vanaf 16 april tot en met 25 april 2014 heeft bodemsanering plaatsgevonden. Er is afgegraven tot ongeveer 2 meter onder het maaiveld, over een oppervlakte van 57 m2.

2.9.

Almad Eco B.V. heeft een bodemonderzoek uitgevoerd (rapport van 11 juli 2014).

2.10.

Nadat De Witte Wieven Reaal te kennen heeft gegeven dat zij zich niet kan vinden in de conclusies van Cunningham Lindsey, heeft Reaal de kwestie ter herbeoordeling voorgelegd aan de Nederlandse Milieupool (e-mail 23 oktober 2014 van de heer [X] van Milieupool).

2.11.

Hierop heeft KLAP makelaars en assurantiën, de tussenpersoon van Witte Wieven, het bureau Q & S Experts ingeschakeld om contra-expertise te verrichten en daarover te rapporteren (rapport van 25 augustus 2016).

3 Beoordeling

3.1.

Centraal in dit geschil staat de vraag of Reaal gehouden is om op grond van de door haar met De Witte Wieven gesloten overeenkomst dekking te verlenen voor de door De Witte Wieven ten gevolge van het incident op 15 april 2014 geleden schade en gemaakte kosten. De Witte Wieven vordert in dit geding een bevestigende beantwoording van deze vraag als verklaring voor recht. Reaal voert gemotiveerd verweer, stelt dat De Witte Wieven onvoldoende milieuzorg heeft betracht en beroept zich op de uitsluiting van de dekking zoals vermeld in artikel 4.4 van de toepasselijke polisvoorwaarden. De Witte Wieven betwist dat zij onvoldoende milieuzorg heeft betracht.

3.2.

De rechtbank heeft in het bestreden vonnis geoordeeld dat Reaal terecht een beroep doet op de uitsluiting van artikel 4.4 van de polisvoorwaarden en heeft de vorderingen van De Witte Wieven daarom afgewezen, alsook De Witte Wieven in de proceskosten veroordeeld.

3.3.

Tegen deze beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komt De Witte Wieven in dit hoger beroep met twee grieven op. Grief 1 richt zich tegen de redenering van de rechtbank dat er van een vloeistofdichte bak geen sprake was omdat er chloorbleekloog in de grond en het grondwater terecht is gekomen. Deze redenering houdt volgens De Witte Wieven ten onrechte geen rekening met andere mogelijkheden of omstandigheden waardoor chloorbleekloog aan de andere zijde van de bak terecht kan zijn gekomen. In hoger beroep draagt De Witte Wieven een alternatieve oorzaak voor de bodemverontreiniging aan. Grief 2 bouwt hierop voort en bestrijdt het oordeel van de rechtbank dat gezien het incident kennelijk niet (voldoende) aan de milieuvoorschriften is voldaan door de Witte Wieven en dat het haar eigen verantwoordelijkheid is om te handelen conform de volgens de polis vereiste milieuzorg. Deze grieven lenen zich voor een gezamenlijke behandeling.

3.4.

Het hof stelt vast dat tussen partijen niet langer in geschil is dat op 15 april 2014 voor De Witte Wieven het vergunningsvoorschrift gold dat de bewaarplaats moest zijn voorzien van een vloeistofdichte vloer met rondom opstaande randen die een vloeistofdichte bak vormden die de gehele opgeslagen voorraad vloeistoffen konden bevatten en dat de vloeistofdichte bak bestand moest zijn tegen de inwerking van chloorbleekloog en zoutzuur. Naar het oordeel van het hof heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat Reaal haar stelling dat hiervan geen sprake was en dat De Witte Wieven aldus onvoldoende milieuzorg heeft betracht, voorshands heeft bewezen. Vaststaat dat er chloorbleekloog in de grond en het grondwater is terechtgekomen. Reaal heeft gemotiveerd gesteld dat de chloorbleekloog nooit in de bodem had kunnen doordringen als de vloer vloeistofdicht zou zijn geweest met rondom opstaande randen die een vloeistofdichte bak zouden hebben gevormd die de gehele voorraad vloeistof kon bevatten. In eerste aanleg heeft De Witte Wieven geen gebruik gemaakt van de gelegenheid tegenbewijs te leveren en heeft zij geen aanknopingspunten naar voren gebracht waarmee kan worden aangetoond dat er een andere oorzaak is geweest waardoor de vloeistof buiten het gebouw is terechtgekomen.

3.5.

In hoger beroep is dit anders en heeft De Witte Wieven concreet gesteld dat er een andere oorzaak is geweest waardoor de vloeistof buiten de bak en buiten het gebouw is terechtgekomen. Volgens De Witte Wieven kan de dop van de leiding zijn afgezakt, welke dop vervolgens een bakje kan hebben gevormd, waarin de straal zou hebben gespoten en zodanig zou zijn afgebogen dat deze straal de deur van de opslagruimte zou hebben geraakt. Aldus zou de chloorbleekloog naar beneden onder de deur door naar buiten kunnen zijn gestroomd. Ter onderschrijving van de mogelijkheid van deze alternatieve oorzaak heeft De Witte Wieven een rapport overgelegd van Amstel Engineering B.V. van 18 oktober 2018 (hierna: het rapport van Amstel Engineering). Dat rapport betreft een paraboolbaanberekening. Het berekent de reikwijdte van de straal die volgens De Witte Wieven kan zijn ontstaan door het afzakken van de dop en het ontstaan van een spuitende straal chloorbleekloog. Ook heeft zij een aantal tests uitgevoerd met als testopstelling dat de dop handmatig schuin onder de aftapopening wordt gehouden.

3.6.

Reaal heeft de stellingen van De Witte Wieven over het afzakken van de dop en het rapport van Amstel Engineering bij memorie van antwoord gemotiveerd betwist onder overlegging van een rapport van Vanderwal & Joosten B.V. Expertisebureau van 29 januari 2019 (hierna: het rapport van Vanderwal & Joosten). In laatstgenoemd rapport wordt overwogen dat het op basis van de foto’s niet reëel wordt geacht om te veronderstellen dat de vastgelijmde dop van de aftapleiding is afgezakt, vervolgens scheef op de aftapleiding is komen te zitten (want dat zou moeten zijn gebeurd om een opening naar buiten te laten ontstaan), en dat deze, ondanks de kracht van de uitstromende chloorbleekloog enige tijd (in ieder geval lang genoeg om een aanzienlijke hoeveelheid chloorbleekloog via een straal buiten de opslagruimte te laten komen) in deze positie is vast blijven zitten. Dat de dop zich wel op die plaats kan hebben bevonden wordt door De Witte Wieven wel gesteld maar niet onderbouwd. Het rapport van Amstel Engineering kan volgens Reaal niet dienen als bewijs voor de stellingen van De Witte Wieven over de afgezakte dop en de daardoor ontstane, naar buiten spuitende straal chloorbleekloog. Datzelfde geldt voor de door De Witte Wieven uitgevoerde tests. Het rapport van Vanderwal & Joosten constateert dat Amstel Engineering bij de berekening geen rekening heeft gehouden met de positie van de opslagtank in de opslagruimte, de afmetingen van de opslagruimte, het muurtje voor de ingang van de opslagruimte en de gesloten deur. Ook als De Witte Wieven zou worden gevolgd in haar stellingen over de afgezakte dop, zou het chloorbleekloog in de opvangbak terecht zijn gekomen en derhalve niet via een straal buiten de opslagruimte, aldus het rapport van Vanderwal & Joosten. De conclusie van het rapport van Vanderwal & Joosten luidt dat het op basis van de meest waarschijnlijke positie van het vat, de aanwezigheid van appendages en de geschatte afmetingen van de opslagruimte niet mogelijk wordt geacht dat een (aanzienlijke) hoeveelheid chloorbleekloog de opvangbak op de door De Witte Wieven gestelde wijze heeft verlaten.

3.7.

Het hof zal De Witte Wieven gelegenheid bieden bij akte te reageren op het door Reaal overgelegde rapport van Vanderwal & Joosten en de daarin vervatte conclusie dat de verontreiniging enkel kan zijn veroorzaakt door de omstandigheid dat de capaciteit van de opvangbak onvoldoende was dan wel dat deze niet voldoende vloeistofdicht was.

3.8.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4 Beslissing

Het hof:

verwijst de zaak naar de rol van 17 september 2019 voor akte aan de zijde van De Witte Wieven met de hiervoor onder 3.7. vermelde doeleinden;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.F. Aalders, A.L.M. Keirse en L.W. Louwerse en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 20 augustus 2019.